Erdemovic: dader en ook slachtoffer

De Servische televisie noemt Erdemovic een verrader, de Moslim-media zien in hem vooral een nuttige getuige tegen generaal Ratko Mladic en andere Servische militairen....

Een tragisch lot is De jonge Kroaat Drazen Erdemovic beschoren. Hij is tegelijk dader en slachtoffer. Hij heeft tientallen weerloze mannen en jongens vermoord. Maar hij bevond zich in een dwangpositie: had hij geweigerd te schieten, dan had hij vermoedelijk zijn eigen leven verloren.

Sinds Neurenberg is een beroep op een bevel van een superieur geen excuus voor het plegen van een misdaad. Niet 'Befehl ist Befehl', maar 'misdaad is misdaad' geldt. Erkend wordt echter wel dat pressie en dwang, zeker als die op een persoon met een lage rang worden uitgeoefend, verzachtende omstandigheden zijn.

De aanklagers voerden nog meer argumenten aan om bij de rechters aan te dringen op een relatief milde straf voor Erdemovic. Hij heeft zichzelf uitgeleverd aan het tribunaal, een bekentenis afgelegd, 'onschatbare' informatie gegeven over misdaden van het Bosnisch Servische leger en berouw getoond.

'Met zo'n aanklager heb je geen verdediger nodig', merkte een toeschouwer op. De aanklager toonde zich inderdaad van een onverwachte kant, hij bepleitte begrip voor de handelwijze van de verdachte. Voor het tribunaal is Erdemovic een godsgeschenk. Hij was de eerste en voorlopig enige insider die wilde getuigen over oorlogsmisdaden.

Dankzij hem werd een massagraf ontdekt in Pilica met overblijfselen van geëxecuteerde Moslims uit Srebrenica. De getuigenis van Erdemovic loochent de verhalen dat het aantal slachtoffers van de Servische massamoorden wordt overdreven.

Terwijl Erdemovic zegt dat er op het veld in Pilica zeker 1200 mannen zijn vermoord, zijn er bij opgravingen slechts ongeveer 150 lichamen aangetroffen. De verklaring hiervoor is dat enkele maanden na de moordpartij, de Serviërs het massagraf hebben geruimd en de sporen hebben getracht uit te wissen. Een luchtfoto van 27 september 1995 toont activiteiten op het veld.

Voor de aanklager is Erdemovic een uiterst waardevolle getuige, die hij waarschijnlijk liever niet in de verdachtenbank had gezet. Toen Erdemovic zich uitleverde aan het tribunaal, deden er sterke geruchten de ronde dat hij een deal had gesloten, waarin hij in ruil voor een getuigenis tegen zijn superieuren niet bestraft zou worden en een nieuw bestaan zou krijgen.

Zijn misdaden zijn zo ernstig, dat het tribunaal hem wel moet veroordelen. De straf die de aanklager vroeg was echter slechts in schijn zwaar: in de rechtszaal klonk 'tien jaar', maar met de toevoeging 'maximaal' en voorafgegaan door een uitvoerig pleidooi voor een laag vonnis. De kans dat Erdemovic na enige tijd gratie wordt verleend, is bovendien aanwezig.

De verdediger van Erdemovic vroeg om vrijspraak. Volgens Babic had Erdemovic onder dwang gehandeld en zouden de rechters dit als 'noodweer' moeten beschouwen. Babic wees er op dat het enige bewijs voor de misdaden de bekentenis van Erdemovic zelf is. Zonder zijn bekentenis, zo zei de verdediger buiten de rechtszaal, had Erdemovic niet veroordeeld kunnen worden. De advocaat had zijn cliënt zelfs aangeraden z'n bekentenis in te trekken.

Babic hield een indrukwekkend pleidooi, waarin hij het VN-tribunaal vergeleek met Neurenberg. 'Dáár stonden de leiders van een misdadig regime terecht. Erdemovic is geen veldmaarschalk, noch minister of voorman van een misdadige organisatie. Hij was een gewoon soldaat. Als het Joegoslavië Tribunaal alle oorlogsmisdadigers zou berechten, zou hij tot de laagste groep behoren.'

De beklaagde zelf kreeg dinsdag en woensdag uitvoerig het woord. Huilerig en nerveus, maar vooral vervuld van medelijden met zichzelf, deed hij zijn relaas. Hij had achtereenvolgens gediend in het Joegoslavisch leger, in de Bosnische krijgsmacht, de Kroatische en tenslotte de Bosnisch Servische. Telkens opnieuw was hij slachtoffer, telkens weer haalde de oorlog hem in.

De rechters hadden moeite zijn grillige biografie te volgen. De Egyptische rechter Riad raakte van al die krijgsmachten in de war en vroeg op een gegeven moment naar zijn dienst in het (niet bestaande) 'Kroatisch-Servische leger'. Van weinig begrip getuigde ook de terminologie waarmee Riad het conflict in ex-Joegoslavië aanduidde: een oorlog tussen 'religieuze en raciale fracties'.

Erdemovic zuchtte diep en vroeg wanhopig waarom hij zijn verhaal voor de twaalfde keer moest vertellen. De rechters lieten merken het buitengewoon moeilijk te vinden om het gedrag van Erdemovic te beoordelen. Het enige waar ze op af kunnen gaan, zijn z'n eigen verklaringen. Hoe betrouwbaar zijn die? En hoe weeg je zijn rollen als getuige en verdachte, als slachtoffer en als dader?

Hella Rottenberg

Meer over