Fractie van moslims radicaliseert

Van de Amsterdamse moslimgemeenschap is 2 procent ontvankelijk voor radicalisering. Dan gaat het vooral om jongeren tussen de 16 en 18 jaar die de Nederlandse samenleving afkeuren en de islam als een superieure godsdienst zien, die voortdurend wordt aangevallen....

Van onze verslaggever Marcel van Lieshout

Dat staat in het rapport Processen van radicalisering van het Instituut voor Migratie- en Etnische Studies (IMES) van de Universiteit van Amsterdam dat woensdag aan burgemeester Cohen is gepresenteerd. Volgens onderzoekers Jean Tillie en Marieke Slootman is radicalisering niet voorbehouden aan leden van een bepaalde etnische groep. Tillie: ‘In de beeldvorming gaat het vaak om Marokkanen, maar die zijn echt niet gevoeliger voor radicaliseren dan Turken of Surinamers.’

Voor hun onderzoek voerden de politicologen Tillie en Slootman onder meer gesprekken met twaalf geradicaliseerde moslims – ‘in de periferie van de Hofstadgroep’ –- die het gebruik van geweld theoretisch verdedigen. De onderzoekers concluderen dat voor deze zogeheten salafi-jihadi drie drijfveren gelden: behoefte aan zingeving (‘Breken met hun verleden want dat werd als zondig gezien’), behoefte aan binding en behoefte aan rechtvaardigheid (‘Hoe er nu over de islam wordt gesproken ervaren ze als onrecht’).

Het meest gevoelig voor radicalisering zijn jongeren met een middelbare opleiding en een sterke verbondenheid met de etnische groep. Deze jongeren hebben vaak het gevoel dat ze worden gediscrimineerd, ze wantrouwen politieke leiders en ze verkeren in een sociaal isolement. Vaak combineren deze jongeren orthodoxe geloofsopvattingen met de politieke opvatting dat moslims als tweederangs burgers worden beschouwd en de islam als geheel wordt bedreigd.

Dat deze groep vooral denkt in termen als ‘wij tegen zij’ is mede te wijten aan de toon van het islamdebat in Nederland, vinden de onderzoekers. Tillie: ‘In Nederland roepen we graag dingen over ons af die we juist zeggen te bestrijden. Zo zouden we eens wat meer ontspannen moeten omgaan met orthodoxe geloofsinvulling. Als we het over de SGP hebben, slaan we een heel andere toon aan dan wanneer we het over orthodoxe moslims hebben.’

Meer over