ReportageWerkende armen

Fulltime werken, leven van nog geen tientje per dag en een kapotte bril op je neus

Monique Rietveld, thuis met haar dochter Sophie. Beeld Marieke de Bra
Monique Rietveld, thuis met haar dochter Sophie.Beeld Marieke de Bra

Aan het werk, maar arm. Steeds meer Nederlanders met een baan verdienen te weinig om rond te komen. Door het coronavirus zal deze groep flink toenemen. ‘Het is ronduit vernederend om mijn hand bij mijn kinderen te moeten ophouden.’

Afgelopen week stond Monique Rietveld (54) te dubben in de Dirk: wordt het deze keer wasmiddel of koffie? Het werd uiteindelijk de Frisse Reus, in de aanbieding voor 2,50 euro. Daarna kocht ze diepvriesspinazie à la crème (85 cent voor 750 gram). Bij de Turkse slager rekende ze voor een kilo kip 5 euro af, ‘meer water dan vlees’, maar voor biologisch vlees is er sowieso geen geld. In totaal kostte deze boodschappenronde haar 7,35 euro, het bedrag dat ze per dag als alleenstaande moeder heeft te besteden aan het avondeten voor zichzelf en haar vier thuiswonende kinderen. Ze had graag extra boodschappen willen meenemen, omdat ze verkouden is en liever wil thuisblijven, maar voor hamsteren heeft ze geen geld.

Rietveld werkt 29 uur in de week als administratief medewerker en conciërge op een basisschool in Rotterdam. Daarmee verdient ze 1.500 euro per maand. Alleen al de kale huur van haar bovenwoning bedraagt 600 euro. Meer uren krijgen op de ­basisschool zit er niet in, ze kijkt nu om zich heen voor een tweede baantje. In huize Rietveld was het nooit een vetpot. Geld voor vakanties, muziekles of sportclubs was er niet. Glimlachend kijkt Rietveld naar buiten. Het Kralingse Bos is vlakbij, op mooie dagen bonden ze een barbecue en een koelbox achterop de fiets. Wat vooral telde: ze hadden het altijd leuk samen.

Maar sinds oktober zijn al haar kinderen meerderjarig en leeft het gezin in armoede. Haar zoon (18) en de tweeling van 19 zitten op een mbo-opleiding en financieren hun studies met bijbaantjes. Het geld dat haar kinderen verdienen, wordt opgeteld bij het salaris van Rietveld waardoor ze opeens geen recht meer heeft op huursubsidie of andere kortingen en toeslagen. Daar komt bij dat haar oudste zoon (24) persoonlijke problemen heeft en sinds enkele maanden een uitkering van 700 euro ontvangt, die eveneens bij haar salaris wordt opgeteld, maar waarvan hij nauwelijks iets afdraagt.

Dochter Sophie (19) zit naast haar moeder aan de eettafel. Op haar mobiel staat een overzicht van haar inkomsten en uitgaven, die ze tot op de cent bijhoudt. Sophie heeft een bijbaan in de horeca, volgt een opleiding voor onderwijsassistent en wil daarna naar het hbo. ‘Mijn broers en ik werken om mama te ondersteunen, maar de afgelopen weken verdien ik niks, omdat het restaurant waar ik in de bediening zit nu is gesloten. Hopelijk kan ik snel weer aan de slag.’ Sophie vindt het niet erg om een deel van haar inkomsten af te staan aan haar moeder. ‘Ik zou het geld natuurlijk liever aan mezelf besteden. Uit eten of ergens koffiedrinken gaat niet. Mijn vriendinnen zijn overal geweest, ik ging één keertje met school naar Spanje. We hebben zat leuke dingen gedaan die niks kostten. Mijn moeder was daar heel goed in, maar nu trekt ze het echt niet meer.’

Rietveld zucht. ‘Het is onmogelijk om van zo weinig geld te moeten leven en het is ronduit vernederend om je kinderen om geld te moeten vragen. Het geeft ook spanningen, veel gesprekken gaan over rekeningen die nog betaald moeten worden. Ik ben allergisch voor schulden. Hun vader maakte er een potje van. Twee maanden nadat Sophie en haar tweelingbroer werden geboren, moesten we het huis uit. In plaats van de huur te betalen, had mijn ex een tv gekocht. Van zo’n man hoeven we geen alimentatie te verwachten.’ Wat Rietveld niet begrijpt, is dat zij als ouder wettelijk verplicht is om tot de 21ste verjaardag van haar kinderen te voorzien in de kosten van hun levensonderhoud en studie, maar in de praktijk haar hand moet ophouden bij haar kroost. ‘Ik ben afhankelijk van m’n kinderen om eten te kopen.’

De grote betaalbaarheidscrisis

Een baan hebben en toch arm zijn in Nederland. Tegenstrijdiger kan het bijna niet. Werk loont, zo was het bedoeld. Maar Rietveld werkt en heeft toch permanent geldproblemen. Nederland telde vorig jaar 188 duizend werkende armen volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Zij leven onder de armoedegrens, die was in 2017 voor een alleenstaande ouder met één kind 1.040 euro per maand en voor een stel met twee kinderen 1.960 euro. De verkoper in de boekhandel, de caissière in de supermarkt, de bezorger die onze pakketjes aflevert of de thuiszorgmedewerker die het appartement van onze ouderen schoonhoudt. In Nederland leven 2,1 miljoen werknemers van het minimumloon. Zij moeten zien rond te komen van een tientje per uur.

Door de gevolgen van het coronavirus zal de groep werkende armen fors toenemen, voorspelt Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan de Universiteit van Tilburg. ‘Flexibele krachten en zzp’ers voelen nu als eerste de economische gevolgen van het virus. Stel dat we tegen de zomer van het coronavirus af zijn, dan sluit ik niet uit dat de situatie is omgeslagen in een forse economische recessie. Armoede en schulden nemen dan toe.’

Nederland behoort tot een van de rijkste landen ter wereld. ‘Als de situatie hier al zo zorgelijk is, hoe moet het dan in minder welvarende landen zijn?’, vraagt Wilthagen zich af. ‘We keken altijd verontrust naar de ontwikkelingen in Amerika, waar werkende armen heel normaal zijn. Door de verregaande marktwerking zijn onder meer de zorg en huurwoningen onbetaalbaar geworden. Helaas zijn wij de afgelopen jaren ook zo’n land geworden en de vooruitzichten zijn zorgwekkend. Dagelijks fiets ik langs de voedselbank in Tilburg naar mijn werk op de universiteit. Dan zie ik de rijen staan en denk ik: prachtig dat ze daar terechtkunnen, maar zo’n instelling zou hier niet mogen bestaan.’

Voor veel werkende mensen is het gewone leven onbetaalbaar aan het worden. In Amerika bestaat het fenomeen al langer. Het vooraanstaande tijdschrift The Atlantic heeft er zelfs een term voor bedacht: The Great Affordability Crisis, ‘de grote betaalbaarheidscrisis’. Van een tientje rondkomen is onmogelijk als je kostwinner bent of alleenstaande ouder. Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau behoort één op de zeven Nederlanders, 14 procent van de bevolking, tot de categorie ‘onzekere werkenden’. Hun inkomen en arbeidspositie zijn onzeker. Ogenschijnlijk onzichtbaar proberen ze de eindjes aan elkaar te knopen. Ze redden het net, maar één tegenslag, zoals een kapotte wasmachine, kan het huishoudboekje al frustreren. Het voortwoekerende coronavirus betekent voor velen een regelrechte race to the bottom. De ramp voltrekt zich meestal in stilte: mensen die in armoede leven of in de financiële problemen komen, lopen daar niet mee te koop.

Isabelle (47) wilde het liefst een pruik en grote hoed opzetten toen ze voor het eerst naar de voedselbank in haar woonplaats Oss ging. Maar veel keus had ze niet. Rondkomen als doktersassistent met een inkomen van 1.860 euro per maand gaat niet. Ze heeft drie kinderen en 1.400 euro gaat op aan vaste lasten. Dat ze met haar gezin onder de armoedegrens is terechtgekomen, had ze zeven jaar geleden nooit kunnen bevroeden. ‘We woonden in een fijne woning en brachten de vakanties in het buitenland door’, vertelt de Brabantse die omwille van haar kinderen niet met haar achternaam in de krant wil. ‘Het ging financieel mis toen we gingen scheiden en het huis met verlies werd verkocht. We moesten de schuld afbetalen.’

Isabelle, hier verstopt achter een mondkapje van de bouwmarkt.  Beeld Marieke de Bra
Isabelle, hier verstopt achter een mondkapje van de bouwmarkt.Beeld Marieke de Bra

De gemeente Oss regelde voor de alleenstaande moeder huursubsidie en zorgtoeslagen, maar na twee jaar bleek ze daar toch geen recht op te hebben. Ze verdiende te veel, en diezelfde gemeente die zo genereus en behulpzaam leek, eiste het geld weer terug: 9.000 euro. Elke maand wordt er nu 300 euro van haar salaris ingehouden. Het gezin moet leven van 100 euro per week, wat steeds moeilijker wordt, omdat de prijzen blijven stijgen.

Isabelle werkt 27 uur in de week op huisartsenposten in Noord-Brabant. Ze draait alleen onregelmatige diensten, zoals de avonden en de nachten. Hierdoor verdient ze meer dan met een volledige werkweek met regelmatige uren. Sinds half maart staat Isabelle op een speciaal ingerichte isolatiepost voor ernstig zieke coronapatiënten. ‘Ik werk keihard en nu ook nog eens onder riskante omstandigheden. We worden de hemel in geprezen voor ons heldhaftige werk, maar ondertussen heb ik geen geld voor noodzakelijke uitgaven en moet ik naar de voedselbank. Vergis je niet, bij de voedselbank komen veel meer mensen met werk en die groep neemt door het coronavirus alleen maar toe.’

Wat Isabelle verschrikkelijk vindt is dat ze moet bezuinigen op de zorg. Haar jongste dochter had een flinke overbeet waardoor haar ondertanden het gehemelte beschadigden. Ze moest een beugel die 3.600 euro zou kosten, een aanvullende tandartsverzekering kan ze zich niet meer veroorloven. Maandelijks betaalt Isabelle haar ouders af, die het bedrag aan de orthodontist hebben voorgeschoten. ‘Ze wilden het met liefde cadeau geven, ze zijn mijn vangnet, maar ik wil mijn eigen broek ophouden.’ Ook tijdens haar werk op de huisartsenpost merkt Isabelle vaker dat patiënten de zorg niet meer kunnen betalen. ‘Ze laten noodzakelijke medicijnen staan of gaan niet met de ambulance mee. Ze bellen op en vertellen dat hun partner pijn in de borst heeft en willen dan direct weten hoe het met de kosten van de ambulance zit. Als ik dan zeg dat de rit van hun eigen bijdrage afgaat, besluiten ze zelf te rijden.’

Ze slaat haar armen over elkaar. ‘Dit zijn geen uitzonderingen. Weet je wat ik erg vind? Dat we in een welvarend land weer aan het gebit van kinderen kunnen zien of hun ouders geld hebben.’

Zeurende kies­pijn

Net als Isabelle was ook Dennis de Wit (36) niet aanvullend verzekerd. Hij wijst naar zijn mond. Gelukkig was het een kies die eruit moest en geen voortand, anders had hij nu met een gapend zwart gat gezeten. De omstandigheden waarin De Wit verkeert zijn weinig opbeurend, toch blijft hij er vrolijk onder. De gevelreiniger van beroep doet zijn verhaal in het kantoor van Schuldsanering Nederland in Dronten, de instantie die hij inschakelde om zijn leven weer op de rit te krijgen. Voordat hij daar meer over vertelt, terug naar de zeurende kies­pijn. De Wit belde met de verzekering om te vragen of zijn basispolis de behandeling vergoedde. Niet dus. Hij zit in de schuldsanering en moest eerst achterstallige rekeningen betalen eer hij kon worden geholpen.

De kiespijn werd erger, ’s nacht liep hij rondjes om zijn flatgebouw. Hij vrat een pakje paracetamol per dag en toen dat niet meer hielp, kreeg hij de zware herniapijnstillers van zijn vader, die elke dag één pil voor hem uitspaarde. ‘Na twee maanden zwol mijn wang zo op dat het leek alsof er een tennisbal in zat.’ Zijn tandarts stuurde hem weg, omdat hij geen geld had. Uiteindelijk kon De Wit bij de tandarts van zijn werkgever terecht. De ontsteking was inmiddels doorgeslagen naar zijn bot, waardoor hij ook naar een kaakchirurg moest. ‘Duizenden euro’s heeft het hele geintje gekost, maar mijn baas – een gouden vent – heeft het voor me betaald.’

Dennis de Wit bij het gevelreinigingsbedrijf waar hij werkt.  Beeld Marieke de Bra
Dennis de Wit bij het gevelreinigingsbedrijf waar hij werkt.Beeld Marieke de Bra

Ook De Wit had nooit kunnen bedenken dat hij met zijn werkweek van veertig uur en een salaris van circa 1.700 euro in de maand op een dag geen geld meer zou hebben voor de tandarts of een nieuwe bril. Hij toont zijn zwaar beschadigde glazen. Een goedkoop dingetje kopen bij de Hema gaat niet, zijn ogen hebben cilindrische glazen nodig. Zijn zicht wordt steeds slechter en dat is niet handig als je twaalf meter in de hoogte op steigers werkt. ‘Ik leef van nog geen tientje per dag, een nieuwe bril zit er nu echt niet in.’

De Wit kwam, net als ruim de helft van de stellen die uit elkaar gaan, in de financiële problemen terecht nadat zijn partner hem van de een op de andere dag verliet. Opeens moest hij de huur en alle andere rekeningen in zijn eentje betalen. Hij was zo in shock door haar plotselinge vertrek dat hij de zaken op zijn beloop liet gaan. De brievenbus maakte hij niet meer open. Binnen een paar maanden stonden de deurwaarders op de stoep en werd er beslag gelegd op zijn bankrekening. De woningbouwcoöperatie zette hem het huis uit, van de gemeente kreeg hij een adres van de daklozenopvang. Gelukkig kon hij bij zijn ouders terecht.

Naast hem zit Walter Weissgerber, directeur van Schuldsanering Nederland in Dronten. Maandelijks krijgt hij gemiddeld 420 hulpaanvragen. ‘Dat zijn steeds vaker mensen als De Wit, die ondanks hun baan in de problemen komen. De prijzen stijgen sneller dan de lonen waardoor de koopkracht hollend achteruitgaat.’

Flutcontractjes en flexibilisering

Dat blijkt uit de cijfers. Tussen 2009 en 2019 zijn in Nederland de kosten gestegen voor huur (37,3 procent), telefoon en internet (15,3 procent), gemeentelijke belastingen (42,3 procent), ziektekosten (21,9 procent) en eigen risico (89 procent). Weissgerber: ‘Als je een minimum- of modaal salaris verdient, dan blijft er weinig over. Er hoeft maar iets mis te gaan en alles stort als een kaartenhuis in elkaar. Dat zie je nu ook met het coronavirus. Mensen krijgen het financieel zwaar waardoor ze in de schulden terechtkomen.’

‘Niemand in Nederland zou in armoede mogen leven’, zegt Zakaria Boufangacha, bestuurslid van vakcentrale FNV. ‘We zijn als samenleving alleen maar rijker geworden, maar grote groepen mensen profiteerden niet van de hoogconjunctuur. Het is beschamend dat steeds meer werknemers worden afgeknepen met een minimumloon. Ook al die flutcontractjes en de verregaande flexibilisering van de arbeidsmarkt zorgen ervoor dat veel mensen niet kunnen rondkomen.’ Sinds het coronavirus Nederland in zijn greep houdt, krijgt FNV verontrustende telefoontjes vanuit de achterban. ‘We horen van flexwerkers zoals oproepkrachten en uitzendkrachten dat ze zijn ontslagen ondanks de nieuwe steunmaatregelen, en er heerst veel onrust onder mensen met onzeker werk. Die groep moet niet tussen wal en schip vallen, daar zetten we ons voor in.’

Boufangacha zegt dat de vakcentrale de afgelopen weken maatregelen met het kabinet heeft afgesproken die voor veel mensen de onzekerheid over inkomen moeten wegnemen. Ook wil FNV de toenemende inkomensongelijkheid aanpakken met een verhoging van het minimumloon van 10 naar 14 euro. ‘Ondanks alle commotie rondom het virus moeten we niet vergeten dat bedrijven de afgelopen decennia voornamelijk aan hun aandeelhouders en winst hebben gedacht’, zegt FNV-bestuurder. ‘Werkgevers moeten juist nu gaan beseffen dat ze fatsoenlijker met hun personeel moeten omgaan. Leerkrachten en medewerkers in de zorg blijken onmisbaar te zijn. Dat betekent betere en zekere contracten, meer loon en een respectvolle omgang. Van onze achterban horen we geregeld dat ze onder druk worden gezet als ze hun mond opentrekken.’

Take it or leave it

Jasmijn weet alles van intimiderende leidinggevenden. Terwijl de moeder van twee kinderen haar verhaal doet, trillen haar handen. Ze durft niet met haar echte naam in de krant uit angst voor de gevolgen. ‘Wie kritiek heeft, ligt eruit. Take it or leave it is het motto.’ Jasmijn werkt op uitzendbasis bij de Groningse vestiging van het internationale Zweedse klantenservicebedrijf Transcom. Het bedrijf was vorig jaar goed voor een omzet van ruim 207 miljoen euro, maar volgens een vorig jaar verschenen zwartboek knijpt het ondertussen de werknemers uit: er zou sprake zijn van te hoge werkdruk, achterblijvende lonen en onbeschofte omgang met het personeel.

‘Maar er is niets veranderd’, zegt Jasmijn. Nog steeds bestaan er roosters die elke drie weken veranderen waardoor personeel met een klein contract er geen tweede baan bij kan nemen. Altijd beschikbaar zijn, ook op zaterdag. Geen pensioenopbouw, ongeschreven regels over ziekteverzuim. ‘Andere uitzendkrachten die meer dan twee keer ziek werden, kregen geen vast contract. Dus blijf ik werken. Soms heb ik zo’n hoofdpijn van alle stress dat ik bijna van mijn stoel val. Maar als ik me ziek meld, loop ik ook mijn bonussen mis en dan redden we het als gezin helemaal niet meer.’

Jasmijn werkt 32 uur in de week en verdient maandelijks 1.300 euro. Met bonussen weet ze het minimumsalaris op te krikken met ongeveer 150 euro. Haar man is zzp’er in de grafische industrie en werkt om medische redenen in deeltijd, waardoor hij hooguit 500 euro per maand verdient. Zo probeert het gezin te leven van circa 1.900 euro per maand. De werkdruk bij Transcom noemt de Groningse ‘gigantisch’. Dagelijks handelt ze telefonisch zo’n zestig klanten af van Tele2.

Door het coronavirus werkt al het personeel momenteel vanuit huis, wat ook z’n voordelen heeft, zegt ze. ‘Er wordt eindelijk niet op ons gelet. Normaal gesproken mogen we in totaal tien minuten per dag naar het toilet, die pauzes worden gemonitord. Ik moet op mijn computer ‘persoonlijke verzorging’ aanklikken en op een drafje naar de andere kant van de zaal. In de praktijk komt het erop neer dat we twee keer per dag naar het toilet kunnen.’ Jasmijn werd een keer op het matje geroepen omdat ze de tienminutengrens had overschreden. ‘Dat een menstruerende vrouw soms elk uur moet om zichzelf te verzorgen, daar hebben ze geen boodschap aan. We heten met een mooi woord agents, maar we worden behandeld als slaven.’

Weggaan wil Jasmijn niet. In Groningen liggen de banen niet voor het oprapen en ze hoopt vurig op een vast contract. ‘De onzekerheid vreet aan me, helemaal in deze bizarre tijden. En niet alleen bij mij, het verloop is hier extreem hoog. Het werk is ook zwaar, we worden regelmatig uitgescholden door klanten met een ­betalingsachterstand. Gisteren werd ik nog uitgemaakt voor ‘vieze vuile hoer’ en dan moet ik vriendelijk blijven. Ook dat wordt gemonitord’, zegt ze met tranen in haar ogen. Het water staat haar aan de lippen. ‘Ik werk me een slag in de rondte, krijg nul waardering, verdien een fooi en heb geen pensioenopbouw.’

Monique Rietveld uit Rotterdam staat voor een ongekend dilemma. ‘Om weer een menswaardig bestaan te krijgen, moet ik mijn vier kinderen het huis uit zetten, dan heb ik weer recht op huursubsidie en andere toeslagen.’ Maar geld voor een kamer hebben de kinderen niet en ze wíl hen helemaal niet op straat zetten. Ze is altijd een doorzetter geweest, zegt ze, maar inmiddels is ze depressief door de situatie. ‘Soms denk ik: ik kap ermee. Als ik een uitkering aanvraag, dan zijn er allerlei gemeentelijke potjes en heb ik meer te besteden. Er is geen enkele financiële prikkel meer om te werken. Ik maak me echt kwaad als ik iemand met nieuwe schoenen zie, die van de bijstand leeft of meldt dat hij z’n rijbewijs heeft gehaald. Van welk geld in hemelsnaam? Als werkende vrouw kan ik helemaal niks betalen.’

Meer over