ColumnAaf Brandt Corstius

Er blijken altijd wel een nieuwe hoek en een nieuw gat te zijn, en daar staat een overbodig poppenhuis

null Beeld

Het is ongelofelijk hoeveel rommel een mens kan opbergen in een bescheiden stadswoning. Die hoeveelheid is, weet ik inmiddels, schier oneindig. Ik weet dat omdat al mijn buren en ik al een jaar aan het opruimen zijn, en het nog steeds niet klaar is.

Iedere dag biedt iemand in de straatapp wel zes gele stoelen, een oud kinderparasolletje of een overtollig geworden step aan, en dat gaat nu al ruim een jaar zo. Je zou denken dat we inmiddels elke hoek en elk gat hebben opgeruimd, maar er blijken altijd weer een nieuwe hoek en een nieuw gat te zijn, en daar staat een overbodig poppenhuis.

In de eeuwigdurende uitruil van spullen, want al die rommel belandt dus steeds weer bij de volgende buur, werden nu een heleboel jaargangen van Het aanzien van aangeboden. Het aanzien van is een jaarboek waarin per maand staat wat er in dat jaar gebeurde. De stapel die werd aangeboden liep van 1968 tot 2005.

Ik wist dat ik niet moest reageren, want een snelle rekensom leerde mij dat ik dan een miljard kubieke meter van mijn huis moest wijden aan jaarboeken. Maar ik wist ook dat mijn zoon erg houdt van feitjes.

Die feitjes haalt hij tot nu toe uit Donald Duck. Een paar keer per dag zegt hij iets als ‘in het regenwoud kunnen bomen 60 meter lang worden’. Als je dan vraagt hoe hij dat weet, zegt hij altijd: de Donald Duck. De Donald Duck is verantwoordelijk voor zeker 90 procent van zijn algemene ontwikkeling.

Dus toch een miljard kubieke meter jaarboeken opgehaald, de kamer van mijn zoon opnieuw ingericht en al die Aanziens neergezet. ‘Dan moet je er wel in lezen,’ zei ik er dreigend bij.

Meestal als ik zeg dat hij iets moet doen, doet hij het niet, maar de volgende avond zat hij urenlang in Het aanzien van 2001. Acht jaar voor zijn geboorte, een roerig jaar. 11 september, mond- en klauwzeer, het Hemeltje, allerlei stille tochten. Ik leerde dat Osama bin Laden multimiljonair was. Waarom wist ik dat niet, vroeg ik me af. Natúúrlijk was hij multimiljonair.

Ook ik werd het boek ingezogen. ‘Ja, toen was er een virus… zoals nu, maar dan met dieren.’ ‘Scholieren in Amerika knalden toen hun hele school neer. Nou ja, gebeurt nu ook nog vaak.’ ‘Toen vochten ze in Israël. Zoals nu.’

Gelukkig landden we aan bij het eerste homohuwelijk. ‘Raar eigenlijk dat dat pas net bestaat,’ zei mijn zoon, ‘je hebt toch het gevoel dat dat al eeuwen zo is.’

En voor hem is het ook al eeuwen zo. Dat is het feit der feitjes: veel narigheid blijft, soms verandert er iets.

Meer over