Postuum

Dilip Kumar (1922-2021), de laatste van de grote sterren van gouden jaren vijftig van de Bollywoodcinema

Als ‘koning van de tragedie’ vond de in Peshawar geboren acteur op het doek zelden het geluk aan zijn zijde.

Dilip Kumar in 1946 Beeld
Dilip Kumar in 1946

Hij werd ook wel the Tragedy King genoemd, wat een aanzienlijke positie is in een filmindustrie die gebouwd is op ongekende melodrama‘s. De op 98-jarige leeftijd in Mumbai overleden acteur Dilip Kumar was de laatste nog levende grote ster uit de eerste bloeiperiode van de Hindi-cinema, wereldwijd beter bekend als ‘Bollywood’. De dood van Kumar was breaking news in een groot deel van de wereld, waar de Hindi-cinema dezelfde dominante positie inneemt als de Hollywood-cinema elders.

Van het grote trio sterren uit de jaren vijftig (Nargis, Raj Kapoor en Dilip Kumar) gold Kumar als de beste acteur, de man die een moderne, emotionele stijl van method-acting naar de Hindi-cinema bracht. Zijn eigen biograaf beschreef hem als de Indiase Marlon Brando én Marcello Mastroianni, om twee van zijn westerse tijdgenoten te noemen. In vijf decennia speelde Kumar in meer dan zestig films, waarbij hij elk genre bestreek. Hij won achtmaal het Indiase equivalent van de Oscar voor beste acteur, maar was ook jarenlang een grote publiekstrekker. In het historische epos Mughal-e-Azam (1960) speelde hij de rol van Prins Salim; de film bleef elf jaar lang de titel met de hoogste opbrengst in India.

De overstap van Bollywood naar de westerse cinema bleef altijd een lastige kwestie; misschien omdat de vaardigheden die nodig waren voor de Hindi-cinema niet echt spoorden met die van Hollywood of Europa. Of omdat de Hindi-sterren liever in hun eigen universum bleven. In 1962 vroeg David Lean hem voor de rol van Sherif Ali in zijn meesterwerk Lawrence of Arabia. Kumar wees de rol af en zag de Egyptische acteur Omar Sharif een wereldster worden. Hij keek er zonder bitterheid op terug en in zijn autobiografie liet hij weten dat Sharif de rol beter had gespeeld dan hij ooit had gekund.

Dilip Kumar werd geboren als Mohammed Yusuf Khan in Peshawar, het huidige Pakistan, toen nog onderdeel van Brits-India. Net als veel moslim-tijdgenoten nam hij een Hindi-naam aan toen hij in de filmindustrie ging werken. In 1944 speelde hij in zijn eerste film, maar het was het melodrama Andaz uit 1949, waarmee hij en zijn tegenspelers Raj Kapoor en Nargis het gouden decennium van de Hindi-cinema inluidden.

De rol in Andaz, de tragische derde persoon in een kolkende driehoeksverhouding, die eindigt in fatale misverstanden, een rechtszaak en een moord, zou de toon zetten voor de rest van zijn carrière, waarin hij als de ‘koning van de tragedie’ zelden het geluk aan zijn zijde vond.

Meer over