Een hoogtestage maakt nog geen Nepalees

Wie zonder zuurstof boven 6500 meter klimt, ziet weinig van de top, stelt de bewegingswetenschapper. Bloedvaten in de ogen gaan dan lekken....

Maarten Evenblij

Deze weken is het traditiegetrouw spitsuur op de Mount Everest. Omdat een eenvoudige beklimming inmiddels te gewoon is geworden, zijn nieuwe records bedacht. Wie het langst op de top kan blijven, welke klimmer het snelst of het jongst is, en of Katja Staartjes de eerste Nederlandse vrouw zal zijn die de 8.848 meter hoge top haalt.

'De echte die-hards doen het bijna zonder zuurstofflessen. In feite is dat waanzin. Een normaal mens kan op die hoogte drie stappen doen waarna hij ineenzijgt om op de grond uit te hijgen', zegt drs. Michel Holewijn. De veertigjarige bewegingswetenschapper is bij het Aeromedisch Instituut in Soesterberg hoofd van de afdeling onderzoek en ontwikkeling.

Holewijn bestudeert vooral de vliegveiligheid en de fysieke inzetbaarheid van piloten en vluchtpersoneel. Belangrijkste klanten zijn de Rijksluchtvaartdienst, de Koninklijke Luchtmacht en luchtvaartmaatschappijen. Maar ook de Nederlandse Sportfederatie/NOC staat geregeld bij hem op de stoep voor onderzoek in de meterslange lage-druktanks, waarin een verblijf op grote hoogte kan worden gesimuleerd.

'Topsporters willen weten of ook alternatieven voor de zogeheten hoogtestage hun sportprestaties kunnen verbeteren', zegt Holewijn. 'Daarom onderzoeken we het effect op de prestaties van de atleten van vijf tot tien dagen lang twee uur per dag trainen in een tank met een luchtdruk die overeen komt met ongeveer tweeduizend meter.'

In twee grote tanks staan een tiental fietsergometers opgesteld en voor onderzoek bij piloten zijn ook cockpits gesimuleerd. Een paar uur per dag trainen topsporters daarin, bij een luchtdruk die op 2000 tot 3500 meter hoogte zou heersen. Behalve de maximale inspanning meten Holewijn en zijn negen collega's verschillende fysiologische functies als hartslag, ademfrequentie, bloeddruk en bloedsamenstelling.

Op grotere hoogte heeft het lichaam meer moeite om voldoende zuurstof uit de lucht vanuit de longen bij de cellen te krijgen. Behalve dieper en sneller ademen en een hoger hartritme, gaat het lichaam daarom ook meer van het hormoon epo maken.

Epo, bekend van de 'bloeddoping', stimuleert de productie van de rode bloedcellen die verantwoordelijk zijn voor het transport van zuurstof.

Meer rode bloedcellen betekent meer zuurstoftransport, wat - weer terug op zeeniveau - de sportprestaties met enkele procenten kan verbeteren. 'Een hoogtestage, en zeker klimmen naar hoogten boven de vierduizend meter, is echter niet zonder gevaar', constateert Holewijn. 'Acute bergziekte, die boven de 3000 meter toeslaat bij twintig procent van de bevolking, is het minst erg. Al na zes uur treden verschijnselen op als hoofdpijn, misselijkheid en braken welke een dagje aanhouden. Het slachtoffer denkt vaak dat er iets met het eten was, maar feitelijk is het dan de hoogte.

'Ernstiger en zelfs levensbedreigend is vochtvorming in de longen, die boven de 3000 meter bij twintig procent en boven de 4000 meter bij ruim een derde van de mensen optreedt. Vooral bij flinke inspanning. Het vocht creëert nog meer zuurstofgebrek, wat tot verstikking kan leiden. Ga je terug naar 1500 meter dan verdwijnt de vochtophoping vanzelf. Een enkeling - nog geen één procent - krijgt vocht in de hersenen, wat zich aankondigt door een euforisch gevoel. Ook dit gaat over als je op tijd afdaalt.'

Ook netvliesbloedingen zijn, reversibele, uitingen van zuurstoftekort en hoogteziekte. Bijna iedereen die boven de 6500 meter klimt, heeft daar last van. Holewijn: 'Als je zonder zuurstofmasker klimt, zie je minder van de top. Door de grote behoefte aan zuurstof van de cellen gaan bijna alle bloedvaten in het lichaam open staan. Ook die in het oog. Door de inspanning stijgt de bloeddruk en lekt er bloed uit. Onlangs moest een jongen vlak onder de top van de Mount Everest afhaken doordat hij blind werd.'

Gewoonlijk bedraagt de zuurstofverzadigingsgraad van het bloed 96 procent. Komt de verzadiging onder de 90 procent, dan gaat inspanning moeite kosten en treedt snel vermoeidheid op. Vanaf 1500 meter hoogte vermindert de verzadigingsgraad van het bloed gestaag. Op zes kilometer hoogte is die 65 procent, rond de 8,5 kilometer nog slechts 35 procent. Het lichaam kan zich, onder meer door de aanmaak van extra rode bloedcellen en enzymen, aanpassen aan de hoogte.

Holewijn: 'Het volledig acclimatiseren voor 2,5 kilometer hoogte duurt ruim een maand, voor vijfduizend meter meer dan een jaar. De oorspronkelijke bewoners van Tibet, Nepal en de Andes zijn genetisch aangepast. Hun enzymsystemen zijn zo veranderd dat ze met dezelfde hoeveelheid energie meer arbeid kunnen leveren dan wij. Ook is hun ademhaling efficiënter dan de onze. Als laaglanders zullen we hun aanpassingsniveau nooit bereiken.'

Holewijn onderzoekt welk regiem van trainen en lage druk bij topsporters de beste resultaten geeft. 'Gek genoeg verbeter je bij topsporters hun maximale zuurstofopname niet. Die is al gigantisch hoog. De winst van de kunstmatige hoogtestage ligt vooral in de toename van de piekbelasting: de energievoorziening waar helemaal geen zuurstof aan te pas komt. Blijkbaar stimuleert de hoogte-adaptatie een efficiëntere omzetting van energie in arbeid, net als de Nepalezen dat van nature doen. De training alléén geeft gemiddeld drie procent verbetering en het hoogte-effect voegt er nog eens drie procent aan toe.'

Rond de toppen van Himalaya en Andes, zijn zuurstoftekort en bergziekten niet de enige problemen. Bevriezing van neuzen, vingers en tenen zijn het ergst. Op grote hoogte is de doorbloeding van vingers en tenen minder, wat de kans op bevriezing vergroot. Bovendien is de 'gevoelstemperatuur' er aanzienlijk lager dan de werkelijke temperatuur. Op de Mount Everest doet een lekker windje een gewoonlijk niet onaangename min 7 graden Celsius veranderen in een huidbevriezende min 23.

Holewijn: 'Behalve extra UV-straling op grotere hoogte, is er gevaar voor uitdroging. Bij een lagere druk verdamp je veel meer vocht. Daar moet je rekening mee houden. Kortom, het verblijf op hoogten boven de drieduizend meter is een belasting voor het lichaam. Mensen met hart- en longklachten moeten er voorzichtig mee zijn. Dat moet men zich, in deze tijd van reizen naar exotische bestemmingen, toch wel realiseren.'

Meer over