Pop

Eddie van Halen was de grootste gitaarvernieuwer sinds Jimi Hendrix, en wel hierom

Eddie van Halen overleed een jaar geleden. Nederland is eigenlijk al vergeten hoe groot de rockgitarist was. Aan de hand van zes nummers ontleden we zijn virtuositeit.

Eddie Van Halen in 1978 in Londen. Beeld Redferns
Eddie Van Halen in 1978 in Londen.Beeld Redferns

‘Als corona voorbij is, hè, zou het dan niet gaaf zijn als we een interview zouden kunnen krijgen met Eddie van Halen? Dat je hem opzoekt in Californië?’

Het is april 2020, ik bel met collega-muziekredacteur en mede-fan Robert van Gijssel. Hij heeft net voor de gidsrubriek van Volkskrant Magazine een interview gehad met de Slipknot-zanger Corey Taylor, die nog eens wees op de pracht van de plaat Van Halen II (1979). Volgens Taylor gaat het slecht met de gezondheid van Eddie van Halen. Hij blijkt weer kanker te hebben.

We zijn het eens: we moeten iets met Van Halen, want het lijkt alsof Nederland hem en zijn gelijknamige band een beetje is vergeten. Terwijl hij ‘van ons’ is: geboren in Amsterdam in 1955, jonge jaren doorgebracht in Nijmegen. Hij is de zoon van een Nederlandse vader en een Indische moeder die toen Edward 7 jaar was besloten om naar Californië te verhuizen. Pijnlijk actueel: in een interview een paar jaar geleden heeft Van Halen gezegd dat zijn moeder zich in Nederland een tweederangsburger had gevoeld.

Van Halen in 1979 in Osaka. Beeld Getty Images
Van Halen in 1979 in Osaka.Beeld Getty Images

Het is dan begrijpelijk dat zijn werk wat verder in het geheugen is weggezakt. In de 21ste eeuw worstelde Van Halen met ziekte en alcoholverslaving, de band trad niet meer op in Nederland en bracht deze eeuw maar één studioalbum uit. Van Halen had de grootste invloed tussen 1978 en eind jaren tachtig; met de opkomst van de grunge raakte de virtuositeit uit de mode.

Op 6 oktober 2020 komt ’s avonds het trieste nieuws dat hij is overleden. Het komt te laat om een stuk te maken om mee te nemen in de krant voor de volgende dag, op pagina 8 staat slechts een kleine foto met bijschrift. Het goede nieuws is dat Van Halen toch niet vergeten blijkt. In de Rozemarijnstraat in Nijmegen, waar het gezin woonde, worden bloemen gelegd. De ene na de andere gitaargrootheid spreekt zijn bewondering uit. Van Steve Vai tot Kirk Hammett, ze zijn het allemaal eens: Eddie was de grootste gitaarvernieuwer sinds Jimi Hendrix.

Maar wat maakte hem nou precies zo bijzonder, wát was er zo vernieuwend? Een poging om het meesterschap te ontleden aan de hand van zes nummers.

De techniek: Eruption

Weinig debuutplaten zullen zo veel indruk hebben gemaakt als de titelloze eerste van Van Halen uit 1978. Eerst is daar het brute Runnin’ with the Devil, waarin Van Halen tussen zijn drieklankjes door duivels snel met zijn plectrum over de laagste snaren schraapt, terwijl hij met zijn linkerhand van rechts naar links glijdt: een signature lick. Maar dan, als tweede nummer, hoor je een nummer zonder zang, een soort neoklassieke toccata, maar dan door een keiharde, overstuurde versterker: Eruption.

Iedere gitarist die dat voor het eerst hoorde, heeft vertwijfeld naar boven gekeken, zeker vanaf ongeveer 57 seconden: hoe doet hij dat? Van Halen imiteert een soort barokke vioolfiguur door niet alleen met de vingers van zijn linkerhand op de snaren te hameren, maar dat ook met zijn wijsvinger van zijn rechterhand te doen. Door het snelle indrukken en weer af laten ketsen zorgt hij voor een stroom snelle nootjes. Hij hamert zo snel, dat het lijkt alsof je de tonen tegelijk hoort.

Two-hand-tapping heet deze techniek. De muur van geluid had hij niet eens nodig: op Spanish Fly demonstreert hij die op klassieke gitaar. Je hoort hem ook ‘tappen’ in zijn solo voor Michael Jacksons Beat it. Maar nergens paste hij het overdreven toe, want hij kon nog wel meer. Zo staat Van Halen in de traditie van Paganini en Liszt. Wat zij voor de viool en piano deden, deed hij voor de gitaar: de grenzen oprekken van wat voor mogelijk werd geacht.

De riff: Beautiful Girls

2003, ik zit in een vliegtuig van Delta Airlines van Schiphol naar Philadelphia. Een uitgebreid pakket voor vermaak aan boord is er niet, wel is er een soort radioprogramma dat na elk uur weer wordt herhaald met ‘classic rock’. Ik word gegrepen door één track waardoor ik blijf luisteren, want over een uur komt-ie weer voorbij: Beautiful Girls van het album Van Halen II.

Nee, let niet op de tekst (‘I’m a bum in the sun/ and I’m having fun’), het gaat om de riff, de dragende muzikale figuur van Eddie. Het is een soort boogie-riffje dat makkelijker klinkt dan het is, want bij Van Halen klinkt alles makkelijk. Hoezo hardrock? Hij laat zijn toontjes stuiteren als een volleerd countrygitarist, maar dan op hoog volume. Hoor dat motortje nou, en hoor hoe hij na een tussendoorsolootje weer heerlijk in de groove landt.

Hoe herken je de meester? Speel het vertraagd af (dat kan ook op YouTube). Beautiful Girls swingt dan nog steeds de pan uit: die timing, die accentjes. En bovenal: er zit zo veel plezier in. En hij is één met zijn broer Alex, de drummer van de band – zij zijn de ritmesectie, de bas is in de band een extraatje, de kelder onder het huis.

Als het om briljante riffs gaat, is overigens vooral het vierde (en hardste) album Fair Warning aan te bevelen, een catalogus vol briljante vondsten. En wie blijft er stilzitten bij Panama of Hot for Teacher van het album 1984? Dat de allerbekendste Van Halen-riff dan uitgerekend op een synthesizer is gespeeld (Jump), daar hebben we het dan maar niet over.

De solist: Unchained

Je ziet niet vaak gitaristen die én ijzersterk zijn in riffs én geweldige solo’s spelen. Van Halen kon het allebei. Wat kenmerkend is voor zijn solo’s is dat je hem er zelden op kunt betrappen dat hij twee maten in dezelfde positie op de hals blijft hangen en uit dezelfde toonladder put. Wil je hem naspelen, dan is hij je te snel af, want voor je hebt uitgevogeld waar je je linkerhand moet plaatsen, is hij alweer doorgevlogen.

Geen gitarist voor Eddie had zó’n coördinatie en kende de weg op de hals zo goed. Het was het gevolg van dagen- en nachtenlang aan de rand van zijn bed spelen, met (vrij naar Daniël Lohues) zes snaren en een sixpack. De steekwoorden zijn talent, toewijding en fantasie. Van Halen leverde zo veel goede solo’s af dat het eigenlijk onmogelijk is er een te kiezen.

De sound: Runnin’ with the Devil

Talloze gitaristen proberen tot op de dag Van Halens geluid te kopiëren. Ze kopen dan ook zo’n Variac die hij had om het voltage van de Marshall-versterker mee omlaag te krijgen, want zo deed Eddie het ook. Hij experimenteerde eindeloos met gitaren, die hij bleef ombouwen, met zijn beroemde rood-wit-zwart-gestreepte ‘Frankenstrat’ (Frankenstein-Stratocaster) als bekendste wapen.

Toch slaagt bijna niemand erin om echt als Van Halen te klinken. Steve Vai beschreef eens dat zijn collega bij hem thuis was, Vais gitaar en versterker probeerde – en het klonk toch precies zoals Van Halen. Die pregnante, in solo’s snerpende, maar in riffs nooit bitse klank zat vooral in de vingers.

Aan de ene kant is die sound lekker vies, stiekem is die ook verzorgd: op hoog volume krijg je snel bijgeluiden, maar bij Van Halen hoor je alleen de snaren die moeten klinken. Ook als hij de snaren met de palm van zijn rechterhand dempte, klonken ze nog vol. Effecten werden zo geïntegreerd in de muziek dat je ze eigenlijk niet meer als effecten ervaart.

De componist: Women in Love

We kunnen de gitarist-Van Halen niet los zien van de componist-Van Halen, want uiteindelijk luisteren we niet naar hem om zijn technische kunnen.

Het klinkt misschien gek als je het hebt over een gitarist die met zijn razendsnelle plectrumbewegingen allerlei metalheads de weg wees, maar eigenlijk was Van Halen geen (hard)rockband. De melodieën, de hooks, zijn soms zo ontzettend catchy dat ze dichter bij The Shirelles staan dan bij Deep Purple. Neem de intro van Women in Love: dit moet de bron zijn van alle happy hardcore.

Dat nummer is een goed voorbeeld van wat Van Halen als componerende gitarist onderscheidt van de rockers: hij schreef ontzettend melodieus en voegde graag nog wat harmoniserende nootjes toe. De norm in de rock was sinds The Kinks (luister bijvoorbeeld naar het door Van Halen gecoverde You Really Got Me) het zogenaamde power-akkoord. Dat ‘akkoord’ klinkt neutraal, want het is niet meer dan een kwint (bijvoorbeeld de toonsafstand c-g). De terts (bijvoorbeeld c-e) die het akkoord majeur (‘vrolijk’) of mineur maakt, en dus kleur geeft, ontbreekt. Eddie gebruikte die power-akkoorden weinig en omarmde juist vaak die terts. Zoals je dus hoort in de riff (vanaf 0’37”) in Women in Love. Ook Feel Your Love Tonight is daar een voorbeeld van.

Het zijn overigens niet alleen de gitaar en bas die de Van Halen-sound maken. De muziek zit ook vol gewiekste koortjes. Met bassist Michael Anthony compenseerde hij zo een beetje voor het vocale onvermogen van zanger David Lee Roth.

Persoonlijkheid: The Full Bug

Er zijn talloze gitaristen die heel getrouw en authentiek Jimi Hendrix of Eric Clapton kunnen naspelen. Maar geslaagde Van Halen-klonen (als ‘geslaagd’ en ‘kloon’ elkaar al niet uitsluiten) zijn aanzienlijk schaarser. Hoe komt dat? Misschien omdat hij zelf zo veel muziek in zich heeft opgezogen en al die muziek zo perfect wist te spelen: de Van Halen-broers begonnen als een coverband die alles moest en wilde kunnen. Hoe dan ook hoor je in elke noot persoonlijkheid. Ook na tig keer draaien blijft hij verbluffen, blijf je nieuwe dingen horen.

En het mooie: die Eddie is er dus een van ons.

Familieband

Van Halen werd opgericht in Pasadena, Californië, door de in Nederland geboren broers Alex (drums) en Edward van Halen (gitaar). De naam werd bedacht door zanger David Lee Roth, die vooral bij de band was gehaald omdat hij wél een eigen geluidsinstallatie had. In 1984 verliet Roth de groep. Hij werd opgevolgd door Sammy Hagar, waarna meer commercieel succes volgde, maar de band iets minder onderscheidend werd. In 2007 trad Edwards zoon Wolfgang als bassist toe tot de band.

Meer over