DEPRESSIEF

BIJ de aanschaf van damesliteratuur wil ik nog weleens afgaan op de foto op de omslag. Dit is een ongelukkige eigenschap....

Maar soms pakt het goed uit. Zo bleek een paar jaar geleden Prozac Nation, het debuut van de oogverblind mooie Elizabeth Wurtzel, een prachtige autobiografische roman over de geestelijke neergang van een talentvolle, aantrekkelijke Amerikaanse journaliste die alles in het leven leek mee te hebben.

De onmetelijke somberheid van de succesvolle auteur werd toentertijd symbolisch geacht voor het verdriet van een illusieloze generatie, die de zelfmoordenaar Kurt Cobain als voornaamste popidool koesterde.

Eenzelfde aftakeling als Wurtzel heeft Geerten Meijsing meegemaakt. We mogen immers gerust aannemen dat de hoofdpersoon uit zijn nieuwe roman Tussen mes en keel sterke overeenkomsten vertoont met diens schepper. Ook nu nemen we met een combinatie van fascinatie en gêne kennis van een beangstigende ziektegeschiedenis, waarin geen pijnlijk detail onvermeld lijkt te blijven.

Bij kunstenaars is natuurlijk meestal een steekje los, merkt Meijsing zelf op. Maar je kunt je afvragen of zijn psychische stoornis iets zegt over onze tijd, onze maatschappij. Steeds vaker melden mensen zich met klachten over depressiviteit bij huisarts en Riagg. Teleac zendt momenteel een - door zijn stuitende onbenulligheid erg deprimerende - cursus over het onderwerp uit. Gesproken wordt over een half tot een miljoen depressieve Nederlanders. Wat zijn de oorzaken van deze geestelijke nood?

In zekere zin is er wellicht sprake van een luxe-probleem. Moelijkheden, stelt de melancholieke schrijver in Tussen mes en keel, die roep jezelf in het leven. Heb je alles wat je hartje begeert, dan moet je wel op zoek gaan naar een verborgen gebrek. Erst kommt das Fressen, zou je kunnen zeggen, dann kommt die Depression. Toch lijkt er meer aan de hand.

Volgens Wurtzel is het allemaal de schuld van de vorige generatie. Haar ouders en hun leeftijdgenoten hebben de zaakjes niet goed geregeld. Zij hebben zich op zichzelf gericht en de kinderen verwaarloosd. Van het narcisme van de ouders en hun neiging bij het minste of geringste probleem te scheiden, werd het kind de dupe. De stabiliteit die het gezin - die veilige haven in een harteloze wereld - bood, zou door de culturele revolutie van de jaren zestig zijn ondermijnd.

Oek de Jong zag het vorig jaar in een vraaggesprek met Vrij Nederland breder. Volgens hem is depressiviteit een typisch verschijnsel van deze tijd, omdat zij te maken heeft met ontworteling, met isolement. Steeds meer mensen raken losgesneden van traditionele en vitale verbanden. 'Depressie is een vorm van niet goed geaard zijn. In tradities leven, in familieverbanden of clans, geeft zelfvertrouwen.' De Jongs analyse wordt onderschreven door de Zwitserse psychiater Kielholz, die het afbrokkelen van tradities en de desintegratie van ouderwetse verbanden als belangrijkste sociale oorzaak van depressiviteit beschouwt.

Zeker ook een rol speelt het afnemende geloof in metafysische krachten, die verantwoordelijk gehouden worden voor onze voor- en tegenspoed. In tegenstelling tot onze voorouders, schrijft Ursula Nuber in haar studie Die verkannte Krankheit: Depression, geloven wij niet meer in God, niet meer in het toeval of het noodlot.

We geloven alleen nog in onszelf, en omdat we grote verwachtingen van het geluk hebben, staan we voor een lastige opgave. Mensen willen nu - en niet in het hiernamaals - het geluk vinden en moeten hun heil op eigen kracht zien te realiseren. Zij voelen zich al gauw tekort schieten als dat allemaal niet zo soepel verloopt.

Vanavond spreekt Meijsing met de psychiater/dichter Rutger Kopland in De Balie in Amsterdam over de draaikolk van depressiviteit en doodsverlangen waarin hij belandde. Misschien kunnen de twee heren inzicht verschaffen in de maatschappelijke oorzaken van het neerslachtigheidsvirus.

Maar welke verklaringen ook worden aangevoerd, van belang is het in ieder geval de omvang van het aantal depressieven niet te overschatten en de ernst van de psychische stoornis niet te onderschatten. Tegenwoordig krijg je weleens de indruk dat half Nederland depressief is, omdat dit etiket door werklustige hulpverleners wordt geplakt op zowat iedereen die niet continu fluitend door het leven gaat.

Maar het is een belediging voor de werkelijk depressieven - 'the walking, waking dead', zoals Wurtzel ze noemt - om ze in een categorie te plaatsen met zeurpieten die weleens 'balen' , het soms 'niet zien zitten' of zo nu en dan in een 'dipje' raken.

Depressieve mensen lijden aan een gruwelijke ziekte, een volstrekt onvermogen tot genieten, een levensgevaarlijke, existentiële wanhoop die hen ten gronde kan richten. Depressiviteit, zo kunnen wij leren van Elizabeth Wurtzel, is 'the loneliest fucking thing on earth'.

Meer over