ColumnThomas Rueb

Fictie is in Amerika geen referentiekader, maar het fundament

null Beeld
Thomas Rueb

Met een zwier schuift de ober mijn stoel aan. ‘En uw jas? Mag ik die weghangen?’ Zijn Italiaans-Amerikaanse accent is dik, alsof hij erop moet kauwen. Ik staar naar zijn smoking, net te groot, en zijn strikje, tikje scheef. Met een soort dans manoeuvreert hij tussen de krappe tafels en ellebogen die uitbundig uit conversaties schieten. ‘Grazie’, antwoord ik, onder de indruk.

Sebastiaan buigt zich naar me toe. ‘En? Wat zei ik je?’

Dit is restaurant Bamonte, het soort plek dat mijn vriend Sebastiaan Chabot, romancier en romanticus, zo aanstekelijk kan bewonderen. De mythe wil, zegt hij, dat de keuken slechts één keer sloot: na de moord op maffiabaas Carmine Galante in 1979. Zijn concurrenten moesten toch ergens vieren?

Rood behang, kanten gordijnen; de obers, gebogen oude mannen, lijken niet aangenomen, maar gecast. Figuranten uit tv-serie The Sopranos. Ik ga als vanzelf fluisteren. ‘Waar vínd je deze types?’

Dat schiet, naast mij, in het verkeerde keelgat. ‘Types?’, zegt Maral, mijn vriendin. ‘Dit is geen film. Je hebt het over mensen.’

Ik woon hier nu twee maanden en nog altijd ben ik er niet aan ontsnapt: de fictie. Mijn beeld van dit land is niet zozeer beïnvloed, als wel vanaf de grond opgebouwd door films en series. Vanaf mijn vroegste herinnering vormden ze mijn idee van Amerika. Fictie is geen referentiekader, maar het fundament.

De hoeden in Texas; de ventilatorboten in Louisiana; graansilo’s in Missouri; elke straathoek in New York; gezichten, stemmen, accenten; wanneer ik een sirene hoor, of mijn handtekening zet onder een rekening en het leren boekje dichtklap, zoals ik in duizenden films heb zien doen – ik voel me soms alsof ik leef in een decor, niet een land, bevolkt door personages in plaats van, ze heeft gelijk, mensen.

‘Hebt u een keuze kunnen maken?’ De ober. Geen acteur. Vlug scan ik de kaart, niemand komt hier voor het eten. De spaghetti and meatballs misschien? (Ken je die scène uit Goodfellas?) ‘De ballen smaken alsof ze uit de vaatwasser komen’, jubelt Sebastiaan. ‘Die zou ik zeker bestellen!’

Hier, in dit familierestaurant in Brooklyn, dringt de waarheid pas tot me door, simpel en subversief: deze plek lijkt niet op de films, de films imiteren deze plek. Houd dat vast.

Ik bestel de krab. Wanneer de ober routineus, en onaangekondigd, een slabbetje in mijn kraag duwt, word ik bijna duizelig van geluk.

Als laatste gasten vertrekken we. De obers hebben hun strikjes losgedaan en zitten aan eigen tafels te eten. Wanneer ik bij de garderobe mijn jas weer terugkrijg, valt mijn oog op een gesigneerd portret in stijlvol zwart-wit. James Gandolfini, de acteur: Tony Soprano himself.

Meer over