ColumnSylvia Witteman

Een bed dat dertig jaar overeind blijft houdt het ook wel 31 jaar uit

null Beeld

‘We moeten eigenlijk een nieuw matras hebben’, zeiden huisgenoot P. en ik op gezette tijden tegen elkaar, de afgelopen twee, drie, zeven jaar. Maar ja, er kwam telkens iets tussen, geen probleem ook, tot P. op het onzalige idee kwam een beddenwinkel binnen te lopen, met bloedstollend resultaat.

‘Die man vroeg hoe oud ons bed was. Ik zei dertig jaar. En toen zei die dat we niet alleen een nieuw matras moeten hebben, maar ook een heel nieuw bed!’ Ja, dat krijg je ervan. ‘Loop dan ook geen beddenwinkel binnen!’, riep ik. Maar het was te laat, P. had een afspraak gemaakt. Een afspraak! Met een beddenwinkel!

Met loden voeten sleepte ik me erheen. Als je zo’n winkel ziet, weet je al meteen hoe laat het is: tijd voor een lekker potje afzetterij. Die ‘200 vierkante meter slaapcomfort’ ligt op een van de duurste locaties van de stad. Iemand moet daarvoor betalen en dat is niet de uitbater van de beddenwinkel.

We stapten naar binnen. Het wemelde er van de foeilelijke bedden met geheel geklede mensen in foetushouding erop. Een soort Pompeï maar dan duurder. Wat voor bed wij in ons hoofd hadden, wilde de verkoper weten. Nou, in elk geval niet zo’n enge boxspring, meneer, anders kan ik net zo goed meteen in een Van der Valk-hotel gaan wonen. Een normaal bed graag, met pootjes.

De verkoper sloop naar het pronkstuk van zijn boedel, en tilde het matras op. Daaronder bevond zich geen geruststellende lattenbodem of metalen vlechtwerkje, maar een stuk of duizend schoteltjes, allemaal naast elkaar. Het leek op de schubben van een terecht uitgestorven reptiel. ‘Elk schoteltje kan afzonderlijk afgesteld worden’, lispelde de verkoper. Hij ving mijn blik, waarin het ‘Nou én?’ ongetwijfeld goed leesbaar was. Ik moest denken aan die arme Chinees, in het circus, die honderden schoteltjes in de lucht moet houden, op stokken. Net zulke schoteltjes. Nee, ik zou geen oog dicht doen.

Toen dacht ik aan ons oude bed. Het was ons eerste bed en het is dertig jaar meegegaan. Als we nu, in deze enge winkel, een nieuw bed zouden kopen zou dat ongetwijfeld ook dertig jaar mee gaan. Wij zijn 55. Met andere woorden: ‘Dat wordt dan meteen ook ons láátste bed’, zei ik tegen P. Hij antwoordde iets relativerends, want zo’n type is hij. ‘Nee, we gaan weg’, zei ik. En tegen de schoteltjes: ‘U hoort nog van ons.’

Buiten maakte ik een geluid als het ventiel van een snelkookpan. Met de schrik vrijgekomen! Een bed dat dertig jaar overeind blijft houdt het ook wel 31 jaar uit. En die rugpijn, elke ochtend; dat zal gewoon de ouwe dag zijn.

Meer over