Die ene leerlingRik Kuiper

Docent André Kuperus leerde van Marit dat je ook de doorgekraste antwoorden moet beoordelen

null Beeld Hedy Tjin
Beeld Hedy Tjin

Leerkrachten, docenten en hoogleraren over de leerling die hun kijk op het vak veranderde. Deze week: docent André Kuperus (65) over Marit, die hem deed inzien dat je met mildheid veel kunt bereiken.

‘Zo makkelijk kan het niet zijn, dat moet Marit hebben gedacht toen ze het schoolexamen maakte. Anders kan ik niet verklaren waarom ze bij de eerste twee opgaven de goede antwoorden driftig had doorgekrast, om vervolgens iets te noteren dat weinig met wiskunde te maken had.

‘Het was 2005, ik doceerde op een middelbare school in Emmen, waar ik voor het eerst in 25 jaar weer wiskunde gaf. Marit was zo’n typische vwo-leerling. Netjes, voorkomend, beleefd en gedreven. Op haar inzet was niets aan te merken. Tijdens de lessen had ze haar tafel tegen die van een paar vriendinnen geschoven, waarna ze samen de opgaven maakten. Kwamen ze er niet uit, dan riepen ze mijn hulp in. Ze hadden de hele periode hard gewerkt. Daarom verbaasde het me ook dat Marit op het examen de goede antwoorden had doorgestreept.

‘Ze bofte dat ik proefwerken grondig bestudeerde. Ik deed altijd mijn best te ontcijferen wat leerlingen aan het zicht probeerden te onttrekken. En niet alleen als er iets was weggekrast. Hadden ze witte lak gebruikt, dan hield ik het proefwerk mopperend tegen de lamp. Ik moest weten wat ze hadden gedaan, hoe ze dachten, waar ze de fout in gingen. Ook voor mezelf. Misschien had ik het niet goed uitgelegd.

‘Marit bleek de derde opgave wel goed gemaakt te hebben. Ze kon het dus toch. Daarom besloot ik haar voor de eerste twee opgaven alsnog het volle aantal punten te geven. Je kunt het best, dacht ik. Je weet hoe het moet.

‘Nee, volgens de regels had ik dat natuurlijk niet mogen doen. Ik had die opgaven fout moeten rekenen. Maar waarom eigenlijk? Soms denk ik dat we een beetje gek zijn geworden als leraren. Ik zag dat zij de stof beheerste, maar dat het haar aan zelfvertrouwen ontbrak.

‘Dat komt bij wiskunde A vaker voor. Vaak is dat vak voor leerlingen een negatieve keuze. Wie de techniek in wil of wie goed is in wiskunde, kiest voor wiskunde B. De rest komt bij wiskunde A terecht, met de gedachte dat dat makkelijker zou zijn. Het gevolg is dat daar relatief veel leerlingen zitten met een flinke dosis tegenzin, leerlingen met faalangst, leerlingen die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken.

‘Zoals Marit dus. Toen ik haar na de toetsweek het gecorrigeerde werk teruggaf, vertelde ze dat ze wel vaker goede antwoorden doorstreepte. Ze zei bovendien dat die 6,5 die ze nu voor wiskunde had behaald voor haar doen een erg hoog cijfer was.

‘Nou, antwoordde ik, bij mij is dat helemaal geen hoog cijfer. Ik ga tot de 10. Ook vroeg ik haar voortaan wat minder te krassen, omdat ik haar antwoorden zo slecht had kunnen lezen. Dat verzoek heeft ze ingewilligd. Ze haalde bij de volgende toets een 8, zonder kraswerk.

‘Dat ontroerde me niet alleen, het deed me ook inzien dat je met een positieve interventie veel kunt bereiken. Ik gaf haar vertrouwen, ik stimuleerde haar. Dat zouden docenten vaker moeten doen. Niet steeds die straffende vinger, niet die dikke rode streep door het foute antwoord. Soms moet je mildheid betrachten, soms moet je verder kijken dan de antwoorden op een toets.

‘In de jaren daarna heb ik nog veel meer leerlingen zien voorbijkomen die twijfelden over hun capaciteiten. Daarom vertelde ik elke nieuwe klas bij de eerste les dat ze niet bang moesten zijn om fouten te maken, al was het alleen al omdat ik niets meer te doen zou hebben als ze alles meteen goed deden.

‘Ook vertelde ik ze dit verhaal over Marit, waarna ik ze adviseerde nooit meer witte lak te gebruiken, omdat de stapel proefwerken daar zo zwaar van wordt. Ik drukte ze bovendien op het hart de antwoorden waarvan ze dachten dat ze niet klopten slechts met een dunne potloodstreep door te krassen, zodat ik dat streepje zo nodig bij schamel lamplicht over het hoofd kon zien.

‘Natuurlijk was er dan altijd een leerling die vroeg wat er zou gebeuren als dat doorgestreepte antwoord écht fout was. In dat geval, antwoordde ik, zie ik het streepje natuurlijk wel.’

Marit heet in werkelijkheid anders.

Meer over