EILAND OP DRIFT

De Britten zijn bezorgd over wat zij zien als het morele verval van hun samenleving. Moord en doodslag, drugs en overspel beheersen het nieuws en de politieke agenda....

De krant op een Britse woensdagochtend.

'ZUIPSCHUITEN. Leraren doen school dicht voor ferry-uitstapje naar Frankrijk'.

'6 gevaarlijke schurken ontsnappen uit een bus'.

'BELACHELIJK. Woede als rechter sorry zegt tegen overvaller en zijn straf verlaagt'.

'Belastinginspecteur verborg hoer'.

'Duivels dozijn van school getrapt'.

'Ik verloor kind toen pestende baas mij achtervolgde'.

'ONTHULD: Het geheime verleden van Boycott's in elkaar geslagen minnares'.

'Waarom werd Rikki overgeleverd aan zoveel kwaad?'

De lezers van Daily Mail, de Daily Mirror, de Daily Star of The Sun hoefde je al langer niets meer te vertellen. Groot-Brittannië is doodziek en gaat regelrecht naar de ratsmodee.

Hou d'r over op, ze lezen het toch elke ochtend in hun lijfblad.

Ontsnapte boeven, verkrachte vrouwen, misbruikte kinderen, pillenslikkende tieners, overspelige mannen, tienjarige messentrekkers, zestigjarige voyeurs, pornospuitende tv-kanalen, mishandelde leraren, ongehuwde moeders, spuitende moeders, aborterende dokters, weggelopen vaders, ge-euthaniseerde vaders, krankzinnige schutters, illegale uitvreters, Hollandse dopesmokkelaars, zieke pedofielen.

Elke ochtend liggen ze op ruim tien miljoen Britse ontbijttafels, vaak met foto.

Snuivende voetbalhelden, meppende voetbalhelden, zuipende voetbalhelden. Snuivende pophelden, rondnaaiende pophelden, zuipende pophelden. Snuivende tv-sterretjes, rond. . .

Genoeg!

Ze zijn sinds een paar weken niet meer alleen, de lezers van de tabloids. Het koor van verontwaardiging, over het verval van waarden, over het verlies van alle normen die Groot-Brittannië dierbaar waren, over het gevaar dat overal loert en de teloorgang van een generatie - dat koor is de afgelopen weken in een even verontwaardigd als wanhopig fortissimo losgebarsten. Politici en academici, filosofen, sociologen, theologen, zelfverklaarde intellectuelen en journalisten, allemaal zingen ze uit volle borst mee.

Als het niet de stijgende misdaadcijfers waren, dan wel de berichten over de zichzelf verrijkende fat cats in de City. De verhalen over politici die zich ruim lieten betalen voor 'democratische' diensten. Om van het desintegrerende koningshuis en haar geld- en seksbeluste leden maar niet te spreken.

De moord op de zestien kinderen van Dunblane was de catastrofe die iedereen ervan overtuigde dat er iets heel erg verrot was in de Britse samenleving.

Groot-Brittannië moet gered, maar hoe?

Moraal, daar gaat het over, zoveel is iedereen wel duidelijk. Er is iets mis met de moraal in het land. Maar wat precies? En met welke moraal? Bestaat er eigenlijk nog zoiets als moraal? En als er geen moraal meer is, waar haal je dan zo gauw een nieuwe vandaan?

Thomas Babington Macaulay (1800-1859), historicus en staatsman: 'Wij kennen geen spektakel dat zo belachelijk is als het Britse publiek tijdens een van haar periodieke aanvallen van moralisme.'

Nicholas Tate, voorzitter van de SCAA, het orgaan dat de overheid adviseert over aanpassingen in de lesprogramma's van de scholen, is het daar niet mee eens. Tate leidde de afgelopen maanden het Nationale Forum voor Waarden in Onderwijs en Samenleving. Honderdvijftig wijze mannen en vrouwen uit alle echelons van de Britse samenleving bogen zich daarin over de vraag of je een maatschappij kunt 'her-moraliseren' en zo ja, hoe.

In The Times zette Tate onlangs zijn opvattingen uiteen. In het denken over moraal worden, schreef hij, vier grote denkfouten gemaakt. De eerste is dat de moderne maatschappij zo pluralistisch is geworden, dat een gedeelde moraal ipso facto onmogelijk is geworden.

Niet waar, zegt Tate. Er is geen eensgezindheid meer over de bron van de moraal (God? De menselijke natuur?), maar de grote meerderheid van het volk deelt nog steeds opvattingen over waarheid, gehoorzaamheid aan de wet, de collectieve plicht het algemeen belang te dienen, de roeping van ieder individu bedoeling en doel van het leven te zoeken, en het belang van stabiele relaties.

De tweede denkfout, volgens Tate, is dat morele opvattingen niet verschillen van smaken en voorkeuren inzake een goed maal of de buitenlandse vakantie. Dat morele relativisme, dat predikt dat we weinig meer kunnen doen dan het al dan niet ergens mee eens zijn, ziet Tate als een van de hoofdoorzaken van de huidige morele crisis. 'Wij zijn de afgelopen twintig jaar extreem succesvol geweest in het doorgeven van deze opvatting aan onze kinderen.'

En dat was behoorlijk rampzalig, meent Tate, die pleit voor herbevestiging van de idee van de absolute morele waarheid. 'Het respect voor andere morele opvattingen blijkt uit de bereidheid daarover te discussiëren, niet door toe te geven dat elke opvatting even veel waard is als die van jezelf.'

De derde denkfout ziet Tate in het aanwijzen van respect en tolerantie als de meest belangrijke waarden van de moderne maatschappij. Dat heeft, zegt hij, geleid tot de no blame, no shame-maatschappij, waarin niemand ergens de schuld van krijgt en niemand zich ergens voor hoeft te schamen. 'Verschillen en diversiteit zijn verworvenheden van de moderne samenleving, waar we zuinig op moeten zijn. maar we hoeven niet tolerant te zijn jegens iedereen. We hoeven niet voor iedereen respect op te brengen. En mensen moeten weer de moed opbrengen dat ook te zeggen.'

In Tate's visie luidt denkfout nummer vier dat iets dat legaal is, ook acceptabel is. 'Wij zijn terughoudend geworden in het veroordelen van mensen die hun wettelijke rechten uitoefenen. Die redenering verwart het liberale streven de bemoeienis van de staat te beperken, met de vraag of handelingen goed dan wel slecht zijn, of ze de samenleving ten goede komen dan wel schadelijk zijn. Maar we kunnen de macht van de staat binnen liberale grenzen beperken, en toch een duidelijke morele grens trekken over verkeerd handelen binnen de grenzen van de wet.'

En dus presenteerde het Forum ruim een week geleden een plan om kinderen, ouders en onderwijzers weer vaste morele grond onder de voeten te geven. Het formuleerde waarden en normen over samenleving, relaties, het individu en het milieu:

'Wij respecteren waarheid, mensenrechten, de wet, rechtvaardigheid en collectieve inspanningen voor het algemeen belang. In het bijzonder respecteren wij gezinnen als bronnen voor liefde en steun voor al haar leden en als de basis van een samenleving waarin mensen zorgen voor anderen.

'Wij respecteren anderen zoals ze zijn, niet om wat ze hebben of wat ze voor ons kunnen doen en wij respecteren deze relaties als fundamenteel voor onze ontwikkeling en het welzijn van de gemeenschap.

'Wij respecteren elk mens als een uniek en waardevol wezen, met een kracht voor geestelijke, morele, intellectuele en fysieke ontwikkeling en verandering.

'Wij respecteren de natuur als een bron voor verwondering en inspiratie en accepteren dat het voor de toekomst onze plicht is het milieu te beschermen.'

Per onderdeel een actieplan en een lesprogramma en klaar is Kees. Volgend schooljaar wordt op honderd middelbare scholen experimenteel begonnen met de nieuwe lessen in moraal. Uiteindelijk moeten zelfs driejarigen daarin onderwezen gaan worden. Even een generatie geduld en Groot-Brittannië is geher-moraliseerd, alle burgers weten weer hoe het hoort en een nieuwe dageraad breekt aan.

Of niet? De discussie barstte onmiddellijk los.

Julian Brazier, parlementslid voor de Conservatieven, verwoordde de mening van een belangrijk deel van de rechtervleugel van zijn partij. Hij zei over de voorstellen van het Forum: 'Een lange lijst van lege platitudes. Dit is een poging politiek correcte gemeenplaatsen te produceren, die helemaal niets doen om het gezin of burgerlijk leven te propageren.' Brazier miste, zei hij, een sterk pleidooi voor het huwelijk en de Christelijke waarden.

Nigel de Gruchy, voorzitter van de vakbond van onderwijzend personeel: 'De lijst is van een glorieuze irrelevantie voor onderwijzers die discipline willen.'

Een schoolhoofd in midden-Engeland: 'Het Forum spreekt van kern-waarden. Ik dacht dat we die al hadden en dat ze door Mozes werden gevonden op de Berg Sinaï, waarna we ze de Tien Geboden noemden.'

Anthony O'Hear, hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Bradford: 'Het voorstel is de gebruikelijke stamppot van soft gezwets over respect voor mensen, gelijkheid, politieke correctheid en milieubewustzijn.'

Geoff Mulgan, van de niet-partijgebonden politiek-filosofische denktank Demos, leverde fundamentelere kritiek. Waarden en moraliteit kunnen helemaal niet worden onderwezen, zei hij. 'Moraliteit kun je iemand niet door de strot rammen. Het Forum lijkt te geloven in een soort van Victoriaanse onderwijzer die kinderen even het verschil tussen goed en kwaad uitlegt.'

Mulgan stelde de principiële vraag naar wat moraliteit eigenlijk is en waar zij vandaan komt, de vraag dus waarover de Griekse filosofen zich al het hoofd braken. Mulgan: 'Moraliteit is geen vaststaand geheel van principes die je even in steen kunt beitelen. Moraliteit is voortdurend in ontwikkeling en geen regelboek. Het leert de mens de innerlijke discipline om uit te rijzen boven instincten en egoïstisch denken. Maar de Britse leiders en in hun spoor de media presenteren een gezichtspunt op moraliteit dat werkte in het tijdperk van eerbied en autoriteit. Maar dat tijdperk bestaat niet meer.'

Mulgans conclusie: 'De voorstellen zijn ontworpen om gehoorzame en passieve burgers te maken, terwijl wij juist actieve en verantwoordelijke mensen nodig hebben.'

Niets nieuws onder de zon. Socrates, Plato en Aristoteles zouden de Britse discussie onmiddellijk herkennen. De eerste filosoof zei dat moralisme niet het soort kennis omvat dat geleerd kan worden, noch dat de staat haar onderdanen een kant-en-klare moraal kan aanbieden. Daarop schonk de staat hem een beker gif in.

Zijn leerling Plato zag moraliteit als onderdeel van de structuur van het universum, een absolute moraal dus, maar helaas was het slechts voor weinigen weggelegd die te kennen. Plato's student Aristoteles was de pragmaticus: de mens weet wat goed en slecht is, en moet daar in de alledaagse praktijk voortdurend beslissingen over nemen. En wie tot het slechte besluit, moet door de samenleving worden gestraft.

Michael Howard, minister van Justitie, en Gillian Shephard, minister van Onderwijs, toonden zich de afgelopen weken volgers van Aristoteles. In zijn jongste voorstel voor een nieuwe Wet op de Criminaliteit kondigt Howard de bouw aan van twaalf nieuwe supergevangenissen en verhoging van de minimumstraffen voor tal van overtredingen.

In het gevecht tegen de amoraliteit zullen onder de nieuwe wetgeving straks 142 per honderdduizend inwoners van Engeland en Wales gevangen zitten. In Nederland zijn dat er momenteel 55. Tot vorig jaar zaten er in Engeland en Wales nooit meer dan vijftigduizend mensen gelijktijdig opgesloten. Nu zijn dat er 57 duizend, straks 75 duizend.

De misdaadstatistieken in Nederland en Groot-Brittannië lopen niet zover uiteen. De kans om te worden vermoord is in Nederland zelfs aanzienlijk groter dan in het Verenigd Koninkrijk. Critici van Howards plannen zeggen dat hij het justitiële systeem verandert in de richting van die van de autoritaire tijgereconomieën als Hongkong, Maleisië en Thailand.

En Gillian Shephard sprak in haar morele kruistocht haar voorkeur uit voor terugkeer van het rietje in de Britse klaslokalen. Als het met de moraal niet goedschiks kan, leek zij te redeneren, dan maar kwaadschiks. Je rost hem er gewoon in, de moraal, net als vroeger.

Mulgan daarover: 'Als je het systeem dat je straft niet respecteert, zul je de volgende keer alleen maar proberen te voorkomen dat je gepakt wordt, in plaats van dat je leert dat je een fout hebt gemaakt.'

Pickering, in Georg Bernard Shaws Pygmalion: 'Heb jij geen moraal man?'

Doolittle: 'Kan ik me niet veroorloven, baas.'

Zoals altijd en overal, gaat de moraaldiscussie in Groot-Brittannië over goed en kwaad, over de rechten en de plichten van het individu in de samenleving, over vrijheid en gebondenheid. Over samenleven en hoe je dat doet. Wie daarover filosofeert, moet in zijn eigen ziel kijken.

De moraaldiscussie doet Groot-Brittannië nadenken over zichzelf. Waarom is er sprake van een ogenschijnlijk losgeslagen jeugd? Waarom kwamen er bij de laatste verkiezingen van alle kiezers die voor de eerste keer mochten stemmen 2,5 miljoen helemaal niet opdagen? Waarom stijgt de criminaliteit? Waarom werden het afgelopen jaar tienduizend leerlingen van middelbare scholen geschopt? Waarom lijkt de maatschappij van egoïsme vergeven?

Waarom lijken de burgers - en jonge burgers in het bijzonder - niet meer te weten wat goed is en wat slecht?

Volgens Jonathan Sacks, de opperrabijn voor Groot-Brittannië wiens voorganger, Lord Jakobovits, behoorde tot de inner circle van Margareth Thatcher, moeten de Conservatieven een groot deel van de verantwoordelijkheid op hun schouders nemen. 'Groot-Brittannië betaalt de prijs voor de jaren van het over-individuele Thatcherisme', schreef hij onlangs in de Daily Telegraph.

'Thatcher zei dat er niet zoiets als een samenleving bestond. En daarmee maakte zij een verschrikkelijke fout. Nu weten we wat er gebeurt als de samenleving begint te desintegreren.' Hij kreeg bijval uit onverdachte hoek. Hugh Dykes, Conservatief parlementslid: 'Zelfs gematigd rechtse mensen zijn het ermee eens dat het Thatcherisme over de jaren een oneerlijke samenleving heeft opgeleverd. Veel mensen in Groot-Brittannië hebben het sterke gevoel dat ze in een maatschappij leven waarin sprake is van grove ongelijkheid en oneerlijkheid.'

Daarmee was de moraliteitsdiscussie gepolitiseerd. David Blunkett, de onderwijsspecialist van Labour: 'Opeens, na achttien jaar, zien we mevrouw Shephard en meneer Howard en hun collega's hun handen wringen, doen alsof deze ontwikkeling niets met hen te maken heeft, alsof het allemaal de schuld is van de samenleving zelf en zij er volkomen buiten staan. De hypocrieten.'

De verklaringen van Sacks, Dykes en Blunkett waren vermoedelijk niet volkomen onjuist, maar toch te simpel. In The Observer wees columniste Melanie Philips op het feit dat 'links én rechts liberale waarden, gefundeerd op regels en grenzen, hebben verward met een libertair vrijheid-voor-allen. Beiden hebben autoritair verward met autoriteit.'

Ook Forum-voorzitter Nicholas Tate verdeelde de schuldvraag eerlijk over links en rechts. Rechts, meende hij, is doorgeslagen in het propageren van de visie dat alleen het individu er toe doet en dat de vrije markt zelfs morele vragen zal beantwoorden. En links heeft zich de afgelopen decennia jaar sterk gemaakt voor het 'pseudo-marxistische culturele relativisme dat de traditionele morele codes afwees als bourgeois-voorschriften, dat oordelen als de grootste zonde beschouwde en dat elke levensstijl die het ontmoette klakkeloos accepteerde.'

Tate: 'De afgelopen dertig jaar zijn beide filosofiëen zeer schadelijk geweest. Geen van tweeën staat scholen en ouders toe de dingen te doen die de samenleving terecht van hen verwacht.'

Dat moet veranderen, vindt nu bijna iedereen. Jonathan Sacks: 'Nu we de impact zien van het liberale individualisme, de gebroken gezinnen, de verzwakte gemeenschap, beginnen we pogingen in het werk te stellen de zaak te repareren. De wereld van politiek, religie en moraliteit is opeens samengekomen. Er is sprake van een diepe bezorgdheid over de morele gezondheid van Groot-Brittannië.

'Opeens dringt het besef tot ons door dat de toekomstige kwaliteit van ons leven minder zal afhangen van het besluit of we toetreden tot de EMU of dat over de Schotse decentralisatie, dan van stijgende criminaliteit, desintegratie van gezinnen, toevallig geweld en de neergang van de autoriteit. Hèt dominante onderwerp voor de komende twintig jaar zou wel eens meer sociaal dan economisch of politiek kunnen zijn.'

Sacks toonde zich niet optimistisch. 'We zitten gevangen tussen het gevoel dat er iets gedaan móet worden en de angst dat er niets gedaan kán worden. Dat maakt het huidige morele debat zo frustrerend.' Maar helemaal hopeloos is het niet, denkt de rabbijn. Volgens hem lijkt de huidige situatie veel op die van honderdvijftig jaar geleden, toen Groot-Brittannië in een minstens even diepe morele crisis verkeerde ten gevolge van de industriële revolutie.

Die had traditionele gemeenschappen uit elkaar geslagen, oude zekerheden weggevaagd, diepe armoe veroorzaakt tegenover formidabele rijkdom, en geleid tot kindermishandeling. Rond 1830 waren de Britse steden poelen van misdaad en geweld, leek het traditionele gezin de ondergang nabij en vluchtte de gedemoraliseerde arbeidersklasse in drugs, alcohol in haar geval.

Maar, meende Sacks, op die situatie volgde een collectieve reactie van de Victoriaanse samenleving. Wetgevers, sociale activisten, religieuze leiders, vrijwilligersorganisaties en anderen gingen samenwerken om de sociale problemen te lijf te gaan. Vanaf 1850 ging ten gevolge daarvan de misdaad omlaag, net als bijvoorbeeld het alcoholmisbruik en het aantal buitenechtelijke kinderen. Die tendens zou honderd jaar standhouden, tot George Orwell de samenleving waarvan hij deel uitmaakte in 1944 kon omschrijven als 'vriendelijk en ordelijk'.

Het is, schreef Sacks, tijd voor een nieuw en soortgelijk gezamenlijk offensief tegen de ontwaarding van de moderne samenleving. 'Tijd voor een samenwerking van regering, scholen, religieuze groeperingen, vrijwilligersorganisaties en sociale netwerken en individuen. Alleen ontbreekt momenteel het raamwerk waarbinnen die groepen kunnen samenwerken en elkaar kunnen ontmoeten om een visie te formuleren over het algemeen welzijn. Het probleem is niet zozeer wát we moeten doen, als wel de manier waarop.'

De man die een dergelijk raamwerk zou moeten creëren staat daarvoor al in de startblokken. Als Tony Blair volgend jaar de verkiezingen wint, krijgt Groot-Brittannië een pure moralist als premier. Blair is een christen-socialist en een communitarist en huldigt alle daarbij horende waarden, met de zekerheid en overtuiging die de ware moralist kenmerken.

In zijn concept van de stakeholder-samenleving zijn plichten ten opzichte van de samenleving even belangrijk als rechten. Blair haat de linkse 'moet-kunnen'-mentaliteit van de jaren zestig en zeventig en riep recentelijk, niet alleen uit electorale overwegingen, dat hij het gezin beschouwt als hoeksteen van de samenleving. Als er iemand is die de hermoralisering van Groot-Brittannië ziet als de sleutel tot een nieuwe en betere samenleving, dan is het de moraalridder uit Islington.

'Politiek is een pendule die slingert tussen moralisten en hedonisten', schrijven David Marquand en Anthony Seldon in hun recente boek The ideas that shaped Post-War Britain. 'De slinger beweegt nu weer richting moralisme. De politiek is terug bij haar missie om het individuele gedrag te verbeteren.'

Bert Wagendorp

Meer over