Den Bakker misschien een beetje te allround

Maarten den Bakker verdedigt morgen in Meerssen zijn nationale wielertitel. Ook met het rood-wit-blauw om de schouders blijft hij een aanvaller pur sang, maar een winnaarstype zal de 28-jarige boerenzoon uit Abbenbroek wel nooit worden....

MARCEL VAN LIESHOUT

DE RENNER hangt op, of beter, ín de leren tweezitsbank en ook al is er bezoek in het appartement, de blik blijft vrijwel onveranderlijk op de televisie gericht. Zo vaak heeft hij in deze tijd van het jaar tenslotte ook weer niet de gelegenheid om, onderuit gezakt, thuis naar de buis te kijken.

Altijd maar weer op reis, altijd maar weer in die hotels (waar de televisie op de kamer eerder dienst doet als slaapmutsje) en nou is hij tussendoor eens een weekje in het land en dan wordt de deur weer plat gelopen door journalisten.

Pas als het programma 'van en voor iedereen' via zo'n vertrouwd wervingstekstje laat weten dat de Nederlandse kampioenschappen wielrennen er weer aankomen, verandert de houding en wordt de rug voor even gerecht. In de aankondiging flitst de finale van het kampioenschap van vorig jaar voorbij, het is even opletten geblazen, want: 'Daar kom ik'

Inderdaad, daar zien we een juichende Maarten den Bakker de finishlijn in het Zuid-Limburgse Meerssen passeren om zich in de armen van vriendin Lendy te storten. Het brede, blozende gelaat straalt, na de amateurtitel van 1989 mag hij zich opnieuw een jaar lang in het rood-wit-blauw hullen.

Een tamelijk zeldzaam beeld, een zegevierende Den Bakker. Niet dat hij in het internationale wielerpeloton te boek staat als een grijze muis, verre van dat. Zijn aanvalslust wordt alom gerespecteerd, de tv-camera's weten hem met grote regelmaat te vinden, maar een winnaarstype is hij nu ook bepaald weer niet.

Nog maar 28, niettemin al in zijn achtste seizoen als professioneel wielrenner en de oogst is een vracht aan goede klasseringen waaronder evenwel slechts een bescheiden aantal overwinningen. 'Daar kom ik' Zou het werkelijk? Komt Maarten den Bakker nog?

Zeker, erkent de aangesprokene, het wordt nu toch echt hoog tijd dat de belofte eens wordt ingelost. Drie jaar geleden, juist uitgeroepen tot Nederlands Renner van het Jaar door de lezers van het blad Wielerrevue, zei Maarten den Bakker: 'Ik ben 25, nu moet het gaan gebeuren.'

Vandaag zegt Maarten den Bakker een aantal malen: 'Ik ben 28, nu moet het gaan gebeuren.'

Toen, bij de verkiezing tot Renner van het Jaar, had Den Bakker vooral in de Waalse klassiekers aansprekende resultaten geboekt en werd hij door de kenners gezien als zo ongeveer de enige coureur die het zieltogende vaderlandse wielrennen nog enige kleur kon geven. Zeker in de eendaagse wedstrijden. Maar de grote doorbraak bleef uit, Den Bakker zal het niet weerspreken.

'Ik ben misschien een beetje te allround, kan alles wel redelijk, maar mis de explosiviteit voor in de finale', analyseert de TVM-coureur zichzelf op een haast verontschuldigende toon. Zoeken naar woorden hoeft hij niet, het is niet de eerste keer dat hij de vraag krijgt voorgelegd wanneer 'het' er van gaat komen.

De zelfkritiek houdt nog even aan. 'Soms heb ik gewoon te weinig greep op mezelf. Dan smijt ik te veel met mijn krachten. Elke keer maar weer proberen om met een ontsnappinkje mee te gaan en als je dan niet wegblijft kom je op het einde te kort.'

Dat zo lastig te duiden begrip koersinzicht, Den Bakker zou willen dat die kwaliteit plotseling tot hem kwam.

0H IJ IS juist teruggekomen uit de Franse etappewedstrijd Route du Sud, zijn laatste voorbereiding op de Tour de France. 'Nou ja, we gaan zondag in Meerssen eerst nog even de kampioenstrui verdedigen.' In de Route du Sud eindigde hij als zesde, een aardige klassering die hij vooral te danken had aan het deel uitmaken van een 25 man tellende vluchtgroep in de tweede etappe.

In het Zuid-Franse land heeft hij trouwens mooi kunnen controleren hoe het er met een aantal concurrenten voor de nationale titel voorstaat. Ook die andere Nederlandse profploeg, de Rabo-ploeg, was in de Route du Sud aanwezig. Patrick Jonker rijdt sterk, werd ook eindwinnaar, maar vooral 'Boogerdje' (Michael Boogerd).

Sinds een paar maanden bewoont Den Bakker een huurappartement in het Belgische Hoogstraten, pal over de grens, dichtbij Breda. De vroege vlucht Toulouse - Brussel bracht hem al om een uur of half negen op Belgische bodem en amper thuis klom hij op de fiets om samen met ploeggenoot Tristan Hoffman 'wat bij te trainen'.

De Belgische grensstreek is een populair vestigingsgebied voor de Nederlandse TVM-coureurs. Niet alleen Hoffman maar ook Jeroen Blijlevens en Servais Knaven wonen om de hoek. Zeker, die welbekende financiële reden heeft voor Den Bakker een rol gespeeld, maar ook de goede trainingscondities in de Belgische Kempen plus het feit dat de TVM-ploeg voor het uitvliegen naar buitenlandse koersen vrijwel altijd vanaf Brussel vertrekt.

'Je kunt in deze omgeving lekker trainen. Mooie weggetjes, lekker rustig. Maar ik train ook nog regelmatig in mijn oude omgeving, op Voorne-Putten, bij mijn ouders. 't Is ook een mooi ritje vanaf hier. Een kilometer of 85, dan rijd ik even naar mijn ouders toe, eet of drink wat, en dan terug.'

Trainen heeft de regerend Nederlands kampioen immer graag gedaan, in gezelschap of alleen. Zichzelf afmatten vond hij altijd al mooi, de boerenzoon uit Abbenbroek had al als jongetje een voorliefde voor allerlei duursporten. 'Ja, dat gevoel dat je soms in een soort trance raakt van het jezelf pijn doen, dat ken ik wel.'

Zoekend naar het 'waarom' van het uitblijven van zijn doorbraak wendde hij zich een paar jaar geleden tot de inspanningsfysioloog Adri van Diemen, maar inmiddels traint Den Bakker weer naar eigen inzicht. 'Ik weet niet hoor, dat minder kilometers maken en efficiënter trainen waar je ineens iedereen over hoorde is toch niet aan mij besteed. Meting dit, elke week een conditietestje. Ik zie het ook een beetje als een soort modegril.'

O zeker, de samenwerking met Van Diemen heeft wel degelijk iets betekend 'maar ik ben toch vooral een praktijk-mannetje'. Den Bakker luistert liever naar het eigen lichaam dan dat hij zich nauwgezet aan de opdrachten van trainers houdt. 'Ik rijd toch al een tijdje mee. Renners zijn geen dommeriken, die moeten zichzelf niet helemaal overgeven aan een ander.'

Zelf trainde hij in de voorbereiding op dit seizoen weer veel en hard, al was het maar omdat hij dat gewoon 'lekker' vindt. 'Ik voel me daar goed bij, het moet toch ook in je kop goed zitten?' Om er onmiddellijk aan toe te voegen dat hij nou ook weer niet moet worden gezien als oerconservatief, iemand die niet open staat voor nieuwe ontwikkelingen.

'Ik doe nu veel meer aan krachttrainingen, omdat je merkt dat je daar baat bij hebt. In de fitness-ruimte op de grote versnelling trainen. Je kunt niet achterblijven, ook bergop wordt tegenwoordig veel op de grote versnelling gereden. En ik geloof heus wel dat er in de sfeer van de begeleiding en verzorging nog allerlei dingetjes te verbeteren zijn. Voeding en zo. Je moet niet stil blijven zitten. Vooral ook omdat ik voor mezelf voel en zeker weet dat er nog veel meer in me zit dan er uitkomt.'

Het voorjaar verliep voor hem teleurstellend, in 'zijn' wedstrijden (Waalse Pijl, Luik-Bastenaken-Luik en de Amstel Gold Race) bleef een ereplaats buiten bereik. 'Vooral van Luik-Bastenaken-Luik baalde ik enorm. Jalabert, Zülle en Bartoli waren weg, ik zat in die groep daarachter en ik spaarde me nog een beetje voor die laatste drie, vier kilometer, want die zijn nog behoorlijk lastig.

'En toen kreeg ik me toch een wapper. . . Ineens was het helemaal op. Ik had toch goed gegeten, daar lag het niet aan, maar ineens was alle kracht weg. Drie kilometer voor het einde dacht ik nog aan een mooie uitslag en dan is het plotseling over. Bij de eerste vijf, zes zitten van Luik-Bastenaken-Luik, dan kijk ik toch heel wat anders terug op het voorjaar dan nu.'

Het uitblijven van een mooie klassering in de voorjaarsklassiekers bracht hem ertoe het in de aanloop naar de Tour de France iets rustiger aan te doen dan in voorgaande jaren.

De Ronde van Catalonië werd verruild voor de kortere Route du Sud, de Ronde van Luxemburg en de Midi Libre reed hij eveneens, maar in al die etappekoersen wist hij zich te beschermen tegen zichzelf.

'Ik koers nu eenmaal graag, ik ben in het verleden er veel te vaak te hard ingevlogen. Kijk, als je in dat soort wedstrijden een dagsuccesje kunt meepakken moet je het natuurlijk nooit laten, en als je zoals ik een matig voorjaar achter de rug hebt is de verleiding groot om een paar keer heel diep te gaan.'

0V OLGENDE week zaterdag in Rouen begint hij aan zijn vijfde Tour de France. De voorgaande vier reed hij allemaal uit en het wachten is nog steeds op de eerste etappewinst. Twee jaar geleden, in de etappe naar Limoges ('Veel heuveltjes, zo'n etappe voor mij') was hij er het dichtst bij, maar Lance Armstrong was hem die dag te snel af.

'Supergemotiveerd' is hij om er iets moois van te maken. De ambitie is vooral gevoed door een opluchtend gesprek met ploegleider Cees Priem, begin deze week. Priem is nu al jaren zijn ploegleider en nu Den Bakker als een routinier mag worden beschouwd, achtte hij de tijd rijp om eens over zijn eigen positie binnen de TVM-ploeg te praten.

'Ik krijg een vrije rol, mag in het begin van de Tour in principe voor mijn eigen kans gaan. Wij hebben met Blijlevens natuurlijk een kanjer in huis, maar het mag ook weer niet zo zijn dat we de hele ploeg in de eerste week alleen maar in dienst stellen van Jeroentje. Massasprints moeten ook vanzelf ontstaan, je sloopt jezelf als je de hele dag alleen maar voor je sprinter werkt.

Hij blikt alvast vooruit naar de eerste week van de Tour, die van Normandië naar de Pyreneeën voert. 'Ik ken die streken wel goed en ik heb het er uitgebreid met die Fransman in onze ploeg, Laurent Roux, over gehad. Kijk, iedereen zegt altijd maar makkelijk dat de Tour met allemaal vlakke ritten begint, maar wat is vlak? Het is toch veel heuveltje op, heuveltje af, dat werk kan ik goed aan.

'Natuurlijk moeten we ervoor werken dat Jeroentje een kans krijgt, maar het is lastig hoor om de boel bijeen te houden. In het verleden hield ik toch de hele dag Jeroentje in de gaten, of ie niet teveel op de kant reed, uit de wind houden, je weet wel. In principe heb ik nu een andere rol, mag ik vooral aan mijn eigen kansen denken. 'Die eerste dagen van de Tour zijn toch al zo slopend. Die zogenaamde vlakke ritten, dat kost vooral ook in je kop heel veel energie. Iedereen wil zijn kansje pakken, iedereen is zo gestresst als een kip. Duwen, trekken, valpartijen.

'Tweehonderd man, twee uur aan één stuk in een waaier en op de kant rijden, al dat nerveuze gedoe. Het afzien in dat soort ritten is voor mij vaak erger dan in bergritten. Ik klim redelijk, op een gegeven moment ga je in een groepje zitten en of ik dan veertigste of tachtigste word maakt dan ook niks uit.'

Hoe meer ploegen met sprinters aan de start verschijnen, des te beter Den Bakker het vindt. Ook voor Blijlevens zelf. 'Ik hoop maar dat Cipollini aan de start komt, dan hebben we er weer een ploeg bij die in de slotfase wil rijden. Ik ben heus niet bang dat Jeroentje het helemaal laat afweten. Als hij zich niet goed voelt, als hij het niet vertrouwt, dan laat hij het ons ook weten.'

Zich volledig in dienst stellen van Blijlevens heeft Den Bakker vaak genoeg gedaan en hij heeft er nooit problemen mee gehad. Natuurlijk, de tactiek van de Rabo-ploeg in de eerste week van de Tour van vorig jaar, elke dag weer in de aanval, die is Den Bakker op het lijf geschreven, maar die ploeg had nu eenmaal geen sprinter.

'Ik heb echt respect voor Jeroentje. Hij slaagt er toch atijd maar weer in om de verwachtingen waar te maken. En als ie eens faalt, dan zoekt ie de schuld toch echt wel bij zichzelf. Ik weet hoe serieus hij nu weer met de Tour bezig is. En maar achter de brommer en achter de auto trainen. En let op hè, hij wordt nog steeds sterker. Ik heb het in de Route du Sud nu ook weer gezien, klimmen gaat hem ook steeds beter af. Hoeveel sprinters zijn er nu eigenlijk die én de Tour én de Ronde van Spanje uitrijden?'

0R ENNERS als Blijlevens, de winnaarstypes die hun wedstrijden 'kiezen' en het vervolgens ook waarmaken, Den Bakker kan ervan genieten. O nee, van jaloezie is geen sprake, al vraagt hij zich inderdaad vaak af waarom het hem niet gegeven is.

'Jongens als Richard en Sörensen, dat zijn ook van die echte winnaars. Goed, die hebben dan wel wat meer klasse in huis dan ik, maar ik zie vaak genoeg momenten waarop die jongens stukken minder zijn dan ik. Dan rijden ze met hun mond open, hangen en wurgen. Is het helemaal niks. En een paar dagen later, pats-boem, dan staan ze er ineens weer. Brochard, da's ook zo'n renner. Die is toch echt niks meer dan ik, we hebben zo'n beetje dezelfde kwaliteiten. Daar hoor je dan een hele tijd weer niks van, maar die pakt toch elk seizoen zijn overwinninkjes mee.'

Ach, verzucht Maarten den Bakker nog maar eens ten overvloede, 'ik ben nu 28 en het moet nu echt gaan gebeuren.' Als die ene grote overwinning er maar komt. 'Dat zie je vaak bij renners van mijn kaliber. Als ze eenmaal een mooie koers hebben gewonnen volgen er ineens meer.'

Meer over