Games

‘Gamen? Jij?’ Waarom vrouwen zich niet aan online schietspellen wagen

null Beeld Elzeline Kooy
Beeld Elzeline Kooy

Hoewel ze als kind al geobsedeerd was door videospellen, had Simoon Hermus lang het gevoel dat ze niet voor haar waren bedoeld. Net als veel andere vrouwelijke gamers, waagt ze zich nog steeds niet in dat ultieme mannenbastion: online multiplayer shooters.

Simoon Hermus

Toen ik 10 was, speelde ik het liefst bij Ruud. Hij had babycavia’s en een gedeelde obsessie met de Middeleeuwen. Maar boven alles had Ruud een spel op zijn computer waarin je als een draak kon vliegen. Urenlang zat ik over zijn schouder mee te kijken. Ruzie om wie er mocht spelen hadden we niet, want als ik zelf de muis in handen kreeg, raakte ik bij de eerste vijand die in beeld verscheen zo in paniek dat ik hem direct teruggaf.

Toch dagdroomde ik de hele dag over die draken. In gedachten scheerde ik over hoekige bergtoppen en stak ik koelbloedig pixelige poppetjes in de fik. Maar ik heb mijn ouders zelf nooit om het spel gevraagd. De jongens in mijn omgeving leken instinctief goed te zijn in welke game ze ook maar voor hun neus kregen, als meisje hield ik het bij het virtuele poppenhuis van The Sims. Evengoed een game, maar de overstap naar de spellen waar je moest vechten en schieten durfde ik niet aan. Dat kan ik niet, dacht ik. Liever keek ik online naar andere mensen die speelden.

Het duurde tot mijn 24ste voor ik mijn eerste spelcomputer aanschafte. Het was 2017, Nintendo bracht het spel Zelda: Breath of the Wild uit voor de splinternieuwe Switch-console. Maandenlang bekeek ik elke snipper videomateriaal die ik op YouTube van het spel kon vinden, een denkbeeldige controller in mijn handen. Toen durfde ik het aan. Breath of the Wild was een vecht- en schietspel in het jasje van een koddige Nintendoklassieker. Vrolijke kleuren, een kinderlijke verhaallijn en een simpele besturing. Geen donkere kerkers, overweldigende eindbazen en een vechtsysteem waarbij je eindeloze knoppencombinaties uit je hoofd moet leren. Om te richten met je pijl en boog kon je simpelweg met je controller naar de juiste plek op het scherm wijzen, in plaats van de priegelen met joysticks.

Twee weken lang kwam ik mijn huis niet uit. Breath of the Wild werd de brug naar games waarnaar ik op YouTube al uren had gekeken, maar die ik voorheen te intimiderend vond om zelf uit te proberen. Nu ik in een soort pierenbadje ervaring had opgedaan met schieten en vechten, schafte ik een tweedehands-Playstation aan voor ‘serieuzere’ games. De moeilijkheidsgraad kon met elk spel omhoog, tot mijn verrukking. Maar er is één genre dat ik nog steeds met geen vinger aanraak. Online multiplayer shooters. Schieten tegen anderen, via internet.

Call of Duty  Beeld
Call of Duty

Bijna alle gamers in mijn omgeving spelen online shooters. Ze sporen me aan om ook Call of Duty te kopen, zodat we samen een potje kunnen spelen. Het competitie-element, het griezelig hoge tempo waarin je moet reageren en het schieten met ingewikkelde wapens trekken me allemaal niet, maar met vrienden samen gamen wel. Je hebt dan de perfecte balans tussen bijkletsen en lachen om elkaars mislukkingen, als bij een bordspel, maar dan zonder bordspel. Perfect.

Ik heb alleen een grote achterstand. Bijna al mijn gamende vrienden zijn mannen die al vanaf hun middelbareschooltijd online shooters spelen. Normaal gesproken interesseert het me niet veel als ik ergens niks van bak. Ik heb zes jaar in teamverband gehockeyd en grofweg drie keer een bal geraakt. Maar als enige vrouw bij een Call of Duty-clubje aanhaken en dan hopeloos falen? Dan voelt het alsof ik het vooroordeel bevestig dat gamen niks voor vrouwen is. Of erger nog: dan denken mensen dat ik alleen maar doe alsof ik gamen leuk vind om interessant gevonden te worden.

‘Er bestaat een geweldig boek over dat gevoel: Fake Geek Girls van Suzanne Scott’, zegt Dan Hassler-Forest, mediawetenschapper aan de Universiteit Utrecht. ‘Sciencefiction, stripboeken en games zijn oorspronkelijk het terrein van geeks, jongens die als buitenstaanders zelf een wereld creëerden waarin ze aan de top stonden. Vrouwen hadden in die wereld geen plaats, of alleen als een ondergeschikt seksobject. Dat zie je in de meeste games nu wel veranderen, maar de cultuur is hardnekkig.’

Volgens dat beeld doen vrouwen zich als gamer voor om aantrekkelijk gevonden te worden door mannen – dat is nu eenmaal hun rol. Hassler-Forest: ‘Nu zullen niet veel mensen dat letterlijk denken, maar het leidt er wel toe dat de interesse van vrouwen in games voortdurend in twijfel wordt getrokken. En dus moeten ze met kennis en kunde bewijzen dat ze ‘echte’ gamers zijn.’ Als ik aan mensen vertel dat ik graag game, krijg ik zonder uitzondering een reactie in de trant van: ‘Jij? Gamen? Serieus?’, en in het ergste geval zelfs een letterlijke overhoring van de hoofdpersonages in een bepaalde game. Die reactie maakt de drempel om zelf aan een shooter te beginnen groter, terwijl ik tegelijkertijd de behoefte voel om het stereotype te ontkrachten dat zo’n game per definitie niets voor mij is.

Call of Duty Beeld
Call of Duty

Hoewel er ongeveer evenveel mannen als vrouwen gamen, is de verdeling binnen verschillende categorieën games erg scheef. Uit een enquête van onderzoeksbureau Quantic Foundry blijkt dat van de gamers die shooters spelen, slechts 7 procent vrouw is. Bij puzzelspellen op smartphones zoals Bejeweled of Bubble Shooter, waarbij je een serie gekleurde bolletjes aan elkaar moet koppelen, is bijna 70 procent vrouw.

Dat vrouwen massaal wegblijven bij shooters komt volgens het onderzoeksbureau niet per se door de gewelddadige aard van zulke spellen. Veel vrouwen houden van gewelddadige games, maar knappen af op de wapens en thema’s van shooters: geweren en explosieven in een realistische oorlogsetting. Zij vechten liever met een boog of vuren magische spreuken af. Het principe van een online shooter – iemand neerknallen voordat jezelf neergeknald wordt – blijft met zulke wapens prima overeind, maar op dit moment zijn alle grote online shooters een oorlogsgebied vol shotguns en bommen, al dan niet in een vrolijk gekleurd jasje.

Hoewel de meeste games nu ook vrouwelijke hoofdpersonages hebben, blijft de structuur vaak inhaken op eigenschappen die bij jongens passen, onder andere omdat ze er van kleins af aan in ‘getraind’ worden: competitief zijn, domineren, vechten, een interesse hebben in technologie. Hassler-Forest: ‘De omgeving die gamemakers voor zulke shooters hebben gecreëerd, spreekt primair jongens aan. Daarom is de drempel om zulke games te spelen voor hen ook een stuk lager. En bij jongens wordt een interesse in zulke spellen vaak begrepen of aangemoedigd. Bij meisjes niet. Maar er is geen biologisch verschil tussen jongens en meisjes waardoor jongens beter zouden zijn in shooters.’

Tijdens een gesprek met Jesse Groenendaal, een voormalige prof in verschillende online shooters, nodigt hij me uit om eens langs te komen op de H20 Esports Campus in Purmerend. In deze voormalige middelbare school traint jong talent voor allerlei verschillende e-sporten. Een paar dagen later leidt Groenendaal me rond in wat voorheen een aula is geweest, en waar nu een paar race-installaties staan. ‘O, hier is een Fortnitebootcamp bezig’, zegt hij terloops.

Call of Duty  Beeld Game-Play
Call of DutyBeeld Game-Play

Hij loopt naar een voormalig klaslokaal en trekt de deur open. Even voelt het alsof ik na de gymles de verkeerde kleedkamer ben ingelopen. Blikjes Red Bull, donuts, hard gelach. Een stuk of tien jongens, rond de 18 jaar. De helft merkt niet eens op dat we binnenkomen en staart in volle concentratie naar hun computerscherm, bij de rest valt het gesprek stil. Deze jongens spelen allemaal op topniveau Fortnite. Een paar spelen vooral met het doel om internationale toernooien te winnen, de rest voornamelijk om te streamen: gamen voor een online publiek.

Binnen de Fortnitegemeenschap hebben deze jongens inmiddels aanzien verworven. Een groep middelbare scholieren, die de voormalige aula doorkruist op weg naar hun gymzaal, stoot elkaar enthousiast aan als ze een paar van de streamers herkennen. Toch hebben veel jongens best geworsteld met het beeld dat de buitenwereld van ze heeft: familie en vrienden die nooit begrepen waarom ze elke vrije minuut achter hun computerscherm doorbrachten. Pas toen ze op professioneel niveau begonnen te spelen en geld verdienden met sponsorcontracten en online streams vonden veel mensen het ineens interessant.

Terwijl de jongens oefenpotjes tegen elkaar spelen, vraag ik hoe ze nou precies begonnen zijn, wie ze geleerd heeft hoe het werkt. Die vraag lijken ze niet echt te begrijpen. ‘Gewoon, met vrienden.’ Dat er geen enkel meisje in het team zit vinden ze niet gek. ‘Meisjes houden hier gewoon niet van.’ Uit de groep kennen er een paar wel een meisje dat Fortnite speelt, maar lang niet zo fanatiek. ‘Game jij zelf dan?’ Die vraag was te verwachten. ‘Ja, ehhh’, stamel ik. ‘Wat dan?’ ‘God of War, Red Dead Redemption’, zeg ik – titels die in ieder geval stoer klinken. ‘O.’ Er komt geen vervolgvraag.

Fortnite Beeld
Fortnite

Hoewel hun obsessie met Fortnite door de buitenwereld pas serieus werd genomen toen ze een hoog niveau bereikten, hebben de jongens zich nooit afgevraagd of ze wel in de Fortnitewereld thuishoorden. Meisjes zullen hun fascinatie voor shooters niet alleen altijd moeten uitleggen, maar zullen met de beperkte variatie in het aanbod minder snel de controller oppakken. Los van het feit dat ze zo misschien een mooie hobby mislopen, is het spelen van videogames een goede voorspeller voor het kiezen van een bètastudie. Uit onderzoek van de Universiteit van Surrey blijkt dat jonge meisjes die meer dan negen uur per week gamen meer dan drie keer zo vaak voor een technische studie kiezen als meisjes die niet gamen.

Ik kan niet met terugwerkende kracht zeggen dat ik voor een technische opleiding had gekozen als ik me vroeger zelfverzekerder had gevoeld over mijn interesse in games. Wel vind ik het jammer dat ik destijds genoegen nam met een positie als toeschouwer omdat ik dacht dat ik in die wereld niet thuishoorde. De jarenlange ervaring die mijn gamervrienden hebben, zal ik niet snel inhalen, maar ik denk dat ik binnenkort toch eens een potje meespeel. Want ook toen ik op het hockeyveld vaker mijn eigen schenen dan de bal raakte, vond ik mezelf een hockeyer. Geen heel goeie, misschien, maar ach. Het is maar een spelletje.

Fortnite Beeld
Fortnite
Meer over