Een stad slijt van toeristen

Barsingerhorn is verkozen tot eerste beschermde provinciale dorpsgezicht van Nederland. Sinds de intensieve opknapbeurt trekt het steeds meer toeristen. Wat een gevaar inhoudt: te veel belangstelling....

MARK VAN DRIEL

DE KUIFEEND, de grutto en de kluut misstaan niet in de uitgestrekte, onverkavelde weilanden rondom Barsingerhorn, maar de abri? Temidden van het groen, bij de entree van het Noord-Hollandse lintdorp, valt het fris gelakte wachthuisje op. Het witte dak en de donkere, houten panelen glimmen in de zon. Een tekst op het asfalt verwijst naar vervlogen tijden. 'Van 1912 tot 1935 liep hier de tramlijn Ewijcksluis-Schagen'.

De opgeknapte abri moet, ruim zestig jaar na de laatste tramrit, passerende reizigers opnieuw een halt toeroepen. Het gebouwtje, tot vorig jaar een schaapskooi, is uitgeroepen tot toeristen-informatiepunt. De wanden zijn behangen met wetenswaardigheden over het kleine, dertiende-eeuwse polderplaatsje dat - niet onbelangrijk in de felle concurrentiestrijd om de gunst van de toerist - is verkozen tot het 'eerste beschermde provinciale dorpsgezicht' van Nederland.

Barsingerhorn kreeg de begerenswaardige titel niet cadeau. De gemeente Niedorp, waaronder Barsingerhorn en acht andere dorpen vallen, probeert al enige jaren om kredietwaardige toeristen te lokken. Dat doet ze, behalve door het organiseren van nachtmarkten en watersportdagen, door het cultuurhistorische karakter van haar dorpen onder de aandacht te brengen.

Een monumentale uitstraling brengt geld in het laatje, beseffen steeds meer vaderlandse bestuurders. De Nederlandse vakantieganger wil bezoeken en bezichtigen en, als de ogen en benen rust hebben verdiend, besteden. Steeds vaker proberen gemeenten dan ook hun deel binnen te halen van dit cultuurtoerisme door het historische karakter van hun stad of dorp te benadrukken of, als dat zo uitkomt, aan te dikken.

De strijd om de gunst van de toerist vraagt wel enige investeringen. Vervallen schuren, ingezakte woningen en kale dijken zijn geen bezoekje waard. Dagjesmensen zijn alleen te porren voor gerenoveerde stolpboerderijen, straten met kinderkopjes en een raedhuys dat als museum is ingericht. Kortom, ze komen pas als een dorp het karakter van een eeuwenoude prent 'terugheeft'.

Het creëren van een authentieke sfeer is niet eenvoudig, vertelt Rinus Smale van de gemeente Niedorp. De bewoners zijn nauwelijks bereid om hun woningen in de oorspronkelijke staat te herstellen, laat staan dat ze er duizenden guldens in willen steken. En Niedorp kan niet investeren; de gemeente stond de afgelopen jaren onder financiële curatele van de overheid.

In Kolhorn, een oud visserdorp binnen de gemeente, is het herstel dan ook op gang gebracht door toevalligheden. Dankzij een gift van een rijke weduwe en een donatie van een verzekeringsmaatschappij kon een speciaal fonds worden opgericht. Daarvan worden woningen opgekocht en opgeknapt. Ook worden er renovatie-subsidies verstrekt, soms met steun van de provincie.

De subsidie helpt om huiseigenaren over de streep te trekken, zegt Smale, al geven subtielere vormen van beïnvloeding vaak de werkelijke doorslag. Zo bezocht Smale een lagere school om de 'stugge boeren' in Barsingerhorn te overtuigen van de zegeningen van het toerisme. 'Ik heb de kinderen uitgelegd hoe de huizen er vroeger uitzagen en hoe mooi dat was, in de hoop dat ze hun ouders zouden overhalen om te renoveren. Een kinderstemmetje overtuigt nu eenmaal makkelijker dan een ambtenaar.'

De strategie van Niedorp werpt vruchten af. Kolhorn en Barsingerhorn knappen op en trekken steeds meer toeristen. Koningin Beatrix, drie weken geleden op bezoek, liet zich lovend uit over de wijze waarop de bestuurders uitgerangeerde dorpen nieuw economisch leven in blazen. En er zijn meer signalen die op voorspoed wijzen: een grootwinkelbedrijf wil zich in de gemeente vestigen en de eerste Van der Valk-bussen met dagjesmensen zijn al gesignaleerd.

Smale denkt dat de gemeente de enige bron heeft aangeboord die de toekomst van het dorp kan veilig stellen. Hij heeft slechts één zorg: dat er te veel belangstelling komt. 'Als er twee of drie bussen Japanners tegelijkertijd arriveren, hebben we een probleem. Dat kan Barsingserhorn eigenlijk niet aan.'

De keerzijde van het bloeiende cultuurtoerisme is in vele oud-Hollandse stadjes al voelbaar. In plaatsen als Marken, Heusden en Orvelte tasten de duizenden dagjesmensen die zich door straatjes en steegjes wurmen, niet alleen het leefklimaat van de bewoners aan, maar ze brengen ook het voortbestaan van de stadskernen zelf in gevaar.

De nadelen worden niet alleen door de gemeenten onderkend. Ook de ministeries van Economische Zaken en Cultuur maken zich zorgen. Binnenkort publiceren zij een handboek over visitors-management: een gids met tips die gemeenten in staat moet stellen grote stromen bezoekers beter het hoofd te bieden.

De tips zijn opgesteld na veldonderzoek, onder meer in de Zeeuwse gemeente Veere. Het visserstadje, populair sinds de jaren zestig, heeft al lang te kampen met drukte. Vooral de befaamde toeristendagen trokken soms honderdduizenden bezoekers. Het leidde tot chaos binnen de stadswallen. Het stadje moest zelfs geregeld worden afgesloten wegens gebrek aan (parkeer)ruimte.

Na kritiek van de inwoners van Veere heeft de burgemeester de toeristendagen afgeschaft. De openluchtbraderiën moesten wijken voor cultureel getinte evenementen. Maar de pogingen om het 'patattoerisme' af te zweren hebben de stromen dagjesmensen nauwelijks verkleind. Op regenachtige dagen nemen duizenden strandgangers nog steeds het stadje in. En dat veroorzaakt problemen.

'Een stad slijt', zegt Dick van der Neut van het ministerie van Cultuur en initiatiefnemer van de gids over visitors-management. 'Een stadje als Veere is berekend op een paar duizend inwoners, maar krijgt jaarlijks met honderdduizenden te maken. Door het drukke verkeer slijten de straten en stegen. Ook gebouwen vergaan door het intensieve gebruik. Een huis dat berekend is op één familie, krijgen opeens met duizenden mensen te maken wanneer het een museum wordt. Denk aan het effect van al die handen op trapleuningen en deurknoppen.'

Relatief kleine ingrepen kunnen de problemen van toeristische plaatsjes verlichten, blijkt uit de gids. Het afsluiten van wegen voor verkeer, het beperken van toerisme tot bepaalde straten of stadsdelen en het organiseren van minder 'platte' evenementen kan schade voorkomen. Ook de aanleg van parkeerplaatsen aan de rand van de stad helpt. De omvang van het terrein reguleert dan het bezoekersaantal.

In de toekomst krijgen steden nog meer het karakter van een openluchtmuseum, voorspelt Van der Neut. En daarbij horen maatregelen die ook bij de grote Van Gogh en Vermeer-tentoonstellingen zijn toegepast: bezoekers kopen een kaartje dat voor een bepaald dagdeel of aantal uren geldig is.

Met het zogeheten time-ticketing, dat is overgewaaid uit Engeland, kan de drukte worden gespreid. In het Britse Windsor, het stadje waar het paleis van koningin Elizabeth staat, heeft de maatregel de overlast enorm verlicht. En wat ook voor Nederlandse gemeenten van belang is: met time-ticketing lijkt de stad alleen rustiger. Door de betere spreiding kunnen er vaak meer toeristen terecht dan voorheen.

Van der Neut: 'Zorg voor de levensduur van monumenten hoeft de welvaart van gemeenten niet in gevaar te brengen. Het gaat erom dat kwetsbare gebieden ontlast worden, en overbelaste stadsdelen beter verzorgd. Inwoners moeten beter worden voorgelicht en gebouwen eerder verzorgd. Dan kan iedereen profiteren. Bewoners, toeristen en ondernemers. En ook de stad kan er beter uitzien.'

Het beheersen van bezoekersstromen is niet alleen een zorg voor stadsbestuurders, ook natuurbeheerders zien het als een belangrijk onderwerp. Staatsbosbeheer, de grootste grondeigenaar van Nederland, volgt de ontwikkelingen op het gebied van visitors-management nauwlettend. Want ook bij natuurtoerisme luidt de vraag: wanneer weegt de lucratieve belangstelling niet meer op tegen de veroorzaakte schade?

Op lokaal niveau lijkt het protest tegen de exploitatie van de natuur groeiende. Bij een onlangs gehouden enquête onder de Friese bevolking liet 62 procent weten dat de grenzen van het watersporttoerisme waren bereikt. Rondom de Veluwse Posbank is een hoog oplopende discussie gaande over het al dan niet afsluiten van het natuurgebied voor auto's. En in diverse provincies zijn politie en natuurorganisaties speciale projecten begonnen om de vervuiling door toeristen terug te dringen.

De natuurbeheerders en vertegenwoordigers van de toeristische branche zeggen echter dat nergens sprake is van excessen. In sommige streken, zoals de Friese meren rondom Sneek en Giethoorn, wordt de drukte de bewoners en soms ook toeristen teveel, maar de natuur wordt geen onverantwoorde schade toegebracht.

Het gaat juist beter sinds de natuurbeheerders en de toeristische branche hebben ingezien dat ze partners zijn, zegt Bert Wijker, beleidsmedewerker van Toerisme en Recreatie AVN. 'Het bedrijfsleven heeft ontdekt dat milieuvriendelijk toerisme de klanten aanspreekt. En de natuurorganisaties beseffen dat ze het draagvlak voor hun doelstellingen alleen kunnen handhaven als mensen de kans krijgen van de natuur te genieten.'

Vooral Staatsbosbeheer heeft een omslag gemaakt, niet in de laatste plaats doordat het natuuronderhoud voor de overheid te duur werd. Staatsbosbeheer moet natuurgebieden sinds enige tijd rendabel maken. En dus wordt ingespeeld op de enorme belangstelling voor bos en beesten door allerlei excursies uit te zetten. Huifkartochten naar aalscholverkolonies, bronsttochten op de Veluwe, nachtelijke droppings: niets is onmogelijk. De traditionele boswachter lijkt veranderd in een bospachter, zo berekenend exploiteert hij de natuur.

De natuur profiteert echter ook, meent Staatsbosbeheer. Door bepaalde gebieden open te stellen worden andere, kwetsbaardere stukken ontzien. Bovendien wordt door het aanbieden van georganiseerd vertier voorkomen dat dagjesmensen er op eigen houtje uitgaan en schade aanrichten.

De opzet van Staatsbosbeheer werkt door 'de bambi-mentaliteit' van de Nederlandse toerist, zegt Bert Wijker. Hij volgt de gebaande paden, vindt muggen lastig en een donker bos eng. 'Het gros van de mensen die de natuur bezoekt, wil andere mensen tegen komen. Ze willen een bezoekerscentrum, een diavoorstelling en een potje honing voor thuis. Veel woester dan natuurossen achter een hekje moet het niet worden.'

De behoefte aan gemak verklaart vermoedelijk ook de onuitroeibaarheid van het ritueel dat schadelijker is voor de natuur dan alle wandel-, fiets- en zeiltochten tezamen. De toerist begint en eindigt zijn dagje uit met een autorit.

Overheid, natuurorganisaties en de toeristensector proberen hierin verandering te brengen, onder meer door de aanleg van de zogeheten recreatie-transferia. Op Schouwen-Duiveland is onlangs het eerste transferium geopend; een groot gratis parkeerterrein vanwaar bussen, elektrische shuttles en Disney-treintjes naar strand en campings vertrekken. Als het openbaar vervoer een uitje wordt, luidt het AVN-credo, dan laat de toerist zijn wagen wel staan.

gfsfc,0,7,100,900 OK ELDERS wordt geprobeerd de auto buiten de natuur te houden. Het 1000-Fietsenplan-Overstap bij Nationaal Park de Weerribben wordt gezien als een modelproject. De afgelopen jaren zijn vele overheidsvertegenwoordigers (van Japanners tot Brazilianen) naar de kop van Overijssel gevlogen om de kunst van het milieuvriendelijke toerisme af te kijken.

Bert van der Stoep, ondernemer te Hattem, is de bedenker van het idealistische fietsenplan. Hij bracht duizend zeer herkenbare, geel-groene fietsen onder bij ondernemers in zestien dorpen rondom het waterrijke veengebied. Toeristen kunnen de fiets huren, het gebied bekijken en het rijwiel op een willekeurige plek achterlaten. Van der Stoep zorgt ervoor dat de fietsen opgepikt worden. Voor de dagjesmensen rijdt een bus rond.

In de kern functioneert het plan, vertelt Van der Stoep in zijn kantoor dat behangen is met opgezette dieren. Maar de juichende toon waarop de provincie, de AVN, Staatsbosbeheer en alle andere participanten over de duizend fietsen spreken, staat hem niet aan. 'Er is teveel tegenwerking. Goede plannen stuiten nog altijd op lege geldpotjes, wat de heren ook zeggen.'

Zo is het onmogelijk om de Weerribben autovrij te maken, zegt Van der Stoep, vanwege het protest van middenstanders. Voor vervoer met elektrobussen en watertaxi bestaat enthousiasme, maar provincie, gemeente noch openbaar vervoerbedrijven zijn bereid tot investeren. Sterker nog, zelfs de speciale busdienst die elke uur zou gaan rondrijden om zijn fietsers op te pikken, is er niet. De dagjesmensen moeten zich behelpen met een lijndienst, 'en je weet hoe vaak die hier rijdt'.

Nee, volgens Van der Stoep valt er veel te verbeteren. Hij kan voorlopig alleen maar dromen van eigen, geel-groene bushaltes die zijn fietsers een halt toeroepen. Om van abri's nog maar te zwijgen.

Meer over