Dooie bodem

Elke maand verkent de Volkskrant een plek in de samenleving van binnenuit. Deze maand: de wietkwekerij...

Als kweker Tys zijn hennepplanten komt toespreken, heeft hijmeestal en flinke tas bij zich, type fietskoerierstas. Grootgenoeg voor enkele groei- en bloeimiddelen, een nieuw lampje ofmetertje - het kleinere spul dat nodig is voor succesvollehennepkweek.

Als hij kartonnen dozen met de naam van een drukkerij naarbinnen sjouwt, weet je hoe laat het is. Dan is Tys naar hettuincentrum geweest. In de dozen zitten grote hoeveelhedenkokossnippers, ook wel kokoschips genoemd. Ze dienen alsvoedingsbodem voor de hennepplanten, of liever: als bodem, wantvoeding zit er nauwelijks in.

De drukkerijdozen dienen om geen argwaan te wekken in destraat. Het is tenslotte lastig uitleggen dat je eenorchideeënkwekerij bent begonnen op kantoor. Orchideeën groeienop kokos.

Kokos is een zogenoemd inert substraat, een luievoedingsbodem. Er zit van nature weinig groeikracht in, maar hetis uitstekend voor de geleiding van water en zelfgedoseerdevoedingstoffen.

Steenwol is ook zo'n dooie bodem. Het geniet de voorkeur vanheel grootschalige hennepkwekers - de jongens die in kassen ofverlaten fabrieksgebouwen opereren - omdat je er het minsteomkijken naar hebt. De kleine plantjes staan in eensteenwolblokje, dat vervolgens op een steenwolmat wordtgeplaatst. De wortels kunnen vrij uitgroeien in de mat.

Het is veel te link om grote matten steenwol tussen hetwinkelend publiek in de straat te sjouwen als je geen bouwvakkerbent. Tys kijkt wel uit. Hij stapelt de dozen met 'drukwerk' opin een hoek van de kelder en werpt een blik op de planten. Nogeen paar weken, dan is het oogsttijd. Daarna moet de kokos wordenvervangen. 'Eigenlijk moet het na elke oogst', zegt Tys, 'maarwij doen het om de twee.' Scheelt een hoop werk.

Meer over