De stem van de slachtoffers en de historicus; SAUL FRIEDLÄNDER OVER NAZI-DUITSLAND EN DE JODENVERVOLGING

'IK ZOU niet graag een jood in Duitsland zijn', moet rijksmaarschalk Hermann Göring na de pogroms tijdens de beruchte Kristallnacht in november 1938 hebben opgemerkt....

Sinds Hitler begin 1933 aan de macht was gekomen, werden de joden stap voor stap hun rechten en bezittingen ontnomen. Van deze aaneenschakeling van vernederingen en terreur wordt dankzij een wisselend perspectief - dat van de daders, de omstanders en de slachtoffers - een indringend beeld gegeven door de Israëlische historicus Saul Friedländer in het onlangs vertaalde Nazi-Duitsland en de joden - Deel 1: de jaren van vervolging 1933-1939.

In dit door buitenlandse historici unaniem geprezen eerste deel kondigt zich zonder twijfel Friedländers magnum opus aan: het verhaal van de vervolging van en de moord op de Europese joden. Na de vele baanbrekende essays die hij over de holocaust heeft geschreven, was de tijd rijp om er nu een tweedelig werk aan te wijden.

Friedländer, die op 13 mei in Amsterdam de eerste dr. L. de Jong-lezing houdt, werd enkele maanden voordat Hitler aan de macht kwam, als Pavel Friedländer geboren in een geassimileerd joods milieu in Praag. Nadat hij met zijn ouders in 1939 voor de nazi's naar Frankrijk was gevlucht, belandde hij via een lange odyssee in Israël.

Onder de naam Saul Friedländer bouwde deze kosmopolitische geleerde een prachtig geschreven oeuvre op over het nazisme en de holocaust. Tegelijkertijd leverde hij een belangrijk bijdrage aan de historische debatten, of het nu ging over de 'Historikerstreit' (over de uniciteit van de holocaust) of over de uitdagingen die het postmodernisme aan de geschiedschrijving stelde.

Friedländer is bekend door zijn pleidooi voor een andere wijze van geschiedschrijving over de jodenvervolging. De meeste historici zijn gewend een scheidslijn te trekken tussen geschiedenis en herinnering, tussen de feiten en dat wat mensen zich herinneren van die feiten. Friedländer gelooft daarentegen dat het inzicht in de holocaust kan worden verdiept door de stem van de overlevenden en de slachtoffers te integreren met die van de historicus.

De inleiding op Nazi-Duitsland en de joden kan worden gelezen als een samenvatting van zijn theoretische inzichten en als een blauwdruk voor het onderzoek naar de holocaust. Hij constateert dat 'een geschiedschrijving van de holocaust waarbij de opvattingen en politiek van de daders, de houding van de rest van de bevolking en de situatie van de slachtoffers in een samenhangend kader worden geplaatst, nog steeds een moeilijke opgave is'. Een opgave die hij met dit boek op overtuigende wijze heeft uitgevoerd.

Anders dan voor sommige Duitse collega's is voor Friedländer Hitler altijd de belangrijkste dader geweest: de Führer was verantwoordelijk voor de meer dan tweeduizend wetten, decreten en verordeningen die tegen de joden werden uitgevaardigd. Deze werden hoogstens uitgesteld om tactische redenen, beducht als Hitler was voor onder meer de invloed van de buitenlandse publieke opinie.

Het heldere hoofdstuk over de wortels van Hitlers antisemitisme vormt een overtuigend bewijs hoe zinvol het kan zijn het antisemitisme in Europees verband te vergelijken. In Duitsland werd anders dan in andere landen een samenhangende antisemitische ideologie uitgewerkt, die tijdens de politieke en economische crises begin deze eeuw in staat bleek Duitsers met uiteenlopende rancuneuze gevoelens te mobiliseren. In deze Duitse vorm van antisemitisme viel de angst voor rassendegeneratie samen met het mystieke geloof dat de Germaanse wereld alleen kon worden verlost door een strijd op leven en dood tegen de joden. Friedländer spreekt van een 'verlossings-antisemitisme', dat Hitler ontleende aan de kring rond Richard Wagner, in het bijzonder aan diens schoonzoon Houston Stewart Chamberlain. De moord op de joden is in deze apocalyptische opvatting de redding van de mensheid.

Friedländer verklaart de aantrekkingskracht van het nationaal-socialisme uit de samensmelting van de wereld van de wetenschap (de biologie) met die van de mythe en de religie. Het nazisme was een politieke religie die net als de gewone godsdienst totale betrokkenheid eiste van de aanhangers.

'Tussen de specifiek anti-joodse en algemeen raciale en eugenetische opvattingen bestond dus zowel verschil als samenhang, en dat maakte de kern uit van het nazi-systeem', merkt Friedländer op als hij de totstandkoming van de rassenwetten van Neurenberg in 1935 beschrijft. Hoewel deze wetten waren ontworpen ter bestrijding van de joden, konden ze ook worden uitgebreid tot andere raciale groepen.

Al vanaf 1933 werden de zigeuners en homoseksuelen systematisch vervolgd. De 'Rijnlandbastaarden', enkele honderden kinderen van Duitse vrouwen en de destijds (1919-1929) in het Rijnland gelegerde soldaten uit de Franse koloniën in Afrika, werden in de loop van 1937 door de Gestapo opgepakt en gesteriliseerd. Voor de vierhonderdduizend psychiatrische patiënten was sterilisatie nog maar de eerste stap. Het grootste deel van hen zou de 'euthanasie'-actie van 1939-1941, die voorafging aan het vergassen van de joden in de vernietigingskampen, niet overleven.

Maar de joden bleven volksvijand nummer één, dat wil zeggen voor Hitler en de harde kern van vaak jonge, radicale nazi's. Want zonder te willen polemiseren neemt Friedländer herhaaldelijk stelling tegen het beeld van een door rabiaat antisemitisme bezield Duits volk. Uit de onverschillige reacties van de Duitsers tijdens de Kristallnacht bleek dat de werkelijkheid genuanceerder lag. De meerderheid omarmde weliswaar het traditionele antisemitisme, maar liep niet warm voor anti-joodse maatregelen en vroeg al evenmin om uitstoting of zelfs fysieke vernietiging.

Monocausale verklaringen zijn Friedländer vreemd. Als hij een bepaalde reactie citeert, laat hij deze vaak volgen door een tegenovergestelde reactie. Zowel de opvattingen en reacties van de elites - hij gaat uitvoerig in op de actieve betrokkenheid van de universiteiten bij het verstoten van joodse collega's, maar noemt ook de hoogleraar in de mediëvistiek die uit protest ontslag nam - als die van de bevolking zijn verweven met getuigenissen van de overlevenden, altijd begeleid door Friedländers evenwichtige analyses. Zo wordt de lezer een blik in de afgrond gegund die hij niet snel zal vergeten.

Dick van Galen Last

Saul Friedländer: Nazi-Duitsland en de joden - Deel 1: de jaren van vervolging 1933-1939

Het Spectrum; 560 pagina's; * 75,-.

ISBN 90 274 6345 X.

Saul Friedländer: Nazi Germany and the Jews - The Years of Persecution, 1933-1939.

Weidenfeld & Nicolson; 436 pagina's; * 79,60.

ISBN 0 297 81882 1.

Meer over