De sluis

Een grand hotel bewaart de geur van vervlogen tijden, toen de rijken puissant rijk waren en dit graag toonden in een koninklijke ambiance....

tekst Nell Westerlaken fotografie ABC/Spaarnestad tekst Ben Haveman fotografie Marcel van den Bergh

Ha, daar rent de scheepsmascotte woest keffend in de kajuit een mok koffie omver, terwijl het vrouwtje een onvrijwillige spagaat maakt tussen voorplecht en wallekant. 'O, Theo het touwtje!' Ze verliest nog net niet het evenwicht. Haar man balkt bevelen met een rood hoofd; hij is gelegitimeerd door zijn rol als stuurman. 'Stuurboord is rechts, met twee erren, onthou dat toch eens een keer. Gooi nou, verdomme.' Gelukt! Stootkussen vergeten, er schuurt en knerpt wat, maar de lijn zit tenminste om de bolder. Ze kan weer even ademhalen. Gelukkig geen draaiende schroef van de binnenvaart in de buurt. Als je dán je jacht van voren vastmaakt, in plaats van van achteren, zwalk je alle kanten op.

'Ik heb ze in Veere met pikhaken wanhopig rubberbootjes zien enteren', commentarieert een doorgewinterde stuurman aan wal. 'Die waren meteen lek natuurlijk.' Wat ziet hij daar? Wil de Marina Lover voordringen? 'Schiet op, zenuwelijer!' 'Nee domkop, hij geeft die zeilboot daar een lijntje. Die komt anders door de stroming het Veluwe meer niet uit.'

Dit is de hel van Harderwijk. Diesel walm vermengt zich met uitlaatgassen van honderden wachten de auto's, en aan de wallekant gaan leedvermaak en afgunst hand in hand. Het publiek weet: in de sluis gaat het er nooit ontspannen aan toe, komt dat zien. Bij de Johan Frisosluis in Stavoren zijn voor kijkers zelfs dranghekken aangebracht. Het mooiste uitzicht heb je daar op het terras van Jake's Place. Vooral als uit de haven zo'n Tupper ware-tobbe komt voordringen. Oeps, dat wordt oorlog.

Dan stijgt een geloei op van het hekwerk waar boten al twee, drie uur wachten om geschut te worden. Dan wordt de achtervolging met pikhaken ingezet. Ter hoogte van ome Ko in Muiden heeft zo al menig ballo van de Koninklijke Roei- en Zeil z'n decorum, annex aardappel in de keel, verloren. Op het water begroet men elkaar even grif als men zich verkneukelt om elkaars geklungel. Triomf als dat bij een financieel hogere hiërarchie wordt waargenomen.

Wie zich geen Rekel, Plusfour, Esperanza, Oude Dirk, Razende Bol, Water maagd, Joekel, Muk, Kruimeltje, Déjà Vu, Joker, Sheherazade, of Hulle kie dullekie kan veroorloven ('je blijft aan het schilderen aan zo'n schip') beklaagt de vrouw aan boord. Uit haar gebloem de kussens verheven, is ze niet meer ok sel fris van de spanning. Ze kan het nooit eens goed doen. Want hij is al gauw uit z'n doen door opstomende concurrentie; die wil een plek in de sluis voor z'n neus wegkapen! Terecht wijzingen en angstkreten wisselen elkaar af, het publiek beleeft alles mee via de echo in de sluis.

De sluis als ultieme relatietest. In Hindeloopen blijft de Duitse nouveau riche liever voor anker liggen, met sekt. En in de sluiswacht-shop van Mijnden wacht de verhitte varensgast dit bordje: 'IJsman heeft u horentjes?' 'Nee, ik heb een haarstukje.' Je lacht wat af daar bij de waterkant.

Meer over