postuumEddy Posthuma de Boer (1931-2021)

Eddy Posthuma de Boer portretteerde de kwetsbaren van de wereld altijd met respect en oprechte belangstelling

Eddy Posthuma de Boer in 1996.  Beeld Marco Bakker / Lumen
Eddy Posthuma de Boer in 1996.Beeld Marco Bakker / Lumen

Ook in bittere armoede wordt er gelachen, gefeest en bemind. De zondag overleden fotograaf Eddy Posthuma de Boer had een bijzondere belangstelling voor de outcasts van de wereld die hij liefdevol portretteerde. ‘Het was alsof hij die mensen kon betoveren’, aldus schrijver Cees Nooteboom, vaak zijn reisgenoot.

Een gouddelver in zijn eigen archief, zo ontpopte de op 90-jarige leeftijd in Amsterdam overleden documentair fotograaf Eddy Posthuma de Boer zich in de laatste fase van zijn leven. Vitaal tot op hoge leeftijd – als tachtiger snelde hij me eens vooruit de trap op, naar zijn archief op de bovenverdieping van zijn Amsterdamse woning – vond hij zijn weg in de schat van tienduizenden zwart-witnegatieven, die de kern van zijn oeuvre vormen. En in het imposante kleurenwerk, dat hij aanvankelijk smalend afdeed als ‘wegwerpfotografie’ maar later, in zijn magnum opus Het menselijk bestaan (2015), toch omarmde.

Oman, 1981. Beeld Eddy Posthuma de Boer
Oman, 1981.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Onvermoeibaar stelde hij bijna tot het laatst boeken en tentoonstellingen samen, imposante getuigenissen van armoede, leed, ziekte maar ook hoop in Afrika, Zuid-Amerika, Azië, (Oost-)Europa. Voor het oog van de wereld, een getuigenis waarin hij zijn geweten liet spreken, was een hoogtepunt, in 1996. Hij verzorgde de tweewekelijkse beeldcolumn voor de Volkskrant met zijn dochter Eva. Trad op bij De Wereld Draait Door om zijn boekje Yeah Yeah Yeah (2014) te promoten, met foto’s van het legendarische bezoek in 1964 van The Beatles aan Amsterdam. De wereld was Posthuma de Boers werkterrein – hij was, werkzaam voor het legendarische Avenue, het in-flight magazine Holland Herald van KLM en Time-Life, vermoedelijk de meest bereisde fotograaf van Nederland. Maar Amsterdam was en bleef altijd zijn thuisbasis.

Amsterdam, 1964. Beeld Eddy Posthuma de Boer
Amsterdam, 1964.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Posthuma de Boer werd in 1931 geboren in de Amsterdamse Stadionbuurt, in het Plan Zuid van Berlage. Een wonder van detaillering, noemde hij het, ‘ik heb er leren kijken’. Maar fotografisch was er niks te halen. Niet alleen vanwege de baanbrekende architectuur was de buurt van zijn jeugd belangrijk, hij deed er ook de ervaringen op die hem zijn leven lang zouden motiveren. Hij zag hoe twee Joodse klasgenootjes door de Duitsers werden afgevoerd – slachtoffers van de Holocaust. Een gebeurtenis die hem nooit meer losliet, en hem steeds opnieuw de camera deed richten op de kwetsbaren van de wereld: kinderen.

Vluchtelingenkamp Goma, 1994. Beeld Eddy Posthuma de Boer
Vluchtelingenkamp Goma, 1994.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Hij fotografeerde ze in favela’s, in krotten en kelders, de kansloze verschoppelingen, gedwongen tot criminaliteit, wezen bij gebrek aan beschutting van het gezin overlevend in bendes.

Innerlijke zekerheid

Ze mogen kwetsbaar zijn, de kinderen en andere outcasts in de armste landen die hij, dikwijls ook voor het Rode Kruis werkend, bezocht, maar dat betekent niet dat hij ze als zodanig portretteerde. De zwervers, de bedelaars, de ploeterende landarbeiders in Bolivia en de mijnwerkers, de allerarmsten van de Filipijnen die wonen tussen de gestapelde graven op een kerkhof in Manilla, zij herkenden zichtbaar het respect en de oprechte belangstelling waarmee Posthuma de Boer hen tegemoettrad. En beantwoordden dat door hun levens voor de duur van zijn bezoek voor hem open te stellen. Zodat we zouden zien dat er ook in bittere armoede wordt gelachen, gefeest en bemind.

Portugal, 1976. Beeld Eddy Posthuma de Boer
Portugal, 1976.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Net als zijn generatie- en stadsgenoot wijlen Ed van der Elsken gedijde Posthuma de Boer bij de gouden jaren van de documentaire fotografie. Het glanzende maandblad Avenue beschikte over grote budgetten die hun de gelegenheid bood vaak en ver te reizen. Posthuma de Boer deed dat meestal in het gezelschap van schrijver Cees Nooteboom.

‘Wij zijn’, schreef Nooteboom in het voorwoord van Het menselijk bestaan, ‘op plaatsen geweest waar groot wantrouwen heerste, agressie, soms ook angst. Dan was het vaak alsof hij die mensen betoverde, maar waardoor? Ik heb me dat vaak afgevraagd. Hoe krijg je mensen zover dat ze zich uitleveren, dat ze zich laten zien in hun intimiteit, dat ze je wezenlijk toelaten, je vertrouwen? Ik denk dat het te maken heeft met een innerlijke zekerheid, een vorm van essentiële rust en wijsheid die mensen aanvoelen, ook al komen ze uit een volstrekt andere cultuur.’

Amsterdam, 1959. Beeld Eddy Posthuma de Boer
Amsterdam, 1959.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Op Posthuma de Boers foto’s zie je die betovering terug. Ernstiger dan Van der Elsken, die zijn onderwerpen op straat dicht op de huid zat en altijd interactie en spontaniteit zocht, zit er meestal iets bedachtzaams, weloverwogens in zijn foto’s. Waar Van der Elsken de gemoederen oppookte, bracht Posthuma de Boer ze tot bedaren.

Prachtige fijne korrel

Aanvankelijk fotografeerde hij, opgeleid op de Fotovakschool, in de traditie van pers- en documentaire fotografen in zwart-wit. Met die techniek kon de fotograaf in de donkere kamer naar eigen inzicht accenten zetten, contrasten versterken, het donker doordrukken om het onderwerp op de voorgrond het volle licht en zo de maximale aandacht te schenken. Beroemd werd bijvoorbeeld zijn portret van auteur Gerard Reve, schrijvend met een ganzenveren pen op een vel papier, een klassieker uit 1968 die als poster van de firma Verkerke een massaal publiek vond.

Bij kleurenfoto’s, vond Posthuma de Boer, was je overgeleverd aan de techniek van het laboratorium en was zijn invloed op het eindresultaat veel kleiner. Hij bevond zich in het veelstemmig koor van fotografen die de zwart-witfotografie bezongen als het enig ware geloof.

 Amsterdam, 1978. Beeld Eddy Posthuma de Boer
Amsterdam, 1978.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Maar de tijden veranderden en Posthuma de Boer veranderde mee. Kijk naar zijn kleurenwerk in Het menselijk bestaan, naar die prachtige fijne korrel die het gebruik van de film verraadt, en je ziet de rijkdom die het brede palet toevoegt. Het zompige van de groene velden in Ierland, waar een schaapsherder met zijn bordercollie in de motregen loopt – een bijna vergeten beeld van net aan twintig jaar geleden. De dansende, gemuilkorfde bruine beren in mistig Istanbul, voltooid verleden, op de kleurenfilm nog net in de hedendaagse beeldtaal gevangen.

Overijssel, 1990. Beeld Eddy Posthuma de Boer
Overijssel, 1990.Beeld Eddy Posthuma de Boer

In Chicago zag Posthuma de Boer in 1985 een bedelende man in een rolstoel, groot litteken op het kalende hoofd, een lichaam eindigend bij de romp – wellicht een oorlogsveteraan? Hij wordt door een zacht zonlicht uitgelicht. ‘Een half mens in een rolstoel op straat in Chicago’, schrijft de fotograaf. ‘Hij heeft een grote beker in zijn hand. Dat is beter dan een kleintje: er kan meer in en dat is ook de bedoeling. Het is hem gegund, want hij verdient meer.’ Hij was niet alleen een begenadigd observator. Posthuma de Boer had ook een liefdevolle pen.

Eddy Posthuma de Boer geportretteerd door Eva Roefs, januari 2020.

 Beeld Eva Roefs
Eddy Posthuma de Boer geportretteerd door Eva Roefs, januari 2020.Beeld Eva Roefs