interviewLisa Westerveld

Deze voetballende filosoof is een populair Kamerlid voor GroenLinks: ze spreekt de taal van gewone mensen

Lisa Westerveld. Beeld Valentina Vos
Lisa Westerveld.Beeld Valentina Vos

Vanaf haar studietijd komt Lisa Westerveld op voor anderen. Als Kamerlid weten mensen haar vooral te vinden als het om de jeugdzorg gaat. Ze woont bewust in Nijmegen en niet in Den Haag en leest liever lokale kranten dan de Volkskrant: ‘Ik zit in de Kamer om namens mensen te spreken. Zo zie ik mezelf ook, als volksvertegenwoordiger, in plaats van politicus.’

Eva Hoeke

Ze was in de twintig, studeerde filosofie en woonde op kamers aan de Graafseweg in Nijmegen. Op een zeker moment wilde de huiseigenaar van Lisa Westerveld het pand voor veel geld verkopen aan een vastgoedinvesteerder, waarna de bewoners zo’n beetje werden weggepest. Eerst met zachte, maar al snel met harde hand, tot een speciaal daarvoor aangestelde tijdelijke huurder aan toe, een niet zo frisse jongen met nog veel minder frisse vrienden. Dat werkte: na allerhande intimidatie en smerigheid koos iedereen het hazenpad. Iedereen – behalve Westerveld. Haar kamer, haar leven; ze wilde niet wijken.

Op een avond kwam ze thuis na een avond stappen tijdens de Nijmeegse Zomerfeesten toen ze een gat in de voordeur zag. Het rook ook vreemd, op de gang. Eenmaal op haar kamer zag ze waarom: alles zat onder het bloed, van onder tot boven. Vloer, plafond, bed, bank, spiegels, alles. Wat was er gebeurd: een vriendin van de pestgenoot had in haar kamer een heroïneshot willen zetten, een ruitje ingetikt om binnen te komen en daarbij een slagaderlijke bloeding opgelopen.

Andere mensen bellen dan de politie, jij pakte een emmer sop en begon de boel op te ruimen.

‘Nou, ik heb eerst foto’s gemaakt en toen de politie gebeld, maar die konden niet langskomen. Het was al hartstikke laat, ik kon moeilijk vrienden bellen om te helpen. En ik moest toch slapen.’

Jouw studiegenoot János Betkó, nog steeds een vriend, vond je actie in het studentenhuis tekenend voor je arbeidsethos: pragmatisch, harde werker, geen gezeur.

‘Ik zat toen ook al bij de Nijmeegse Studentenvakbond, hè? Ik wist dus wat mijn rechten waren. Ik kon moeilijk voor de rechten van studenten opkomen en me zelf op mijn kop laten zitten. Dat speelde wel mee. Het is heel erg als mensen op deze manier hun macht uitoefenen. Het zit niet in mijn karakter om daarvoor te buigen.’

Na een jaar is het pand in de fik gevlogen, toen moest je er alsnog uit.

‘Kwam ik ook weer thuis van het stappen, stond er ineens beveiliging voor de deur omdat het pand onbewoonbaar was verklaard. Er was zelfs iemand van de eerste verdieping naar beneden gesprongen, met een gebroken been als gevolg.’

Was het brandstichting?

‘Dat krijg je nooit bewezen, maar dat kan niet anders.’

Nu, bijna twintig jaar later, is er nog steeds woningnood in Nijmegen.

‘Vorig jaar is het iets afgenomen vanwege de coronacrisis, maar het is nog steeds niet opgelost, nee.’

Tot 2017 zat Westerveld drie jaar in de gemeenteraad van Nijmegen en sindsdien is ze Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Telkens werd ze met voorkeurstemmen verkozen. Westerveld staat bekend om haar grote werklust en dossierkennis, met name op het onderwerp jeugdzorg. Behalve het woordvoerderschap op het gebied van de jeugdzorg heeft ze kinderopvang, media en sport in haar portefeuille.

Ze werd in 1981 geboren in het Gelderse Aalten als oudste in het gezin van vijf kinderen van Jan en Ans Westerveld, beiden telg uit grote boerenfamilies. Vanaf haar 10de voetbalt ze – momenteel bij Quick 1888 in Nijmegen – en ze wilde aanvankelijk dan ook profvoetballer worden. Haar ene opa en oma hadden een veehouderij in Stadskanaal, de andere een legbatterij kippen. Haar ouders, lasser en huisvrouw, stemmen consequent op de ChristenUnie, ‘behalve de laatste Tweede Kamerverkiezingen, toen hebben ze op mij gestemd.’

Hoe christelijk was het bij jullie thuis?

‘Heel christelijk. Op zondag twee keer naar de kerk, op maandag catechisatie, naar christelijke scholen. Maar ik had ook vriendinnen die naar het Jacobus Fruytier in Apeldoorn moesten, een echte refo-school, en dat hoefde ik niet. Daar ben ik mijn ouders eeuwig dankbaar voor.’

Want dat gaf ruimte voor je eigen geloofsontwikkeling?

‘Ik heb altijd vragen gehad. Dat begon al bij die legbatterij van mijn opa. Die kippen zaten in kleine hokjes, met nekjes waar geen veer meer aan zat. Soms lagen er dode kippen bij. En na een paar maanden werden ze allemaal naar de slachterij gebracht en zag je die poten uit die kratten steken, dat ontging me niet. Aan de andere kant zag ik ook dat mijn opa enorme liefde voor kippen had. Hij verzamelde Wyandotte-kippen, van die kleine krieltjes. Dat kon dus naast elkaar bestaan. Maar ik had er wel vragen over, ja.

‘Ook bij het geloof. Wat ik miste, is dat je geen vragen kon stellen aan de dominee. In een preek kon je niet even je vinger opsteken om te vragen wat hij nou eigenlijk bedoelde. Dat is ook de reden dat ik later filosofie ben gaan studeren, waar vragen stellen zo’n beetje de kern is.’

Wat voor vragen had je willen stellen?

‘Nou, waarom vrouwen bijvoorbeeld niet op de kansel mogen staan. Of waarom ik op zondag niet mocht voetballen. De gemeenschap van mijn ouders is heel warm, maar dit soort dingen... En als je dat dan vroeg, kwam er geen antwoord.’

Stelden jouw broers en zus die vragen ook?

‘Nee, die zijn anders. Althans, ik heb het niet zo meegekregen. Zij zijn later ook allemaal praktische dingen gaan doen, met hun handen. Mijn zusje heeft bijvoorbeeld net een huis gekocht en helemaal gestript, en dan helpt iedereen mee. Behalve ik, omdat ik niet zo handig ben. We gaan goed met elkaar om hoor, ik heb gister een aantal nog gesproken bij mijn ouders die ik, overigens, al schandalig lang niet had gezien, sinds september al niet meer. Elk weekend neem ik me voor om te gaan, maar elk weekend komen er weer stukken die ik moet lezen. Gelukkig zijn we allemaal vrij makkelijk, we hebben geen zin in gedoe, dus ís er ook geen gedoe.’

Wat stemmen zij?

‘Mijn oudste broer zat in het bestuur van de ChristenUnie in Aalten en die heeft weleens gezegd: ‘Ik kan moeilijk op jou stemmen en campagne voeren voor de ChristenUnie.’ Maar de rest heeft op mij gestemd.’

Naar welke partij ging jouw eerste stem?

‘SP. Vonden mijn ouders heel gek. Vooral mijn vader. SP, dat was wel héél links. Snap ik ook wel: als je uit een familie komt met sterke tradities, van zo doen we het en zo hoort het, dan is het even wennen als je oudste dochter ineens een heel andere kant op gaat. Ik denk dat ze dat best een beetje eng vonden. En toen ging ik óók nog studeren in Nijmegen. Mijn eerste huis was in een van de drugsstraatjes, de Tweede Walstraat, zo’n louche buurt. Ik zie nog het gezicht van mijn vader toen hij me daar afzette.’

Westerveld kiest voor de studie culturele antropologie, omdat ze ‘iets met mensen wilde doen in arme landen.’ Daar blijkt culturele antropologie niet geschikt voor te zijn en ook de klik met studiegenoten blijft uit. Lisa: ‘Veel studenten hadden de rest van de wereld al gezien. Ik wist van niks, wij gingen op vakantie naar Stadskanaal. Dat gat was groot, te groot.’ In haar voortdurende zoektocht naar fatsoenlijke woonruimte komt ze bij Studentenvakbond AKKU terecht, en vindt daar min of meer toevallig ‘haar nieuwe familie, mensen die ook nog zoekende waren, en niet alleen naar woonruimte.’

Lisa Westerveld  Beeld Valentina Vos
Lisa WesterveldBeeld Valentina Vos

Begon daar ook je politieke belangstelling?

‘Ja. Ik ben heel erg van het teamgevoel, met z’n allen iets voor elkaar krijgen.’

Dan had je ook bij een studentenvereniging kunnen gaan.

‘Daar ben ik het type niet voor.’

Waarom stapte je over van SP naar GroenLinks?

‘Omdat ik vind dat je altijd kritisch moet zijn, wat SP ook is, maar bij GroenLinks bemerkte ik meer de wil van: hoe dan wél. Je kunt wel steeds tegenstemmen, maar dan moet je ook iets zeggen over hoe jij het ideaal voor je ziet. En het was ook gewoon omdat veel vrienden van mij GroenLinks stemden.’

In 2014 kwam je met 4.550 voorkeurstemmen in de gemeenteraad van Nijmegen, in 2017 met bijna 18 duizend voorkeurstemmen in de Tweede Kamer en in 2021 opnieuw, maar toen met ruim 33 duizend voorkeurstemmen. Waaraan had je die te danken?

‘Ik denk vooral aan al die jongeren in de jeugdzorg, met wie ik sinds 2017 echt megaveel contact heb gehad via Instagram en die de laatste dagen voor de verkiezingen hun hele familie opriepen: stem op Lisa. Sinds ik woordvoerder jeugdzorg werd, heb ik honderden noodkreten gekregen van ouders en jongeren zelf. Echt te veel soms, je kunt nu eenmaal niet iedereen helpen. Ik ben Kamerlid, geen hulpverlener. Maar het helpt al enorm als iemand zegt: ik heb je mail gelezen, en ik hoor je. Dat leidt blijkbaar tot veel dankbaarheid.’

Je kunt ook zeggen: de lat ligt laag.

‘Ja, ook waar. Ik krijg weleens mails van jongeren met wie het weer wat beter gaat en die dan zeggen dat ze zoveel aan me te danken hebben, en dan denk ik: ik heb je alleen maar teruggemaild. Meer niet. Dat is bizar, dat zoiets al verschil kan maken. Dat laat inderdaad vooral zien hoe slecht het gaat, dat jongeren zich niet gehoord voelen.’

Wat gaat er fout in de jeugdzorg?

‘Er gaat fout wat heel vaak fout gaat, namelijk dat juist de mensen die het kwetsbaarst zijn ondergesneeuwd raken in het beleid. Dat zie je ook in de Toeslagenaffaire. En het is al zó lang zo. Ik heb natuurlijk ook de dikke rapporten van Commissie De Winter gelezen, over geweld in de jeugdzorg vanaf 1945. We hebben het dus nooit op orde gehad. En dat ligt niet aan de jeugdzorgmedewerkers, maar aan de manier waarop jeugdzorg van oudsher wordt gezien: dat zijn moeilijke kinderen, die moet je vertellen wat ze moeten doen, die moet je belonen als ze het goed doen en straffen als ze het verkeerd doen. De vroegere jeugdinstellingen waren gewoon jeugdgevangenissen. Maar moeilijke kinderen zijn moeilijke kinderen om een reden: die hebben een dwangstoornis, die lopen vast in het regulier onderwijs, die snijden zichzelf omdat ze seksueel zijn misbruikt en daardoor PTSS ontwikkelen. Die kun je toch niet straffen, en als goed voor het afvoerputje bestempelen? Ik krijg weleens mail van ouders waarbij ik mijn hart vasthoud als ik begin met lezen: o god, dit is toch niet de mail waarin ik lees dat hun kind zelfmoord heeft gepleegd.’

Deze zomer kreeg Lisa een mailtje van Nomie Jongejan (19) uit Sint Annaparochie, cliënt van jeugdzorg. Ze schreef: ‘Je bent geen persoon meer, je bent je problemen. Als die problemen ingewikkelder zijn dan gedacht, dan ga je weg bij de zorginstelling en mag een ander het proberen.’ Later bleek het haar afscheidsbrief te zijn. Lisa: ‘Dat was heel heftig. Hoe slechter het met je gaat, hoe minder hulp er eigenlijk voor je is. Veel specialistische zorg is wegbezuinigd, of je wordt eindeloos doorgeschoven, of er zijn wachtlijsten. Of je gaat naar een gesloten afdeling omdat je een gevaar bent voor jezelf, maar dan word je niet per se behandeld, dan word je gewoon in een scheurjurk in de isoleer gezet.’

Scheurjurk?

‘Een jurk waarin je jezelf niet kunt ophangen.’

Hoe ga je om met dit soort brieven?

‘Dat is ingewikkeld. Want ik kan luisteren en mijn stinkende best doen om nieuw beleid te maken, maar op dat moment is er nood aan de man, en kan ik eigenlijk niet zoveel doen. Ja, troost bieden. Meer niet. Dat gevoel van onmacht is zo heftig. Ik weet het moment nog dat ik de mail kreeg van de vader van Nomie, die schreef: ‘Mijn dochter heeft jou een mail gestuurd maar je hoeft niet meer te beantwoorden, want ze is er niet meer. Het was geen verwijt, helemaal niet, maar toch. Ik heb nog veel contact met hem. Afgelopen najaar is hij naar de Kamer gekomen om ook andere Kamerladen het verhaal van Nomie te vertellen. Jij vroeg net wat er mis is met de jeugdzorg. Wat het ook is: deze groep zie je niet. Mensen met psychische kwetsbaarheden zijn niet degenen die met trekkers naar het Malieveld gaan. Dat zijn mensen die vaak toch al vinden dat ze te weinig waard zijn, en daarom hun mond maar houden.’

Lisa Westerveld Beeld Valentina Vos
Lisa WesterveldBeeld Valentina Vos

Journalist Charlotte Bouwman heeft dagenlang in de gang van het ministerie van Volksgezondheid gezeten om te protesteren tegen de crisis in de psychiatrische zorg. Met een bord in haar hand, en haar hond aan haar zij.

‘Ja! Die heeft dat gedaan. Dat was nogal wat, dat doet natuurlijk bijna niemand. De meesten hebben wel wat anders aan hun hoofd, namelijk zichzelf.’

Heeft die crisis ook te maken met het mensbeeld van onze regering?

‘Ja, en komende jaren wordt er wéér bezuinigd op jeugdzorg. Hier zit domweg niet het grootste deel van het electoraat. Sowieso is dat het gevaar van in de politiek rondlopen, dat je niet meer ziet wat er in gewone mensen omgaat. Als je hier werkt had je hoogstwaarschijnlijk ouders die politiek actief waren, je hebt sowieso gestudeerd en dus bepaalde vrienden en anders heb je het op een andere manier wel goed voor elkaar. Je hebt geluk gehad. Dat realiseren mensen zich niet altijd meer. Als jij drie zorgintensieve kinderen thuis hebt, word je nooit minister, nooit. Ik zou ook niet weten hoe ik dit werk zou moeten doen met vijf kinderen. Tenminste, ík zou het niet kunnen. We hebben het systeem zo ingericht dat echte representatie bijna niet mogelijk is. Dat vergeet je weleens als je hier werkt, tussen al ‘geslaagde’ mensen. Datzelfde geldt voor armoede, of mensen met een handicap, die worden ook altijd vergeten. Zelfs hier in dit gebouw, binnenkort gaan we eindelijk een ronde maken met iemand in een rolstoel, om te kijken hoe ver je komt. Ik hou mijn hart vast. Iedereen heeft een blinde vlek, daar moet je actief naar op zoek.’

Jouw goede vriend en GroenLinks-genoot Huub Bellemakers zei: ‘Lisa heeft filosofie gestudeerd maar dat zie je er niet aan af, en dat bedoel ik als compliment. Ze hanteert een menselijk vertrekpunt, in plaats van een theoretisch, abstract vertrekpunt. En ze praat in normale taal, dat is ook handig.’

‘Bij politici denk je vaak aan een meneer in een pak die machtsspelletjes speelt, maar ik zit in de Tweede Kamer om namens mensen te spreken. Zo zie ik mezelf ook, als volksvertegenwoordiger, in plaats van politicus. Het is ook de reden dat ik in Nijmegen woon, en niet in Den Haag. Dan hou je in ieder geval die regionale binding. Ik lees ook heel bewust de lokale media, en niet alleen maar de Volkskrant. Dat bedoel ik niet vervelend. Ik merk het ook als ik naar de Achterhoek ga en in het café zit, daar heb ik heel andere gesprekken dan hier in Den Haag. Net als in mijn voetbalteam, ook een goede spiegel.’

Bij de verkiezingen in maart 2021 ging GroenLinks van 14 naar 8 zetels. In het rapport dat jullie lieten maken door het Wetenschappelijk Bureau werd de oorzaak gezocht en gevonden in de coronacrisis: er waren te weinig mogelijkheden geweest om de mensen te bereiken met jullie boodschap. Daar zouden de andere partijen dan toch ook last van moeten hebben gehad?

‘Wat in 2017 heel goed werkte waren de meet-ups met Jesse Klaver. Daar is hij op zijn best, hij kan gewoon heel goed zalen toespreken. Die hadden we nu niet. En ook geen huis-aan-huisgesprekken.’

In het rapport stond ook: ‘Ze zijn er onvoldoende in geslaagd te laten zien dat GroenLinks een idealistische bestuurspartij is.’

‘Dat heeft te maken met verantwoordelijkheid nemen. Dat zie je wel in veel steden gebeuren, in Nijmegen doet GroenLinks bijvoorbeeld al heel lang mee in het college, maar landelijk zitten we altijd in de oppositie.’

En nu weer.

‘En nu weer, ja.’

Hadden jullie de macht moeten pakken?

‘Ik snap dat veel mensen dat denken, maar als wij nu zonder een andere linkse partij in de coalitie zaten had ik dat wel ingewikkeld gevonden, want dan moet je zóveel compromissen sluiten. En wij zijn van de grote doelen, die stip aan de horizon. Vanuit de oppositie kun je ook veel doen. Maar de wil is er wel, heel erg.’

Met wie voel je je verwant binnen GroenLinks?

‘Met Senna kan ik het goed vinden (Senna Maatoug, woordvoerder Sociale Zaken, sinds 2021 in de Kamer, red.), ik denk omdat we op dezelfde manier naar dingen kijken. We zijn allebei van de praktische oplossingen.’

Je was ook bevriend met Zihni Özdil, die in 2019 met slaande deuren vertrok. Ik begreep dat de vriendschap inmiddels bekoeld is?

‘Ik heb van de week nog met hem geappt, toevallig, maar het klopt dat we minder met elkaar omgaan. Het is misschien ook wel een illusie om te denken dat je op dezelfde voet verder kunt gaan. Er is te veel gebeurd tussen hem en GroenLinks, maar ik zit hier nog, dat maakt een vriendschap soms lastig. Ik snap hem wel hoor, hij heeft zich erg alleen gevoeld in de partij, voelde zich niet gesteund en heeft daar lang mee geworsteld.’

Jij deelde een werkkamer met hem.

‘Ik vond zijn vertrek superingewikkeld, vooral al dat lelijke gedoe eromheen. Stonden er na een lange dag ineens allemaal journalisten me op te wachten, wat ik er nou allemaal van vond. Ik was zelf net nieuw als Kamerlid, moest nog van alles leren. Ik kon ook niets zeggen zonder hem of de partij af te vallen.’

Met Peter Kwint (SP), Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren), Daan de Neef (VVD) en Huub Bellemakers (GroenLinks) vorm je de Gitarencoalitie, een vriendengroep die samen festivals en metalconcerten bezoekt. Zorgt dat soms ook voor lastige situaties?

‘Neuh, je kunt echt prima politieke vriendschappen hebben die daarbuiten doorgaan. Nou, soms merk ik het in Kamerdebatten. Met Peter Kwint had ik er nooit problemen mee, want we zijn alle twee van de oppositie, en we denken over 99 procent van de onderwerpen hetzelfde. Maar bij iemand die in een regeringspartij zit, zoals Daan de Neef voor de VVD, die het woord voert over jeugdzorg, weet ik nog niet zo goed hoe we dat gaan doen, de komende tijd.’

Jouw vrienden zeggen allemaal dat je ‘achterlijk hard’ werkt, dat 80 uur in de week eerder regel is dan uitzondering. En dat niemand meer boos wordt als jij niet terug appt.

‘Nee, ik heb echt lieve vrienden. János die belt met de vraag of ik al gegeten heb, nee?, nou schuif hier even aan dan. Of Huub, die op Sinterklaasavond met een cadeau en een gedicht op de stoep staat. Dat soort vrienden heb ik. In de zomers probeer ik alles goed te maken, dan ben ik altijd de laatste die van een festival vertrekt.’

János Betkó zei: ‘Lisa werkt zo hard, dat is niet te verenigen met een gezinsleven.’

‘Dat klopt. Dat is gewoon zo. Maar ik heb ook nooit een partner gehad van wie ik dacht: hé, met jou wil ik dat. Die wens is er gewoon niet.’

Lisa Westerveld  Beeld Valentina Vos
Lisa WesterveldBeeld Valentina Vos

Huub vertelde dat toen je jeugdzorg onder je hoede kreeg, je daar zelfs een beetje tegen opzag omdat je niet zoveel met kinderen hebt.

‘Haha, ja dit was wel de portefeuille waar ik het meest tegen opzag, ja. Ik bedoel, als ik bij János ben vind ik het superleuk om met zijn kinderen pannekoeken te eten, en ik heb zelf twee nichtjes, die ik ook heel leuk vind. Het is denk ik meer dat ik ertegen opzag vanwege de zwaarte van het onderwerp. Ik kan me echt schamen voor wat volwassenen kinderen kunnen aandoen. Sowieso is mijn mensbeeld niet per se opgeknapt van deze portefeuille. Ik ben een optimistisch mens, maar ik ben niet optimistisch over hoe wij met elkaar omgaan. En dan zegt Rutte tijdens een coronadebat ook nog doodleuk tussen de bedrijven door dat er wel wordt geïnvesteerd in jeugdzorg. Wat dus gewoon niet zo is.’

Hoe reageer jij dan?

‘Door dat te benoemen. Het lijkt soms wel of de politiek zichzelf aan het uithollen is. Het gaat bijna niet meer over wat wij hier in de Tweede Kamer voor antwoorden krijgen van het kabinet, en of die wel kloppen, maar of je de goeie oneliners hebt, en de goeie filmpjes. Het is allemaal beeldvorming. Het hele debat doet er niet meer toe, alleen de extremen halen Twitter. Dat is echt een probleem. Je ziet bijvoorbeeld vaak dat alleen de titels van de moties op sociale media worden gedeeld, met het rijtje voor- en tegenstemmers. Maar zo’n titel zegt niets. Laatst werd ik geconfronteerd met een motie van Van Haga die vroeg om álle maatregelen rondom de sport af te schaffen. Dan denk ik: wat makkelijk. Ik wil ook niets liever dan dat iedereen weer kan sporten, dan kan ik ook weer voetballen, maar het slaat natuurlijk nergens op om alle regels dan maar overboord te gooien. Daarom steunden we specifiek deze motie niet. Maar dan wordt wel even de suggestie gewekt dat wij de sport niet steunen. Dat is gewoon niet zo. Dat weten ze zelf ook wel, het is alleen maar bedoeld om aandacht te trekken, maar het staat er wel.’

Spreek je Wybren van Haga daar dan op aan?

‘Ik stuur collega-Kamerleden regelmatig een berichtje, en dan krijg je een heel verhaal van ja maar dit, ja maar dat. Ondertussen is het moment alweer geweest, de oneliners staan alweer op Twitter. Mijn afstudeerscriptie ging over Karl Popper en zijn boek The Open Society. Hij schreef daarin over de ondermijning van de democratie. Ik dacht altijd dat filosofie een heel theoretische studie was, maar ik merk steeds vaker hoe vaak discussies waarvan ik dacht dat ze theoretisch waren nu echt gaande zijn. We zijn voortdurend bezig met het afwegen van grondrechten: het recht op onderwijs, het recht op wonen, het recht om je in vrijheid te bewegen, de plicht om kwetsbare mensen in de maatschappij te beschermen. Dat kún je niet afdoen met oneliners. Daar moet je goede discussies over voeren, en die taak ligt nergens anders, die ligt bij ons.’

Denk je weleens: wat een rotbaan heb ik eigenlijk, waar doe ik het allemaal voor?

‘Ik vloek nooit, daar hoefde ik vroeger thuis niet mee aan te komen, maar ik ben vaak genoeg boos, dat wel. Aan de andere kant: dit hoort er gewoon bij. Politiek is een beroep waarbij je snoeihard werkt, en waarbij het soms toch niet lukt. Veel hoogtepunten, veel dieptepunten. Als je dat niet trekt, moet je ermee stoppen.’

CV Elisabeth Marij Westerveld

16 november 1981 Geboren in Aalten.

2001 Culturele Antropologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen (niet afgemaakt).

2003-2010 Filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

2002-2003 Bestuur Studentenvakbond AKKU.

2003-2004 Gekozen tot voorzitter van de Universitaire Studentenraad.

2007-2009 Voorzitter Landelijke Studentenvakbond LSVb.

2009 Lid van GroenLinks.

2011 Persvoorlichter en politiek lobbyist werken voor de Algemene Onderwijsbond.

2014 Met voorkeurstemmen in de Nijmeegse gemeenteraad.

2017 Plaats 14 op kandidatenlijst van GroenLinks. Met voorkeurstemmen in de Tweede Kamer.

2017 Treedt met SP-collega Peter Kwint op als het dj-collectief Gitarencoalitie tijdens de Zwarte Cross.

2021 Plaats 10 op de kandidatenlijst van GroenLinks en wordt met voorkeurstemmen in de Kamer gekozen.

Lisa Westerveld is single en woont in Nijmegen.

Credits fotografie:

Styling: Lidewij Merckx (House of Orange), visagie: Britt Breider (House of Orange).

Kleding: Trui: Marni bij Margriet Nannings, laarzen Paris Texas bij Shoebaloe. Jasje en rok: Essentiiel, blouse: Samsoe Samsoe.

Blouse: Scotch & Soda. Trenchcoat: Martin Margiela bij Margriet Nannings. Shirt: Samsoe Samsoe.

Vestje: Marni bij Margriet Nannings.Rok Department Five bij Margriet Nannings. Pumps: Prada bij Shoebaloe.