fotoserieMáxima 50 jaar

Een Sara in de tuin van het paleis zou de kroon zijn op de geslaagde inburgering van Máxima

null Beeld Theo Audenaerd
Beeld Theo Audenaerd

Koningin Máxima viert maandag haar 50ste verjaardag. Laten we daar in Nederland nou een bijzondere traditie voor hebben.

De kans dat er maandag 17 mei in de tuin van paleis Huis ten Bosch een metershoge Sara komt te staan, is nagenoeg nul. Jammer eigenlijk, zo’n eerbetoon op de 50ste verjaardag van koningin Máxima zou een fraaie kroon vormen op haar geslaagde inburgering.

Want wie goed om zich heen kijkt, vooral buiten de stedelijke gebieden, weet dat er maar weinig tafereeltjes uitbundig-Hollandser zijn dan de grote Abrahams en Sara’s die in voortuinen en op opritten staan, of tegen gevels aan zijn geknutseld. Hoewel leeftijdsdiscriminatie bij wet verboden is, is dit toch een waar staaltje granny-shaming.

Wie in de etymologische herkomst duikt van het verschijnsel, bijvoorbeeld via het onderzoeksinstituut dat taal en cultuur in Nederland bestudeert, het Meertens Instituut, stuit op een hutspot aan betekenissen. Sara en Abraham komen oorspronkelijk uit de Bijbel, zijn daarin beiden onmetelijk oud en krijgen op hoge leeftijd nog kinderen. Bijna twee eeuwen later zijn ze respectievelijk van brooddeeg en speculaas, de abraham is voor een man die 50 is geworden en nog ongetrouwd is, een sara is bestemd voor een oude vrouw van 50. Fast forward naar het nu en ze staan van oogverblindend nylon met een luchtpomp hoog bij de voordeur met een rijmpje op schoot.

Fotograaf Theo Audenaerd, met 68 jaar royaal buiten de gevarenzone, verzamelt al jaren zulke Abrahams en Sara’s. Hij fotografeert ze veelal rond zijn woonplaats, in het rivierengebied ten zuiden van Nijmegen, maar zag ze ook in Gelderland en Twente.

null Beeld Theo Audenaerd
Beeld Theo Audenaerd

‘We laten nu ter gelegenheid van Máxima’s 50ste alleen de Sara’s zien, maar ik kwam meer Abrahams tegen dan Sara’s.’ De poppen hebben wel een voorkeur voor landelijke gebieden, valt de fotograaf op, in de stad zie je ze zelden. ‘Ik zie daar wel A-viertjes met portretten en het bekende verkeersbord ‘50' aan lantaarnpalen hangen.’

Vooral de opblaaspoppen vindt Audenaerd van een vrolijkmakende lelijkheid. En platheid, voegen we daaraan zelf toe. Want een dame van 50 voor oude doos uitmaken of afbeelden als stoot-met-de-grote-borsten is – excuses voor het cliché – beslist niet meer van deze tijd.

Maar laten we het niet zwaarder maken dan het is, zo’n Sara voor de deur is tenslotte niet meer dan onderbroekenlol, een particuliere carnavalsoptocht, een podium voor rijmelarij, of in het gunstigste geval: typisch Nederlandse folklore. De majesteit heeft geluk dat ze in Den Haag woont.

null Beeld Theo Audenaerd
Beeld Theo Audenaerd
null Beeld Theo Audenaerd
Beeld Theo Audenaerd
null Beeld Theo Audenaerd
Beeld Theo Audenaerd
null Beeld Theo Audenaerd
Beeld Theo Audenaerd
null Beeld Theo Audenaerd
Beeld Theo Audenaerd