'Exotische en spannende zaken, maar het gaat vaak te rap'

Daders van oorlogsmisdrijven kunnen zich beter niet op Nederlands grondgebied begeven, omdat ze dan worden opgepakt. Toch loopt lang niet alles van een leien dakje, legt advocate Liesbeth Zegveld uit....

Bij de rechtbank van Den Haag lijkt zich snel een nieuw rechtsgebied teontwikkelen: strafzaken waarin op grond van de Nederlandse wet wordtgeoordeeld over misdrijven die in het buitenland zijn begaan. In oktoberveroordeelde de rechtbank twee voormalige leden van de Afghaanse geheimedienst tot celstraffen tot twaalf jaar, omdat zij twintig jaar geledentegenstanders van het toenmalige communistische regime hadden gefolterd.

Advocate Liesbeth Zegveld is betrokken bij de drie meest aansprekendezaken op dit terrein. Zij staat in een 'Afghanenzaak' een verondersteldedader bij. In de zaak tegen de veronderstelde gifgasleverancier Frans vanAnraat werkt zij voor een groep slachtoffers. En in de zaak tegen GusKouwenhoven, die wordt verdacht van oorlogsmisdrijven in Liberia, treedtzij op voor een getuige.

In de zaak Van Anraat doet de rechtbank vandaag over een week uitspraak.

Dat Nederland mensen die worden verdacht van oorlogsmisdrijven ofvolkerenmoord oppakt en berecht, vindt Zegveld op zichzelf heel goed: 'Wehebben de bevoegdheid en de plicht dat te doen. Dat past ook bij deaanwezigheid van het Internationaal Strafhof in Den Haag.'

Maar de aanpak kan veel beter, zegt zij. 'Dit soort zaken is exotischen spannend, maar het gaat vaak veel te rap.' In de zaak tegen de Afghanenbijvoorbeeld, kon de verdediging niet op tegen het grote onderzoeksbudgetvan het Team Internationale Misdrijven dat tot diep in Afghanistanonderzoek deed. Het was voor de armlastige verdachten vrijwel onmogelijkom zelf onderzoek te laten doen in hun voormalige vaderland.

Terwijl zulk onderzoek bij dit soort verdenkingen juist essentieel is,zegt Zegveld. Vaak zijn de misdrijven lang geleden gepleegd en zijn deomstandigheden in het betreffende land drastisch gewijzigd, bijvoorbeelddoor oorlog. Bovendien is de cultuur rond de plaats van het kennelijkedelict de Nederlandse rechters vaak volkomen vreemd.

Hoe anders is de aanpak bij de echte internationale tribunalen, zoalshet Joegoslavië-Tribunaal, meent Zegveld. 'Daar zijn de voorwaarden vooreen eerlijk proces wel aanwezig.'

De verdediging krijgt er een eigen budget, waarmee onderzoekers kunnenworden betaald. Ook wordt daar veel meer achtergrondonderzoek gedaan.Zegveld: 'Alleen al over de beschrijving van het conflict in voormaligJoegoslavië zijn tientallen pagina's volgeschreven, op basis van deverklaringen van talloze experts. Dat is in de Afghaanse zaak maar heelsummier gedaan.'

Om de berechting naar een hoger plan te trekken, zou de Haagserechtbank een aparte internationale strafkamer moeten oprichten, naar hetmodel van de uitleveringskamer in Amsterdam en de militaire kamer inArnhem. 'Je zou daar echt expertise kunnen opbouwen. Behalve de advocatenzouden ook de rechters in dit soort zaken specialisten moeten zijn.'

Nederland heeft al sinds begin jaren negentig de ambitieoorlogsmisdadigers en genocide-plegers aan te houden en te berechten, alsdie zich op Nederlands grondgebied wagen. Dat kwam niet van de grond.Volgens Zegveld vanwege 'de relatief moeilijke dossiers, slechte officierenvan justitie en het ontbreken van de échte wens om dat soort zaken op tepakken.'

De keuze van de zaken is ook altijd een politiek gevoelige kwestie,zegt ze. 'Dat verklaart waarschijnlijk waarom zaken worden gekozen waarvande aanpak niet veel internationale weerstand zullen oproepen. Ik zie hetOM niet snel achter misdrijven van het zittende regime in China aan gaan.al zou dat wel een goede zaak zijn.'

Voor het OM is het eerste resultaat bemoedigend, geeft Zegveld toe.'Maar in hoger beroep kan het natuurlijk heel anders lopen. Dan is het maarafwachten of Nederland echt werk blijft maken van dit soort zaken.'

Meer over