ColumnArnon Grunberg

De naderende ondergang maakt dorstig en geil

null Beeld
Arnon Grunberg

‘De oorlog had in Duitsland circa 500 miljoen kubieke meter puin achtergelaten’, schrijft Harald Jähner in Wolfstijd – Duitsland en de Duitsers 1945-1955. Op 3 mei 1945 brandde het beroemde Hotel Adlon in Berlijn af, kort daarvoor schijnen soldaten van het Rode Leger de wijnkelder te hebben geplunderd. Ook doet het verhaal de ronde dat terwijl het gebulder van de Russische kanonnen al te horen was, Duitse officieren nog de beste Franse wijnen aan het nuttigen waren in de bar. Hier en daar een orgie. De naderende ondergang maakt dorstig en geil.

Der Spiegel bericht dat in Boetsja grote hoeveelheden lege whiskyflessen zijn gevonden. Drank helpt ook om oorlogsmisdaden te begaan, al zal het vermoeden dat je zelf weldra zal sterven eveneens bijdragen aan het doen vervagen van grenzen.

Een moeder die tegen een Russische soldaat zegt dat ze haar 14-jarige dochter met rust moeten laten: ‘Neem mij.’ De traditie van het geweld wordt niet zozeer vernieuwd, gewoon voortgezet. De vraag blijft hoe het geweld af te beelden. Doen alsof het er niet is, lijkt me geen oplossing.

In de tussentijd dansten we door. We zijn allemaal op onze eigen manier Hotel Adlon. Bar en balzaal blijven open tot we worden afgebroken.

Dit keer dansten we in Almere. Theater Corrosia, 31 man plus een laatkomer. In Almere is mijn zoon verwekt. In de Hengelostraat of Enschedestraat, daarvan wil ik afwezen, in elk geval de Stedenbuurt. Ik dacht: ik licht het publiek hierover in, even wat anders dan oorlog.

Het publiek was begrijpelijkerwijs nauwelijks in dergelijke details geïnteresseerd.

Tijdens de nabespreking zei een dame: ‘Dat einde deed me aan pornografie denken, maar bij porno denk ik niet aan seks.’

Waar ze wel aan dacht bij porno, bleef onbesproken.

We hebben onze vermoedens, dat is voldoende. Wij leven met vermoedens, dorst en geilheid.

Meer over