Het eeuwige leven

Els Vader (1959-2021), een topsprinter die leefde naar het Zeeuwse motto ‘ik worstel en kom boven’

Els Vader kort voor de Olympische Spelen in Seoul, in 1988. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Els Vader kort voor de Olympische Spelen in Seoul, in 1988.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Ze vestigde nationale records op de 100, 200 en 400 meter outdoor en 50 en 60 meter indoor. Els Vader veroverde 23 nationale titels en deed mee aan drie Olympische Spelen. Haar record op de 200 meter van 22,81 seconden zou dertig jaar standhouden, totdat Dafne Schippers dat verbeterde.

‘Ze had nog veel beter kunnen zijn als ze zich volledig op de atletiek had kunnen concentreren’, zegt haar man Haico Scharn, die zelf topatleet was op de middenafstanden. ‘Maar ze combineerde het altijd met een fulltimebaan als fysiotherapeut en later business process manager bij de Spoorwegpolitie en ABN Amro.’ Bovendien werd tijdens haar atletiekcarrière in de jaren tachtig de dienst uitgemaakt door nu van doping verdachte DDR-sprinters. In 1985 werd ze tijdens de EK indoor derde op de 200 meter achter twee Oost-Duitsen. Vlak daarna brak ze haar voet bij een scooterongeluk op Kreta. Maar ze kwam na een lange revalidatie terug en deed nog mee aan de Olympische Spelen van 1988 in Seoul, waar ze de 100 meter liep en deel uitmaakte van het estafetteteam met Nelli Cooman.

Daarna stopte ze. Met Scharn kreeg ze twee kinderen. Haar dochter Micky had nierfalen en onderging verscheidene niertransplantaties nodig. Els Vader stond zelf een nier aan haar af.

Lopen als ontspanning

Hoewel ze haar hele leven twee keer per week als ontspanning bleef hardlopen, bleek ze in 2016 een verstopte kransslagader te hebben. ‘Van de ene op de andere dag lukte het haar niet het heuveltje op te fietsen naar het station in Culemborg waar ze elke dag op de trein naar Utrecht stapte’, zegt Scharn. ‘Ze kreeg een stent en twee dagen later was ze alweer op haar werk.’

In maart 2019 werd bij haar kanker in de papil van Vater (de afvoerbuis van de galblaas) ontdekt. Een operatie zette geen zoden aan de dijk. Vorig jaar juli zei ze in De Telegraaf: ‘Ik leef bij de dag. Ik ga echt niet onder een steen zitten. Ik blijf gewoon mensen zien en ben open over mijn ziekte.’ Maar er was haar weinig tijd meer vergund. Ze overleed 8 februari. Scharn: ‘Ze heeft ontzettend veel pech gehad.’

Vader leefde naar de Zeeuwse wapenspreuk ‘ik worstel en kom boven’. Ze werd geboren in een gezin met drie kinderen in Vlissingen. Haar vader werkte bij de werf De Schelde maar overleed al op 47-jarige leeftijd. Ze werd lid van de atletiekvereniging Zeeland Sport en bleek een supertalent. Al op haar 16de jaar maakte ze deel uit van de nationale ploeg. In 1978 vertelde ze aan de Volkskrant hoe ze voor het NK met de trein van Vlissingen naar Groningen en terug reisde (‘Had het NK niet op een centralere plek kunnen worden gehouden?’) om maandag weer op tijd op haar werk te zijn.

In 1980 deed ze mee aan de Spelen van Moskou, waar ze door een blessure niet de 100 meter kon lopen. 1981 was haar beste jaar, maar in de voorbereiding naar de Spelen van Los Angeles putten de lange werkweken als fysiotherapeut haar uit, waardoor ze in de halve finale strandde.

Daarna besloot ze opleidingen bedrijfskunde en automatisering te volgen. In 1986 trouwde ze met Scharn, met wie ze tijdens de revalidatie na haar scooterongeluk avontuurlijke reizen maakte. ‘Ze was ingetogen en bescheiden en keek altijd met plezier terug op haar carrière’, zegt hij.

Haar dochter Micky: ‘Ze was een geweldige en zorgzame moeder. Atletiek was niet alles, hoewel ze ervan genoot als ze op televisie zag dat er records werden verbroken.’

Meer over