tante Jo'svan lezers

Dit zijn de eigenaardige Tante Jo’s van lezers (die soms ook Ome Niek heten)

Bij het uitbreken van de coronacrisis begon Sander Donkers in zijn column 150 te schrijven over zijn Tante Jo. Dat inspireerde veel lezers. Bijna 350 lezers reageerden op een oproep herinneringen op te halen aan hun ‘Tante Jo’, dat ene, ietwat eigenaardige familielid. Donkers koos achttien inzendingen uit. 

Ik had het misschien van tevoren kunnen bedenken, maar dat deed ik niet. Toen ik in maart columns over mijn dierbare Tante Jo zaliger begon te schrijven waarde er net een virus rond. We zaten noodgedwongen thuis en ik vroeg me af waar ik de komende tijd in hemelsnaam over zou schrijven nu de krant, begrijpelijk, van A tot Z vol stond met coronanieuws. Kon ik niet beter een geitenpad kiezen dan de hoofdstraat bewandelen? Om me heen was iedereen in arren moede maar aan een grote schoonmaak begonnen. Wederwaardigheden over zwabbers, emmers en zwaar bestofte, zelden geopende gangkasten wrikten herinneringen los, en voilà.

Tante Jo kwam goed van pas, om het oneerbiedig te zeggen. Story of her life. Al spoedig begon ik veel post te krijgen. Mails, en beter nog: brieven en ansichtkaarten. De oudste schrijver was 96 jaar, wat duidelijk aan haar handschrift viel af te lezen. Vrijwel zonder uitzondering waren het heel lieve reacties, waarvan ik zeker weet dat ze mijn oudtante van oor tot oor hadden doen blozen. Maar veel lezers waren kennelijk ook geïnspireerd geraakt om de herinneringen aan hun eigen familieleden te delen – veelal aan diegene die een beetje uit de pas liep, eigenaardig was, wereldvreemd. Degene die om welke reden dan ook veel betekend had, over wie het tijdens familiebijeenkomsten net iets vaker ging.

Tante Jo als pars pro toto. ‘Als een wát?’, hoor ik haar in gedachten zeggen, want zulke woorden leerde je niet op een huishoudschool in de jaren twintig van de vorige eeuw. ‘Als iemand die voor iets groters staat’, zou ik dan antwoorden. ‘Al is het lastig te zeggen wat precies.’ Lezeres Maaike Jongepier kwam met het idee voor een lezersoproep, waarop bijna 350 reacties kwamen. In samenwerking met de Open Redactie van de Volkskrant heb ik ze met groot genoegen gelezen.

Wat waren er veel Jo’s in die tijd! Niet onlogisch misschien; zoals de meeste Jannen eigenlijk Johannes heten, werden de Johanna’s vanzelf Jo. Maar ook in de Alie’s, Arie’s, Lena’s, Wimmen, Corren en oma Khatun school steevast een bijzonder verhaal. Een rode draad? Ongetrouwd zijn bleek een goede voorwaarde voor eigenzinnigheid – of andersom natuurlijk. Niet zelden worstelden ze met hun seksuele geaardheid, iets waar je in een nog niet zo grijs verleden maar moeilijk openlijk voor uit kon komen. Een flink aantal koesterde, al dan niet succesvol, andere plannen dan hetgeen de maatschappij voor hen in gedachten had. Verder viel er gelukkig geen peil te trekken op de typische kenmerken van een ‘Tante Jo’, behalve dan dat er aan hun nagedachtenis louter warme gevoelens kleven.
Sander Donkers

Tante Riet

Als ze de kleine kapel wordt binnengereden, aan het begin van de door haarzelf geregisseerde dienst, schiet ik omhoog. Op de kist ligt één bloemstuk, op het lint de naam die altijd opduikt in de verhalen.

Mijn Tante Riet stierf teleurgesteld. Als non leidde zij een school in het Chili van Allende en later Pinochet. Op enig moment dirigeerden de superieuren haar terug naar Zundert, zeer tegen haar zin. Haar hart lag in Santiago. Tante Riet bond de strijd aan, tevergeefs. Ze werd uit de kloosterorde gezet. Of ze is zelf uitgetreden. Niemand van ons die het wist. Niemand van ons die het te horen kreeg. We raakten verloren in tweedehands aannamen. Iets met geld, een verboden relatie, een buitenechtelijk kind. En telkens weer die naam. Ik nam aan dat die deel uitmaakte van onze onwetende verbeelding.

Maar nu geeft Tante Riet zekerheid: Laura, ze bestaat. Ik kan op zoek.
Peter Dictus

Afdingen

De man zorgt voor het gezin, vond mijn Chinese vader. Dat deed hij dan ook. Eerst werkte hij hard in ons Chinese restaurant, later nog veel harder in onze tahoefabriek. Het waren de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw.

Elk vriendje – lees potentiële echtgenoot – van een van zijn dochters werd bij eerste kennismaking ondervraagd over zijn financiën. Als er geen bevredigend antwoord kwam, werd de ondervraging harder. ‘Wat verdient jouw vader?’, vroeg hij dan indringend aan het steeds meer in verwarring rakende vriendje. Mijn Hollandse moeder schaamde zich dood.

Pa gooide zijn geld niet over de balk. Over elke aankoop werd nagedacht en onderhandeld. Verstandig bij inkoop voor restaurant of fabriek, minder fijn bij aankopen in een warenhuis. Bij V&D dong hij af bij de aanschaf van een bed. Dat lukte niet. Met het gratis sprei dat hij ter compensatie kreeg, was hij niettemin heel tevreden.
Salma Chen

Ome Niek

Ome Niek was aannemer. Hij hield van hard werken, een borrel en een sigaar. En van practical jokes. Als mijn moeder op zondag rijsttafel maakte voor de hele familie, bouwde ome Niek aan het eind van de maaltijd, aangevuurd door veel drank en aanmoedigingen van ons kinderen, een hoge toren op tafel. Hij gebruikte hiervoor mijn moeders borden, dekschalen, wijnglazen en ander duur serviesgoed. 

Al stapelend keek hij ons dan samenzweerderig aan. ‘Deze kan hier…’ 

De toren reikte vaak tot aan het plafond, en als mijn moeder paniekerig gilde ‘verdomme Niek!’, bromde hij: ‘Pas op, zo stort de boel nog in.’ Nooit sneuvelde er ook maar een glas.

Een jaar na zijn faillissement kreeg ome Niek een hartaanval. In de kerk bleef ik denken dat hij elk moment lachend uit de kist zou opstaan, maar nee.

Bovenop zette hij altijd het potje sambal oelek.
Jaap Boots

Peren

Volgens mijn ome Arie, fruitteler in ruste, zijn peren van adel. Dat kun je horen aan hun deftige namen: Doyenné du Comice, Conference en Triumph de Vienne. Dit klinkt immers veel voornamer dan Goudreinet of Elstar.

Op zijn verjaardag krijgt hij altijd een kistje Doyennés kado, die hij in de kelder bewaart. Iedere peer in zijn eigen kartonnen kuiltje. Halverwege de middag kiest hij de rijpste twee peren uit en neemt die mee naar buiten, waar zijn vrouw meestal in het prieel zit te spinnen. De eerste peer hebben ze snel op met zijn tweeën. Maar als hij de tweede zorgvuldig geschild en in partjes heeft verdeeld, blijkt zijn vrouw boven haar spinnewiel in slaap gesukkeld te zijn. Hij kijkt vertederd hoe ze zachtjes zit te knikkebollen en vormt van de laatste stukjes peer een hartje op haar bord. Dan sluipt hij stilletjes het prieel uit.
Ada Zantman

Flapjes

Als kind brachten wij de weekenden door op een camping aan zee. Pal achter ons bevond zich de caravan van tante Jo en ome Frans. Frans deed zijn naam eer aan en floot de godganse dag. Over Jo zou verder niets te melden zijn, ware het niet dat zij beschikte over een wat frappant uiterlijk. Haar bovenlip was dwars doormidden gebeten en bestond uit 2 rafelige flapjes met een grote kier in het midden. Dit letsel was haar toegebracht door een papegaai. Tante Jo adoreerde het dier en uitte de liefde door haar oude lippen tussen de tralies van de kooi te persen om vervolgens continue kusgeluidjes te maken. Na het jarenlang te hebben gedoogd, greep het dier genadeloos in. Met een ferme beet had tante Jo opeens 2 bovenlippen. Het jammerlijke incident weerhield tante Jo er niet van na de aanslag gewoon door te gaan. Haar liefde voor de vogel was te groot.
Maaike Jongepier

Bondgenoot

Mijn tante Jo was de tweede van een reeks van tien uit een vooroorlogs katholiek gezin. Ze had werk gemaakt van haar geloof. Daardoor toog de familie, even kinderrijk als het gezin waaruit tante Jo was voortgekomen, naar het oosten des lands voor haar kloosterjubileum. Mijn eerste busreis, een meisje van 10. Tante Jo had een onwaarschijnlijk zachte stem, anders dan het volume dat haar broers en zussen op familieverjaardagen ten gehore brachten. Ze bewoog in ruisende gewaden en werkte op de couveuseafdeling van een ziekenhuis. Ze hield minibaby’s omhoog achter glas.

Vijfendertig jaar later, een verjaardag van mijn moeder. De familie negeerde beleefd dat ik mijn geliefde had meegebracht, een vrouw. Maar tante Jo veerde onverschrokken op: hoe is dat, een lesbisch bestaan? Het werd het begin van een bondgenootschap. Ik zou zo graag een vriendin hebben, zei tante Jo. Ze was over de tachtig. Het heeft niet zo mogen wezen.
Wil Verhoef

Vleesborsten

Tante Cor was geen echte tante. Ze was onze oppas. Samen met haar dochter Coby paste ze jarenlang bij ons op. Er hoorde geen oom bij tante Cor.

Klein en dik was ze, met enorme borsten. Vleesborsten, had de huisarts gezegd. Ze leerde ons nieuwe spelletjes, en dat appelmoes met beschuit en slagroom een geweldig lekker toetje was. Als we vielen en ons bezeerden, smoorde ze ons tegen haar vleesborsten tot de pijn over was.

Ze woonde in een onbewoonbaar verklaarde woning. Ik vond het een knus huisje. Dat je in de hoek van de kamer door de vloer zakte en dat er in de slaapkamer geen verwarming was, deed daar niets aan af.

Op enig moment kreeg Coby vreemde klachten. Ze raakte haar vingernagels kwijt en ze moest extreem veel plassen. Observatie in een kliniek leverde niets op. Toen ze weer thuis kwam, namen ze een hondje. Alle klachten verdwenen.
Ina Bakker

De wifi-pandemie

Tijdens de lockdown in de coronacrisis miste tante Dora haar contacten met familieleden heel erg. Achteraf hoorde ze hoe die via internet wel dagelijks op de hoogte bleven van elkaars lief en leed. Dat was nieuw voor haar. Dus toen de ophokplicht voorbij was meteen een leverancier gebeld. De laptop werd de volgende dag al geïnstalleerd, waarna de man zijn bezoek afsloot met de opmerking: ‘Zo, er is nu wifi hier in huis, u kunt aan de slag.’

Niet-begrijpend keek ze hem aan. ‘Ja, wifi, mevrouw, dat hangt hier nu draadloos rond. Dat komt vanzelf door de muren naar binnen.’ Vriendelijk groetend verliet hij haar huis.

‘Die man kan me nog meer vertellen met zijn wifi’, zei tante Dora, ‘ik mot die rommel niet in huis hebben.’ Dus onmiddellijk aan de slag. Net als bij de uitbraak van het coronavirus alle deurknoppen grondig gereinigd en hoeken schoongespoten.
Tom Noldus

Doublé

Geknipt voor het klooster, maar daar stak haar oudste zus (mijn moeder) een stokje voor. Dus nam ze rijles, kocht een Volvo Amazon, schonk die aan de missie en werkte op de bruidsafdeling van een warenhuis. Ongetrouwd bleef ze wonen bij mijn grootouders. Als het zondagse bezoek erop zat, nam ze ons mee naar ‘voren’ en stopte ons daar wat zakgeld en pindarotsjes toe. In dat donkere opkamertje pakte ik eens per ongeluk haar borstprothese op die naast een rozenkrans en schoenlepel op tafel lag. 

Ze geloofde in God maar meer nog in Maria en werkte na haar pensioen nog jaren als kosteres. Om netjes voor het altaar te verschijnen, liet ze wekelijks door mijn vinnige moeder haar watergolf doen. Dertien tantes en ik denk alleen nog aan haar.

Tante Jo, ik hoop dat u dit kunt lezen, ook zonder de mooie bril van doublé die mijn moeder in de kist van u heeft afgenomen.
Mariêtte Wijne

Leeshonger

Op mijn negende, tiende en elfde verjaardag kreeg ik van tante Nettie het boek van mijn verlanglijstje en een samenzweerderige glimlach. Achterin zat het dubbelgevouwen bonnetje. Ik bewaarde het zorgvuldig met het gladgestreken kadopapier.

Een dag of twee, drie later had ik het uit en stond ik bij de V&D in de nabijgelegen stad met mijn verhaal, waarvan geen woord gelogen was: ik had dit boek al gelezen. Vijf minuten later fietste ik naar huis met een nieuw deel van dezelfde serie. Dit herhaalde zich een week later bij de andere vestiging. De beperkte collectie van de plaatselijke bibliotheek maakte mijn exercitie noodzakelijk.

Mijn ouders vonden het verwerpelijk dat ik een kadootje ruilde. Van een volwassene nog wel, tegen wie je als jarenzeventigkind hoorde op te kijken. Maar aan respect voor haar ontbrak het mij niet, integendeel. Mijn lievelingstante, die mijn leeshonger begreep.
Caroline Wortman

Rennen

Omdat ik, als mijn moeder mij naar de kleuterschool bracht, óf spartelend van de bagagedrager gleed óf eindeloos bleef huilen, besloot tante Jo mij te brengen. Zij was een stevige dame van zeker 140 kilo die voor hetere vuren had gestaan en in het hele dorp bekend stond om haar standvastigheid. Tijdens de 10 minuten durende rit klemde ze mij achter haar rug zo stevig vast dat het motief van de stof nog de hele dag in mijn wang stond. Ze pootte mij bij de juffrouw en ging tevreden huiswaarts. Daar aangekomen berichtte ze mijn moeder het resultaat. Die keek naar de hoek achter de kachel. ‘Hij is alweer thuis’, verzuchtte ze. De verbijstering op haar gezicht deed mij vermoeden dat ik haar teleurgesteld had, terwijl ik bewondering had verwacht. Ben al een paar jaar met pensioen, maar hardlopen doe ik nog steeds.
Albert van der Veen

Het onuitgesprokene

Niemand kon zo niezen als ome Wim, dus als hij verkouden was, werd iedereen daarvan verwittigd. Een nies duurde ongeveer acht hele seconden en ging als volgt: hàààààà -TSJOE-ááááááhhh, met een hoge klemtoon op TSJOE die langzaam eindigde in een lage baritonklank. 

Het was na een periode van oorverdovende niesparades dat ik dé vraag ook voor het eerst thuis aan mijn moeder durfde te stellen: ‘Ma, is ome Wim soms een homofiel?’ Er verscheen een klein ingehouden glimlachje bij haar linkermondhoek, maar ze herstelde zich snel. ‘Hier mag je met niemand over praten, hoor je?’, fluisterde ze. ‘Met niemand en vooral niet met oma.’ Zelden heeft iemand mij zo snel overtuigd van een juist vermoeden. Ik ging niet anders naar ome Wim kijken, ik begreep hem alleen beter.
Barbara van Ravenswaaij

Ome Sjeng

Zo eens per maand stond de fiets van ome Sjeng voor ons huis. Dan wist ik: postzegels!

Veertig jaar had Sjeng doorgebracht in Brazilië, waar hij als missionaris van de paters Redemptoristen de allerarmsten had geholpen een bestaan op te bouwen. Foto’s uit die tijd tonen een gebruinde man in een pij tussen massa’s stralende kinderen.

Na zijn tweede heupoperatie in Nederland had de congregatie besloten hem niet opnieuw uit te zenden. Officieel vanwege zijn gezondheid, maar Sjeng wist wel beter. Zijn ruimdenkendheid aangaande geboortebeperking en abortus konden de bisschop van Roermond niet bekoren.

Overlopend van heimwee schreef Sjeng brieven en Brazilië schreef terug. De postzegels waren voor mij – schitterende series met exotische vlindersoorten, dieren en planten.

Voor zijn 65-jarige kloosterjubileum liet de familie als verrassing enkele Braziliaanse brievenschrijfsters naar Nederland overkomen. Op Schiphol zag ik ze meteen: alledrie leken ze sprekend op mijn nichtje Juliëtte.
Monique Tinnemans

Oma Khatun

Ik zie het nog voor me: mijn oma, ruim 80 jaar oud, die elke dag met gesteun en gepiep de trappen van ons huis opklimt en met gebogen rug binnenkomt. Dan begint ze ons hartelijk te kussen en te begroeten. Ze vertelt over het laatste nieuws en over haar omzwervingen in ons dorp en de dorpen eromheen.

Ze is namelijk de vroedvrouw, de ‘mama’, van ons dorp. Als tiener zie ik de opgewonden jonge mannen bij haar aankloppen. Hun vrouw gaat bevallen, soms hun moeder. Oma Khatun gaat dan op een ezel, een muilezel of achter op de brommer van de man zitten en weg is ze voor een paar dagen.

Als ze terug is, hangen wij jongeren aan haar lippen. Ze vertelt ons over de baby’s, vrouwenroddels en sterke verhalen. En ze legt ons uit hoe ze als analfabete vrouw de driekoppige deskundigheidscommissie ervan kon overtuigen om haar het certificaat van verloskundige te geven.

Het grootste drama in haar leven: de doodgeboren tweeling van haar eigen dochter – mijn tante. Met tranen in haar ogen: ‘Ik heb zoveel kinderen ter wereld gebracht. Waarom moeten deze twee dood zijn?’
Ehsan Kermani

Voor centjes

Aan kansspelen heeft oma Ank altijd al plezier beleefd. Een recreatieve gokker, zo zou je haar kunnen noemen. Ze speelt verantwoord en met mate, maar niettemin zeer fanatiek. Het casinobezoek uit haar jonge jaren werd later de maandelijkse bingo in het buurthuis om de hoek. Voor de kleinkinderen de favoriete dag voor een logeerpartij. Ook bij oma thuis werden er volop spelletjes gespeeld, waarbij ‘Rummikub voor centjes’ favoriet was. Volkomen onschuldig uiteraard: met 1 cent per overgebleven punt bij verlies, ging er hooguit een gulden over tafel.

Geheel onbedoeld bracht ik mijn geliefde oma in diskrediet, toen ik op de basisschool deelnam aan het GGD-gezondheidsonderzoek. Het geplaatste vinkje bij ‘Roken, drinken of gokken’ moest bij mijn leeftijd nader worden toegelicht. Trots vertelde ik dat ik regelmatig samen met oma ging gokken en dat we spelletjes speelden voor geld. 

Nog diezelfde middag belde de juffrouw zeer verontrust naar huis. 
Aukje Schrijver

Antifascist

Nellie was geboren op de Nieuwmarkt. Dochter van een kastelein. Ze was antifascist. Maar de Duitsers konden er maar niet achter komen wát zij precies uitspookte. Een zus van de veelgezochte verzetsleider Pam Pooters was wat ze wisten. Nooit kwamen ze erachter dat ze actief was geweest bij het in de fik steken van het Rembrandt Theater. En dat ze betrokken was bij de liquidatie van verrader Daan Blom in de Holendrechtstraat. 

Toch pakten ze haar op. Via de Havenstraat en Vught ging ze als Nacht-und-Nebelgevangene op Einzeltransport naar Duitsland. Bedoeld om Nellie te laten verdwijnen. Maar ze bleef. Ze overleefde veel kampen. 

In Ravensbrück keek ze een SS’er strak aan met haar felle ogen. Tot hij schreeuwde dat die ogen weg moesten. 

Nellie kwam terug. Ze woog nog 30 kilo. In 1950 werd ze mijn tante. Tot 2002. Ik ben zó blij met haar geweest.
Taco ten Dam

Tjoklatvrouwtje

Anneke was de beste vriendin van mijn moeder. Dagelijks kwam ze koffie drinken, de vriendschap leek onaantastbaar. 

Er kwamen breuklijntjes toen de familie Volkert naast ons kwam wonen. De vrouw des huizes was een veelgeroemd operazangeres. Gerepatrieerd uit Indië toen de situatie onhoudbaar werd. Mijn moeder was onder de indruk van haar voornaamheid (‘Weet je dat zij van Indische adel is?’), Anneke ergerde zich aan de tentoongespreide verering. 

Tijdens de dagelijkse koffie liep de wrevel over. Tante Anneke snoof verachtelijk, pakte driftig een Caballero en inhaleerde diep. ‘Ach meid’, spoog ze de rook richting mijn moeder, ‘hullie hebben je nu nodig. Maar straks als ze een huis naar hun zin krijgen, dan zien ze je niet meer. Soorten moet je niet mengen.’ Moeder keek haar bedremmeld aan. ‘Zou het?’ ‘Bovendien’, vervolgde tante Anneke sissend, ‘dat Tjoklatvrouwtje stinkt!’ Weifelend zei mijn moeder: ‘Ik vind haar wel lekker ruiken.’
Bert Jans

Tante Regien

Mijn 94-jarige tante Regien wilde met mij iets belangrijks bespreken. Maar eerst moest ik een Elske inschenken, de Limburgse borrel. Ze hield erg veel van dit drankje, zelfs in het ziekenhuis stond een fles in het nachtkastje.

Na een flinke slok vroeg ze: ‘Wil je iets op mijn begrafenis zeggen?’ Natuurlijk wilde ik dat.

Het was een tijdje stil.

Plots vroeg ze met een neutraal gezicht: ‘Wat ga je dan zeggen?’

‘Nou,’ zei ik, ‘een paar jaar geleden lag je in het ziekenhuis en je klaagde dat er ook jongens ‘verpleegster’ waren.’

‘Ja, ze dragen witte jasjes en dat vind ik lastig.’

‘Word je dan liever door meisjes geholpen?’

‘O nee’, antwoordde ze, ‘dat kan me niets schelen. Maar ik vergis me steeds en dan roep ik ‘ober’.

Tante Regien schaterde: ‘Vertel dat maar, dat vinden de mensen leuk.’ Dat heb ik enkele weken later gedaan.
Marianne Peters

Dit artikel kwam tot stand met inbreng van lezers. Ook meedenken met de VolkskrantMeld u aan voor de Open Redactie.

Meer over