postuumKarel Dahmen (101)

Engelandvaarder die tientallen Joden redde en zich tot op hoge leeftijd inzette voor de vrede

In zijn lange, avontuurlijke leven ontmoette hij Churchill en Gorbatsjov, diende hij in de marine, maakte hij carrière in de Texaanse olie-industrie en werd hij vredesactivist. Karel Dahmen stierf in Texas, op 101-jarige leeftijd.

null Beeld

‘Hi Dutchie, keep it up’, zei Winston ­Churchill een keer tegen Karel Dahmen, toen hij hem op een trap in Londen tegen het lijf liep. Dahmen was een van de laatste nog levende Engelandvaarders van het land.

Hij overleed op 16 februari op 101-jarige leeftijd in de Amerikaanse stad Austin (Texas), waar hij al sinds 1967 woonde. Dahmen diende voor de Nederlandse marine en werd later marinier. Na de oorlog werd hij uitgezonden naar Nederlands-Indië. Maar het vechten was hij gauw zat. Hij trad nog tijdens de Indonesische opstand in dienst van de Amerikaanse oliemaatschappij Stanvac (een voorganger van het huidige ExxonMobil) waarvoor hij pijpleidingen ging aanleggen.

Dahmen werd geboren in Roermond in een advocatengezin van vier kinderen. Hij kreeg de kans om in Delft mijnbouw te gaan studeren. Maar de Duitse inval doorkruiste zijn studieplannen. Op 14 mei 1940, na het bombardement op Rotterdam, nam hij samen met een medestudent het even moedige als roekeloze besluit een reddingsbootje in Scheveningen te kapen en daarmee koers te zetten naar Engeland. Ze namen 42 merendeel Joodse landgenoten mee.

In een interview met de Volkskrant in 2015 zei hij dat het geen weloverwogen beslissing was en het niets te maken had met een vaderlandslievend plichtsgevoel. ‘Het gebeurde in een vlaag van woede.’

Samen met zijn studievriend Jo Bongaerts fietste Dahmen naar Scheveningen, waar ze de werktuigbouwkundige Harry Hack ontmoetten. Met hulp van de visser Tinus Rog kregen ze de reddingsboot Zeemanshoop aan de praat. Karel Dahmen: ‘Toen die begon te puffen, stak ik mijn hoofd boven het luik uit en zag een woud van benen.’ Tientallen vluchtelingen waren op het geluid van de motor afgekomen. Zonder proviand, een volle tank en navigatie voerden ze westwaarts.

Opstand van passagiers

’s Nachts vroeg een Duitse passagier Dahmen: ‘Aber, wo sind wir jetzt?’ Dahmen zei: ‘Das weiss ich nicht.’ Waarop de Duitser reageerde met: ‘Aber Sie können doch Ihre Position ausrechnen?’ Dahmen: ‘Nein, das kann ich auch nicht.’ Er brak een opstand uit van passagiers die wilden terugkeren. ‘Maar Hack riep: ‘wie terug wil, moet zwemmen.’ Daarmee was de discussie eigenlijk wel ten einde’, vertelde Dahmen in de Volkskrant.

Na 19 uur werden ze opgepikt door de Britse torpedobootjager Venomous. Aanvankelijk werd Dahmen aan het werk gezet op een suikerbietenakker bij Oxford, wat hij geen leuk werk vond. Maar later dat jaar kon hij als assistent-machinist op een koopvaardijschip aanmonsteren, wat een opstapje was voor een carrière bij de marine. In 1944 keerde hij terug in Nederland, waar hij marinier werd. Uiteindelijk werd hij voor de genie uitgezonden naar Nederlands-Indië, waar hij in de olie-industrie terechtkwam. Hier bleef er twaalf jaar. Al zijn vijf kinderen werden daar geboren.

Zijn zoon Maarten Dahmen: ‘In 1959 kwam hij terug naar Nederland, omdat hij zijn dochter op een middelbare school in Nederland wilde hebben. Werk had hij niet. Maar hij kon aan de slag bij Continental Carbon Comp. in de Europoort. Hij maakte zo snel carrière dat we met het hele gezin in 1967 naar de VS verhuisden, waar hij hoofd research werd bij het bedrijf.’ Van de vijf kinderen zouden er twee later teruggaan naar Europa.

In 1982 ging Dahmen met pensioen. Hij bleef actief. Zo deed hij waterprojecten in Haïti en Nicaragua. ‘En hij werd lid van de organisatie Grandfathers for Peace. In die rol heeft hij Gorbatsjov nog ontmoet.’

Meer over