ColumnSylvia Witteman

Door mijn hoofd buitelden alle broodjes die ik in mijn leven voor drie kinderen heb gesmeerd

null Beeld

‘Moet je kijken’, zei mijn zoon. Hij hield een plastic zakje omhoog, met daarin een broodje, een zogeheten ‘meergranentriangel’. Ik keek er glazig naar, want ik zat net, binnensmonds kermend, een pedant en volkomen humorloos stuk over humor te lezen, in de krant.

‘Wat is er met dat broodje?’, vroeg ik. ‘Als het van gisteren is kun je het nog gewoon opeten, hoor.’ Mijn zoon trok een geheimzinnig gezicht. ‘Dit broodje heb jij mij mee naar school gegeven’, sprak hij. ‘Maar niet gisteren. Denk eens na: hoe lang is het geleden dat je ons meergranentriangels meegaf?’

Ik dacht na. De schoolbroodjes fluctueerden, net als het leven zelf. Mijn kinderen hebben grof-volkoren-met-leverworstbevliegingen gekend, kadetjes-met-hagelslagseizoenen, een tijdperk van roggebrood met oude kaas, van tijgerbolletjes met kipfilet, ‘broodje snickers’ (dubbele witte boterham met pindakaas en nutella) Italiaanse bollen met sla, spek en tomaat...en meergranentriangels met salami. Aan al deze periodes kwam ten slotte een eind. Ook de meergranentriangels kwamen mijn kinderen uiteindelijk de neus uit. Dat was, even denken: een jaar of drie geleden.

‘Drie jaar!’, riep mijn zoon uit. ‘Dit broodje is drie jaar oud. Ik vind het net terug in een tas op mijn kamer.’ Het broodje zag eruit alsof het net uit de oven kwam. Geen spoor van schimmel of ander bederf. Er piepte een plakje salami tevoorschijn. Ook dat was niet verrot. Wat was hier aan de hand?

‘Misschien ligt mijn kamer op een brandpunt van aardstralen of zo’, zei mijn zoon. Ja, zoiets moest het zijn. Of gunstige luchtstromen. Ik dacht aan Toetanchamon, Ötzi, het meisje van Yde en Raskar Kapak. Hoe gaat mummificatie ook alweer in zijn werk? Is het een kwestie van zo’n lijk een paar maanden op de tocht leggen? Er komt ook balsem aan te pas, nietwaar? Nou ja, tocht hebben we volop in ons oude huis, en een broodje is geen lijk. Maar...

‘Waarom heb je dat eigenlijk indertijd niet opgegeten?’, riep ik. ‘Zeker weer naar McDonald’s gegaan? Bah, ga je schamen!’ Door mijn hoofd buitelden alle broodjes die ik in mijn leven voor drie kinderen heb gesmeerd. Elke ochtend weer, ook met griep, zware katers en/of depressies. Tienduizenden moeten het er geweest zijn. Hoeveel uren, dagen, maanden, jaren van mijn leven zijn er in die ellendige broodjes gaan zitten?

‘Weggooien?’, vroeg mijn zoon. ‘Nee, geef maar hier’, zei ik.

Ik ga dat broodje in brons laten gieten en op een marmeren sokkel laten zetten. Een monument van versteende moederliefde.

En dat zet ik dan midden in de gang.

Dat ze erover struikelen.

Meer over