Columnarthur van amerongen

Dobberend in zee voel ik die ontoombare zomergeilheid van weleer opborrelen

null Beeld

Voor mijn Villa Vischlugt ligt een strandje dat in de volksmond a praia suja (het vieze strand) heette, vanwege het plastic en ander drijfafval. Toen besloot de gemeente de boel op te pimpen. Helemaal uit Noord-Portugal kwamen honderden vrachtwagens met hagelwit zand, als gevolg van een schimmige deal waar meerdere ambtenaren erg gelukkig van zijn geworden.

De vissers wisten het al: dat zand houdt geen stand. Tijdens de eerste de beste herfststorm verdween driekwart van het strand dan ook in de Atlantische Oceaan. Op het lapje zand dat overbleef, ligt het falderappes uit Olhão nu te bakken als zeehonden op een waddenplaat.

Omdat de Ria Formosa een beschermd natuurgebied is, met roze flamingo’s, zeepaardjes, oesters en venusschelpen, zijn er geen sanitaire voorzieningen en is er geen horeca met kneiterharde kutmuziek.

Ik ga elke dag zwemmen en schommel dan door de groepjes badgasten naar het water. Vrijwel iedereen is lekker dik en veel vrouwen zijn – ongeacht hun leeftijd – getatoeëerd. De huidversiersels halen niet het topniveau van mijn goede vriend Daniel ‘Unu’ Uneputty, tattoo-artiest en voormalig president van de Hell’s Angels, maar zijn beslist aandoenlijk.

Toen ik net in de Algarve woonde, bemoeide ik me als typisch Hollandse betweter nog met de Portugezen. Zo stond ik eens bij de kassa van de Aldi achter een moeder en een dochter. Het meisje was amper 16 en had een aarsgewei van haar bilspleet tot haar schouderbladen. Ik had een borreltje op en verklapte de moeder dat de tramp stamp afkomstig was uit de pornowereld. Nou, toen waren de rapen gaar. Sindsdien bedil en beleer ik niet meer.

Ik lig nooit op het strandje. Niet vanwege het plebs – waarin ik naadloos opga met mijn ordinaire pens – maar vanwege mijn sproeten, mijn gevoelige huid en mijn kalende kersenpit. Als ginger zwem ik veiligheidshalve met een hoedje op en dat vinden Portugezen raar. Nou, liever de estrangeiro louco uithangen dan creperen van de huidkanker.

Na het zwemmen blijf ik dobberen met de ogen dicht en geniet ik van de strandgeuren: Nivea vermengd met zweet, etenswaren, babypoep en zweempjes van urine. Het geurenkabinet brengt mij terug naar het strand van Zoutelande. Ik voel die ontoombare zomergeilheid van weleer opborrelen en hoor mijn puberinstinct weer brullen: ik wil liefde! Neuken! Klaarkomen!

Pas een paar zomers later werd ik op Texel ruw ontknaapt door een moddervette Friezin. Hoe zou het nu met haar zijn, dacht ik tijdens het floaten.

Mindfulness: ik kan het iedereen aanraden.

null Beeld Gabriël Kousbroek
Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over