EEN FRANSE WATERGATE

Premier Dominique de Villepin wordt ervan verdacht een spion op zijn grootste politieke rivaal af te sturen - de Fransen zijn in de ban van de affaire-Clearstream, een saga vol intriges in politiek en bedrijfsleven....

Twee jaar geleden, op 7 mei 2004, ontving Philippe Delmas in Toulouse maar liefst vierduizend gasten, onder wie toenmalig premier Jean-Pierre Raffarin. Als gerespecteerd lid van de raad van bestuur van Europa's grootste vliegtuigbouwer Airbus mocht Delmas vol trots de indrukwekkende hal tonen waar het grootste vliegtuig van Airbus, de A380, voortaan zou worden gebouwd. Direct na het feestje ging het mis: Delmas werd tot zijn verbijstering door de politie gearresteerd. Hij bracht de avond op het politiebureau door, terwijl in Parijs een huiszoeking in zijn appartement plaatsvond en zijn computers in beslag werden genomen. Korte tijd later bleek hij volkomen onschuldig.

De anekdote is tekenend voor de Clearstream-affaire, waardoor de reputaties van tientallen vooraanstaande zakenlieden en politici zijn besmeurd. Afgelopen week vormde het voorlopig hoogtepunt, toen premier Dominique de Villepin door onthullingen in Le Monde in het nauw werd gedreven. Net als alle andere hoofdrolspelers roept de premier nu dat hij het slachtoffer van manipulaties en verdachtmakingen is. Aan twee onderzoeksrechters, Jean-Marie d'Huy en Henri Pons, de taak om te bepalen wie er aan het liegen is.

In het grootste geheim werken zij aan hun onderzoek. Hun wettelijke plicht om het openbaar ministerie over hun vorderingen op de hoogte te houden, lappen zij aan hun laars. Want zij weten dat die informatie dan onmiddellijk bij president Jacques Chirac en Villepin belandt. Dat is nu juist niet hun bedoeling.

De affaire-Clearstream valt in twee fases uiteen. De eerste begon in 2001, toen de onderzoeksjournalist Denis Robert zijn boek Revelation$ publiceerde. Hij beschrijft de Luxemburgse bank Clearstream als een zenuwcentrum van kwade zaken: van smeergeld voor fregatten in Taiwan via zwart geld van Russische miljardairs tot de financiering van Bin Laden. De tweede fase speelt vanaf 2003, wanneer zowel de Franse justitie als de geheime dienst onafhankelijk van elkaar een onderzoek doen naar een lijst, die door een anonieme tipgever is toegestuurd. Daarop figureren vooraanstaande zakenlieden, politici en showbizztypes. Zij zouden allen zwart geld-rekeningen bij Clearstream er op nahouden. Minister Nicolas Sarkozy, de politieke rivaal van Chirac en Villepin, komt er op voor, evenals Airbus-bestuurder Philippe Delmas.

Diens onterechte arrestatie is een keerpunt in het justitiële onderzoek naar de affaire. Want Delmas laat het er niet bij zitten en dient een klacht in vanwege 'lasterlijke verdachtmaking.' In de zomer van 2004 besluit justitie een wending van 180 graden te maken. Niet langer richt het onderzoek zich op de vermeende houders van zwart geld-rekeningen bij Clearstream, want die blijken onschuldig. De vraag wordt nu: wie is er verantwoordelijk voor deze grootscheepse 'manipulatie', waardoor vooraanstaande zakenlieden en politici in diskrediet zijn gebracht? De onderzoeksrechters D'Huy en Pons krijgen tot taak vast te stellen wie de 'corbeau' is, de valse klokkenluider. Wat zijn diens motieven om zoveel reputaties op het spel te zetten? En wat is zijn verhouding tot de politieke machthebbers, Villepin en Chirac? Die laatste vraag dringt zich bij de onderzoeksrechters al snel op.

Want als minister van Buitenlandse Zaken én vertrouweling van Chirac, bleek Villepin grote belangstelling voor de Clearstream-affaire aan de dag te leggen. Ook hij had een kopie van de achteraf valse lijst in handen gekregen. Daarom zette hij in januari 2004 in het grootste geheim een bevriende generaal, Philippe Rondot, op de zaak. Die zwaargewicht van de geheime dienst voerde een eigen onderzoek uit, parallel aan dat van justitie. En kwam ongeveer gelijktijdig, in de zomer van 2004, tot dezelfde conclusie: de 'corbeau' had valse informatie gegeven. Blijft de vraag, wie dat toch is geweest.

De Franse media zijn nog altijd heel voorzichtig met het noemen van de namen - de rechters zijn nu eenmaal vlot met veroordelingen van de media wegens belediging en de betrokkenen ontkennen nog altijd ten stelligste. Maar wie het uitgelekte verhoor van generaal Rondot naleest (te vinden op de website van Le Monde), kan niet langer twijfelen. De lijst komt, zo zegt de generaal letterlijk tegenover de onderzoeksrechters, 'uit de binnenzak van' een zakenman, Jean-Louis Gergorin. Die kreeg daarbij hulp van de Libanese informaticus Imad Lahoud. Wie is dit duo?

De 60-jarige Gergorin was begin jaren tachtig de baas van Villepin op de strategie-afdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Beiden bleven sindsdien bevriend. In de jaren negentig stapte Gergorin over naar de defensie-industrie: eerst werkte hij bij Matra, daarna kwam hij terecht bij EADS, het moederbedrijf van Airbus. Bij Matra vocht hij een harde strijd om militaire orders uit Taiwan tegen Alain Gomez, de topman van een ander defensieconcern, Thomson. Gergorin verloor. Bij EADS vormde hij een duo met bestuurder Philippe Camus. Openlijk verkeerde dat tweetal op voet van oorlog met twee Airbus-prominenten, topman Noël Forgeard en diens rechterhand, de eerdergenoemde Philippe Delmas. En wie werden er op de valse lijst bovenal van verdachte transacties beschuldigd? Juist, Gomez en Delmas.

In juni 2003 trok Gergorin de 40-jarige informaticus Imad Lahoud aan voor de 'systeemveiligheid' bij EADS. Dat was een opmerkelijke keuze, want de achtergrond van deze Libanees was schimmig. Hij was begonnen als vermogensbeheerder voor rijke Arabische families, maar belandde in 2002 drie maanden in de gevangenis vanwege zwendel. Een jaar later werkte hij niettemin bij de Franse geheime dienst: Lahoud had aannemelijk weten te maken dat hij kon helpen bij het opsporen van zwart geld van terroristen, Bin Laden voorop. Om dat voor elkaar te krijgen, interesseerde hij zich hevig voor de Luxemburgse bank Clearstream.

Bin Laden

In maart 2003 zocht Lahoud contact met de man, die verantwoordelijk was voor de eerste fase van de Clearstream-affaire: onderzoeksjournalist Denis Robert. Ook hem wist Lahoud ervan te overtuigen dat hij behulpzaam kon zijn bij het opsporen van de geldstromen van Bin Laden. De journalist nodigde Lahoud in zijn huis in Metz uit. Op een onbewaakt ogenblik kopieerde Lahoud alle Clearstream-bestanden van de journalist uit diens computer. Van een samenwerking kwam het nooit meer.

Gergorin en Lahoud benaderden in november 2003 op het ministerie van Defensie generaal Philippe Rondot, zo verhaalt de laatste tegenover de onderzoeksrechters tijdens zijn veertien uur durende verhoor. Rondot was een vriend van Gergorin en een goede bekende van Villepin - gedrieën werkten ze op de strategieafdeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken. De generaal hoorde het verhaal van Gergorin aan en had twijfels. Vooral omdat hij enkele collega's van de geheime dienst op de lijst zag staan van wie de integriteit voor hem vaststond. Zijn eerste onderzoekingen bevestigden zijn twijfels.

Cruciaal is enkele maanden later de bijeenkomst van 9 januari 2004, wanneer Villepin, op dat moment minister van Buitenlandse Zaken, Rondot op zijn ministerie ontbiedt. Tot zijn verbazing treft de generaal in het vertrek ook Jean-Louis Gergorin aan, die de bewuste lijst uit zijn binnenzak tovert. Rondot krijgt vervolgens van Villepin de opdracht om zijn onderzoek te beginnen. De grote vraag, die de afgelopen week de gemoederen van journalistiek en politiek Frankrijk bezighield, was, of Rondot op dat moment van Villepin het verzoek kreeg zich vooral op Sarkozy te richten. Want als die focus op zijn rivaal wordt bewezen, is dat politiek dodelijk voor de premier - Sarkozy was immers een van de velen op de lijst en dus valt aparte aandacht voor hem niet te rechtvaardigen.

Dinsdag stelde Villepin nog met klem dat Sarkozy tijdens die bijeenkomst met Rondot 'helemaal niet ter sprake' was gekomen. Woensdag publiceerde Le Monde het gespreksverslag van de generaal, waaruit het tegendeel bleek. Zonneklaar wordt dat een groot deel van het gesprek om Sarkozy draaide, waarbij Villepin zelfs een suggestieve opmerking maakte over een mogelijk financieel belang van Sarkozy bij diens reis naar China op dat moment. Donderdag zag Villepin zich onder druk van die publicatie gedwongen zijn lezing bij te stellen: de naam van Sarkozy was toch gevallen, maar uitsluitend als minister, niet als verdachte, zei hij nu.

Maar er zit nog meer licht tussen de versies van de politicus en de generaal. Waar Villepin beweert dat Chirac 'op geen enkel moment' opdracht heeft gegeven om het onderzoek te laten uitvoeren, ligt dat volgens Rondot anders. Hij is ervan overtuigd dat de president 'eind 2003, begin 2004 op de hoogte was via Villepin, die zelf door Gergorin was geïnformeerd. () Het consigne van de president was voorzichtig, verstandig en discreet te handelen, omdat het een ernstige zaak was met mogelijk politieke consequenties.'

Explosief is ook zijn onthulling over een actie van Villepin ten gunste van Imad Lahoud. Deze episode heeft tot dusver verbazingwekkend weinig aandacht gekregen in de media. In maart 2004 wordt Lahoud door de politie gearresteerd in verband met zakelijke besognes. Villepin belt prompt Rondot op met het verzoek: zorg dat Lahoud vrijkomt. 'Die stap van een minister kan verrassend lijken, maar () Villepin vreesde wellicht dat hij (Lahoud) over de affaire zou praten', zo verklaarde Rondot tegenover de onderzoeksrechters. Een schimmige zakenman bevrijden uit de handen van de politie - het is geen fraaie actie voor een zo hoge politicus.

Publiekelijk heeft Villepin zich daar nog niet over uitgelaten, maar de onderzoeksrechters zullen hem er vast het vuur na over aan de schenen leggen. Hoe ver ging de samenspanning tussen de premier en de twee valse klokkenluiders, luidt een van de meest intrigerende vragen van de Clearstream-affaire. 'Corbeau' Jean-Louis Gergorin had een motief om de valse lijst op te stellen - hij wilde revanche op zijn zakelijke tegenstanders Delmas en Gomez. Maar waarom kwamen ook politici als de linkse presidentskandidaat Dominique Strauss-Kahn en de rechtse Nicolas Sarkozy op de lijst? Had Villepin hier zelf de hand in, wat toch tamelijk onvoorstelbaar is, of was zijn vriend Gergorin zo sluw die namen toe te voegen, zodat Villepin zou toehappen? Of zit het nog weer anders en zijn Gergorin en Lahoud zelf ook weer slachtoffers van manipulatie door desinformatie van de zijde van Clearstream? Die laatste optie houdt generaal Rondot open, zo blijkt uit zijn verhoor.

Zware klus

De onderzoeksrechters staan voor de zware klus die vragen in de komende weken te beantwoorden. Zij kunnen zich er niet van afmaken met de leuke anekdotes, die journalisten mogen opschrijven. Franz-Olivier Giesbert verhaalt in zijn onthullende boek La tragédie du president smakelijk, hoe minister Villepin triomfantelijk naar premier Raffarin stapt, wanneer hij de lijst met daarop de naam van Sarkozy voor het eerst in handen heeft gekregen. 'We hebben hem!', zou hij hebben uitgeroepen. De scène is goed voorstelbaar, maar de onderzoeksrechters zullen de harde bewijzen moeten leveren voor opzet van Villepin om zijn rivaal onderuit te schoffelen.

Uit hun vraagstelling tijdens het verhoor van Rondot blijkt dat de onderzoeksrechters warme belangstelling hebben voor de rol van Jacques Chirac. Villepin ontkende deze week iedere betrokkenheid van de president, maar d'Huy en Pons lijken er alles aan gelegen het tegendeel te bewijzen. Maar ook als hen dat niet lukt, kunnen zij het net rond de politiek danig verzwakte premier verder aantrekken via verhoren en huiszoekingen. Villepin moest deze week zijn versie van de feiten al een keer bijstellen.

Mocht hij dat in de komende weken nog vaker moeten doen en door nieuwe onthullingen verder in verlegenheid worden gebracht, dan kan president Chirac zijn steun en toeverlaat onmogelijk nog langer handhaven.

Meer over