Eeuwig levenEvert van Uitert (1936-2021)

Evert van Uitert was een van de bekendste Van Gogh-kenners van Nederland

De sfeer op de universiteiten in de jaren tachtig beviel hem maar matig. Gelukkig kon hij ontsnappen naar zijn favoriete Van Gogh Museum

Evert van Uitert  Beeld rv
Evert van UitertBeeld rv

Hij stond erop kunsthistoricus te worden genoemd. Voor hem was dat geen contradictio in terminis met het feit dat zijn expertise de nieuwste kunst was. Evert van Uitert – emeritus-hoogleraar moderne kunst aan de UvA – was in Nederland een van de bekendste Van Gogh-kenners. In 1990 werkte hij mee aan de grote overzichts- en herdenkingstentoonstellingen van diens werk. ‘Een dergelijke expositie zou nooit meer kunnen worden gehouden. Van Gogh maakte veel van zijn schilderijen dubbel. Toen konden we alle twee krijgen. Dat red je in deze tijd niet meer’, zegt Louis van Tilborgh, senior-onderzoeker van het Van Gogh Museum.

Van Uitert was wars van de filosofische opvatting dat kunst op zichzelf stond. Kunst moest altijd in de tijdsperiode worden geplaatst waarin het was gemaakt.

‘Dat moderne gezweem vond hij helemaal niets’, zegt Claudine Chavannes-

Mazel, zijn levenspartner en zelf emeritus hoogleraar kunstgeschiedenis van de middeleeuwen. Sinds 1 januari woonde Evert vanwege alzheimer bij haar in Den Haag. ‘Hij kon niet in zijn flat in Amsterdam blijven wonen, omdat hij in pyjama op blote voeten de straat op zou kunnen lopen. Maar hij was nog heel helder.’

Op 30 mei overleed hij aan de gevolgen van een zware hersenbloeding. Van Uitert had uit zijn eerste huwelijk drie kinderen.

Hij werd als nakomertje geboren in een arbeidersgezin met drie kinderen in Amsterdam. Hij kon goed tekenen, maar vond zichzelf niet goed genoeg om kunstenaar te worden. Hij besloot kunstgeschiedenis te studeren in Utrecht. In 1966 werd hij gevraagd voor de vernieuwing van Van Gogh’s oeuvre-catalogus uit 1928, van Jacob Baart de la Faille. ‘Dat was een rijksopdracht. De catalogus verscheen vlak voor de opening van het nieuwe Van Gogh Museum in 1973’, zegt Van Tilborgh.

Tijdens die studie begon hij al les te geven, zowel aan studenten in Utrecht als aan studenten bouwkunde in Arnhem. In 1983 promoveerde hij op een dissertatie over de artistieke competitie tussen Van Gogh en Gauguin. Een jaar later werd hij hoogleraar moderne kunst in Amsterdam. In zijn oratie stelde hij dat ‘kunst geen religie’ was, maar ‘mensenwerk, onderhevig aan sociale en economische processen’, dat door relativerende historici in beeld gebracht moest worden. Dat leidde tot veel ophef. De sfeer op de universiteit in de jaren tachtig beviel hem ook maar matig. ‘Hoorcolleges werden elitair en autoritair gevonden, dus verboden. Gelukkig had hij zijn uitweg naar het Van Gogh Museum’, zegt Claudine.

Van Tilborgh zegt dat Van Uitert een uitstekende docent was. Ook ging er een polemist in hem schuil. ‘Everts artikelen tilden het onderzoek naar de kunstenaar op naar een nieuw, ongekend hoog niveau. En dat deed hij op eigen kracht. Er was geen rolmodel, geen voorganger, dat maakte het bijzonder.’

Zijn kunstinteresse was heel breed. Favoriete hedendaagse kunstenaars waren Eduardo Paolozzi, Monika Buch, Michael Berkhemer en Mark Kolthoff. Hij hield van architectuur (‘Hij heeft ons ons door talloze kerken, kathedralen, kastelen en musea gegidst’, zei zijn dochter Tamara op de uitvaart), literatuur en muziek: van Jimi Hendrix en Randy Newman tot Satie en Debussy. ‘Eigentijdse kunstvormen als installatiekunst en videokunst waren niet zijn smaak, maar hij was er wel in geïnteresseerd’, zegt Claudine.

Geld om zelf een kunstverzameling op te bouwen had hij niet. Maar hij had wel een van de allergrootste verzamelingen moderne kunstboeken van Nederland.

Meer over