InterviewAndreas Jonkers

De vader van debutant Andreas Jonkers (30) stierf op akelige wijze. Pas laat ging hij op onderzoek: wie was die man eigenlijk en wat is vaderschap?

Toen Andreas Jonkers (30) nog jong was, kwam zijn vader op akelige wijze om het leven. Maar die vader van hem, die kende Jonkers eigenlijk niet. Pas toen hij zelf een zoon kreeg, ging hij op onderzoek uit, schreef hij een boek en leerde hij veel over vaderschap.

Andreas Jonkers. Beeld Marie Wanders, styling Inge de Lange
Andreas Jonkers.Beeld Marie Wanders, styling Inge de Lange

Andreas Jonkers was 13 toen zijn vader Hans overleed. Jonkers, nu 30 jaar en werkzaam als uitgever bij De Correspondent, herinnert zich vooral het gevoel dat hij ‘er iets mee moest’. Maar wat precies, dat wist hij niet. Hij bleef er verder gelaten onder. En dat terwijl zijn vader een ongewone dood was gestorven: hij werd in de ochtend van Nieuwjaarsdag 2004 met minstens 42 steek-, snij- en kraswonden achter een Amsterdams tuincentrum gevonden. Half bloot en onder het bloed, te midden van kledingstukken die her en der verspreid lagen.

Dat de dood van zijn vader hem niet als een mokerslag trof, zegt hij nu, is omdat hij nauwelijks herinneringen aan hem had. Zijn ouders hadden nooit een vaste relatie gehad, Hans had nooit deel uitgemaakt van het gezin. Jonkers had zijn vader maar één keer ontmoet, een korte ontmoeting die moeizaam verliep. Hans leed tijdens zijn volwassen leven aan psychische problemen. Door zijn warrige gedrag viel er vaak geen coherent gesprek met hem te voeren. Na de begrafenis voelde Jonkers geen gemis, bekent hij, en aan een zoektocht naar de man die zijn vader was geweest had hij evenmin behoefte.

Totdat zijn vriendin en hij anderhalf jaar geleden te horen kregen dat ze een zoon zouden krijgen. Toen voelde Jonkers ineens wél de noodzaak om uit te zoeken wie zijn vader was – en wat vaderschap betekent.

Jonkers sprak familieleden en bekenden van zijn vader, las oude dagboeken en notities, dook in sociologische en psychologische onderzoeken naar aan- en afwezig vaderschap en durfde het voor het eerst aan om het politierapport over de dood van zijn vader te lezen – uiteindelijk zelfs meermaals. Het verslag van zijn journalistieke zoektocht is nu te lezen in het boek En toen vonden ze mijn vader. ‘Mensen zeiden altijd dat vader worden vanzelf gaat, maar dat gold niet voor mij. Je voelt je als man niet ineens vader.’

Andreas Jonkers met zijn zoontje Tobi. Beeld Marie Wanders, styling Inge de Lange
Andreas Jonkers met zijn zoontje Tobi.Beeld Marie Wanders, styling Inge de Lange

Je huilde toen je hoorde dat je vader was overleden, schrijf je in je boek. Maar niet van verdriet.

‘Ik had het gevoel dat zijn dood iets groots en belangrijks moest zijn, zoals een geboorte dat is. En ik kende het concept ‘vader’, maar ik wist niet wat het betekende. Ik zag mijn vader nooit, en die ene keer dat ik hem opzocht, vond ik hem vooral ongrijpbaar en ontregelend. Achteraf denk ik dat ik vooral uit onmacht huilde, omdat ik zelf geen verhaal over hem had. Het kleine beetje dat ik van hem wist, hoorde ik via mijn moeder.’

Je wist pas dat er 42 verwondingen op het lichaam van je vader waren aangetroffen toen je vorig jaar het politierapport las. Waarom zo laat pas?

‘Dat zijn gruwelijke details die je een kind niet gauw vertelt. Ze waren ook nog niet bekend, toen we destijds werden gebeld. Het verhaal was dat hij was overleden door zelfdoding. Ook de politie concludeerde dat er van een misdrijf vooralsnog niets gebleken was. Maar in het politierapport las ik dat een anonieme getuige enkele uren voor zijn dood een groep van tien man had gezien in de buurt van de plek waar zijn lichaam was gevonden. Zijn keel was bovendien doorgesneden: zoiets kún je jezelf toch niet aandoen? Inmiddels weet ik dat wanneer je in een psychose verkeert, zoals bij hem zeer waarschijnlijk het geval was, het wel degelijk mogelijk is om jezelf zo gruwelijk en dodelijk te verwonden. Hij sneed zichzelf wel vaker. Op zijn lichaam zijn ook oudere automutilatie-wonden gevonden.

‘Maar ik zit nog steeds met vragen over de omstandigheden rond zijn dood. Wie waren die mensen bijvoorbeeld over wie die anonieme getuige het heeft gehad? En waarom is daar niet meer onderzoek naar gedaan? De rechercheurs die destijds deze zaak behandelden, wilden niet met me in gesprek. Ik hoop dat ze er alsnog voor openstaan. Nu ik er eindelijk in ben gedoken, wil ik meer weten.’

Is er ooit een diagnose gesteld over de geestelijke toestand van je vader?

‘De psychiaters die hem behandelden in de jaren zeventig – de tijd van de antipsychiatrie – vonden dat het niet de psychiatrische patiënten waren die ziek waren, maar de samenleving, omdat die niet kon omgaan met die unieke mensen. Ik ontdekte dat de kliniek waar mijn vader ooit tijdelijk werd behandeld, experimenteerde met lsd. De toenmalige directeur dacht dat lsd iets kon losmaken bij patiënten waardoor ze uit hun neurosen konden breken.

‘Het enige label dat je er nu misschien op zou plakken is ‘schizofrenie’: hij had stemmingswisselingen, hoorde stemmen en had impulsen die hij niet kon beheersen. Dan liep hij een rondje om zijn stoel en ging weer zitten. Maar ook schizofrenie is een ziektebeeld dat inmiddels heel breed en onduidelijk is. Toen hij een tiener was, dachten mensen in zijn omgeving dat hij een spelletje met ze speelde. Maar hoe ouder hij werd, hoe duidelijker het werd dat er iets mis was.’

Jonkers heeft als kind nooit het gevoel gehad dat hij iets tekortkwam zonder een vader in zijn leven. Voor hem was het normaal. Hij groeide op met zijn moeder en een halfbroer wiens vader ook niet in beeld was. Vriendjes en vriendinnetjes vermeden het onderwerp.

Hij herinnert zich slechts één moment dat hij een vader miste. Dat was toen hij bij een vriendje logeerde en diens ouders beneden hoorde praten. ‘Op de een of andere manier overviel dat me heel erg. Maar ik miste niet zozeer een vader. Ik miste het hebben van niet één, maar twéé ouders die liefde en aandacht aan mij besteedden, denk ik nu.’

null Beeld Marie Wanders, styling Inge de Lange
Beeld Marie Wanders, styling Inge de Lange

Hoe komt het dat je je vader niet miste?

‘Doordat mijn moeder niet negatief over hem sprak. Ze vertelde dat hij in de war was, een gevoelige kunstenaar. Mijn vader ging over grenzen heen, er waren geen afspraken met hem te maken, alles draaide om hem. We zijn één keer op bezoek geweest. Zijn huis stond vol met zijn kunst. Hij maaide de kleren uit zijn kast de kamer in. Hij pakte een ijzeren schaal uit een kast en begon er minuten op te slaan. Na dat bezoek zei ik tegen mijn moeder: ‘Ik snap niet dat je met zo’n man een kind hebt verwekt.’ Ik begreep dat hij er niet was omdat dat het beste was voor mij.

‘Ik denk dat de manier waarop je ermee omgaat als kind, sterk afhangt van het verhaal dat binnen het gezin wordt verteld. Er zijn moeders die na een scheiding alleen achterblijven met de kinderen en de vader slecht afschilderen. Dat is ook begrijpelijk, ze hebben het vaak erg zwaar als alleenstaande moeders. Maar ik denk dat het veel beter is voor een kind om het verhaal over die afwezige vader een beetje vaag te houden, om later steeds meer beetjes informatie te geven. Zonder hem zwart te maken.’

In En toen vonden ze mijn vader spreekt Andreas Jonkers Peter Tromp, de oprichter van het Vader Kennis Centrum. Die vertelt hem dat een afwezige vader ‘heel schadelijk’ kan zijn voor de ontwikkeling van een kind. Een vader is er om mee op pad te gaan en de buitenwereld te verkennen en een moeder is er voor de liefde en de verzorging, zo vertelt hij Jonkers. Volgens Tromp zouden verschillende onderzoeken aantonen dat kinderen die zonder vader zijn opgegroeid onder meer vaker de diagnose ADHD krijgen, sneller naar drugs en alcohol grijpen, het minder goed doen op school en moeilijker een carrière van de grond krijgen. Maar Jonkers is sceptisch over deze studies. Hij stoort zich bovendien aan het traditionele vaderbeeld dat door het Vader Kennis Centrum wordt geschetst. Hij besluit zelf in de onderzoeken te duiken waar Tromp zijn stelling op baseert.

Wat kwam je precies tegen?

‘Het betrof vooral Amerikaanse studies uit de jaren tachtig en negentig. Daaruit rijst een vaderbeeld op van een man met wie je stoeit, die je helpt met je huiswerk en het kiezen van je studierichting. Vaders worden in deze onderzoeken neergezet als een brug naar de samenleving. Verder bemoeien ze zich weinig met de zorg voor het kind. Maar in de praktijk, blijkt bijvoorbeeld uit veel nieuw onderzoek, zijn het juist de moeders die veel met hun kinderen stoeien – omdat vaders die tijd simpelweg niet hebben of vrijmaken.

‘Ik heb ook moeite met die onderzoeken omdat vaderloze gezinnen amper zijn vergeleken met gezinnen mét een vader die onder dezelfde sociaal-economische omstandigheden leven. Want misschien zijn armoede en klasse wel veel bepalender geweest voor de ontwikkeling van een kind, dan de afwezigheid van een vader. Bovendien zijn in studies naar ouderschap vooral moeders ondervraagd: 95 procent van de studies ondervraagt zelfs alleen de moeders. Dus we weten eigenlijk nog heel weinig over de toegevoegde waarde van vaders.

‘Wat die paar deugdelijke onderzoeken wél hebben aangetoond, is dat het voor een kind fijn is om twee ouders te hebben die je liefde en aandacht geven. Dan maakt het verder ook niet uit of het dan om een vader en een moeder gaat, het kunnen ook twee vaders of twee moeders zijn. Kinderen van lesbische ouders missen geen vaderfiguur.’

Zou je je vader, nu je meer over hem te weten bent gekomen, aan je 1-jarige zoontje willen voorstellen als hij nog had geleefd?

‘Absoluut. Maar niet als mijn vader zo ziek zou zijn als hij in de laatste fase van zijn leven was. Met de juiste medicatie en therapie had hij best een gelukkig en stabiel leven kunnen leiden – en dan had ik hem heel graag af en toe langs willen laten komen. Want er waren niet veel mensen zoals hij. Hij leefde in de marge en kon mensen een andere kijk op het leven bieden. Zelf ben ik een heel saaie jongen, maar uit verhalen begreep ik dat jonge kinderen hem erg grappig en gezellig vonden.’

null Beeld Marie Wanders, styling Inge de Lange
Beeld Marie Wanders, styling Inge de Lange

Wat heeft je zoektocht naar je vader uiteindelijk bijgedragen aan je eigen vaderschap?

‘Ik begon aan mijn onderzoek omdat ik bang was dat ik mentaal en emotioneel niet betrokken genoeg zou zijn. Ik heb tijdens die zoektocht heel bewust stilgestaan bij de betekenis van vaderschap en hoe ik het zelf wil doen. Maar toen mijn zoon eenmaal werd geboren, deed ik het toch anders dan ik me had voorgenomen, namelijk: aanwezig zijn, betrokken, aandachtig. Ik vond de bubbel geweldig, maar ik was ook rusteloos. Soms vluchtte ik de eerste maanden voor mijn rol als vader. Dat viel mijn vriendin ook op. Ze zei: ‘Je kunt niet steeds weggaan om aan je boek te werken, je moet er ook voor onze zoon zijn.’ Dus moest ik eerst die rusteloosheid zien te overwinnen. En ik denk dat dat herkenbaar is voor veel jonge vaders, ook als ze wel een vader hebben gehad.

‘Ik voelde me pas echt een vader toen mijn vriendin en zoon geveld werden door een zware griep. Ik stond bouillon te koken en beschuiten te smeren en realiseerde me: ik kan niet meer weg, ze hebben me nodig. Nu weet ik dat vaderschap soms zo gelukkig kan maken dat het een beetje pijn doet.’

Andreas Jonkers: En toen vonden ze mijn vader. De Bezige Bij; 224 pagina’s; € 21,99.

Nederlands unicum (voor eventjes dan): een hoogleraar vaderschap

In 2016 werd socioloog Renske Keizer door de Universiteit van Amsterdam benoemd tot bijzonder hoogleraar vaderschap en deed onder meer onderzoek naar de rol en betekenis van vaderschap. Ze werd daarmee de eerste hoogleraar vaderschap ter wereld. Dit hoog­leraarschap was echter van korte duur: in 2018 stapte ze over naar de Erasmus Universiteit om hoogleraar familiesociologie te worden. Vaderschap blijft een van haar onderzoeksterreinen.

Meer over