ColumnThomas van Luyn

Excuses aan alle Morrisey-fans

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Toen iemand verrukt twitterde dat er een film over The Smiths uitkwam, voelde ik me toch geroepen erop te wijzen dat The Smiths helemaal ruk waren. Dat is waarom Twitter satan is: ten eerste is het niet waar, The Smiths waren een prima band, helaas met een frontman (Morrissey) die naar mijn beste inzichten een pretentieuze ijdeltuit was met een bereik van vier noten met genoeg welt­schmerz om de voltallige populatie van een middelgrote gemeente tot zelfmutilatie aan te zetten. Ik imiteerde hem indertijd wel eens, want dat was heel makkelijk: Ik deed gewoon alsof ik probeerde te zingen terwijl ik gewurgd werd, met teksten als ‘I just want to be tied to the back of your car, en danste daarbij als een dronken verkeersregelaar (In Morrissey’s verdediging: zo dansten alle blanken vroeger). Alle lachers op mijn hand, want zowel qua vorm als inhoud had ik ’m dan wel. Maar er zaten er altijd wel één of twee tussen die keken alsof ik een puppy aan zijn staartje in een frituurpan liet zakken. Morrissey werd namelijk innig bemind door sommigen. Maar de lolbroek die op de golf van de lach surft, zit er niet mee dat er gewonden vallen. Zoals toen ik op school na gym in de kleedkamer de natuurkundeleraar een keer nadeed. Nou nou, wat een lol. Toen zei één jongen zacht doch gedecideerd: ‘Dat is dus wel mijn vader hè’ Oh ja. Dat was waar ook. Maar de rest was aan het lachen, en dan gaat alle compassie het raam uit, dus ik ging lekker door. Nooit mijn excuses aangeboden. Bij deze, Matthijs.

Ten tweede was het nergens voor nodig om zo op het hart te trappen van iemand die op dat moment gelukkig was, zelfs al was dat vanwege The Smiths. Het was gewoon een tweetje, van joepie, er komt een film uit over mijn lievelingsband. Als ik zelf enthousiast iets had getwitterd over, pakbeet, het nieuwe boek van Stephen Fry, en iemand had gemeld dat, haha, Fry een onuitstaanbare pompeuze betweter was, dan had ik niet begrepen waarom iemand het nodig had gevonden te poepen in de tuba van mijn geluk. Wie doet nou zoiets? Nou ik dus.

Nou zou mijn mening niet moeten uitmaken. Dat ik Morrissey haat moet immers worden gezien in de context dat ik ook een hekel heb aan Bob Dylan, Mozart en André Hazes senior, dus mijn culturele autoriteit kan op zijn zachtst gezegd in twijfel worden getrokken, want deze heren zijn zo gerespecteerd dat op het foute moment op de foute plek hun kwaliteit in twijfel trekken, je op een klap voor je bek kan komen te staan (met name Mozartfans, dat is meestal crimineel tuig). Daarom houd ik meestal mijn mond wel, in gezelschap. Maar niet op Twitter: mijn sluimerende verzet tegen de voortschrijdende canonisering van Morrissey ontvlamt door één enkele tweet. Die niet op mij was gericht en in geen enkel opzicht tot doel had mijn wereldbeeld te tarten. En hup, zonder nadenken schiet ik terug vanuit de heup.

To twitter, betekent geluid maken zoals vogels doen: piepen, tetteren, kwaken en kakelen. Daarmee zeggen ze, zo vertelde een bioloog mij ooit, ofwel: ‘Hier ben ik!’ ofwel ‘Donder op!’ En dat is precies wat er gebeurde. Iemand riep blij ‘Hier ben ik!!’ en ik riep ‘Donder op!’ Het spijt me, Morrissey-fan.

Meer over