‘Die onzinnige bemoeienis van de overheid met alles wat je doet’

Waar rasmopperaar Maarten van Rossem zich het meest over opwindt in Nederland is populisme. Vincent kan zich er niet druk om maken: ‘Ik denk ach politici, allemaal zakkenvullers.’..

Denkend aan Holland zie ikMaarten: ‘Als je een alien zou kunnen vinden, een beetje beschaafd exemplaar, die twee weken door de Verenigde Staten en Nederland wil reizen en je vraagt hem welke van de twee landen het rijkste is, dan . . . ’

Vincent: ‘Dan weet ik wel wat hij gaat zeggen.’

Maarten: ‘Op de tv bestaat Nederland uit Gouda, de Diamantbuurt en nog wat achterstandswijken waar het niets dan ellende is. Maar sinds ik overal in het land lezingen houd, heb ik een goed totaalplaatje van Nederland. Elke keer als ik weer zo’n parkeerterreintje opdraai van de horecagelegenheid waar ik ga spreken, denk ik bij mezelf: potdomme. Er staat geen auto onder de 40 duizend euro bij. Nederland is een heel rijk land. Er valt gewoon weinig op aan te merken.’

Vincent: ‘Het is een heel fijn land.’

Maarten: ‘België heeft per afgelegde kilometer twee keer zoveel dodelijke ongelukken als wij. Waar dat aan ligt? Dat we een keurig onderhouden infrastructuur hebben. In Manhattan heb je gaten in de weg van een meter diep. Daarom rijden in Amerika ook geen Smarts. Als je in zo’n gat valt, word je nooit meer teruggevonden.’

Maarten van Rossem (67) is buitengewoon hoogleraar Amerikanistiek. Zijn broer Vincent van Rossem (60) is professor in de monumenten en stedebouwkundige vraagstukken. De broers zijn mopperaars van geboorte. Familiebijeenkomsten zijn heuse wedstrijden in het stapelen van norse commentaren – op blijmoedige toon, dat dan weer wel. Meestal wint Maarten. Maar vandaag is zijn broer heel goed op dreef.

Gevraagd naar de leuke kanten van Nederland blijken de broers overigens ook een hele andere kant te hebben. Denkend aan Holland zien ze zichzelf vijftig jaar terug in het groezelige water van de Boven-Rijn zwemmen nabij hun geboortestad Wageningen. ‘We kwamen er altijd met een zwarte snor uit, zo vies was het water’, zegt Maarten terwijl hij een denkbeeldige hangsnor onder zijn neus tekent. ‘Niet dat ik zo’n geweldige zwemmer was. We zaten vooral graag op de kribben.’ Vincent: ‘Het was verboden te zwemmen, vanwege de vervuiling.’ Maarten: ‘Trokken we ons niks van aan. En zie: we hebben er niks van gekregen.’

De uiterwaarden, waarop de Wageningse gymnasiumklassen 1 tot en met 3 uitkeken – en die elke winter veranderden in gigantische waterplassen –, Zeeland, de Noordzeekust, de Nederlandse taal, de fiets (‘daar komt geen CO2 uit’) en niet te vergeten het Hollandse klimaat. Ze hebben het maar getroffen met hun geboorteland, verzuchten de broers tevreden.

Hoezo, het klimaat?

Maarten: ‘Ja, dat is ook een reden dat ik nooit van van mijn levensdagen zou willen emigreren. Ik begrijp niets van mensen die hun nadagen op de Canarische eilanden slijten en dan in zo’n lullig appartementje naar de Spaanse tv gaan kijken met de gordijnen stijf dicht in gevecht met de koperen ploert.’

Vincent is de dunste van de twee. Hij draait Van Nelle sjekkies. Maarten kijkt misprijzend toe. ‘Je mag hier niet eens roken. Dat weet je toch wel?’ Maarten drinkt koffie. Vincent een glas rode wijn. ‘Ga je nu al zuipen?’, vraagt Maarten bestraffend.

Gevraagd naar de ergerniswekkende kanten van Nederland zegt Vincent: ‘De onzinnige bemoeienis van de overheid met alles wat je doet.’

Maarten: ‘Dat valt toch wel mee.’

Vincent: ‘Heb je een leuke auto gekocht, een Porsche, en dan mag je niet harder dan 100 kilometer.’

Maarten: ‘Nou, op veel wegen mag je 120 hoor. En eerlijk gezegd rij ik vaak 140. Maar Vincent, je hèbt geen auto. Je verzint nu iets waar je helemaal geen last van hebt.’

Vincent: ‘Ik kom elke dag langs het kantoor van die advocaat Moszkowicz. Zelf heeft hij een Maserati, maar een aantal van zijn confrères heeft een Porsche.’

Maarten: ‘Zie je wel dat ze belachelijk veel geld verdienen.’

Vincent: ‘Ik vind het zielig. Zo’n auto rijdt in de tweede versnelling al 120.’

Maarten: ‘Laat ze die dingen buiten de stad parkeren en op de fiets naar kantoor komen. Dáár zou je boos om moeten zijn.’

Vincent duwt zijn broer het pakje Van Nelle onder de neus. Bovenop prijkt de waarschuwing: Bescherm kinderen: laat hen niet uw rook inademen.

Vincent: ‘Ik vind dat nergens voor nodig. Überhaupt die gezondheidscultus.’

Maarten: ‘Dat is niet specifiek Nederlands. De Amerikanen zijn duizend keer erger.’

Vincent: ‘De overheid moet niet denken dat ze weet wat goed voor ons is. Ik mag van de overheid straks geen peertje meer in mijn bureaulamp draaien, maar laatst reed ik ‘s nachts van Rotterdam naar Amsterdam en daar brandt me toch een feestverlichting langs de hele route. Sjonge jonge jonge jonge.’

Maarten: ‘Als je met het vliegtuig ’s nachts op Schiphol landt, moet je je gezicht bij het vliegtuigraampje houden. Tegen de tijd dat je bent geland, heb je een mooie bruine teint. Je kunt nergens in Nederland meer de Melkweg zien. Stel je voor: de kinderen van tegenwoordig moeten met vakantie om de Melkweg te zien. Ze zouden de elektriciteit moeten afsluiten na 19 uur ’s avonds.’

Vincent: ‘Ook met de ruimtelijke ordening bemoeit de centrale overheid zich te veel. Elk stukje grond wordt volgebouwd, zelfs door de wethouder van GroenLinks in Amsterdam, er blijft geen flinter groen over. En als je er iets van zegt, zegt hij: ik moet nationaal beleid uitvoeren.’

Maarten heeft zich ingehouden. Het blijkt een aanloopje om volop de aanval te openen op zijn grootste ergernis: het populisme. ‘Vooral omdat de populisten een satanisch monsterverbond met de media hebben gesloten die elk theaterstukje van deze kermisklanten breed uitmeten. Ik vind het beschamend. We hebben jarenlang ons vingertje geheven: de Duitsers deugden niet, de Fransen niet, de Belgen niet. Eigenlijk deugde niemand, behalve wij.’

‘ Toen in 1993 in Duitsland een asielzoekerscentrum in brand vloog, lazen wij Duitsland de les door briefkaarten aan Helmut Kohl te sturen met de tekst: ik ben boos. En nu blijkt dat Nederlanders meer haat en afkeer koesteren dan welk volk in Europa ook.’

Vincent: ‘Ik wind me daar niet over op. Ik ben veel meer een normale Nederlander die denkt: politici, ach allemaal zakkenvullers.’

Maarten: ‘Dat slaat nergens op. Wouter Bos gaat waarschijnlijk tien keer meer verdienen in het bedrijfsleven dan als minister. Onze minister-president verdient 175 duizend euro. Ik wed dat de manager van deze hippe tent evenveel verdient.’

Deze hippe ‘tent’ is Dauphine, een restaurant nabij het Amstelstation in Amsterdam. Er wordt druk getwitterd met vette vingers van de ‘King crab met citroenmayonaise’. Veel heren in pak en dames met gelaarsde benen. De broers Van Rossem vallen behoorlijk uit de toon met hun vormeloze truien en enigzins morsige voorkomen. Maar dat is natuurlijk precies de bedoeling.

Maarten: ‘Ik geloof evenmin dat Wilders ooit gaat regeren, maar het effect zit hem vooral in het gedrag van de traditionele partijen en de media. Die hadden al ten tijde van Fortuyn duidelijk moeten maken dat Nederland geen rampzalig kloteland is, maar het op een na welvarendste land van de Europese Unie dat in feite redelijk wordt beheerd door de zogeheten zakkenvullers en hun kornuiten. Maar wat is er gebeurd? De media en de traditionele partijen zijn volledig gevallen voor de For-tuyneske retoriek dat Els Borst erger is dan Osama bin Laden.’

De media moeten het toch melden als een nieuwe stroming zich aandient?

Maarten: ‘De media moeten in de eerste plaats aan waarheidsvinding doen. En als Wilders zegt dat Europa 54 miljoen moslims telt, dan wil ik in de media lezen dat dat niet waar is.’

Vincent: ‘Je neemt het allemaal veel te serieus.’

Maarten: ‘Nou, ik ben blij dat we hier met elkaar hebben afgesproken dat we niet op elkaar schieten, ook niet op elkaars knieschijven. Als het aan de PVV ligt worden onze grondwettelijke vrijheden afgeschaft. Ja, ook van u. Want je kunt niet de vrijheid van onderwijs en godsdienst alleen voor moslims afschaffen.’

Vincent: ‘Dat gaat toch niet gebeuren man.’

Maarten: ‘Natuurlijk gaat dat niet gebeuren. Maar we leven in de schaduw van die kermisklanten. Een deel van de intellectuelen zegt dat Wilders een deel van het volk representeert. Ja. Dat klopt. Maar daarom deugt het nog niet wat hij zegt. In de bloedbaan van de politiek is iets afschuwelijks geïnjecteerd: haat, angst en afkeer.’

Jullie hebben misschien makkelijk praten met jullie mooie banen en huizen?

Maarten: ‘Ik heb inderdaad niks te klagen.’

Vincent: ‘Ik zou zonder blikken of blozen in Amsterdam-West gaan wonen. Ik heb niks tegen hoofddoeken.’

Maarten: ‘Er zijn ongetwijfeld wijken die grote sociale en economische problemen hebben, maar daar wordt iets aan gedaan. En deze zaken zijn in Nederland op zijn minst niet erger dan elders. Waarom denk je dat ze in de Parijse banlieues auto’s in de fik steken?’

Vincent: ‘Daar zijn de problemen heel wat erger.’

Maarten: ‘Dat viel me op in NRC Handelsblad. Oe. Oe. Oe. Dag in, dag uit lees je dat het allemaal zo erg is hier. Maar toen in Parijs in korte tijd tienduizenden auto’s in de fik gingen, schreven ze opeens dat wij dat in Nederland allemaal veel beter deden. Pffftt.’

Er is maar één Nederlander die iedereen de mantel uit kan vegen en erbij blijft kijken als een hond die onder de tafel wacht tot er kruimels worden gemorst. Hoewel, opgestookt door zijn broer – of is het de rode wijn op de vroege middag? – gaat nu Vincent onverhoeds in de aanval op de Nederlandse landbouw. ‘Eigenlijk is dat mijn top 1 ergernis. De intensieve veeteelt. Die trekt elke dag het bloed onder mijn nagels weg. Het verpest het landschap, het milieu en de volksgezondheid. Het wachten is op zo’n leuke tbc-bacil waartegen we niets kunnen doen omdat die varkenshouders hun dieren permanent volspuiten met antibiotica. Preventief.’

Maarten (op plechtige toon): ‘Die resistente tbc-bacil komt eraan. Dat sanatorium Zonnestraal in Hilversum dat we hebben opgeknapt, wordt straks gewoon weer bevolkt door tb-lijders.’

Eten jullie geen vlees?

Maarten: ‘Ik zou zelf wel vegetarisch willen worden.’

Vincent: ‘Ja, die ken ik.’

Maarten: ‘Ik eet heel weinig vlees. Diervriendelijk vlees.’

Vincent: ‘Precies. Heb je weleens de kippen gezien waar Albert Heijn de eieren van heeft? Die zakken door hun poten van ellende. Ik betaal liever 40 procent meer bij de diervriendelijke slager.’

Maarten: ‘Mijn vrouw koopt ook van een boer die de dieren volgens mij naar Mozart laat luisteren en ze eerst zijn excuses aanbiedt voordat hij ze de nek omdraait.’

Vincent: ‘Dat je een dier opeet, vind ik niet zo’n probleem.’

Maarten: ‘Hebben we altijd gedaan.’

Vincent: ‘Als we met die intensieve veeteelt stoppen, kan Nederland weer een paradijs worden. Dan komen de bloemen weer terug in de wei. Het lijken nu wel Heugaveld-tapijten. Systematisch kapotgemest. En dat komt allemaal in ons drinkwater terecht.’

Maarten: ‘Wist je dat het drinkwater ook vol geneesmiddelen zit? Oude mensen slikken steeds meer pillen en die pissen ze gedeeltelijk weer uit. Ons leidingwater is zo geneeskrachtig dat je helemaal niet meer dood kunt in Nederland.’

Voor het eerst moeten ze zelf ook lachen.

Hoe ziet het ideale Nederland eruit?

Maarten: ‘Zoals op de plaatjes van de Verkade-albums van de tweede helft van de jaren dertig.’

Dus jullie zijn gewoon twee oude conservatieve mannen die vinden dat vroeger alles beter was.

Vincent: ‘Dat hoor ik wel vaak.’

Maarten: ‘We blijven moderne mensen met iPads enzo. Alleen in een mooier decor.’

Het gesprek loopt ten einde. De broers kraken nog even de Oostvaardersplassen (waar nog geen beesten de kost bij elkaar kunnen scharrelen), de doorgeschoten privatisering (ik heb nu vier postbestellers – gelooft er werkelijk iemand dat dat efficiënter is dan één?) en de droom van D66: een gekozen minister-president. ‘Dat is vragen om halve zolen.’

Maarten: ‘Verder valt er weinig op Nederland aan te merken.’ ‘Een heel fijn land’, beaamt zijn broer.

Meer over