Droge martini

Op vrijdag de dertiende werd ik net op tijd wakker, om de huwelijksgift van tante Martha, gevat in een massieve goudkleurige lijst, met een klap op mijn hoofd te krijgen....

Wazig bekeek ik de restanten van tante Martha. We hadden het destijds al niet mooi gevonden, maar dat het zo treurig zou eindigen. . . Nog verdoofd slofte ik naar de keuken, om een sterke kop thee te gaan zetten. Vanuit de grote spiegel in de hal staarde een walgelijke vrouw me aan. Het mens droeg een degelijk nachthemd, van het soort waar geen vent een kick van zou krijgen, waaruit een kreukelig gezicht stak waar de vreugde des levens niet bepaald op geschreven stond.

In de brievenbus viel een brief van mijn ex-man, vol verontschuldigende volzinnen, maar waaruit ik toch kon opmaken, dat ik voortaan naar de alimentatie kon fluiten. Nu toch enigszins uit mijn evenwicht gebracht ging ik op de onderste traptrede zitten. Niet voor lang, want de telefoon rinkelde. 'Schat', zei mijn minnaar, 'ik zie het niet meer zitten tussen ons. . .'

Ik zag 't ook niet meer zitten en kwakte de telefoon dwars door het Wibra-hemd in de spiegel. Nadenkend ging ik water opzetten. Drie koppen sterke thee later was ik weer helemaal mijn blijmoedige zelf. Ik liet me er niet onder krijgen!

Om te beginnen knipte ik stofdoeken van 't nachthemd en ging toen het verguldsel uit mijn haren wassen, voorzichtig om de grote buil heen deppend.

Zorgvuldig koos ik een felrood pakje uit mijn garderobekast, stopte de trouwring van mijn ex en de briljantring van mijn andere ex in mijn tas en ging resoluut op weg. Ze brachten minder op dan ik had gedacht, ook al omdat de briljant geen briljant bleek te zijn.

Maar het was toch genoeg voor een bezoekje aan de schoonheidsspecialiste, en de kapper. Geestelijk en lichamelijk aanzienlijk opgeknapt kwam ik naar buiten en liep uitdagend onder een lange ladder door. Eens zien of zelfvertrouwen het kan opnemen tegen Het Noodlot! En kijk nou: er gebeurde niets!

Toen even later een zwarte kat mijn pad kruiste, bracht ook die geen onheil, integendeel, op de hoek van de straat doemde uitnodigend een cafeetje voor mij op.

Aan de bar bestelde ik een droge martini.

Vier consumpties later was mijn conversatie ronduit sprankelend geworden en bleek de kikker, die eerst tegenover mij had gezeten, veranderd in een heuse prins.

Elkaar diep in de ogen kijkend verlieten wij een uurtje later het pand.

Het schilderij van tante Martha hebben wij zorgvuldig laten restaureren en hangt nu, gevat in een lichte aluminium lijst, weer boven het bed.

Annie te Rietmole, Sittard

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 230. Bijdragen aan de reeks, tussen de 450 en 500 woorden lang, zijn welkom. Ze kunnen, mits voorzien van naam en woonplaats, worden gestuurd naar: Redactie de Voorkant, de Volkskrant, Postbus 1002, 1000 BA Amsterdam.

Meer over