Interview

Freek Vonk: ‘Als het misgaat, heb ik een waanzinnig leven gehad’

null Beeld Martin Dijkstra, visagie: Aeola Relouw, assistent: Chris Pouwels
Beeld Martin Dijkstra, visagie: Aeola Relouw, assistent: Chris Pouwels

Bioloog en dierenliefhebber Freek Vonk ziet nooit beren op de weg, gevaar hoort nu eenmaal bij zijn werk. ‘Ik heb alles onder controle, althans: ik heb alles onder controle wat ik onder controle kán hebben.’

Sara Berkeljon

In het midden van het penthouse van prof. dr. Freek Vonk staat een 4.000 kilo zwaar aquarium met vijftig piranha’s. Of nou ja, vijftig – zoveel waren het er, een half jaar geleden.

Vonk: ‘Inmiddels zijn er een paar opgegeten. Door elkaar. Ik zie het niet altijd gebeuren. Ergens zwemt er nu ook eentje rond met een enorme hap uit z’n lijf. Ze botsen tegen elkaar, als ze gevoerd worden bijvoorbeeld, en dan nemen ze meteen een hap. Die tanden zijn zó vlijmscherp! Ze bijten ijzerdraad door, ik heb het zelf gezien in Suriname. Het is een keihard leven, maar zo gaat het in de natuur ook.’

De bioloog (38) is duidelijk in zijn element als hij over dieren kan vertellen, welke dieren dan ook. ‘Piranha’s groeien snél, dat is niet normaal. Dat is een evolutionaire strategie, dat snelle groeien, want in Zuid-Amerika zijn ze als kleintjes natuurlijk een easy prey. Ze moeten zo snel mogelijk groot worden, anders worden ze opgegeten. Maar waar is nou die ene met die hap uit z’n lijf? Ik heb het idee dat hij wel eens de sjaak zou kunnen zijn, want ik zie hem nergens. O nee, kijk-kijk-kijk, daar zwemt-ie! Jij denkt nu misschien: dat is zielig, maar je hebt geen idéé hoe snel die beesten weefsel regenereren. Die hap is van twee weken geleden, en het is nu al een stuk minder, dat is niet te geloven. Piranha’s zijn veel minder gevaarlijk dan ze vaak worden voorgesteld, maar dat ze een stuk vlees kunnen weghappen, is zeker. Dus ik steek mijn hand er niet in, want dan is mijn vingertopje weg.’

Hele korte stilte. ‘Ze zijn mooi, hè. Met hun goudrode schubbetjes.’

Dat penthouse van Freek Vonk, dat is wel iets waar de bioloog zelf ‘holy moly’ van zou roepen, als hij er niet al twee jaar zou wonen en het niet zelf helemaal ‘naar eigen smaak en inzicht’ had ontworpen. ‘Met behulp van een architect, want ik ben een teamplayer.’

Het is gevestigd op de bovenste verdieping van een hoog gebouw in Den Haag, heeft een dakterras rondom, een jacuzzi, een ijsbad, een sauna, een bioscoopscherm dat vanuit het plafond naar beneden kan zakken, een pooltafel, en, zo is op het Instagram-account van Vonk (237 duizend volgers) te zien: een horizontal shower, waar je al douchend in kunt liggen. In een van zijn recente Instagram-posts zien we ook zijn nieuwe vriendin, sieradenontwerper en ondernemer Franka Vedder, staand op het dakterras met in haar armen de 2 meter lange varaan die Vonk als huisdier houdt. ‘Goedgekeurd door Johan’, luidt het bijschrift, met een hartje.

Binnen aan het plafond hangen, bevestigd met kettingen, skeletten van een Afrikaanse breedvoorhoofdkrokodil en een Amerikaanse spitssnuitkrokodil (wel echt), daarnaast staat het geraamte van een bijna 3 meter hoge olifantsvogel (niet echt), naast de kapstok een slangenskelet (wel echt), verderop een krokodillenschedel (wel echt), en boven de eettafel hangt wat je het pronkstuk kunt noemen: de kaak van een megalodon, een uitgestorven haaiensoort die zo lang kon worden als een stadsbus (wel echt). ‘Het besef dat hier ooit een lichaam aan vast heeft gezeten van bijna 20 meter, met zulke joekels van tanden, niet normaal toch? Die joeg gewoon op walvissen. Die megalodons hebben de zeeën miljoenen jaren gedomineerd!’

Voor de foto’s in dit magazine heeft Vonk zich laten zakken in de haaientank van Diergaarde Blijdorp, vergezeld door vijf duikers die de beesten van hem moesten weghouden en hem voorzagen van perslucht. Ten tijde van het interview moet dit spektakelstuk nog plaatsvinden. ‘Het wordt serieus heftig en ziek. Ik heb alles al voorbereid. Omdat ik mijn duikbril onder water wil afzetten, kan ik de haaien niet zien. Die duikers zijn dus geen overbodige luxe. Verder kun je je in zo’n haaientank niet in je zwembroek laten zakken, dat zijn die haaien niet gewend. Ik moet dus in een duikpak en eenmaal op een bepaalde diepte zou ik iets uit kunnen doen. Maar ja, bij zo’n duikpak zit de rits meestal aan de achterkant, klote, dus ik heb allemaal nieuwe dingen besteld. Een zwarte broek en een soort jack, wat ik dan onder water uit kan doen, hopelijk, dan kan ik in mijn blote bast op de foto. Dat zou wel het kickste zijn, toch?’

Tien minuten na binnenkomst is duidelijk: de Freek Vonk van televisie is geen typetje, zelfs geen uitvergroting. Zoals hij het zelf verwoordt: ‘Er is geen televisie-Freek.’

Maandag begint het tiende seizoen van Freeks wilde wereld, het Z@pp/VPRO-familieprogramma waarvoor de bioloog de hele wereld over reist, samen met zijn vaste cameraman Ivo Borkus (Lange Ivo) en vaste geluidsman Sebastiaan Coenen (Bange Bassie), op zoek naar bijzondere dieren. In de afgelopen negen seizoenen werd hij gebeten door haaien, kaaimannen, hagedissen, gieren en slangen, ondergepiest door chimpansees, ondergekakt door pinguins, gewurgd door een anaconda, in z’n gezicht gelikt door wolven, gekust door zeekoeien en aangevallen door buffels, olifanten, nijlpaarden en leeuwen. Spektakel, inderdaad. ‘Maar, en daar heb ik altijd mijn best voor gedaan, de dieren komen op de eerste plaats. Het is geen circusact en ik ben geen clown. Het draait om de wetenschap, om het inspireren van kinderen en ouders, om de liefde voor de natuur, om dat vuurtje in je buik. Dat heb ik van het begin af aan in het oog proberen te houden.’

De impact die hij op talloze kinderen heeft is overweldigend, zegt Vonk. ‘Er zijn allerlei kinderen die dankzij mij biologie willen gaan studeren, op de Universiteit Utrecht zijn er zoveel meer aanmeldingen dat ze spreken van het Freek-Vonkeffect. Dat is iets geweldigs. Ik krijg ongelooflijk veel brieven, en het worden er elk jaar meer. Net zoveel van jongens als van meisjes, vanaf 3 jaar tot dik in de puberteit. Er was een jongetje dat schreef dat hij op het sterfbed van zijn vader elke dag met hem naar Freeks wilde wereld keek. Toen zijn vader was overleden, wilde hij dat de dvd’s meebegraven zouden worden, zodat papa altijd naar Freek kon kijken. Ik heb kippevel als ik het vertel, dat gaat door merg en been. Waar ik ook kom, komen er kinderen op me af. En volwassenen. De drempel is laag, bij mij. Als ik er een dag geen zin in heb, ga ik niet naar buiten. Maar gelukkig komt dat zelden voor.’

Het bleef niet bij een tv-programma, het imperium van Vonk strekt zich uit tot boeken, een maandelijks magazine (Wild van Freek), merchandise (varaan Johan als pluchen knuffel), een kledinglijn, en liveshows. Hij doet alles zelf, met zijn eigen bedrijf Studio Freek, waar meer dan twintig mensen werken, van producers tot biologen. ‘Ik heb nu 45 keer de Afas Live uitverkocht, telkens vierduizend mensen – ik doe er in deze kerstvakantie drie per dag, vier dagen lang. Dit jaar, als het doorgaat, ga ik een record vestigen als de artiest die de meeste keren ooit in de Afas heeft gestaan. Waarom zou ik minder shows doen als ik er ook méér kan doen?’

En naast dat alles heeft Vonk nog zijn wetenschappelijke werk – ‘de basis, de ruggegraat’. Op zijn 22ste publiceerde hij voor het eerst in Nature, het belangrijkste wetenschappelijke tijdschrift ter wereld, hij promoveerde in Leiden, is sinds 2012 verbonden aan onderzoeksinstituut en museum Naturalis en sinds 2020 hoogleraar Evolutionary biochemistry aan de VU in Amsterdam. Hij geldt met meer dan veertig wetenschappelijke publicaties als een van de grootste experts op het gebied van slangengif wereldwijd en doet onder meer onderzoek naar mogelijke nieuwe, simpelere behandelingen van slangenbeten. Want die zijn een ‘mega-, megagroot’ probleem. ‘Elk jaar gaan er tussen de honderd- en de honderdvijftig duizend mensen dood aan een slangenbeet, en dan heb je nog een veel grotere groep die er levenslang letsel aan overhoudt: amputaties, blindheid, misvormingen, beschadigde nieren. Het is vooral een ziekte van de armen, de meeste mensen worden gebeten op het platteland in Afrika en Azië. Mensen zonder auto of ziekenhuis in de buurt. De WHO wil het aantal slachtoffers van slangenbeten in 2030 hebben gehalveerd, en wij wetenschappers hebben ons daaraan gecommitteerd. Antigif bestaat al, maar dat is een complex en duur goedje, wat meestal gekoeld moet worden bewaard, lang niet overal verkrijgbaar is én vaak alleen maar geschikt bij één soort slang. Wij zoeken naar simpelere medicijnen met brede toepasbaarheid, het liefst een medicijn dat kan worden gebruikt om de beet van welke gifslang dan ook te behandelen.’

De liefde voor het reptiel begon bij Freek Vonk misschien wel in 1993, bij Jurassic Park, een film waarvoor Vonk nog geregeld het bioscoopscherm uit zijn plafond laat zakken. In Blijdorp zag hij als jongetje voor het eerst een anaconda. Maar toen hij op zijn 14de een slang aanraakte, bij een vriendje thuis, gebeurde er iets onomkeerbaars. ‘Ik was in shock. Van hoe bijzonder dat dier was. Ik vond het zó kicken. Een slang is zo anders dan wij en zo anders dan andere dieren. Zo langgerekt, geen poten, ogen die niet kunnen knipperen, een tong die continu heen en weer gaat. En er is het gevaar, dat ook. Het is een liefde, een aantrekkingskracht, die niet helemaal te verklaren is. Ik ben erdoor gegrepen en nooit meer van losgekomen.’

Hoe ging het verder na die eerste kennismaking?

‘Na een jaar zeuren mocht ik van mijn ouders, op mijn 15de, mijn eerste slang. Maar ik ben ook alle bibliotheekboeken over slangen gaan lenen en lezen, ik leerde alle soorten uit mijn hoofd. Ik was altijd al een buitenjochie, op zoek naar kikkervisjes, salamandertjes en hagedisjes, wroeten in de modder, neus in de wind. En toen kwam die slang. Maar ja, in Dordrecht, waar ik woonde, zijn geen slangen. Dus ging ik lezen. Terwijl mijn vriendjes aan het voetballen waren, las ik over slangen. Ik heb ook nooit computerspelletjes gedaan – gewoon geen tijd voor. Het was een obsessie.’

Een obsessie heeft iets ongezonds, toch?

‘Ik liet er alles voor. Alles, alles, alles. En als ik dan toch een keer ging stappen met vrienden, dacht ik nog steeds aan slangen: aan welke slangen ik wilde zien, houden of kweken. Elk nieuw feitje dat ik leerde, wilde ik overdragen. Mijn vriendjes werden er gek van. Toen ik 16 was ging ik werken in het reptielenhuis, en daar kreeg ik vrienden die ook van slangen hielden. Gingen we elkaar de moeilijkste Latijnse namen overhoren: ophiophagus hannah, aspidites melanocephalus, oxyuranus microlepidotus. Op het hoogtepunt had ik zelf meer dan honderd slangen.’

null Beeld Martin Dijkstra
Beeld Martin Dijkstra

Je beste vriend Ferdy Grandia zegt dat je uit een rijdende auto springt als je op reis bent en ergens een slang langs de weg ziet liggen.

‘Ik ben wel eens uit de auto gesprongen terwijl er leeuwen naast de auto lagen. Slangen zijn net Houdini’s, je ziet ze en poef, weg! Dus je moet snel zijn, je kans grijpen. Ik wil van elke slang die ik zie precies weten welke het is. Op die manier heb ik zelfs een voor de wetenschap compleet nieuwe soort ontdekt en beschreven. We hadden zeeslangen gefilmd in Australië, ik liep het strand op en daar ligt een zwart-wit-geringd slangetje voor m’n voeten. En ik denk: verdomme, dit is geen gewone bandy-bandy, wat trouwens een gevaarlijke gifslang is, deze is echt anders! Bleek gewoon een nieuwe soort te zijn. Vermicella parscauda was geboren.’

Bouw je een band op met een slang die je als huisdier houdt?

‘Nee. De liefde is eenzijdig. Jij houdt van de slang, maar het is niet wederkerig. Slangen hebben geen sociale capaciteiten, het zijn dieren die solitair leven. Johan, mijn witkeelvaraan, heeft iets meer sociaal gevoel, ik denk dat hij mijn geur herkent. Maar Johan blijft een reptiel, je kunt er geen band mee hebben als met een hond.’

Die obsessie nam veel ruimte in, eigenlijk alle ruimte, in het leven van Vonk. Serieuze relaties? Alleen met Eva Jinek, tot een jaar of zes geleden, die hij leerde kennen nadat hij te gast was in haar talkshow. Daarvoor en daarna was er eigenlijk niemand – en dat was prima. ‘Natuurlijk was het ook lastig met die agenda van mij. En ik vermaak me uitstekend in m’n eentje, ik ben nooit op zoek geweest. Maar ik ben mijn geloof in de liefde nooit verloren. En nu heb ik Franka ontmoet. We vullen elkaar heel goed aan, ik ben kneiterdruk, zij is kneiterdruk met haar sieradenlijn, en wanneer we elkaar zien is het helemaal top.’

Zie die obsessie niet als iets negatiefs, wil hij maar zeggen. ‘Laten we het een positieve obsessie noemen. En ik heb er mijn wetenschappelijke carrière aan te danken. Als 17-jarige had ik alle bibliotheekboeken over slangen uit, dus ik ging verder kijken. Ik begon wetenschappers aan te schrijven: dear professor, my name is Freek from the Netherlands, kunt u meer vertellen over dit of dat onderzoek? De logische vervolgstap was biologie studeren.’

Vonk groeide als oudste van vier kinderen op in een ‘warm en liefdevol’ gezin, zijn moeder is verpleegkundige en zijn vader, inmiddels gepensioneerd, was docent tekenen en stagebegeleider aan het Grafisch Lyceum in Rotterdam. Ze bellen dagelijks, vaak meerdere keren. ‘Ik heb vanochtend (het is 9 uur, red.) al drie keer contact met ze gehad. We gooien echt alles in de groepsapp van het gezin. Mijn vader appt precies hetzelfde als ik, alles met vijf uitroeptekens. En als ik terugkom van een verre reis, staat hij voor de deur met een pannetje zuurkool.’

Hij was ‘een lief jongetje waar je ook wel eens gek van kon worden’. ‘Ik ben nog steeds ontzettend druk, maar vroeger was het nóg erger. Ik heb ADHD, maar ik heb nooit medicijnen geslikt, dat vind ik zonde. Ik heb van mijn ADHD juist voordeel, het geeft me de energie om te doen wat ik wil. En als het te druk wordt in mijn hoofd, kan ik dat goed managen. Inmiddels – want dat heb ik moeten leren.’

Er was een tijd dat het soms te druk was in je hoofd?

‘Ja, ik ben mezelf wel af en toe voorbijgelopen. Tijdens mijn promotie, dat was een lastige periode, waarin ik tegen mijn grenzen aan liep, omdat ik de helft van het jaar op reis was voor mijn tv-programma. Het was te druk, er was stress. En je snapt, als je gestresst bent, voel je je niet prettig. Dan zie je alleen maar beren op de weg. Ik zie normaal gesproken echt nóóit beren op de weg, dus ik wist: hier gaat iets mis. En als er bij mij iets niet goed gaat, ga ik gelijk kijken hoe ik het kan verbeteren. Dat betekent: focus, prioriteren, relativeren.’

Het klinkt alsof je de lat nogal hoog legt, voor jezelf.

‘Vroeger was ik een nog grotere perfectionist dan nu, tegenwoordig neem ik ook af en toe genoegen met een 8 of een 9. Maar ik streef wel continu naar de meest optimale versie van mezelf. Voorheen nam ik nog wel eens een kant-en-klaarmaaltijd uit de Appie mee, nu eet ik alleen maar vers en gezond. Ik heb een voedingscoach en iemand die maaltijden voor me klaarmaakt. Op dit moment doe ik aan intermittent fasting om mijn vetpercentage naar beneden te krijgen. Ik eet nooit toetjes of andere viezigheid, drink zelden alcohol. En ik ga elke avond rond 8 uur naar bed en sta om kwart over 5 op. Heerlijk! Koffietje, mails checken, tien minuten op het roeiapparaat, daarna zwemmen in zee. Ik ga bijna elke dag naar de sportschool. Ook op reis probeer ik te sporten, maar daar kom ik meestal niet verder dan honderd squats en honderd push-ups.’

Je geluidsman Sebastiaan zei dat hij je in tien jaar nog nooit chagrijnig heeft meegemaakt.

‘Ik héb natuurlijk wel negatieve gevoelens, ik ben ook maar een mens. Alleen: ik corrigeer die gevoelens. Ik zeg tegen mezelf: probeer constructief te zijn. We gingen zeeschildpadden zoeken, op het strand van Costa Rica. Nachtenlang niks, en de mensen daar zeggen: vorige week waren ze er elke dag. Ja, verdómme. De derde nacht, om 2 uur ’s nachts, denken Ivo en Bassie: wij willen slapen. Dan ben ik net een cheerleader, kom op jongens! Want ik wil nog drie uur doorgaan, want voor hetzelfde geld vinden we er wél eentje. En dat gebeurt dan ook.’

Jij lijkt niet bang te zijn voor wilde dieren, is dat evolutionair gezien niet gewoon onverstandig?

‘Nou, niet helemaal. De mens als soort is in staat om rationeel te denken, en hoeft dus bij het inschatten van situaties niet louter op zijn gevoel af te gaan. Als ik met dieren werk, kijk ik altijd naar hun lichaamstaal. Bovendien: ik heb 23 jaar ervaring. Ik vang de gevaarlijkste slangen ter wereld zonder stok.’

Midas Dekkers, ook tv-bioloog, zei in Pauw dat hij het niet kon uitstaan dat jij niet ‘gewoon van die beesten af kan blijven’.

‘Ik hou van die man, maar hij moet niet brommen. Als ik dieren niet hoef te vangen, vang ik ze niet. Maar als ik een slang wil laten zien, of een hagedis, of een spin, moet ik hem pakken, anders kruipt-ie weg. Wat ze vaak vergeten, de critici, waar er overigens heel weinig van zijn, is dat je niet zomaar allerlei menselijke emoties op zo’n dier kunt projecteren. Dan vragen ze: zal ik jóú eens even in je nek pakken? Ten eerste: we hebben het hier over een slang, niet over een mens. En die dieren zitten vaak helemaal onder de littekens, van battles, van kleins af aan moeten ze vechten voor hun leven. Op de savanne! In de jungle! Overal waar je kijkt zitten roofdieren! Ze zijn blij dat ze nog leven, want negen van de tien kleintjes worden opgevroten. Nou, dan komt Freekie Vonk met z’n cameraploeg, die pakt hem voorzichtig op, vertelt wat en zet hem weer terug. Denk je dat dat beest er ook maar één seconde wakker van ligt? Kom op man! De natuur is kei- en keihard! En ik maak dat dier ambassadeur van zijn hele soort. Honderdduizenden, miljoenen kinderen, zien dat en denken: wauw, dit moeten we beschermen. Het is trouwens maar goed dat Midas niet doet wat ik doe, want hij zou het niet kunnen. Er is niemand die zó goed met die dieren kan omgaan als ik.’

Vonk gaat naar de wc. Als hij terugkomt heeft hij Johan bij zich, de 2 meter lange varaan. Hij geeft hem kusjes en zet hem neer op de loungebank. ‘Zo jochie, ga maar even hallo zeggen tegen de Volkskrant. Waar waren we? Hahaha! Hij doet niks hoor, hij gaat alleen maar even ruiken.’

Hoe oud is Johan?

‘14, 15. Hij kan wel 35 of 40 worden, ik hoop dat hij héél oud wordt, hè, ouwe dibbes? Je kunt zien dat hij heel gezond is aan die vette staartbasis, hij ziet er écht goed uit.’

Vonk pulkt een uitgedroogd velletje van de rug van Johan. ‘Ze vervellen in stukjes. Mooie klauwen heeft-ie ook, vind je niet?’

Ziet hij mij nu? Neemt hij mij waar?

‘Absoluut! En is het niet alsof je terugkijkt in de tijd, omdat je naar een soort oerreptiel kijkt? Prachtig! Die tong is lang, hè? Hij is aan het kijken, aan het ruiken, zie je dat?’

Hij likt aan mijn telefoon.

‘Hij is geurmoleculen aan het oppikken uit de lucht, met zijn dikke, lange tong. Hij is nieuwsgierig. Die geurmoleculen brengt hij naar het orgaan van Jacobson, in zijn gehemelte, en dan analyseert hij de boel. Hij heeft echt een dikke tong, moet je kijken!’

Hij straalt wel een bepaald soort rust uit.

‘O, zéker. Johan is heel relaxed. Als je hem eng vindt, moet je het zeggen hoor. Maar hij doet niks.’

Heb je in die tien jaar televisie weleens iets gedaan waarvan je achteraf denkt: dat had ik beter niet kunnen doen?

‘O, zeker. Laatst nog, bij de opnames van Freeks jungle school. Ik had een mooie bosratelslang in de studio. Maar ik kwam te dichtbij. Toen ik het terugkeek dacht ik een paar keer oeh, Freekie Freekie Freekie, jongejongejonge. Ik had mijn handen te dicht bij z’n kop, ik wilde hem nog nét iets mooier neerleggen. Kijk, ik weet precies wat de risico’s zijn, ik weet hoe ze kunnen uithalen, maar: ik zoek ook wel grenzen op. Want ik wil de mooiste shots maken, het mooiste van de dieren laten zien. Ik denk dat ik zonder camera’s voorzichtiger ben. Dus áls er iets misgaat, of bijna misgaat, heeft het vaak daarmee te maken. Zo ben ik een keer bijna in m’n gezicht gebeten door een Kaapse cobra. Ik ben ook een keer bijna in mijn kuit gebeten door een kaaiman van 3 meter, dat scheelde niks, het dier had het makkelijk kunnen doen. Ik maakte een fout, maar het dier beet niet. Dieren zijn vergevingsgezinder dan je denkt.’

null Beeld Martin Dijkstra
Beeld Martin Dijkstra

Het is dus niet zo dat je altijd binnen die veilige marge zit.

‘Nee, maar ik weet heel goed wat ik doe. Als er iets gebeurt, wat niet vaak voorkomt, dan staat het ook meteen best wel groot in de media, hè? Freek gebeten door een slang, Freek gebeten door een haai, Freek heeft larven in zijn been, Freek nog een keer gebeten door een haai, Freek gebeten door een tapijtpython, Freek gebeten door een kaaiman.’

Je brengt het ook zelf naar buiten, toch?

‘Tuurlijk! Wat ik wil zeggen is: als je het over die periode van tien jaar bekijkt, valt het wel mee. Max Verstappen maakt ook wel eens een ongelukje. In mijn line of work is het logisch dat er soms iets misgaat. Steve Irwin ging dood na een aanvaring met een pijlstaartrog, een vriend van mij uit ­Engeland is overleden na een beet door zijn eigen koningscobra, ik ken een Duitse meneer die is overleden aan de beet van een ratelslang. En ik ken natuurlijk veel mensen die een incident meemaakten, die zijn gebeten en daar een litteken aan hebben overgehouden.’

Incidenten zijn onvermijdelijk, zeg je eigenlijk.

‘Als je langere tijd met dit soort dieren werkt, is het bijna onvermijdelijk.’

Hoe zo’n incident afloopt is dan toch ook een kwestie van...

Onderbreekt: ‘Ervaring.’

En geluk?

‘Absoluut beide.’ Wijst naar het gigantische litteken van de haaienbeet op zijn biceps. ‘Het feit dat die haai op de Bahama’s mij hier beet, in mijn best wel grote, vlezige armen, en niet, bijvoorbeeld, waar mijn slagaders lopen, of in mijn dijbeen, is geluk. Als je in je dijbeen wordt gebeten, kun je snel doodbloeden.’

Achter de schermen bij de fotoshoot in Diergaarde Blijdorp Beeld Heike Gülker
Achter de schermen bij de fotoshoot in Diergaarde BlijdorpBeeld Heike Gülker

Je beweert dat je alles onder controle hebt, maar tegelijkertijd zeg je dat er risico’s aan dit werk zitten die je niet helemaal in de hand kunt hebben. Speel je dan niet gewoon met je leven?

‘Ik heb alles onder controle, althans: ik heb alles onder controle wat ik onder controle kán hebben. Maar ja, er kan vanuit de diepte een haai opduiken, die jij niet ziet. Er kan een leeuw in de bosjes liggen als je uitstapt om te plassen. Je kan ook onder een bus lopen als je boodschappen gaat doen.’

Vond je het ergens ook wel mooi, dat je gebeten werd door een haai?

‘Wat zou ik er mooi aan moeten vinden?’

Dat het stoer is?

‘Ben je gek. Ik heb je net helemaal uitgelegd dat ik niks met sensatie heb! Het doel van mijn programma heeft niets met stoer zijn of met ego te maken.’

Je collega Edwin van Huis, bioloog en directeur van Naturalis, zei: ‘Hij vond het ook prachtig, dat merkte je. Ik vond dat wel ingewikkeld. Toen duidelijk was dat hij niet doodging, begonnen de foto’s op sociale media te verschijnen.’

‘Waarom zou ik het niet laten zien? Ik ben er niet trots op, maar ik schaam me er ook niet voor. Het is gebeurd, mensen vragen ernaar. En het zit op mijn bovenarm, dus ik kan het niet altijd verbergen. Het programma dat we maakten moest gaan over hoe mooi en bijzonder haaien zijn, over hoe erg het is dat we honderd miljoen haaien per jaar afslachten voor vinnen en vlees. En dan gebeurt zoiets! Dat is gewoon kak, want het is totaal niet wat ik wilde laten zien.’

Edwin zei ook: ‘Een hap uit je arm, daar ga je niet aan dood. Maar aan de volgende hap misschien wel. Dat vind ik moeilijk, want Freek staat niet open voor dat gesprek. Hij wuift het weg.’

‘Natuurlijk denk ik daar soms over na. Maar ik doe dit werk, ik kan niet anders. Ik heb vrede met het idee dat het kán gebeuren. Dat moet wel. Anders kun je niet op de juiste manier met die dieren omgaan. Als je te bang of onzeker bent, ga je fouten maken. En als het misgaat, heb ik, hoe gek dat ook klinkt, een waanzinnig leven gehad. Dan heb ik meer dan honderd landen bezocht en lepeltje-lepeltje gelegen met babyneushoorntjes, om maar iets willekeurigs te noemen. Hé, kijk! Johan heeft z’n pootje op mijn been gelegd en is in slaap gevallen. Dat is lief, toch? Dat is echte liefde.’

CV Freek Vonk

24 februari 1983 Geboren in Dordrecht.

2008 Afgestudeerd in Biologie, Universiteit Leiden.

2005 Eerste publicatie in Nature over gifklieren bij hagedissen.

2007 Genomineerd voor de Academische Jaarprijs.

2008 Toptalentbeurs van NWO (180 duizend euro) t.b.v. promotieonderzoek. Tweede publicatie in Nature over de evolutie van giftanden bij slangen.

2009 Treedt op als ‘Freek de Slangenman’ in De Wereld Draait Door.

2012 Proefschrift Snake evolution and prospecting of snake venom, Universiteit Leiden.

2012-heden: Jeugdserie Freeks Wilde Wereld op Zapp/VPRO.

2012 Wint de Eurekaprijs voor wetenschapscommunicatie.

2013 Publicatie eerste slangengenoom in PNAS.

2014 Freek in Australië (BNNVara), eerste college DWDD University over gif, eerste shows Afas Live, Veni-subsidie van NWO (250 duizend euro) voor onderzoek naar gifslangen.

2015: Oprichting Studio Freek, Freeks Wilde Wereld wint Gouden Stuiver voor beste jeugdprogramma.

2016: Freek tegen de Stropers & De Super Freek Show (NPO 1), tweede college DWDD University over Evolutie, oprichting stichting No Wildlife Crime, lancering kindertijdschrift Wild van Freek.

2017: Freek naar de Haaien, ernstig gewond door haaienbeet, derde college DWDD University over Superzintuigen.

2018: Ontdekt nieuwe slangensoort, Freeks Wilde Wereld wint Zapp Award voor beste Zapp programma.

2020: Hoogleraar aan de VU, jeugdserie Freeks Jungle School (BNNVara).

2021: Tiende seizoen Freeks Wilde Wereld.