Dino Ruissen/Koninklijke Subsidie Hand van koningin

BEELDEND KUNSTENAAR Dino Ruissen (1962) was vorig jaar uiteraard blij verrast met de Koninklijke Subsidie voor vrije schilderkunst. Met vijf jonge vakgenoten kreeg hij een hand van koningin Beatrix en vijfduizend gulden, belastingvrij....

Om mee te dingen naar de Koninklijke Subsidie stuurde Ruissen in eerste instantie vijf dia's van werken in. Slechts één schilderij mocht hangen in het voormalige stadhuis, want de overzichtstentoonstelling van 125 jaar subsidie had de expositieruimte drastisch beperkt. Het draaiboek met de koningin was van tevoren wel eventjes doorgenomen met de zes uitverkorenen, vertelt Ruissen. 'Dat je niet terug moest lopen als ze je naar voren had geroepen.'

Maar hoe zit het met de competitie onderling? Volgens Ruissen valt dat reuze mee. Maar de ruim vijfhonderd inzendingen die op de jaarlijkse prijsvraag binnenkwamen, lijken het tegendeel te bewijzen. De Koninklijke Subisidie mag dan een aanmoedigingsprijs zijn, felbegeerd is hij zeker. Er zijn schilders die elk jaar opnieuw hun geluk beproeven, tot ze de leeftijdsgrens van 35 jaar overschrijden. Ruissen ervaart de kunstwereld niet als hard. Hij heeft nooit geforceerde toeren hoeven uithalen om te exposeren. Na het Paleis hing zijn werk vorig jaar onder meer in galerie Nouvelles Images in Den Haag en recentelijk in een galerie in het Belgische Tongeren. 'Goed, als het om de aquarelleerprijs van een club uit Bussum zou gaan, zou ik niet meedoen. Dat is niet mijn gebied.'

Ruissen schildert voornamelijk series of in elk geval werken die verband met elkaar houden. Bij Mondriaan ontdekte hij dat de meester van de strenge compositie doodleuk zijn initialen op de voorzijde van zijn doek plaatste en niet op de achterzijde. Hij besloot tot het maken van een serie waarin D en R centraal stonden. 'Als een schilderij klaar is, zet je je naam op de achterkant. Dat heb ik naar voren gehaald.' Als hij dan toch een thema in zijn werk moet noemen, is het 'identiteit'.

Als hij 's middags rond een uur of twaalf naar zijn atelier in het centrum van Amsterdam gaat, bedenkt hij eerst wat trucs om aan de slag te komen. Zoals het kopen van een krantje. Dan gaat zijn schildersbroek aan. 'Eigenlijk ben je per dag maar twee of drie uur geconcentreerd bezig, een heel klein deel van de dag.' Zijn productie op jaarbasis bestaat uit een kleine vijf schilderijen van ongeveer twee bij twee meter, naast een flink aantal schetsen en tekeningen.

Op je lauweren rusten als prijswinnaar is er niet bij, zegt Ruissen. 'Er is eerder sprake van een constante maalstroom.' De Koninklijke Subsidie beschouwt hij als aanmoediging, stimulans, ja wat eigenlijk? 'Erkenning dekt het niet. Die wordt door anderen verleend. Alsof je zelf geen bestaansrecht zou hebben.' A.L.

Meer over