Interview

Een reis langs de favorieten van Weekendgids Pauline Terreehorst, van Chicago tot Tokio

null Beeld Els Zweerink
Beeld Els Zweerink

Al in 1994 hield Pauline Terreehorst (68) een pleidooi voor werken vanuit huis, en ook op andere gebieden liep ze voorop. In 1986 was ze de eerste die zich voor de Volkskrant serieus toelegde op mode. Voor haar favorieten gaat ze ook terúg in de tijd.

Een thuiswerkpak heeft Pauline Terreehorst niet. ‘Al mijn kleren zitten comfortabel.’ Ze heeft een zolder vol vintage designerkleding waaruit ze iedere dag kiest. ‘Dat wil zeggen: al mijn oude kleren die ik al veertig jaar zorgvuldig bewaar. Mijn man krijgt elke dag een modeshow.’ Vandaag is het een ingetogen outfit waarin ze voor de camera verschijnt voor het interview: een donkerrood colletje met daarover een crèmewit breisel van Helmut Lang. ‘Kijk, met een open rug en strikken, een soort dwangbuisje.’ De pony van haar strakke bob raakt bijna haar zwarte montuur. ‘Ja, die wordt echt te lang, maar dat kan nu lastig anders.’

Terreehorst was van 1986 tot 2001 de eerste die zich voor de Volkskrant serieus toelegde op het onderwerp mode, in een tijd dat beeld schaars was op de pagina’s, en als het dan mocht, meestal in zwart-wit. ‘En alles moest nog doorgefaxt en -gebeld. Hing ik daar aan de lijn namen van Japanse ontwerpers te spellen. Of de fotoredactie had uit enthousiasme extravagant beeld bij mijn stuk gekozen van een ontwerper die ik niet besprak. Moest ik het weer herschrijven.’

Een journalist zou ze zichzelf desondanks niet noemen. ‘Da’s een ander vak, een ander leven. Ik heb altijd dingen naast het schrijven gedaan.’ Zoals filmtheorie doceren aan de Radboud Universiteit. Of later: aan het hoofd staan van het Amsterdam Fashion Institute en het Centraal Museum. Op LinkedIn noemt Terreehorst zichzelf auteur, op haar site filmtheoreticus. ‘Mensen omschrijven me vaak als publicist. Ja, ik heb veel geschreven, maar ik vind dat zo’n lelijk woord.’

In 1994 hield Terreehorst al een pleidooi voor het nieuwe thuiswerken in haar boek Het boerderijmodel: wenken voor een postmodern gezin. ‘Ik was zelf net naar Maastricht verhuisd vanuit Amsterdam. Iedereen dacht dat ik gek was en zou verpieteren, maar ik had een heel leuke man ontmoet die daar aan de universiteit werkte. De universiteit gebruikte toen al Surfnet, een voorloper van het wereldwijde web. Al vrij snel merkte ik dat ik ook prima kon schrijven op afstand.’ Haar blik was vooruitziend – een kleine alinea: ‘Door de grote afstand bleken contacten opeens ook goed telefonisch te onderhouden. Waar vroeger een vergadering over belegd zou zijn, werd nu een tijdstip afgesproken om eens lang te bellen. Informatie uit een archief kreeg ik over de fax. Bibliotheken raadpleegde ik per modem. Nieuwe boeken werden door boekhandels opgestuurd of bestelde ik uit de catalogus per creditcard. Als ik iets wilde zien, kreeg ik foto’s of video’s thuisgestuurd. [...] Voor het verzenden van mijn eigen werk gebruikte ik mijn modem, de fax of gewoon ouderwetse briefpost met mooie postzegels. Terwijl ik aanvankelijk dacht meer tijd kwijt te zijn, vanwege het reizen, bleek ik opeens tijd over te hebben, zowel voor mijn werk, dat ik geconcentreerder kon doen omdat ik er minder vaak vandaan werd gehaald, als voor mijn gezin.’

Haar meest recente werk is Het geheim van de Gucci-koffer, een kroniek over een bijzondere gravin die voor de oorlog in Oostenrijk woonde. Dat alles naar aanleiding van een koffer vol persoonlijke bezittingen die Terreehorst in 2004 kocht bij een veilinghuis. ‘Als we de totstandkoming daarvan moeten bespreken, komen we nooit toe aan mijn favorieten.’ Ze begon veertien jaar na de aankoop van de koffer met het schrijven van het boek. ‘Toen was ik net gestopt als directeur van Natlab (een film- en theaterhuis in Eindhoven, red.). Op dag één van mijn pensioen ben ik gelijk begonnen met schrijven.’ Sinds het verschijnen in november is ze ‘boekloos’, al liggen er wel nieuwe plannen. ‘Maar research is zo lastig nu we niet kunnen reizen.’ Dan maar reizen middels acht favorieten, van Chicago tot Tokio.

Ontwerper

Coco Chanel

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Chanel was een enorme vernieuwer in de mode. Ze ontketende een revolutie toen ze het fijne breisel van lange herenonderbroeken omtoverde tot lichte, gebreide kledingstukken voor vrouwen. Ze knipte de enorme strohoeden van die tijd bij tot kleinere hoedjes, waar ze dan een lint omheen knoopte. Ook droeg ze rustig valse parelkettingen, en dan met enorm grote kralen, en meerdere over elkaar. Ze gebruikte wat iedereen droeg en gaf daar een geheel eigen draai aan. Daardoor was wat ze ontwierp en droeg baanbrekend.

Haar privéleven was overigens best schrijnend. Ze leefde samen met een aristocratische vriend, maar kon niet met hem trouwen; ze werd niet geaccepteerd in die kringen. Voor wie meer wil weten heeft Edmonde Charles-Roux de beste biografie geschreven.’

Stad

Tokio

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘In Maastricht, waar ik zeven jaar heb gewoond, zie je op straat de best geklede mensen van Nederland. Maar als je wat verder weg gaat, zijn de mensen in Tokio het elegantst. Omdat echt íédereen aandacht besteedt aan zijn outfit. Zelfs naar de buurtsuper draagt iemand nog een sjaal als een origamivel om het hoofd gevouwen. Niet gek dat allerlei grote ontwerpers naar Tokio reizen om zich te laten inspireren. En dan gaat het niet alleen om de mensen op straat, maar ook om de uitbundige jeugdcultuur, waarin iedereen in neonkleuren gekleed gaat als een gamepersonage of comic-held. Die uitersten zijn fascinerend. Mode leeft van extremen.’

Restaurant

Zala’s in Utrecht

‘Ik droomde het afgelopen jaar vaak van dat ene restaurant in Venetië, met een terras aan het Zattere, tegenover Molino Stucky, waar ze vinden dat je een beter mens wordt als je respect voor eten hebt. Maar dat is voor later. Voor nu kies ik voor ons geweldige buurtrestaurant Zala’s in het centrum van Utrecht. Ze hebben een Franse keuken met Afghaanse invloeden, omdat de eigenaar ooit van daar naar hier vluchtte. Van de duizend-en-een-nacht-toetjes die zijn vrouw maakt, moet ik altijd een dag vasten, maar dat is het waard. Je kunt er een viergangendiner afhalen, maar de chef komt het ook zelf aan de deur brengen als je in de buurt woont. Ik hoop oprecht dat ze de lockdown overleven.’

Kunstvorm

Installaties

‘Ik hou van beeldende kunst gepresenteerd in installaties, die je vaak in tijdelijke kunstruimten ziet. Zoals het werk van Bill Viola. Ik zag Ocean without a shore in San Gallo, een 18de-eeuwse kapel in Venetië, waar voor elke muur manshoge videobeelden stonden van mensen die bijna verdrinken onder een watergordijn. In Londen zag ik een paar jaar geleden een installatie van het Deense duo Elmgreen & Dragset in een oud, verlaten binnenbad: de Whitechapel Pool. Zoals zoveel van dat soort ooit bloeiende gemeentelijke voorzieningen was het bad gesloten door bezuinigingen. De kunstenaars lieten zien wat daardoor verloren is gegaan aan mogelijke ontmoetingen tussen anonieme, schaarsgeklede mensen die met badmutsen op, ontdaan van hun poses, hun baantjes trekken. In navolging van cultuurfilosoof Peter Sloterdijk vind ik dat kunst een vorm van ‘ontgoochelingsmanagement’ is. Het confronteert je met alles wat onopgelost en verwarrend is in je bestaan. Vooral installaties doen dat voor mij bijzonder goed.’

Film

India Song (Marguerite Duras, 1975)

India Song zag ik in 1976, toen hij in Rotterdam in première ging in aanwezigheid van Duras. De film gaat over het drama van een onmogelijke, grote liefde, over trouw en vrijheid, en Europees kolonialisme. Zoals vaker bij Duras wordt het verhaal ‘via de band’ verteld: door commentaren, muziek van D’Alessio, de motoriek van langzaam dansende mensen in sensuele avondkleding van Cerruti die makkelijk van hun lijf glijdt. Elke close-up, elke lach in die film telt mee. Duras leert je kijken en luisteren tegelijk. Ze bleek een dubbeltalent te zijn, ze was schrijer en een geweldige cineast. Door mensen als zij is de film in honderd jaar tijd een unieke kunstvorm geworden.’

Architectuur

Alvar Aalto’s Experimental House in Muuratsalo, Finland

null Beeld Alvar Aalto Foundation
Beeld Alvar Aalto Foundation

‘Toen ik in 2009 onderzocht of het mogelijk was om een Rietveld Museum te bouwen voor Utrecht, ben ik naar voorbeelden in het buitenland gaan zoeken. Zo kwam ik terecht in Jyväskylä, in Finland. Daar is de modernistische architect en ontwerper Alvar Aalto opgegroeid en heeft hij veel gebouwd. Ze hebben er ook een Aalto-museum. Op een eiland vlakbij heeft hij een eigen zomerhuis ontworpen: het Experimental House. Een kleine kathedraal, met een omsloten binnenplein tussen hoge naaldbomen, gemaakt van een collage aan metselwerk en hout. Het huis voelt als een jas voor de Finse zomerdagen. Ik wilde er onmiddellijk blijven.

Daar besefte ik dat het onmogelijk is een museum voor een architect te maken. Architectuur moet je ervaren. Als je nergens aan mag zitten, is het lastig te weten waar een huis over gaat. Ik snap ook wel dat dat in monumentale huizen als het Rietveld-Schröderhuis, waarvan ik eerder directeur was, niet mogelijk is. Dan is het binnen een jaar weg. Een soort vakantiepark met allerlei iconische huizen nagebouwd, dat lijkt me wel wat. Een Corbusier, een Mies van der Rohe, een Rietveld, dat je daar dan gewoon in mag zitten, eten, slapen. Helaas blijft dat vanwege auteursrecht bij een droom.’

Park

Het Millennium Park in Chicago

null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

‘Het mooie aan een park is dat het voor iedereen toegankelijk is. Het is in feite één grote kunstmanifestatie, waaraan iedereen altijd kan deelnemen. In het Millennium Park in Chicago wordt cultuur met natuur vermengd op een manier en een schaal die je zelden ziet. Het was een oud rangeerterrein, en is nu tien hectare aan groen, gebouwen, kunstwerken en meer. Het bekendst is de spiegelende Cloud Gate van Anish Kapoor. Frank Gehry bouwde er een openluchtmuziekzaal en Piet Oudolf heeft voor dit park een bloementuin ontworpen, die ik minstens zo mooi vind als zijn High Line in New York. Het is een constant wisselende kleurensensatie, met Oudolfs karakteristieke hoge, architectonische vaste planten, waar je tussen kunt verdwijnen. Ik heb zijn werk en hemzelf in de jaren negentig leren kennen, samen met zijn vrouw Anja, naar wie hij zoveel bloemen heeft vernoemd. We delen een bewondering voor Dries Van Noten en diens ongeëvenaarde bloemendessins.’

Boek

Elizabeth Wilson, Adorned in Dreams: Fashion and Modernity (1985)

null Beeld

‘De Engelse socioloog Elizabeth Wilson onderzoekt de sociale en culturele geschiedenis van mode en hoe mode verbonden is met onze identiteit. Mode is een opvoeringskunst, straattheater, de meest democratische kunstvorm die we kennen, omdat hij voor iedereen bereikbaar is – Wilson heeft dat voor het eerst opgeschreven. Zij was mijn inspiratie toen ik in 1986 voor de Volkskrant over mode ging schrijven. Mensen maken mode, in wisselwerking met ontwerpers. Daarom is de straat ook de eigenlijke catwalk, en zijn steden belangrijke podia, met hun boulevards en parken. Daar leven mensen hun fantasieën uit en kom je opeens een Gothic Lolita tegen, of een Mad Max-imitatie. Je ziet dat al bij kleine kinderen: mijn kleindochtertjes dragen het liefst twee prinsessenjurken over elkaar heen, gecombineerd met felgekleurde kaplaarzen.’

CV Pauline Terreehorst

4 oktober 1952 Geboren in Rotterdam

1974 Filmcriticus voor De Groene Amsterdammer

1975 Mede-oprichter van feministisch filmcollectief Cinemien

1977 Afgestudeerd Neerlandistiek aan de Universiteit van Amsterdam

1977 Hoofdredacteur van Skrien Film Magazine

1980 Redacteur kunst bij de NOS

1983 Medewerker videokunst, fotografie en mode en columnist voor de Volkskrant

1986 Docent Filmstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen

1994 Het boerderijmodel: werken voor een postmodern gezin

1998 Adviseur voor architectuur-, woning- en stedenbouwprojecten

2002 Instituutshoofd van Amsterdam Fashion Institute, Hogeschool van Amsterdam

2005 Directeur van het Centraal Museum Utrecht

2008 Ontwikkelaar Rietveld Museum voor de gemeente Utrecht

2012 Directeur van Natlab in Eindhoven

November 2020 Het geheim van de Gucci-koffer (Prometheus, € 22,50)

Terreehorst woont met haar man in Utrecht.

Meer over