Onze gids deze weekSticks

Er zit een burgerman in rapper Sticks, en hij geeft het graag toe

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Sticks is een rapper, maar verwacht van Junte Uiterwijk geen tips voor uitgaansgelegenheden en collega-hiphoppers. Juist niet: Zwolle is zijn favoriete stad, Volvo’s zijn lievelingsauto’s en Miles Davis maakte het mooiste jazz-album. ‘Jezelf niet te serieus nemen, dat moet toch lukken?’

Rapper Sticks had het publiek goed tuk op die grijze septemberdag in Gerrits Tuin, de openluchtlocatie waar het Zwolse poppodium Hedon coronaproof zomerconcerten organiseerde.

In een concert voor een klein, zittend publiek zag hij geen heil. Dan maar twee luistersessies: Sticks zou, volgens de aankondiging, zijn in augustus verschenen album Stickmatic laten horen en erover vertellen.

Toen de eerste tracks uit de speakers rolden, was er verwarring. Waarom zat producer Kubus, een bevriend kopstuk uit de Zwolse hiphopscene, zwijgend naast Sticks op de divan? En die muziek? Kwam die nou van Stickmatic? 

Nee dus. Het bleek om wéér een nieuw album te gaan: Het mooiste komt nu, zijn tweede van 2020, gemaakt met Kubus. Online release in november, vinyl in mei 2021. Heel Gerrits Tuin op het verkeerde been.

Sticks, nu gewoon Junte Uiterwijk (38), elder statesman van de Nederlandstalige hiphop, gniffelt er nog eens om. Hij zet koffie, thuis, in het monumentale pand midden in Zwolle waar hij met zijn vrouw Kinza Ferjani en hun twee dochters woont.

‘Met Kubus kan ik intuïtief werken. De meeste tracks maakten we al in 2018 en 2019, toen ook de muziek voor mijn project Onrust in Museum De Fundatie tot stand kwam. Toen kwam corona en bleef het project liggen en ben ik losse liedjes op Spotify gaan zetten, zowel oude als nieuwe. Dat werd Stickmatic. Daarna heb ik het album met Kubus afgemaakt. De titeltrack kwam er in 2020 nog bij.’

Stickmatic was bijzonder omdat het het eerste album was met alleen zijn eigen artiestennaam op de hoes. Sticks in zijn uppie, of liever gezegd: met een wisselende reeks muzikale gasten.

Al zijn andere werk verscheen in een samenwerkingsverband, als het niet met zijn doorbraakgroep Opgezwolle (2001-2007) was, of met Kubus, dan wel met andere vrienden, al dan niet uit de voor buitenstaanders soms wat ondoorgrondelijke hiphopstamboom die Fakkelteitgroep heet. En nu dus weer Kubus, de altijd verbazingwekkende beatkoning, die Sticks’ mooie regels een hartslag gaf.

‘Ik heb getwijfeld: kun je in deze tijd wel een album uitbrengen dat Het mooiste komt nu heet? Nou, ja dus. Juist nu. Het refrein van de titeltrack vat aardig samen hoe ik in het leven sta.’

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Dat refrein verwijst losjes naar regels van Charles Bukowski: ‘We’re all going to die, all of us, what a circus! That alone should make us love each other, but it doesn’t.’

Dat werd bij Sticks: ‘Wat een grap/ We gaan allemaal een keer dood/ Maar tot die tijd/ zitten wij in dezelfde boot.’

‘Dan heb ik het niet over verbinding, hè,’ zegt hij, ‘dat vind ik onderhand een beetje een vies, glibberig woord, dat alle betekenis is verloren. Maar elkaar accepteren, jezelf en je mening niet te serieus nemen, dat moet toch lukken?’

Ja, hij bewondert Bukowski. Maar Sticks vindt meer dingen mooi. Die dingen komen nu.

Gedicht

Charles Bukowski: The Genius of the Crowd (1966)

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Zullen we gewoon dit hele gedicht in de krant afdrukken? Dan hoef ik er niets over te vertellen.’

Nee. Te lang. Niet de bedoeling. Een paar regels, dat kan wel:

And the best at murder are those who preach against it/ And the best at hate are those who preach love/ And the best at war are those who preach peace (...) Beware the preachers/ Beware the knowers.

‘Nou, daar ben ik het dus helemaal mee eens. We leven in een tijd waarin mensen graag willen uitdragen waar ze voor staan. En de prachtige ironie is natuurlijk dat Bukowski, door dit gedicht te schrijven, zelf ook doet waar hij tegen ageert.

‘Ik geloof trouwens niet dat ik als rapper een preacher ben. Daar waak ik voor. In mij als mens, in Junte, schuilt er wél een. Ik ben minder zwartgallig dan Bukowski, minder misantroop, maar over preken en stellige meningen denken we hetzelfde.’

Album

Miles Davis – Kind of Blue (1959)

null Beeld

‘Laatst had ik een Kind of Blue-week. Dat album verveelt me nooit. Ik ken het sinds ik 15 was. Er zat toen veel jazz in de hiphop. Denk aan de hiphopgroep A Tribe Called Quest.

‘Het klinkt misschien gek, maar ik zie in Kind of Blue een bevestiging van de manier waarop wij werken. Het album is in twee sessies opgenomen, de muzikanten kenden elkaar goed, maar wisten niet wat de bedoeling was: ze kregen wat algemene instructies, ‘deze kant wil ik op’ en hup, spelen maar.

‘Je hoort dus geen gepland eindresultaat, maar de weg ernaartoe. Dat is bij ons hetzelfde: we kiezen een richting en gaan aan het werk. Dat wordt deels ingegeven door ongeduld, want aan een bureau zitten en wekenlang schaven aan een tekst, dat kan ik niet. In die zin zijn we jazzmannen.’

Blog

The Red Hand Files

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Ik ben een Nick Cave-fan, maar het gaat me hier om zijn blog. Fans stellen vragen, soms erg persoonlijk. Cave beantwoordt ze. Zo wijs, zo eerlijk, zo eloquent. Wat een verademing, zeker in deze tijd. Ik haal er veel troost en relativering uit.

‘Vroeger was Nick Cave een ontoegankelijke, ongrijpbare muzikant. Nu is hij ouder en getekend door het leven. Hij is zijn zoon verloren en begon zijn blog omdat gedeelde smart halve smart is.

‘Ik heb zelf ervaren hoe kwetsbaar het vaderschap je maakt. Ik weet hoe het voelt als het leven van je kind aan een zijden draad hangt. Ik treed daar niet over in detail. Cave doet dat wel. Ik vind dat dapper en hij doet het zo prachtig dat iedereen er iets aan heeft.’

Tv-serie

Curb Your Enthusiasm (Larry David, 2000)

‘De donkere, ongemakkelijke, tragische humor van Larry David, daar haal ik ook troost uit.

‘In zijn HBO-serie Curb Your Enthusiasm speelt David zichzelf. De serie volgt zijn leven in Los Angeles en een jaartje New York. Wat ik zo grappig vind, is die neurotische, Joodse mopperhumor van hem, zoals we het ook uit Seinfeld kennen: hij kan vreselijk zeveren over iets heel kleins.

‘Dat ik daar zo van geniet, komt natuurlijk omdat ik mezelf erin herken: die neurose, dat gemekker over details. Jij vindt mij chill as fuck? Nou, dan weet ik mijn ware aard vrij goed te verbergen. Laat ik de Nederlandse cabaretier noemen die het dichtst bij dit type humor in de buurt komt: Ronald Goedemond.’

Fotograaf

Luigi Ghirri (1943-1992)

Marina di Ravenna, 1986 Beeld Luigi Ghirri
Marina di Ravenna, 1986Beeld Luigi Ghirri

‘Mag ik ook iemand noemen van wie ik nauwelijks kan uitleggen waarom ik zijn werk zo mooi vind?’ Hij klopt op het koffietafelboek dat hij al had klaargelegd: ‘Foto’s van de Italiaan Luigi Ghirri uit de jaren zeventig.’

‘Ghirri geldt, net als de Vlaming Harry Gruyaert, als sleutelfiguur voor de kleurenfotografie als kunstvorm. Kleurenfoto’s werden aanvankelijk plat en kitscherig gevonden. Zwart-wit was kunst; kleur was een soort valsspelen. Dat kon nooit kunst wezen.

‘In de jaren zeventig ging Ghirri dit soort mooie, serene beelden van alledaagse taferelen maken. Vaak met mensen, maar ook wel zonder. De foto’s hebben soms die typische jarenzeventig-sepiagloed. En ze hebben iets sereens. Ik vind ze prachtig.

‘Op de een of andere manier slaagt hij erin mij heimwee te laten voelen naar plekken die ik niet ken en ook naar een tijd waarin ik niet leefde.’

Stad

Zwolle

null Beeld Alamy Stock Photo
Beeld Alamy Stock Photo

‘Een uur geleden dacht ik nog: ik ga Zwolle niet noemen, te afgezaagd. Maar ik doe het toch. Zwolle biedt de geneugten van een grote stad, maar ook de rust van de provincie. Zwollenaren zijn wat gereserveerd, maar heel vriendelijk. Je hebt hier gewoon alles.

‘Museum? De Fundatie, waar ik naar kunst leerde kijken. Restaurant? We hebben De Librije en het is alsof alle andere restaurants daarom extra hun best doen: Thais bij BaiYok, Italiaans bij D’Andrea’s, de lijst is lang.

‘We hebben poppodium Hedon. En PEC Zwolle natuurlijk, al kwam ik daar zelfs vóór corona al niet zo vaak meer. Enfin. Toch maar Zwolle dus. Ik kan er niet omheen. Het is de mooiste stad van Nederland.’

Racefiets

Bianchi Oltre XR3 Celeste

null Beeld Bianchi
Beeld Bianchi

‘Heb je mijn racefiets in de gang zien staan? Dat is niet zomaar een racefiets, maar dé racefiets: een Oltre XR3 van Bianchi.

‘Het fijne van Zwolle is dat in elke windrichting een totaal ander landschap ligt. De Lemelerberg is prachtig. Salland. Richting Wapenveld en Heerde liggen heerlijke bossen en heidevelden. Of ik kies De Weerribben, een moerassig gebied met de status van nationaal park. Of ik fiets langs de IJssel, een rondje Kampen bijvoorbeeld. Het hangt er van af hoe de wind staat, want daar let je op als fietser: eerst tegen de wind in, zodat je terug wind mee hebt.

‘Van de techniek van de fiets weet ik niet veel. Wielergekkies vinden dat stiekem irritant, die vinden dat je elk schroefje moet kennen, anders slaan ze een toon aan alsof je die fiets niet verdient. Dat cultuurtje heeft wel wat.’

Koken

Buffalo wings van bloemkool

null Beeld Alamy Stock Photo
Beeld Alamy Stock Photo

‘Op mijn favoriete dag ga ik eerst een paar uur fietsen en daarna boodschappen doen en al vroeg in de middag de keuken in. Bij voorkeur met Liv, mijn oudste. Zij helpt me graag.

‘Ik kook graag Aziatisch: Chinees, Thais, het kan van alles zijn. Een van mijn favoriete schotels is Vietnamese Mapo tofu. We eten zo veel mogelijk vleesloos, hier.’

Hij bladert door een paar kookboeken. ‘O ja. Deze. Niet Aziatisch, eerder Amerikaans, maar een signature dish van deze topchef: buffalowings van bloemkool. Je gelooft niet dat bloemkool een geloofwaardige kipvervanger kan zijn, maar reken maar. Als ik bloemkool in huis had gehad, had ik ze nu voor je gemaakt.’

Automerk

Volvo

Volvo V70 Ocean Race Beeld Volvo
Volvo V70 Ocean RaceBeeld Volvo

‘Nog één burgerlijk dingetje? Ik ga niet doen alsof ik iets van uitgaansgelegenheden weet. Andere levensfase. Mijn Volvo zegt veel meer over wie ik nu ben.

‘Ik zei eerder over mijn muziek: het gaat niet om het doel, maar om de weg ernaartoe. Dat geldt voor rijden ook. Daarom wilde ik een comfortabele auto. Zodra ik het kon betalen, kocht ik een Volvo S90 Inscription. Geweldige wagen, maar het was een diesel. Toen we in de binnenstad kwamen wonen, heb ik ’m verkocht en een tweedehands V70 Ocean Race gekocht, een lekkere ragbak.

‘Volvo’s hebben de fijnste stoelen. Ze zijn het veiligst voor je kinderen. Er moet natuurlijk een elektrische Volvo komen, maar het model dat ik wil, hebben ze nog niet als gezinsauto.’

Op Stickmatic staat het autolied Waggies: ‘Ze zeggen Volvo for life en we leven lang en happy.’

Hij lacht: ‘Zo’n degelijke Volvo staat volkomen haaks op wat mensen zich bij het rapleven voorstellen. Daarom past hij dus bij mij, snap je.’

CV Sticks

19 mei 1982 Geboren in Zwolle als Junte Uiterwijk

1998 Opgezwolle met Rico en Delic

2001 Debuut Spuugdingen op de mic

2003 Tweede album Vloeistof

2004 Album met Kubus: Microphone Colossus

2006 Derde Opgezwolle-album Eigen wereld

2007 Opgezwolle stopt

2009 Album Colucci Era met Fakkelbrigade

2010 Album Alledaagse waanzin met A.R.T.

2012 Album Microphone Colossus 2 met Kubus

2013 Album met ‘supergroep’ Great Minds

2015 Album Dazzled Sticks met Dazzled Kid

2015 Tournee #OpgezwolleTotNu van Rico & Sticks

2016 Box-set Opgezwolle Tot Nu

2017 Album IZM als Rico & Sticks

2019 ‘albumproject’ Onrust in Museum De Fundatie

2020 Albums Stickmatic en Het mooiste komt nu

Junte Uiterwijk woont in Zwolle met fotograaf Kinza Ferjani en hun twee dochters. Bij Top Notch verscheen: Kubus & Sticks: Het mooiste komt nu.

Meer over