PostuumBert Plusquin (1946-2021)

Een handelaar van de oude stempel, met hart voor Afrika en wijn in overvloed

Als oprichter van een grondstoffenhandel sloot hij over de hele wereld deals. Als honorair consul zorgde hij in Gambia voor duizenden jongeren voor scholing.

Jaap Stam
Bert Plusquin Beeld
Bert Plusquin

Tijdens een handelstrip met Amsterdamse ondernemers naar Cuba zat Bert Plusquin aan het uiteinde van een oneindig lange dinertafel, president Fidel Castro zat in het midden. De gastheer wilde weten hoeveel liter melk een Nederlandse koe jaarlijks produceert. Het bleef stil totdat de vraag Plusquin had bereikt. Die wist het, waarop hij werd uitgenodigd tegenover Castro te komen zitten. De twee hadden een genoeglijk gesprek en Plusquin sleepte er ook nog een mooie deal uit.

Deze anekdote is exemplarisch, zegt Willem Kool, voormalig schrijver van de societyrubriek Stan Huygens Journaal in De Telegraaf en vriend van Plusquin. ‘Hij was charmant, belezen en een geweldige handelaar.’

‘Deal sluiten, hand erop en klaar’

Voor het handelshuis Chemtech, dat hij had opgericht en dat handelt in grondstoffen voor chemieconcerns en farmaceutische tussenproducten, reisde Plusquin de hele wereld over. ‘Hij was een handelaar van de oude stempel. Een handdruk was oké. Geen leger advocaten mee, elkaar in de ogen kijken, wat drinken, hapje eten, deal sluiten, hand erop en klaar. De deal was thuis natuurlijk tot in de puntjes voorbereid’, zegt Kool, die hem weleens vergezelde.

Plusquin was de jongste uit gezin met vier kinderen. Zijn ouders hadden een verf- en behangwinkel alsmede een schildersbedrijf in het Zuid-Limburgse Houthem, dat zij in jaren zestig verkochten om twee hotels te gaan runnen aan de voet van de Cauberg in Valkenburg. Bert bekostigde zijn studie zelf en dopte zijn eigen boontjes, hij wilde financieel onafhankelijk zijn.

Als honorair consul heeft Plusquin veel betekend voor Gambia, zei zijn vriend Briene Zijlmans tijdens de uitvaart. Duizenden jongeren danken hun scholing aan hem. Van de president van Gambia kreeg Plusquin een paspoort, reden voor hem om zich een witte Afrikaan te noemen. Jaarlijks gaf hij een sponsorfeest van een weekend voor honderd vrienden en relaties uit de hele wereld. Haalde hij tienduizenden euro’s op voor projecten in Gambia.

Geen smoezen

Afspraak was afspraak voor Plusquin, geen smoezen. Acht uur was acht uur, niet kwart over acht. Zijn trips hadden veel weg van een militaire expeditie en ook thuis waren zijn dagen strak gepland. Hij was volhardend, ongeduldig en zelfs koppig, zei Zijlmans. ‘Als je met een alternatief kwam, werd dat vrij snel afgewimpeld. Hij wist precies wat hij wilde.’

Het liefst bleef Plusquin op de achtergrond, hij was geen man van grote woorden. Op internet is hij amper te vinden. Achter de schermen roerde hij zich des te meer. Ooit trok hij een veilingmeester aan zijn vestje om hem te zeggen dat hij een ton meer zou overmaken omdat de veiling voor een goed doel naar zijn smaak te weinig had opgebracht.

Plusquin hield van het goede leven. Toen Kool hem dertig jaar geleden voor het eerst ontmoette, bleek hij overal in Amsterdam elke dag tafels te hebben gereserveerd, mocht hij met een gezelschap langs komen. In een aantal restaurants stond zijn eigen wijnvoorraad achter slot en grendel. Alleen heel goed vrienden mochten af en toe een fles pakken.

Bordeaux

Op 28 oktober stierf Plusquin aan de gevolgen van een bloedziekte. Hij laat twee kinderen na uit zijn eerste huwelijk, dat eindigde in een scheiding, en overleefde zijn tweede vrouw. Bij haar is hij bijgezet in het graf, dat hij kon zien vanuit zijn huis in Houthem, een oude pastorie. Daarna hieven zijn kinderen met de genodigden een speciaal glas Bordeaux Château Chasse-Spleen op het leven van hun vader.

Meer over