Het eeuwig levenNico Visscher (1933 - 2021)

Een beminnelijke tekenaar, ‘helemaal uit Groningen’

Er loopt een rechte lijn door het leven van de tekenaar. Als kleuter zei Nico Visscher al dat hij later niets anders zou willen doen dan tekenen om ervan te leven. Zo is het precies gegaan.

Nico Visscher. Beeld VOIC
Nico Visscher.Beeld VOIC

Na een start als lithograaf bij een reclamebureau volgde hij de Groningse Minerva Academie en werd hij al snel politiek tekenaar voor het Dagblad van het Noorden, waar ook zijn broers Sjors en Guus al werkten. Visscher maakte van 1961 tot 1993 de dagelijkse cartoon ‘Korrel’ op de voorpagina, in de traditie van Wibo in de Volkskrant. Ook maakte hij in de jaren zeventig voor de krant de strip ‘In de wolken’, met tekst van Kees Stip. Daarnaast tekende hij onder meer voor de tijdschriften Binnenlands Bestuur en Bijeen. Het milieu hoorde tot zijn favoriete thema’s.

‘Een fijnzinnige en beminnelijke vakman van de oude school – kom daar nog maar eens om’, typeert zijn Volkskrant-collega Jos Collignon hem. ‘Nico beheerste z’n materialen. Hij zocht altijd naar de humor in het (politieke) leven en had een duidelijk eigen handschrift.’

‘Bescheiden, soms op het verlegene af, plichtsgetrouw, een beetje een binnenvetter, maar waar nodig eigenzinnig en kritisch, vooral voor zichzelf’, beschreef het Dagblad van het Noorden hem bij zijn afscheid in 1993. ‘Een echte Groninger’ ook: ‘Nooit echt jong geweest, maar zeker niet oud. Ruim 30 jaar geleden, toen hij bij de krant kwam, zag hij er vrijwel net zo uit als nu. Het haar in dezelfde richting, vrijwel altijd een das om, een wat vormelijke man.’

Zijn vrouw Fien, die 64 jaar met Visscher samen was, noemt haar man ‘sociaal en betrokken, altijd bereid een ander te helpen; hij maakte nooit ruzie’. Gevraagd naar zijn politieke voorkeur, moet ze het antwoord schuldig blijven. ‘Daar hadden we het niet over’. Zelf zei Visscher tegen het Dagblad van het Noorden over zijn drijfveren: ‘Als ik iets van een missionaris in me had, dan heb ik de boodschap willen overbrengen: mensen, laat je niet opjutten, laat je niet belazeren.’

Onder de oudgedienden van zijn collega’s was hij onder meer geliefd omdat hij hen – per definitie solitair werkende zelfstandigen – een spreekwoordelijk clubhuis bezorgde. Op Visschers initiatief komen de landelijke tekenaars jaarlijks in april bijeen in restaurant Kaatje bij de Sluis in Blokzijl, waar zij hun maaltijd traditiegetrouw ‘betalen’ met een tekening. Veel van die werken hangen er aan de muur. Hetzelfde had Visscher geregeld met het Groningse restaurant De Pauw, waar hij onder dezelfde voorwaarden jaarlijks at met ‘noordelijke tekenaars’ van de Verenigde Oost Indische Inkt Compagnie. Onder anderen Jan Kruis (van Jan, Jans en de kinderen) hoorde tot de tafelgenoten.

De houding van ‘de Randstad’ jegens Groningen en de Groninger stak hem soms. Het leverde hem een van zijn bekendste tekeningen op: astronaut Wubbo Ockels die in zijn capsule begroet wordt door ruimtevaarders: ‘Zo… Helemaal uit Groningen?’.

In 1984 werd Visscher internationaal gezien: toen werd in Montreal uit duizenden inzendingen een tekening van hem bekroond met de Grand Prix van de Salon International de la Caricature, een soort Pulitzerprijs voor tekenaars. ‘Ik denk dat ik wel kunstenaar ben, maar daar heb ik verder niks aan’, relativeerde hij zichzelf.

Tot een maand voor zijn overlijden is Visscher blijven tekenen. Op 21 september stierf hij – vredig, thuis – aan ernstig nier- en hartfalen. Hij is 88 jaar geworden. Collega’s eerden hem met een variatie op zijn bekende plaat van Wubbo Ockels. Nu stond Visscher voor de hemelpoort, vraagt Petrus verwonderd: ‘Helemaal uit Groningen?’

Meer over