INTERVIEW

'De wereld is niet zo eng als ik dacht'

Marc-Marie Huijbregts wordt 50, ja echt, en schaamt zich nergens meer voor. Getuige zijn nieuwe boek In Stukjes.

Marc-Marie Huijbregts. Beeld Marc de Groot
Marc-Marie Huijbregts.Beeld Marc de Groot

Veertien jaar geleden loog cabaretier Marc-Marie Huijbregts een paar jaar van zijn leeftijd af, toen hij de Pall Mall Exportprijs won die tot 2010 jaarlijks werd uitgereikt aan een jong creatief talent. Hij was bang dat hij met zijn 36 jaar te oud zou zijn en dus staat sindsdien in nogal wat verhalen over hem dat hij is geboren in 1967. Dat had moeten zijn: 1964. Marc-Marie Huijbregts wordt dit jaar vijftig en intussen zit hij daar totaal niet mee, zegt hij.

Hij heeft geen bucket list van dingen die hij voor zijn dood nog wil afwerken, zoals de Mont Blanc beklimmen. 'Dan heb je de Mont Blanc beklommen en dan ga je daarna dood. Wat heb je daar nou aan?', zegt hij grinnikend. 'Het klinkt pathetisch en ik zou het voor Karim, mijn man, heel vervelend vinden, maar ik zou het niet erg vinden als ik morgen dood zou neervallen.'

Jij hoopt dat je eerder doodgaat dan Karim?

'Natuurlijk hoop ik dat. Ik zou er alles voor geven. Ik mag morgen dood neervallen, echt waar.'

Is dit niet een beetje raar? De meeste mensen hangen aan het leven.

'Ja, ik vind het ook wonderlijk dat ik er zo over denk.'

Marc-Marie Huijbregts maakt een opgeruimde indruk. Hij mag het over de dood hebben, hij klinkt alsof hij opnieuw de Pall Mall Exportprijs heeft gewonnen, of een Oscar zelfs. We zitten op het terras van café Gent aan de Schinkel, in de buurt van het Amsterdamse Vondelpark, hij in trainingsbroek. Hij komt linea recta van de opnamen voor de tv-serie Het Schaep die de KRO in februari gaat uitzenden. Hij nipt van zijn thee, het zonnetje schijnt en als iets ver weg lijkt, is het wel de dood.

Deze week verscheen zijn boek In stukjes. Het is zijn eerste boek en sinds jaren is dit ook zijn eerste interview. Hij vond dat hij zichzelf begon te herhalen en weigerde lange tijd alle interviewverzoeken. Niet dat hij uit het nieuws bleef trouwens. In 2009 onthulde hij tijdens een uitzending van De Wereld Draait Door, waar hij geregeld aanschuift als tafelheer, dat hij zijn kalende kop een decennium had bedekt met een vrij woeste pruik, door hemzelf de 'cavia' genoemd.

Huijbregts zal niet sterven van opgekropte frustratie, to put it mildly. Tijdens zijn laatste cabaretvoorstelling Florissant spreekt hij bijvoorbeeld over de getroebleerde verhouding met zijn, inmiddels overleden, vader. Eerder vergeleek hij collega Lenette van Dongen met een Ken Barbiepop waar de hond een halfjaar mee heeft rondgesjouwd. En nu is er dan dat boek, over zijn leven, en je kunt er veel van zeggen, maar niet dat hij zichzelf herhaalt. De toon is helemaal Marc-Marie, je hoort hem praten met zijn hoge stem, maar wát hij zegt, gaat verder dan bekend was over hem.

Marc-Marie Huijbregts Beeld Marc de Groot
Marc-Marie HuijbregtsBeeld Marc de Groot

Waarom word je steeds eerlijker?

'Omdat ik denk dat het moet. Misschien is het stom, maar ik wil niet liegen. Ik wil geen onware dingen zeggen, niet in mijn relatie en niet tegen mijn publiek.'

Je schrijft dat je als puber vaak een regenjas droeg met een sjaal waarin je wegdook. Later had je dus die pruik. Ben je jezelf nu aan het uitkleden?

'De wereld is niet zo eng als ik dacht.'

Hoe kan dat?

'Vroeger keken mensen vaak naar me omdat ze me niet snapten. Ze vroegen zich af of ik een man of een vrouw was. Meestal dachten ze dan: een vrouw. Dus dan dook ik weg in die sjaal. Eén ding is fijn van bekend worden: je hoeft jezelf niet meer uit te leggen. Toen ik in 1998 begon met cabaret zei ik eerst altijd iets over mijn rare stem, maar op een gegeven moment kon ik ermee stoppen omdat mensen dat wel wisten. Ik kwam erachter dat wie ik ben, dat wat ik altijd verborgen had gehouden, niet zo erg is. Daardoor geef ik me meer. Ik ben altijd bezig met overgave, de controle durven loslaten, in die hoek zit het verlangen naar eerlijkheid.'

Het lijkt me ook een heel gedoe om jezelf zo te verstoppen.

'Ja, een gedoe! Dat háár ook! Je loopt rond met een geheim, hè? Als ik in het theater stond, dacht ik de hele tijd: zit het wel goed, waait het niet op als ik straks buiten kom, wat gebeurt er als iemand een foto neemt, is het te zien? Het was zwaar en vermoeiend. Ineens had ik er genoeg van.'

Waarom wilde je juist op de televisie laten zien dat je al die tijd een pruik had gedragen?

'Ik wilde vertellen hoe het zat, anders bleef het een geheim. Ik had geen zin er weer uit te komen met een smoes.'

In je voorstellingen komt vaak je jeugd terug en nu weer uitgebreid in je boek. Wat is dat met die jeugd?

'Voor mijn voorstellingen denk ik altijd: wat vind ik moeilijk, waar wil ik niet over praten? Dan ga ik het dáárover hebben omdat ik vermoed dat daar iets waardevols zit, iets wat ik moeilijk vind om te geven. Ik vraag mensen een avond naar toneel te komen, zij geven hun tijd en geld, en ik vind dat ik iets terug moet geven wat ik niet zomaar uit mijn mouw schud.'

Maar waarom blijf je steeds zo bezig met die jeugd?

'Ja, dat is interessant... Het boeit me wel om te weten waarom ik ben wie ik ben.'

Je schrijft dat je het jongetje was dat het verlies moest goedmaken van de eerste zoon van je ouders, een baby die na een uur stierf.

'Ik denk dat het voor mijn vader zo was, ja. Hij sprak niet over die eerste zoon, maar toen ik werd geboren, zal hij hebben gedacht: tóch een zoon gekregen. Ik denk ook dat hij in mijn jeugd teleurgesteld is geweest in mij. Ik vind dat dat mag.' Hij begint te lachen. 'Ik kan me wel voorstellen dat je denkt: jezus man, is dát mijn zoon? Ik herinner me dat ik een toneelstukje deed in de woonkamer, heel de familie zat te kijken. Ik zat vastgeknoopt aan de tafelpoot, ik speelde dat ik werd ontvoerd. Ik zag iedereen denken: o, mijn god.'

Marc-Marie Huijbregts. Beeld Marc de Groot
Marc-Marie Huijbregts.Beeld Marc de Groot

Wat deed je fout?

'Ik deed iets waarvan iedereen schrok. Ik herinner me nog het gezicht van mijn vader.'

Je deed nichterig.

'Ja, waardoor ze allemaal dachten: o jé, er zit er toch een in de familie, daar gaan we nog plezier mee hebben. Dus ja, ik snap dat je dan je eigen kind een teleurstelling vindt.' Hij schatert nu. 'Dat mág gewoon.'

Dat zeg je nu. Ik denk dat je het toen niet zo leuk vond.

'Nee, natuurlijk niet. Daarom is het goed om erover te schrijven en erover na te denken.'

En de teleurstelling was dus dat je vaak werd versleten voor een meisje en meisjesachtig deed.

'Ik was niet de zoon die mijn vader graag wilde hebben, ja.'

Maar hij heeft dat nooit uitgesproken.

'Nee. Ik denk dat hij dat dacht.'

Je had niet zo'n geweldig zelfbeeld. Je schrijft dat je een haat/haatverhouding had met je lichaam. Je hebt zelfs een heel hoofdstuk gewijd aan je foute piemel.

'Ja, en dat versterkte mijn idee: ik ben ook niet helemaal een jongen, ik ben niet helemaal gelukt. Toen ik bezig was met mijn boek, dacht ik: als ik het ga hebben over de ongemakkelijkheid die ik altijd over mezelf heb gevoeld, moet ik eerlijk over mijn piemel schrijven.'

Ik kon me niet zo veel bij je beschrijving voorstellen.

Hij pakt de pepermolen van tafel en legt het uit. 'Kijk, de voorhuid zat hieraan vast', zegt hij, terwijl we ons over de pepermolen buigen en hij wijst op een of ander randje dat de onderkant van de eikel moet voorstellen. 'De voorhuid was niet te nauw, hij zat vast.'

Een halffabrikaat, schrijf je.

'Mijn piemel was zo'n afbakbroodje dat nog even in de oven had moeten blijven zitten. Uiteindelijk is het vanzelf goed gekomen, maar als je jong bent, denk je: ik klop niet, ik ben eigenlijk een vrouw, precies wat iedereen denkt. Maar ik heb het nooit tegen iemand gezegd. Ik weet nog goed dat mijn moeder mij onder de douche leerde mijn piemel schoon te maken. Ik zag haar denken: nou ja zeg, hij spoelt er maar wat water overheen en dan zoekt hij het maar uit. Ze was alláng blij dat ik er nooit over begon.'

Hoe leuk is het dat iedereen dit over jou komt te weten?

'Ik weet het niet. Wat kunnen mensen doen? Mij op straat naroepen: hé, je piemel was vroeger niet goed? Ik vond dat ik dit moest melden als ik zou beschrijven hoe ik me voelde als kind.'

Je schrijft dat misschien alles anders was gegaan als jij de zoon was geweest die je vader graag had gehad en die je zélf ook graag was geweest.

'Ik wilde niks liever dan gewoon zijn, niet opvallen. Maar ja, als ik nu foto's zie van vroeger... Toen dacht ik altijd: waarom kijkt iedereen zo naar me? Nu denk ik: waarom dénk je dat iedereen keek? Ik zag er ontzettend raar uit. Ik was Roy Donders vér vooruit. Ik had een huispak gemaakt van zwart katoen en daar had ik met witte textielverf een silhouet van Barbra Streisand op geverfd. Ik droeg een rare bril met spiegelglas, ik had een tas van de musical Cats en dan liep ik over de boulevard van Scheveningen en vond het raar dat iedereen keek. Ja...'

Het is opvallend: je zat met van alles, je lichaam en de hele handel, maar totaal niet met je homoseksualiteit.

'Ik wist vanaf mijn 6de dat ik op mannen val. Maar ik had nooit het idee: oei, dat mag niet, dit mag ik niet zijn.'

En toen je met Karim aankwam, accepteerde je vader hem meteen?

'Ja.'

Alcoholist

De vader van Marc-Marie Huijbregts was alcoholist. Het gezin-Huijbregts woonde in Tilburg en daar was een café dat Het Putje werd genoemd, waar zijn vader zich geregeld liet vollopen. Als hij niet thuiskwam, stuurde moeder Huijbregts haar twee dochters en de kleine Marc-Marie naar hem toe, zij moesten hun vader maar uit Het Putje zien te krijgen.

In stukjes laat zien wat er kon gebeuren als dat niet lukte: soms vonden ze vader de volgende ochtend in de tuin, bezweken onder een fiets of een kerstboom, zijn roes uitslapend.

Vader verpestte zijn werk bij een Amerikaans bedrijf en gaf veel te veel geld uit met zijn Diners Club-kaart, waardoor het gezin verarmde en moest verhuizen naar een goedkope flat. Als vader door zijn drankprobleem weer eens niet kwam opdagen op een feest of verjaardag, moesten de kinderen tegen de buitenwereld liegen dat hij ziek was. 'Van mijn moeder hebben we altijd geleerd dat we het leuke gezin-Huijbregts moesten blijven spelen - wat we trouwens ook wel waren zonder mijn vader.'

Marc-Marie Huijbregts. Beeld Marc de Groot
Marc-Marie Huijbregts.Beeld Marc de Groot

Jij, je moeder en je twee zussen hadden het gezellig, toch? Je zat in een fijne, warme vrouwenwereld.

'Mijn vader was een vreemde in zijn eigen huis. Als hij had gedronken en hij kwam eindelijk thuis, riepen wij met zijn vieren: 'Welterusten!' We hoopten dat hij meteen naar bed zou gaan. Het kan goed dat hij het er zelf naar had gemaakt, maar het moet vreselijk voor hem zijn geweest. Nu ik terugkijk, heb ik meer begrip voor hem. Dat vind ik mooi van ouder worden, dat ik mezelf minder als slachtoffer zie.'

Vond je het moeilijk om over je moeder te schrijven?

'Het is moeilijk te schrijven over iets geweldigs, wat mijn moeder voor mij was. Ik heb wel geprobeerd al haar kanten te beschrijven, dus niet alleen de leuke. We aten lekker, er stond altijd slagroom in de koelkast, maar daardoor werd ik rond mijn 11de langzaam dik.

Op een gegeven moment woog ik 105 kilo. Toen de arts zei dat ik de appelmoes moest laten staan, vond mijn moeder dat onzin. Dat is pedagogisch gezien niet echt verantwoord. En ook niet dat je je kinderen betrekt bij het drankprobleem van je man.'

Toch was je moeder een soort heilige voor je.

'Ja, ze was een heilige voor me. Maar ik moet eerlijk zeggen: als jij haar had gekend, zou je dat ook vinden. Op haar begrafenis puilde de kerk uit en zelfs de man van haar pedicure was zum Tode betrübt. De man van de pedicure!'

Vind je nu dat je een slechte jeugd hebt gehad?

'Nee, dat durf ik niet te zeggen. Daarmee zou ik mijn moeder tekort doen en mijn vader eigenlijk ook. Een slechte jeugd, dan moet je geslagen zijn of af en toe opgesloten. Of dan moeten je vader én je moeder drinken. Het had dus nog honderd keer erger kunnen zijn.'

Wat heeft je jeugd te maken met wat je later bent geworden, een allround entertainer, zoals je zegt?

'Doordat mijn vader dronk, heb ik voelsprieten ontwikkeld voor de sfeer om me heen. Van jongs af aan was ik bezig de sfeer goed te houden. Dan werd ik wakker en dacht ik: wat is de stand van zaken, even een klein grapje uitproberen, voelen: nee, nu kan het nog niet, misschien straks. Je kunt dus zeggen dat ik dankzij mijn vader ben geworden wat ik ben.'

Je schaamde je vroeger kapot voor jezelf, maar ging wel op een podium staan.

'Veel mensen in het theater hebben een gemankeerde karakteropbouw. Er is heel veel geldingsdrang op het toneel. Het is altijd óók een kwestie van: hier ben ik, zie me, hou van me. In het begin zocht ik die bevestiging van mijn vader, maar dat is nu wel over.'

Ben jij gevoelig of misschien wel overgevoelig? Mensen die jou ooit iets hebben aangedaan, maak je in je boek helemaal af.

'Neeeeee!'

Een castingmevrouw, Jeannette Snik, heeft ooit tegen jou gezegd dat je zo moeilijk te casten was omdat homo's geen hetero's kunnen spelen.

En nu schrijf jij: 'Gelukkig zag ik haar een tijdje geleden heel treurig alleen op een terras een Thaise maaltijd wegwerken.'

Daar is de lach weer. 'Ik denk dat ik overgevoelig ben, ja. Ik beschrijf ook een woedeaanval van Beau van Erven Dorens en dat ik het daarna moeilijk vond met hem verder te werken. Ik heb zo'n tere ziel blijkbaar en ben zo onprofessioneel dat als iemand zonder reden tegen mij schreeuwt, ik niet meer verder durf.'

Het is wel hilarisch, Beau van Erven Dorens die doordraait..

'Ik schrijf: Beau van E.D., hè?'

Beau van Erven Dorens en Marc-Marie Huijbregts. Beeld anp
Beau van Erven Dorens en Marc-Marie Huijbregts.Beeld anp

Ja, en Paul de L., ook al een allround entertainer. En dat snapt niemand natuurlijk.

Keiharde lach.

Maar als jij zelf mensen beledigt, zeg je: moet je maar tegen kunnen. Je hebt Lenette van Dongen avond in avond uit voor gek gezet.

'Maar mijn onaardigheid had een doel. Ik wilde het hebben over mijn nare kanten, dat ik iemand onaardig kan vinden zonder dat daarvoor een reden is. En toen dacht ik: dat heb ik met Lenette van Dongen. Er is veel gedoe over geweest, mijn collega's vonden het belachelijk wat ik over haar zei. Ik vond: ik kan wel zeggen dat ik Sugar Lee Hooper of Chiel Montagne niet mag, maar dat zijn mensen die ik nooit tegenkom.'

Oké, maar als iemand iets onaardigs tegen jou zegt, weet je het vijftig jaar later nog.

'Dat is waar.'

Is het handig om dit allemaal op te schrijven?

'Het is vast niet handig.'

Maar dat interesseert je niet?

'Niet zo veel. Het zijn dingen die mij bezighouden: waarom mag ik iemand zonder reden niet of waarom zegt iemand zonder reden iets onaardigs tegen mij?'

Kan eerlijkheid te ver gaan?

'Nee, dat vind ik niet. Maar eerlijkheid moet niet koket worden. Het moet niet een kwestie worden van: daar heb je Marc-Marie met een of ander zeikverhaal, huilie, huilie, wat is het allemaal erg. Ik heb echt geprobeerd gewoon eerlijk te zijn. Waarachtig.'

Ik stelde die vraag in verband met je poepverhaal. Je beschrijft hoe je vlak voordat je het toilet bereikt op een benzinestation in je broek poept.

'Mijn boek gaat over schaamte en schaamteloos zijn.'

Schaamteloos is dat verhaal zeker. Een beetje vies ook.

'Vies? Ik vond het wel grappig. Er gebeuren geweldige dingen in een leven, maar ook dit. Shit happens, letterlijk, en daarna is het leven weer heerlijk.'

Iets anders: jij en Karim wonen sinds een paar jaar in Tilburg, de stad van je jeugd. Had je heimwee?

'Ja, een beetje heimwee. En we vonden een leuk huisje met een grote tuin. Ik vind het wel iets prettigs hebben om in mijn verleden rond te lopen. Mijn ouders leven allebei niet meer en in Tilburg kom ik dan juffrouw Hennie van de kleuterschool tegen of mensen bij wie ik op school heb gezeten. Het heeft iets vanzelfsprekends en vriendelijks.'

Je laatste hoofdstuk is een ode aan Karim. Je blijft veel en graag met hem thuis, maar kunt niet met hem naar Algerije waar zijn ouders wonen. Zijn ouders denken dat je een vrouw bent.

'Ik vind het niet zo erg dat zijn ouders dat denken, maar wat ik erger vind is dat als hij sterft, hij heel snel naar Algerije moet. En omdat zijn ouders niet weten van mijn bestaan, blijf ik dan hier alleen achter.'

Kan dat probleem zich niet oplossen?

'Nee. Zijn ouders leven in zo'n andere wereld, als hij hun vertelt dat hij samenleeft met mij, ziet hij hen nooit weer. Ik moet er in mijn hoofd klaar mee zien te komen. En dat lukt me wel, want ik was erbij toen mijn moeder stierf. Ik zag haar vertrekken, ik zag aan haar lichaam dat zij het niet meer was. Mensen zeggen altijd: een geboorte is magisch, maar sterven is dat ook. Ik hoop dat het me bij Karim gaat helpen, dat ik weet: als hij doodgaat, hoef ik hem in dat lichaam niet meer te zoeken.'

Nog even over die ongemakkelijkheid met jezelf. Je beschrijft hoe je je een tijdje geleden nog met een smoesje afmaakte van een redactieborrel van De Wereld Draait Door.

'Dat is zoiets als voor een diep zwembad staan en niet durven springen. Zo'n feest is ingewikkeld om me in te werpen. Ik denk dan dat anderen denken: wat doet hij hier nou? En dat ik dan alleen naar een muur sta te staren.'

Moet je daar niet eens overheen komen?

'Ja, dat vind ik wel. Maar luister, ik ben wél naar het laatste feest van De Wereld Draait Door geweest.'

O, dus er is progressie.

'Er is zeker progressie.'

Waarom zouden mensen het niet leuk vinden met jou te praten? Je hoeft je nergens meer voor te verontschuldigen, niet voor je stem, niet voor je haar...

'Niet voor m'n piemel...' Hij begint weer onbedaarlijk te lachen. 'Echt waar, er zit progressie in.'

Marc-Marie Huijbregts. Beeld Marc de Groot
Marc-Marie Huijbregts.Beeld Marc de Groot

CV Marc-Marie Huijbregts

Geboren
21 december 1964 in Tilburg.

Opleiding
1981 Eindexamen havo.
1986-1988 Sociale Academie, richting personeelswerk.

Carrière:
1988 Theaterdebuut in de musical Company.
1998 Eerste optreden bij Comedy Train.
1999 Winnaar van cabaretfestival Cameretten (jury-, publieks- en persoonlijkheidsprijs).
2000 Show Marc-Marie H.
2000 Wint Pall Mall Exportprijs.
2002 Show M-M Huijbregts.
2003 Wint VSCD Cabaretprijs.
2006 Show Opdat ik niet vergeet.
2006-heden Rol van Lukas Blijdschap in de KRO-serie 't Schaep . 2009 Show Marc-Marie Punt.
2013 Show Florissant.
2014 Zijn boek In stukjes verscheen 9 oktober.

Marc-Marie Huijbregts is getrouwd met Karim.

Meer over