De vloek van Zizi

Zizi is een beetje apart. Hij staat voor de politierechter voor diefstal met geweld. Zizi ziet het anders. Het komt allemaal door een vloek waardoor hij geen greep heeft op zijn leven....

Laten we voor de zekerheid beginnen met de uitkomst: twee gedragsdeskundigen zullen Zizi en de wereld waarin hij leeft gaan onderzoeken, om daarna te bekijken of Zizi nog wel in staat is om in de normale wereld een rol van enige betekenis te spelen.

Zizi is namelijk apart.

En dat maakt Zizi tot een van de leukste verdachten die we de afgelopen jaren in de rechtszaal zijn tegengekomen. Maar ere wie ere toekomt: Zizi zou die status nooit hebben bereikt als de politierechter hem niet de vrijheid had gegeven om te zijn wat hij is, namelijk apart.

We beginnen bij de deur die naar het cellenblok onder de rechtbank leidt. De deur zwaait open. Twee stemmen.

Stem 1: ‘Is het veilig?’

Stem 2: ‘Ja, het is veilig.’

Stem 1: ‘Wel veel licht.’

Stem 2: ‘Ja, wel veel licht.’

Stem 1: ‘Het is de zon.’

Stem 2: ‘Ja, het is de zon.’

Stem 1: ‘De zon... Het licht...’

Stem 2: ‘Ja, de zon en het licht.’

Zizi stapt de rechtszaal binnen, gevolgd door een parketwachter. ‘Oeh-ahhhhh.’ Zizi stopt en neemt een houding aan waarbij het lijkt alsof hij van het ene op het andere moment alle kanten kan oprennen. Zij rechterarm wijst schuin naar boven, zijn linkerarm naar achteren. Zijn rechterknie staat naar buiten gedraaid en zijn linkerknie naar voren. Hij heeft zijn bovenbenen gebogen.

‘Oeh-ahhhhh... Licht.... Zon...’

Zizi heeft die merkwaardige eigenschap om voortdurend het meest voor de handliggende te benadrukken. Zo van: ‘Mooi weer, hè.’ Of: ‘Gaat het?’, nadat je net een rotklap hebt gemaakt op een door ijzel spekglad geworden straat.

‘Oeh-aaahhh... Licht. Zon.’

‘Dag meneer Zizi.’

Het is de rechter.

‘Gaat u zitten.’ Zizi blijft staan in de houding waarbij hij alle kanten kan opstuiven. Een parketwachter pakt hem bij de arm en begeleidt hem naar de stoel tegenover de rechter.

‘Gaat u zitten.’

Zizi gaat zitten.

‘U bent meneer Zizi? Geboren te Capelle aan den IJssel op 15 maart 1960?’

‘Ja.’ Zizi fluistert.

‘U moet goed luisteren naar wat vandaag wordt gezegd. U hoeft geen antwoord te geven op vragen. Daar staat de officier van justitie. Hij zal vertellen waarom u hier vandaag bent.’

Maar Zizi weet waarom hij hier vandaag is. De vloek heeft hij over zichzelf afgeroepen. Daarom is zijn leven zo slecht de laatste jaren. Zijn familie zou hem helpen. Dat is niet gebeurd en daarom is hij hier.

Maar de officier van justitie komt met een heel ander verhaal. Zizi zou op 17 augustus van dit jaar in een winkel een gele sjaal hebben gestolen en daarbij de winkeldame zo hard tegen de grond hebben geduwd dat ze er een hersenschudding aan heeft overgehouden.

Zizi schudt zijn hoofd. Nee, dat is het niet. Het is de vloek.

‘De vloek?’, vraagt de rechter.

Er volgt een stroom woorden, vele onbegrijpelijk, die lijken te wijzen op voodoo en witte magie. Het gaat over een vloek en een offer en een dier, en dat het offer niet geholpen heeft en dat het leven pas weer goed komt als de boete is voldaan, of zoiets.

Rechters horen vaker verhalen die niet ter zake doende zijn. En deze rechter heeft nu al lang bedacht dat hij Zizi door twee gedragsdeskundigen laat onderzoeken hoewel geen leek een onderzoek nodig heeft om de diagnose te stellen, want daar gaat Zizi weer: ‘Oeh-aahhh.’

‘Meneer Zizi?’

‘Oeh-aaaahhhh.’

‘Meneer Zizi?’

‘Oeh-aaaaaahhhh-jajajaja...’

‘Meneer Zizi, het lijkt mij verstandig als u weer meegaat met de meneer met wie u bent binnengekomen. U gaat terug naar het huis van bewaring. Binnenkort zullen twee mensen met u komen praten. Een psycholoog en een psychiater. En daarna zullen wij elkaar ongetwijfeld weer een keer zien.’

Oeh-ahhhh...is het veilig?’

De rechter: ‘Ja, het is veilig.’

Peter de Greef

Meer over