Een foto nemen op de wc

Favoriete halte voor behoeftige innemers, rustpunt voor harde werkers, hoopvolle omgeving voor prille liefdes: het café brengt de wereld op een paar vierkante meter samen....

'Hou op! Zoveel openhartigheid kunnen mijn oren niet verdragen!', roept Karel tegen Richard, die schaamteloos het wreedste en het lustvolste van zijn innerlijk aan ons aan het tonen is. Hij is dronken. Hij is zonder remmingen geworden.

Karel zegt tegen hem: 'Elk mens denkt wel eens wrede dingen die tegelijk lustvol zijn, zogenaamde perverse dingen. Wij mogen, wanneer wij in gezelschap zijn, gerust verklaren dat wij soms zulke dingen denken, en het gezelschap zal dan verklaren: ''Wij ook, wij denken ook wel eens zulke dingen. Niets menselijks is ons vreemd.''

'Maar je moet nooit zeggen wát het precies is wat je denkt, Richard, nooit. Je moet nooit openhartig zijn over de details, ook al ben jij nog zo dronken. De mensen zullen het onthouden met hun goede geheugen en ze zullen jou de vuile details op een kwade dag voor de voeten werpen. Misschien zijn hun innerlijke details vele malen vuiler, maar jij hebt het gezegd. Dat is jouw fout. Je moet nooit in details treden, nooit. Want niet alleen God zit in de details, ook de duivel zit erin. En wat nog het allerergste is: de mens zit erin. Openhartigheid over innerlijke details is de dood van elke beschaving, onthoud dat goed. De kern van elke beschaving is de geheimhouding van innerlijke details. Wanneer een beschaving begint te denken dat er geen communicatie meer mogelijk is zonder openhartigheid, dan is die beschaving op sterven na dood, dan komen er geen blaadjes meer aan de bomen en geen bloemen meer uit de knoppen in de lente.'

En met die strenge woorden maakt Karel een einde aan Richards monoloog, die ik hier liever niet in geuren en kleuren navertel, want het was werkelijk beneden alle peil en ik schaam mij ervoor dat mijn oren er bij waren om het te horen. Wat een gruweldingen kunnen zelfs de aanzienlijkste mensen toch vertellen wanneer zij een slokje teveel op hebben.

Maar ik vertel er niks over, over Richards openhartigheden, ook al branden mij de woorden op de lippen. Ik kijk wel uit. Zulke woorden in de krant schrijven, dat is hetzelfde als ze zelf bedenken. Dan krijg ik straks nog de schuld. Dan treft mij hetzelfde lot als de boodschapper die het slechte nieuws bij de tsaar kwam brengen. 'Hak zijn hoofd eraf', riep de tsaar. En het zwaard van de dienaar sneed door de lucht en het hoofd rolde over de grond. De tsaar dacht dat door het afhakken van het hoofd ook het slechte nieuws uit de wereld was!

Het is mij een raadsel waar hij het vandaan haalde, Richard. Ik denk uit zijn ziel.

Maar waar hij het ook vandaan haalde, hij had het beter niet kunnen zeggen, zoals Karel al zei, want veel dingen worden ons vergeven, maar sommige dingen worden ons niet vergeven, dat wil zeggen: ze worden onthouden - waaruit maar weer eens blijkt dat het geheugen moreel van aard is. Of het zuiver moreel van aard is, dat zou ik niet kunnen zeggen, maar ik denk van wel. Ik denk dat de mensen met de beste geheugens de meest wraakzuchtige mensen zijn, en omgekeerd dat de mensen met de slechtste geheugens de zachtmoedigste mensen zijn. Dat heeft de ervaring mij geleerd, zogezegd. Ik heb het hier niet over domheid en intelligentie.

Het is een interessant onderwerp, nu ik er eens goed over nadenk, maar ik moet het terzijde leggen, want de gebeurtenissen in ons kleine café vragen de aandacht. Een fotograaf, die tevens een verkoper van rozen is, wil graag de advocate fotograferen, in ruil voor geld.

Zij zegt tegen hem: 'Ga even mee naar de wc. Daar zal ik je eens iets laten zien om te fotograferen.'

De fotograaf gaat mee naar de WC, terwijl Richard zijn autosleutels laat rammelen. Hij heeft een Porsche. Hij gaat erin rijden met zijn dronken hoofd.

Meer over