Zinvol levenGerrit Lammers, boer

‘Denk niet dat het belangrijk is dat je overal bij bent – de wereld draait ook door zonder jouw inbreng’

Gerrit Lammers. Beeld Jitske Schols
Gerrit Lammers.Beeld Jitske Schols

Voor Gerrit Lammers is er niks mooiers dan het boerenleven. Toch kruipt hij in zijn vrije tijd al veertig jaar lang in de huid van anderen, op het toneel. Hij laat zich dan leiden door zijn fantasie. Een nachtmerrie verwoestte echter bijna zijn leven.

Op de plek waar zijn wieg stond, brengt hij zestig jaar later nog ­altijd zijn ­leven door: in het buurtschap ­Notter, gelegen op enkele kilometers van het Overijsselse Wierden. Zijn opa en oma van vaderskant en zijn eigen ouders ­waren er boeren, zijn vrouw en hijzelf zijn boer en inmiddels werken ook zijn beide zonen in de landbouw; de jongste zal de boerderij van hem overnemen. De velden rond zijn boerderij (110 koeien, 60 hectare grond voor hun voer) liggen er niet anders bij dan vroeger. De continuïteit is groot, maar de maatschappelijke veranderingen werken ook hier door en hebben het leven van Gerrit Lammers geraakt.

Wanneer hij begin jaren tachtig trouwt met Annie, afkomstig uit een dorp vijftien kilometer verderop, gaat het stel wel op hetzelfde erf ­wonen als zijn ouders, maar zet het ook een revolutionaire stap: de tussendeur gaat dicht. ‘De mensen hier in de buurt spraken er schande van: hoe kon je nu voor je eigen ouders de deur dichtdoen? Maar wij wilden per se een eigen voor- en achterdeur.’

Het is een les die Gerrit trekt uit een ‘mooie, maar ook benauwende jeugd’ waarin hij met zijn ouders en grootouders van vaderskant in hetzelfde huis opgroeit: ‘Drie generaties onder een dak. Dat was typisch Twents, dat trouwt bij elkaar in, een getrouwd kind komt in te wonen bij de ouders. Dan krijg je dat de grootouders de kleinkinderen gaan verzorgen. Dat heb ik meegemaakt – mijn oma bepaalde hoe lang mijn haar mocht zijn en welke spijkerbroeken ik droeg. Ik baalde, maar mijn oma was vrij dominant – haar wil was wet. Achteraf hoor je dat de deuren in huis wel hebben gedonderd. Mijn moeder zei later: zoiets moet nooit weer.’

Die conclusie trekt hijzelf ook, de tijden veranderen nu eenmaal: ‘Mijn kinderen voeden hun kinderen ook weer anders op dan wij het deden. Als jongeren elkaar een paar avonden hebben gezien, slapen ze al bij elkaar. Dat was vroeger ondenkbaar.’ Gereformeerd is hij nog wel, streng in de leer allerminst: ‘De kerk is voor mij geen must, ik heb mijn ktv-dagen, kerktijdverkorting.’ Toch valt hij ­terug op het geloof in God wanneer hij in nood komt. Dat was het geval toen hij zijn zoon bijna zag verongelukken, een gebeurtenis die zijn ­leven ingrijpend zou veranderen.

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Voor mij komt mijn gezin eerst, daar sta ik altijd voor klaar – mijn vrouw, mijn kinderen, we hebben er vier, de kleinkinderen. Daarna kom de boerderij. Die wil ik zo bestieren dat de volgende generatie ermee verder kan. Verder draait mijn leven om het gezin. Toen ik 18 werd, ben ik gaan boeren, ik heb nooit iets anders gewild. Ik ben een grote koeienliefhebber. Mijn vader was een trekkerboer – die haalde liever een trekker uit elkaar dan een kalf uit een koe. Voor mij is omgaan met vee mijn grote passie. En toneelspelen.’

Toneelspelen?

‘Ja, ik speel al veertig jaar amateur­toneel – vroeger al bij de plattelandsjongerenvereniging. De een gaat graag voetballen, de ander biljarten, ik vind toneelspel mooi. Dat je ­iemand probeert neer te zetten die je niet bent, dat je je fantasie de vrije loop laat gaan, daarvan kan ik genieten, na mijn werk. In het leven gaat het erom plezier te beleven. Dat is voor mij de essentie, of het nu je gezin, je boerderij of je toneelspel is.’

Ziet u zichzelf in een dienende rol?

‘Nee, zo voel ik het niet. Als ik ’s nachts mijn bed uit ga, omdat een koe moet kalveren, zeg ik niet: ik moest er weer uit. Voor mij is het altijd: ik ging er weer uit. Ik vind het nog altijd machtig mooi, het voelt niet als een verplichting. Ik haal er veel voldoening uit.’

Wat is uw verhouding tot de ­natuur?

‘De natuur laat zich niet dwingen, de mens moet zich aanpassen. Als je dat niet kan, moet je tussen vier muren met een verwarming of airco gaan werken. We hebben een zorgplicht voor de natuur en voor de generaties na ons. Dus bewerk ik de aarde zo goed mogelijk, ik gebruik niet te veel bestrijdingsmiddelen, we moeten oppassen dat we het bodemleven niet doodmaken. Dat is het rentmeesterschap. Een religieuze term, ja, maar ik heb daar de Bijbel niet voor nodig.’

Welke rol speelt religie voor u?

‘Ik geloof dat er bepaalde, bovenmenselijke krachten zijn. Dagelijks krijg je zowel goede als slechte gedachten, maar er is iets dat probeert om jou de goede beslissingen te laten nemen. Veel geloofsregels zijn door mensen verzonnen. Dat ik niet op zondag mag hooien, hebben mensen bedacht, niet God. Dat geldt voor eigenlijk alles in de Bijbel. Maar ik geloof wel dat je wordt geholpen als je in je dagelijks leven voor het goede kiest.’

Heeft u dat ervaren?

‘Ja, letterlijk. (stilte) Toen ik depressief was, liep ik langs de spoorlijn. Ik heb toen gesmeekt om de juiste beslissing te nemen. Dat was in een ­periode waarin ik in een neergaande spiraal zat, voordat ik wist dat ik een posttraumatische stressstoornis (ptss) had.’

Waardoor kreeg u dat?

‘In 2012 was mijn oudste zoon aan het hooien, met zo’n grote machine die hooibalen maakt. Ik kwam toevallig langs. De klep stond naar boven, hij was vastzittend hooi aan het wegplukken. Opeens kwam die klep naar beneden en drukt mijn zoon zo de pers in. Maar hij drukte niet door. Niemand kan dat verklaren. Zo’n klep kan een houten balk doormidden drukken, dus ook een mens. Maar het gebeurde niet. Ik zag zijn buik op en neer gaan, er kwam bloed uit zijn neus en oren, maar hij was nog aanspreekbaar. Hij hoefde uiteindelijk maar zes weken plat. De ­politie vroeg me naderhand: moet je nog slachtofferhulp? Welnee, zei ik, hij is het slachtoffer, niet ik. Ik dacht: ik ben de vader, ik ben een sterke man, dit trek ik wel.

Filmtip – De beentjes van Sint-Hildegard

‘Een prachtfilm met Herman Finkers en Johanna ter Steege, vol mooie Twentse zinnen. Voor mij gaat het over de vrijheid die man en vrouw elkaar in een relatie op zich wel gunnen, maar toch kan die relatie beklemmend worden. Wanneer de een almaar bezorgd is over de ander, wordt met de beste bedoelingen de vrijheid van de ander ingeperkt. Een film die stof tot nadenken geeft.’

‘Maar in de maanden erna werd ik achtervolgd door beelden van wat had kunnen gebeuren. Wanneer ik die machines weer over het land zag rijden, ging me dat door merg en been. ’s Nachts werd ik wakker, nat van het zweet, dan zag ik voor me hoe hij als een ballon voor mijn ogen uit elkaar was gespat. Ik had geen controle meer over mezelf, werd steeds somberder. Twee jaar na het ongeluk heb ik dat tegen Annie eruit gegooid, toen is de bom gebarsten. Ik wist niet wat ptss was, maar leerde dat het zich een jaar tot anderhalf jaar na een voorval ontwikkelt. Mijn somberheid had ik tot dan toe helemaal niet met het ongeluk in verband gebracht. Ook niet toen ik langs het spoor liep met het idee: ik spring ervoor.’

Wat weerhield u?

‘Dat ik een gezin had en dat ik het ze niet aan kon doen. ‘Als een mens in nood is, komt hij tot het geloof’, zeggen ze wel. Nou, ik heb God toen gesmeekt dat ik het niet zou doen. Dat was een heel eenzame periode. Ik weet niet wat me op dat moment ­tegenhield om het met anderen te bespreken. Ik vond dat ik sterk moest zijn, niet kwetsbaar. Het is een beetje boerachtig: je praat niet over je gevoelens.’

Maar God hielp u?

‘Dat heb ik wel zo ervaren, anders was ik echt het ravijn ingestort. Door te bidden ben ik op het grindpaadje gebleven. Eerst fiets je van de berg af en pas als je helemaal in het dal bent, kun je weer omhoog. Toen ik mijn somberheid had aangekaart, kon de weg omhoog beginnen. Tot dan toe had ik het idee er helemaal alleen voor te staan. Maar dat bleek dus niet zo te zijn, want door mijn gezin en professionele hulp ben ik er weer ­bovenop gekomen. De les is dus: je kunt je wel alleen voelen, maar je bent het niet.’

Wat zijn de gevolgen voor uw ­leven geweest?

‘Vroeger kon ik me over van alles druk maken, nu ben ik veel gematigder. Ik denk veel vaker: het zal wel, pluk de dag. Neem die stikstofdiscussie: ik volg het wel, maar ik ga niet meer de barricades op. Vroeger zette ik me als boerenbestuurder echt voor dat soort zaken in. Maar sinds mijn ptts leg ik me alleen nog toe op de boerderij.’

Ziet u het aIs een les in bescheidenheid?

‘Voor mij was duidelijk: je moet niet te veel willen in het leven. En je moet ook niet denken dat het belangrijk is dat jij overal bij bent – de wereld draait ook door zonder jouw inbreng. Dat ervoer ik heel duidelijk, toen ik in het dal zat. Daarvoor was ik altijd druk, haastje-repje; snel even het gras schudden, want ik moet vanavond weer weg, ik wilde overal bij aanwezig zijn. Maar als je zo druk bent, gaat het leven op de automatische piloot en kun je niet genieten. Nu kan ik dat wel. En dan bedoel ik niet op een terras met een glas bier, maar tijdens het werken op de boerderij. Daar ben ik nu veel bewuster mee bezig.’

Zijn er nog meer gevolgen?

‘Als je zoiets hebt meegemaakt, weet je hoe kwetsbaar het leven is en leer je het veel meer waarderen – de relatie tot je vrouw, je kinderen, je kleinkinderen. Dat is een les die je niet van de daken schreeuwt, maar innerlijk wel ervaart. Ik ben een stille genieter geworden. En ik houd afstand van bepaalde discussies, zoals die over stikstof. Want ik wil niet dat die mij gaan beheersen en me het plezier in het boeren ontnemen. De kennis erover wil ik wel hebben, maar ik wil niet dat het negatieve het positieve wegdrukt. Dus waak ik ervoor dat het me ten diepste raakt, ik bescherm mezelf.

‘De financiën van de boerderij zijn heel belangrijk voor me, want de landbouw is een sector waarin de winst minimaal is. Daar ben ik permanent mee bezig – het schip moet wel blijven varen, de vooruitzichten zijn momenteel door het coronavirus niet positief. Maar het is geen zorg. Want dan zou ik ermee naar bed gaan. Dat doe ik niet. Ook het geld mag mijn plezier in het leven niet vergallen.’

Praten over gedachten aan zelfdoding kan bij de crisislijn van 113 Zelfmoordpreventie. Bel 0900-0113 voor een gesprek. U kunt ook chatten op www.113.nl.

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over