Het eeuwige levenIneke Swens-Donner (1934-2021)

Een ernstig en scherpzinnig raadsheer (v) in een mannenbolwerk

Lang waren vrouwen niet welkom bij de Hoge Raad, maar Ineke Swens-Donner trok zich daar niets van aan. In 1993 werd ze benoemd tot raadsheer en ging rechtstreeks naar de civiele kamer, het hoogst haalbare.

Ineke Swens-Donner Beeld -
Ineke Swens-DonnerBeeld -

Ineke Swens-Donner behoorde als vrouw in de rechtspraak tot een voorhoede, en dat heeft ze geweten.

Ze was telg uit een bekend geslacht van gereformeerde predikanten en juristen: haar vader was predikant in Scheveningen; oud-minister Piet Hein Donner is een achterneef.

In 1934 werd ze geboren in Scheveningen. Begin jaren ’50 wilde zij ook rechten studeren en wel in Leiden. Dat was bijzonder: Donners gingen van oudsher naar de (toen nog) gereformeerde Vrije Universiteit in Amsterdam. Naast haar studie moest ze werken om haar kamer te betalen, een eigen plek vonden haar ouders niet nodig.

Ineke Donner was vastbesloten ‘het mannenbolwerk’ dat de rechterlijke macht nog was te doorbreken. Zoon Otto Swens, advocaat: ‘Bij sollicitaties naar een plaats als rechter kreeg ze te horen: Voor een man is een zeven genoeg, van een vrouw verwachten we een acht.’

De eerste

Ineke Donner werd de eerste vrouwelijke rechter in Arnhem. Eind jaren ’60 stapte ze over naar de rechtbank in Amsterdam, waar ze rechter Pieter Swens ontmoette, met wie ze zou trouwen. Hij had al twee kinderen uit een eerder huwelijk, samen kregen ze nog een zoon en een dochter.

Begin jaren ’80 volgde een promotie tot raadsheer bij het gerechtshof in Den Haag. ‘Mijn moeder was ambitieuzer dan mijn vader’, zegt Otto Swens, ‘toch ging zij parttime werken en hij niet. Tegenwoordig zou je het omdraaien.’ Bovendien bleek het in de praktijk geen parttime te zijn, ze kreeg voornamelijk parttime betaald. Otto Swens: ‘Mijn moeder deed thuis ook alles. Mijn vader kon niet koken.’

Rechters zijn meestal maar een dag of twee per week op de rechtbank en werken het grootste deel van de week thuis. Daar hing een spanning rond haar. De kinderen moesten veel stil zijn. De strijd tegen het mannenbolwerk vergde veel van hun moeder en de kinderen vonden het gebrek aan aandacht moeilijk, zegt dochter Willemijn Swens: ‘Nu ik ouder ben, weet ik dat ze een weg heeft gebaand voor de vrouwen na haar.’

Gouden hart

In 1993 werd Ineke Swens-Donner – overal geprezen als zeer scherpzinnig, betrouwbaar en precies – benoemd tot raadsheer bij de Hoge Raad. Lang waren daar geen vrouwen welkom wegens ‘de maandelijkse labiliteit’. Ineke ging rechtstreeks naar de civiele kamer, het hoogst haalbare. Haagse collega Chris Jansen werd er benoemd in de belastingkamer en kreeg ‘sterk de indruk’ dat zij met haar ‘gouden hart’ meer van zichzelf vergde dan goed voor haar was.

‘De Hoge Raad was te zwaar, ze had vaak hoofdpijn’, beaamt haar zoon. Volgens oud-president van de Hoge Raad Willibrord Davids, destijds raadsheer, was Ineke Swens-Donner zó ‘ernstig en accuraat’ dat ze altijd vreesde iets belangrijks over het hoofd te zien. Ze kon ook emotie tonen bij schrijnende persoonlijke omstandigheden in een bepaalde zaak, ‘ook al treden die door de aard van het cassatieproces bij de Hoge Raad wat minder op de voorgrond. Dat is dan ook een aspect dat zij wel heeft gemist’. Iets dat volgens Davids ‘alleen in haar voordeel spreekt’.

Na drie jaar bij de Hoge Raad ging ze ‘kopje onder’ en vertrok ze, zegt Otto Swens: ‘Als vrouwen zeggen dat zij het zwaarder hebben, dan lachen mijn vrienden soms. Ik niet: ik heb mijn moeder zien werken.’

Op 15 augustus overleed oud-raadsheer Swens-Donner, 87 jaar oud, aan de gevolgen van een val in haar verzorgingshuis. Ze was inmiddels ernstig dementerend. In haar rouwadvertentie stond niets over haar werk: dat vond ze altijd overdreven. Meer iets voor mannen.

Meer over