Een van de jongens

Nog altijd werken er veel te weinig vrouwen bij de krijgsmacht, stelt staatssecretaris Gmelich Meijling van Defensie in de Miljoenennota....

STIEVEN RAMDHARIE

ZE IS just one of the guys, zeggen haar mannelijke collega's in koor. De soldate zelf moet verlegen lachen om de kwalificatie. Motorordenance J. van Berkel (20) staat bij haar onderdeel bekend als 'motormuis'. Berichten, post: de twintigjarige, enthousiaste soldaat 1 verzorgt het allemaal als de militairen op oefening zijn.

'Ze is voortdurend in de weer', zegt haar commandant, luitenant-kolonel K. Gijsbers (39), als hij haar gadeslaat. 'En ze doet het werk prima.'

Eigenlijk, als Van Berkel goed nadenkt, heeft ze slechts weinig opmerkingen gekregen in de maanden dat ze nu bij de landmacht zit.

Zo van: wat moet een meisje zoals zij nou bij het leger?

De soldate: 'Je hoort dat soort geluiden maar één keer. Daarna zien ze dat je gewoon kunt meedraaien, net als iedere andere mannelijke militair hier.'

Soldaat W. Tampung (21): 'Ze is één van ons en dan doet het er niet toe of ze een vrouw is. Zo werkt het nou hier. We moeten toch met z'n allen het werk doen.'

Van Berkel klaagt niet dat ze een van de weinige vrouwen is bij haar onderdeel, de pantsergenie. 'Hiervoor heb ik vier maanden bij een geneeskundige eenheid gezeten. Die bestond voor 60 procent uit vrouwen, maar dat werkte voor geen meter. Zaten ze in het veld met hun tasje vol make-up. Nee, dat is niets voor mij', zegt ze met een vies gezicht.

Meer vrouwen de krijgsmacht in, is het devies van Defensie. Maar als het onderwerp vrouwelijke militairen bij de marine ter sprake komt, haalt luitenant ter zee P. H. Horstmeier (28) de schouders op. 'We varen met personeel', zegt de plaatsvervangend commandant van de mijnenjager Hellevoetsluis nonchalant als hij over het schip wandelt.

Want in Den Helder vinden ze eigenlijk dat ze niet zo bijzonder bezig zijn. Volgende maand bevaart het eerste schip van de Koninklijke Marine, een mijnenjager, de zeeën met een vrouw als commandant. En vergeleken met de andere krijgsmachtdelen heeft de marine de meeste vrouwen.

Maar moet daar nou zoveel ophef over worden gemaakt?

'Op zo'n benoeming van een vrouwelijke commandant wordt nu gereageerd alsof we met iets abnormaals bezig zijn', meent commandeur H. Ploeg, marineman en als directeur personeelsplannen belast met het emancipatiebeleid op het ministerie van Defensie.

Ploeg: 'Terwijl het voor ons doodnormaal is. Vrouwen bij de marine doen nu hetzelfde als mannen, ze volgen dezelfde opleidingen. Ze hebben nu de leeftijd voor dit soort functies. Deze benoeming is gewoon een logische stap.'

Vrouwen zijn anno 1997, vijftien jaar na het begin van de integratie in het leger, doorgebroken als F16-piloot, scheepscommandant of kolonel-arts bij de landmacht. Maar nog altijd werken er veel te weinig vrouwen bij de krijgsmacht, stelt staatssecretaris Gmelich Meijling van Defensie in de Miljoenennota.

Met een reeks maatregelen wil de bewindsman het aantal vrouwelijke militairen in de komende jaren sterk uitbreiden. Mede omdat het de krijgsmacht een beetje tegen zit. Het aantal mannen neemt in de volgende eeuw immers af. Steeds minder jonge mannen, blijkt uit de wervingsresultaten van het afgelopen jaar, kiezen ook voor een carrière als beroepssoldaat.

De krijgsmacht, die jarenlang het imago had van een 'mannenbolwerk', moet aantrekkelijker worden gemaakt voor de vrouw. En de vrouwen die er al werken, moeten worden behouden. Defensie dient een 'vrouwvriendelijker' werkklimaat te krijgen.

De mogelijkheden voor werken in deeltijd, kinderopvang, herintreding en ouderschapsverlof zullen in de toekomst aanzienlijk worden verruimd. Ook worden meer vrouwelijke officieren en onderofficieren benoemd als wervingsfunctionaris.

0I N DE komende jaren moet 20 procent van de instromende militairen vrouw zijn. Het gaat hier om de beroeps bepaalde tijd (bbt'er). In 2010, is het ambitieuze streven, moet 12 procent van de militairen vrouw zijn. Ter vergelijking: nu is dat 6,7 procent, terwijl het streefpercentage 8 procent was voor 1995.

Met 8,6 procent doet de marine het nu veel beter dan de landmacht (6 procent) en de luchtmacht (6,1 procent). Maar het gros van de vrouwen heeft een lagere rang, als soldaat of matroos. Vrouwen met een hoge rang krijgen niet zelden vervelende opmerkingen. 'Je merkt wel dat ze zich afvragen hoe je luitenant bent geworden', zei een tweede luitenant in augustus tegen Oplinie, het blad van de militaire vakbond AFMP. 'Het wordt dan vaak in de trant van een geintje gebracht. Zo van: wat heb je daarvoor moeten doen?'

Gmelich Meijling staat voor een zware taak. Want zijn commandanten in het veld zijn niet enthousiast over het fenomeen van de deeltijdmilitair. Slechts enkele tientallen vrouwen maken nu per krijgsmachtdeel gebruik van deeltijdverlof. In totaal zijn het er slechts honderd.

Commandanten kennen de regels nauwelijks, blijkt uit het onlangs gepubliceerde jaarverslag over 1996 van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht vice-admiraal J. van Aalst. Voor toepassing bij operationele eenheden vinden ze deeltijdwerk maar niets. Vrouwen hebben ook vaak moeite om een deeltijdpartner te vinden die dezelfde rang heeft en in dezelfde functie werkt. Binnenkort, zegt Defensie, hoeven ze niet meer zelf op zoek te gaan naar een partner.

Dan zijn er de vrouwelijke bbt'ers die zwanger raken. Vaak tijdens de eerste opleiding, meent de inspecteur-generaal die een soort ombudsman is. Het komt voor dat vrouwen daarna ook nog ouderschapsverlof opnemen waardoor ze hun contract afsluiten zonder een opleiding te hebben gehad.

Bij de logistieke onderdelen, waar veel vrouwelijke militairen terecht komen, klaagt de militaire top over de fysieke mogelijkheden van de vrouwelijke bbt'er. Van Aalst deelt hun zorg over de 'operationele inzetbaarheid'. Vrouwen hebben problemen met het opzetten van tenten en het verplaatsen van zware apparatuur.

Van Aalst merkt ook het nodige op over seksuele intimidatie. Hoewel het aantal meldingen niet hoog is, moet het probleem volgens hem niet onderschat worden. Vooral tijdens de opleiding of op uitzending in het buitenland, krijgen vrouwen te maken met intimiderend gedrag.

Op het ministerie erkent Ploeg dat de combinatie militair en gezin 'moeilijk' is. Maar zeker niet onmogelijk. Het vergroten van het aantal deeltijdmilitairen noemt hij een 'uitdaging' voor de komende jaren.

Ploeg: 'Ons uitgangspunt blijft natuurlijk de inzetbaarheid. Je bent militair om uitgezonden te worden, om te varen. Maar varen en vliegen doe je niet altijd. Ik zit ook achter het bureau. Ik ben ervan overtuigd dat onze organisatie ruim genoeg is voor meer deeltijdarbeid.'

Hij heeft beslist niet het gevoel dat Defensie te laat de nadruk legt op de vrouwelijke militair. In de afgelopen jaren is al veel bereikt, vrouwen zijn nu geaccepteerd.

Ploeg: 'Ik vecht absoluut niet tegen de bierkaai. Misschien is dat streefpercentage van 8 procent te ambitieus geweest, maar vergeleken met andere landen zijn we weer heel ver. Deeltijdwerk is nu mogelijk, maar vijftien jaar terug was het volstrekt ondenkbaar hier.'

Soldaat Van Berkel heeft onlangs besloten te stoppen bij het leger.

De afwisseling, het vele sporten, de oefeningen, ze zal het na het aflopen van haar bbt-contract vaarwel zeggen. 'Ik vind dit goed voor tweeënhalf jaar, maar niet langer. Ik ben toch een type dat kinderen wil. En dat gaat niet samen met deze baan. Misschien zoek ik iets in deeltijd. Maar het moet wel met een gezin te combineren zijn.'

Ook bij de marine worstelen vrouwen voortdurend met het dilemma van moeder zijn of militair met een lange carriere voor de boeg. 'Hoe mooi ik dit werk ook vind, ik zal het niet tot mijn veertigste doen', zegt Th. Postma (19), kok op de mijnenjager Hellevoetsluis. Ze heeft voor vier jaar getekend bij de marine. Het eerste jaar is voorbij.

Postma: 'Je doet dit een aantal jaar en dan ben je weg. Je denkt toch na over je toekomst, over kinderen krijgen en hoe je dat moet oplossen. Maar voorlopig wil ik alleen maar varen want daarvoor ben ik bij de marine gekomen.'

Van de achttien schepen die de Mijnendienst telt, hebben elf een gemengde bemanning. Zes van de 42 bemanningsleden van de Hellevoetsluis zijn vrouwen. Zeventien jaar nadat het bevoorradingsschip Zuiderkruis als eerste schip van de marine een gemengde bemanning kreeg, is het gezamenlijk varen allang geen issue meer op de schepen.

Officier Horstmeier: 'Iedereen aan boord is eraan gewend geraakt. Het levert geen problemen op. De tijd is bovendien voorbij dat je met granaten van zestig kilo loopt te sjouwen op een schip. Zoveel werk is nu gemechaniseerd. Trouwens, die jongens hier zijn ook niet allemaal van die sterke beren.'

0R ELATIES aan boord zijn niet verboden. Maar, zegt Defensie, het is geen schering en inslag. Zowel Postma als haar vriendin Jessica (23) hebben een relatie aan boord. Maar tijdens werk, zo is de afspraak, zitten collega's niet aan elkaar. En als ze besluiten te gaan samenwonen, moet een van de twee van het schip.

'Wie de regels overtreedt, wordt behalve door de leiding ook door de bemanning gecorrigeerd', zegt Horstmeier. 'Zij vinden dat kleffe gedoe aan boord natuurlijk niet leuk'.

Zo'n veertig tot vijftig vrouwen bevinden zich onder de zevenhonderd marinemensen die bij de Mijnendienst varen. De commandant, kapitein ter zee H. Hioolen (52), weet eerlijk gezegd niet precies hoeveel vrouwen hij heeft. 'Ik ben niet dagelijks aan het tellen hoeveel het er zijn. Zo ga ik er niet mee om. Ik kijk of ze kwaliteit hebben.'

Veel van 'zijn' vrouwen zijn beroepsmilitairen die voor vier jaar hebben getekend. Daarna gaan de meesten weg, constateert de commandant enigszins teleurgesteld. Slechts een paar binden zich voor langere tijd aan de dienst.

Hioolen: 'We kunnen ze niet dwingen, zij maken die keuze. Ik heb nu behoefte aan veel technici, maar er zijn gewoon weinig vrouwelijke technici. Dat is de realiteit. Je kunt wel roepen dat we meer vrouwen moeten hebben, maar als ze niet te vinden zijn houdt het op. Eigenlijk zitten we, vergeleken met de rest van Defensie, toch royaal met die 8,6 procent? Ja toch?'

Meer over