En de pot schaft klapstuk

Op zoek naar saamhorigheid lijkt de viering van Leids Ontzet alleen maar aan populairiteit te winnen. Vandaag zou het feest wel eens een kwart miljoen bezoekers kunnen trekken....

Leidser dan Aad van der Spek worden ze waarschijnlijk niet gebakken.

Deze zestigjarige prepensionado zal vannacht niet voor drieën zijn laatste pilsje soldaat hebben gemaakt, maar vanmorgen om kwart over zeven had hij alweer postgevat voor de deur van De Waag waar een kwartier later werd begonnen met de jaarlijkse uitreiking van haring & wittebrood.

Leiden is vandaag weer helemaal één in de viering van zijn Ontzet, een feest dat alleen maar aan populariteit lijkt te winnen en Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, weet waarom. 'In deze geïndividualiseerde maatschappij, waarin iedereen het druk heeft met werken, wordt de saamhorigheid steeds meer gezocht in volksfeesten.'

Nederland feest zich inderdaad suf. Daartoe omarmen we een buitenlands feest als Halloween, daarom blazen we een oud feest als Driekoningen nieuw leven in, daarvoor trekken we 's zomers aan een tractor in een of ander weiland. Elke wijk zijn wijkfeest, elke straat zijn straatfeest, elke flat zijn flatfeest, elk dorp zijn jaarmarkt.

Maar waaraan het ontbreekt is een nationaal volksfeest waarmee een nationale mijlpaal of verworvenheid wordt gevierd èn herdacht. Dus niet zoiets futiels als een voetbalzege van het nationale elftal, niet zoiets vanzelfsprekends als koninginnedag en ook niet zoiets hallucinerends als het verdriet om een dode volkszanger.

Nee, het moet groots en eerbiedwaardig zijn, zoals Frankrijk op 14 juli de bestorming van de Bastille feestelijk herdenkt. Of zoals Leiden en Alkmaar op respectievelijk 3 oktober en 8 oktober hun overwinning op de Spanjool vieren.

Ineke Strouken: 'Leidens Ontzet is een prachtig voorbeeld van een historisch feest met al zijn tradities en rituelen.' Piet van Sterkenburg, voorzitter van de 3 October Vereeniging Leiden: 'Centraal in onze viering staan de vrijheid van geweten en de vrijheid van meningsuiting. Dat zijn wezenskenmerken van onze samenleving.' De viering van 3 oktober, dit jaar een dagje verschoven met het oog op de zondagsrust, begon ruim twee weken geleden. Op 16 september stonden de eerste Leidenaars om half twee reeds te popelen om zich in te schrijven voor haring & wittebrood. De Leino's, zo'n duo dat een heel orkest uit zijn luidsprekers kan toveren, speelde een deuntje, de zon scheen en het geduld was oneindig.

De inschrijving voor de uitreiking van haring & wittebrood is al bijna net zo'n feestelijke traditie als de uitreiking van haring & wittebrood zelf. Met tien trouwboekjes in de binnenzak van zijn windjack sloot Aad van der Spek zich die donderdag aan bij de lange rij wachtenden voor het Waaggebouw, waarvan de deuren pas om half vijf open zouden gaan.

Aad van der Spek, een geboren en getogen Leidenaar, schrijft zich al in voor haring & wittebrood zolang hij zich kan heugen. Eerst voor het gezin waarin hij opgroeide, nu in het gezin waarin hij oud wordt. En hij staat er niet alleen voor zichzelf. Een peloton familieleden en vrienden gaat schuil in de binnenzak van zijn jack. 'Maar ze moeten het wel zelf ophalen, hoor. Dat doe ik niet niet voor ze.' Zijn Leidse r rolt schaterlachend over de Aalmarkt.

De procedure is als volgt:

iedere Leidenaar, geboren en/of ingezetene, kan zich halverwege september melden voor de gratis uitreiking van haring & wittebrood op de ochtend van 3 oktober, een gebeurtenis die rechtstreeks terugggrijpt op het Ontzet van 1574. Per persoon worden twee haringen verstrekt. Tot dit jaar ging dat vergezeld van een paar sneetjes wit, maar nu wordt er een zogenoemd geusje bijgeleverd. Een Leidse bakker levert het speciaal voor deze gelegenheid.

Het inschrijven hoeft niet persoonlijk te gebeuren, maar kan ook op naam. Vandaar dat al die trouwboekjes, paspoorten en rijbewijzen in binnenzakken schuil gaan. Het lijkt officieel, maar hoort bij het spel. 'Sommige mensen schrijven zelfs in voor een overleden familielid', zegt Ron Bavelaar, bestuurslid van de 3 October Vereeniging.

Van half vijf 's middags tot 's avonds negen uur wordt er geduld betracht voor het Waaggebouw en het aantal inschrijvers, dood of levend, stijgt tot een recordhoogte van 5500. Dat betekent voor vanochtend 36 duizend haringen en 9100 geusjes.

Opvallend is dat in die lange rij voor het Waaggebouw slechts een handvol anders gekleurd is dan blank. Bavelaar: 'Marokkanen, Turken of andere nieuwkomers komen hier niet. Die zie je eigenlijk alleen op de kermis of langs de kant bij de optocht. Misschien moeten er nog een paar generaties over heen gaan voordat ze zich wagen brood.' aan de haring & wittedat Ruim een week later, op 24 september, heeft meester Jack de leerlingen van groep 5 van De Merenwijk, een zwarte basisschool in een Leidse buitenwijk, bij elkaar gezet voor een kringgesprek.

Meester Jack: 'Maar hoe wisten de mensen in Leiden dat de dijken waren doorgebroken?'

Sedat: 'Prins Willem-Alexander heeft ze gebeld.'

Meester Jack: 'Bijna goed. Alleen was dat niet prins Willem-Alexander, want die was er toen nog niet. In die tijd had je Willem van Oranje, weet je nog? En telefoon was er ook niet, maar wel een postduif en die heeft het nieuws naar de Leidenaars gebracht dat de dijken waren doorgebroken en dat hulp onderweg was.'

Zo ontwikkelt zich deze vrijdagmorgen in eendracht het verhaal van de Tachtigjarige oorlog en van die vijf maanden in 1574 waarin de stad Leiden was omsingeld door het Spaanse leger. En dat de prins van Oranje toen besloot om de dijken te doorsteken, maar dat het zolang duurde voordat de wind goed stond. En dat eindelijk, in de nacht van twee op drie oktober de geuzen ('Een soort piraten') naar Leiden konden varen met aan boord haring en wittebrood voor de uitgehongerde bevolking.

En dat de Spanjaarden zich rot schrokken en op de vlucht sloegen. En dat de Leidse bevolking aanvankelijk niets in de gaten had, maar dat een weesjongen op verkenning ging en terugkwam met een pot hutspot die de Spanjaarden hadden achtergelaten. En Leiden daarom nog altijd hutspot eet op 3 oktober.

Meester Jack: 'Wie weet wat er allemaal in hutspot zit?'

Hrair: 'Aardappel, ui en wortel.'

Samir: 'En ei.'

Meester Jack: 'Eigenlijk is het met klapstuk, dat is een soort vlees. Maar waarom eten sommige mensen het met een ei?'

Marouane: 'Omdat ze vegetarisch of moslim.'

Gert-Jan de Zwart is hoofd van De Merenwijk en hij koestert Leidens Ontzet. 'Een geweldig feest, omdat het voor veel van onze kinderen zo goed uit te leggen is. Vaak kennen ze uit hun eigen cultuur wel een vergelijkbare feestdag waarop wordt gevierd dat het volk in opstand kwam.'

Voorafgaand aan 3 oktober wordt op De Merenwijk gezamenlijk hutspot gegeten. Daarbij wordt niet alleen de klapstuk vervangen door ei of knakworst, maar de hutspot verandert soms helemaal van karakter. Meester Jack: 'Een van de ouders kwam met een soort hutspotsoep. Best lekker.'

Kees de Boer is voorzitter van de 8 October Vereeniging en hij koestert het Alkmaars Onzet. 'Het mooie van dit feest is dat het niet zomaar een feest is. Het gaat om de vrijheid en dat blijft een actueel thema. Wij hebben voor de scholen ook een speciaal lespakket op dat thema ontwikkeld.'

Komende vrijdag herdenkt Alkmaar dat de Spaanse troepen in 1573 hun biezen pakten, een belangrijke kentering in de Tachtigjarige Oorlog. Niettemin viert Alkmaar zijn Ontzet minder uitbundig dan Leiden.

In Leiden heeft iedereen een vrije dag, in Alkmaar alleen de basisscholieren. In Leiden is het halve centrum vrijgemaakt voor een reusachtige kermis, in Alkmaar gaan ze nog gewoon ringsteken. De Boer: 'Bij ons is het echt een feest voor en door Alkmaarders. Dat is ook de kracht ervan.'

Als De Boer jaloers is op Leiden, dan alleen op de handigheid waarmee Leiden historische elementen als de hutspot en de haring in zijn feestdag heeft verweven. Leiden heeft zijn Ontzet gemythologiseerd met de historisch dubieuze figuur Cornelis Joppensz, de weesjongen die de hutspot zou hebben gevonden. Even twijfelachtig is het verhaal van burgemeester Van der Werf die zijn eigen lichaam zou hebben aangeboden aan de hongerende bevolking. Dubieus maar tot de verbeelding sprekend, twijfelachtig maar imponerend en het zijn juist deze verhalen die het verre verleden tot leven wekken.

Toen Piet van Sterkenburg in 1992 aantrad als voorzitter van de 3 October Vereeniging keken er misschien 100 duizend mensen naar de optocht, traditioneel het hoogtepunt van de viering. Nu, ruim tien jaar later, is dat aantal ruimschoots verdubbeld. Het zou Van Sterkenburg niet verbazen als er vandaag 250 duizend mensen langs de kant staan.

Toen Van Sterkenburg begon, dreigde Leidens Ontzet te verwateren tot een bezoek aan kermis en café. Nu wordt het intenser dan ooit gevierd. De hele stad eet hutspot, de halve stad eet haring & wittebrood. Zelfs de matineuze reveille, waarmee de viering om zeven uur begint, kent een opleving, net als de Koraalmuziek met de prachtliederen als O Ghij stadt van Leyden en Merck toch hoe Sterck.

Van Sterkenburg: 'Ik denk dat het komt door de globalisering. Men zoekt naar iets onderscheidends. Alles wat eens Leids was, komt op een dag als deze naar de stad.'

Van Sterkenburg zelf is afkomstig uit Breda, maar had in zichzelf nooit een voorzitter van de carnavalsvereniging gezien en dat is de 3 October Vereeniging geenszins. 'Carnaval is alleen maar uit jezelf treden. Leidens Ontzet is zoveel meer, 1574 is zo immens bepalend geweest voor de ontwikkeling der Nederlanden.'

De dankdienst, om kwart over tien in de Pieterskerk, is voor hem het essentieel. Het protestantse karakter is er allang van af en alsjeblieft geen clichévehaal van een saaie dominee. 'Het moet een begeesterend verhaal zijn over zoiets vanzelfsprekends als de vrijheid.'

Monseigneur Bär bracht de Pieterskerk al eens in vervoering en Van Sterkenburg kan zich goed voorstellen dat ooit een imam op de kansel zal staan. 'Waarom niet? Het gaat om vrijheid op alle gebied, om het kostbaarste wat we hebben.'

Meer over