ColumnPeter Middendorp

De meeste mensen zijn argeloos, zelfgericht en onbevreesd – er is nog veel dat ik van ze kan leren

null Beeld

Laatst moest ik naar Schiermonnikoog om research te doen voor een nieuwe roman. Een noodzakelijk reisje, kon je zeggen, dat naarmate meer mensen in de bus naar Lauwersoog stapten, steeds minder noodzakelijk begon te voelen en, op het laatst, de bus was zo goed als gevuld, neigde naar compleet overbodig.

Achteraf had ik een koudere dag moeten uitkiezen, maar ik had gedacht: druk kan het niet zijn. Het is een doordeweekse dag. De kinderen zijn naar school. De mensen werken, thuis, om precies te zijn, al doen ze dat minder en minder, wat ik vreemd blijf vinden. Alles en iedereen is gevraagd binnen te blijven, maar voor mensen die bij bedrijven werken kan er daartoe nog geen half verzoekje vanaf.

Voor me in de bus zat een man met een mondkapje dat zo oud was dat je erdoorheen kon kijken. Achter me zat een man die de hele tijd keihard praatte, vreselijk hoestte en luidruchtig zijn keel schraapte. Het gebeurde weliswaar in een mondmasker, maar voor mijn geestesoog verschenen toch animaties van aerosolen-verspreiding; in de bus moest intussen een dichte mist onzichtbare druppeltjes hangen.

Kon je mensen eigenlijk vragen op te houden met onnodige hoestbuien en psychotisch keelschrapen? Of gingen ze dan schreeuwen, wat nog erger is. Of werden ze dan misschien zelfs agressief? Ik twijfelde, ik was al een tijd niet meer onder de mensen geweest en als het erop aankwam had ik alleen een flesje desinfecterende spray bij me om in zijn ogen leeg te kunnen spuiten.

De boot zat vol mensen die, net als ik, noodzakelijk-achtige reisjes maakten. Er werd omgeroepen: ‘Zou u uw mondmasker willen ophouden?’ De helft trok het onder de kin, zonder schaamte. Er werd omgeroepen: ‘Zou u zoveel mogelijk op uw plaats willen blijven zitten?’ Maar als je naar de mensen keek, leek het alsof er was gezegd: Kom er lekker bij, mensen! Bij de balie staat de koffie klaar!

Ik wilde niet bang zijn, ik wilde me niet ergeren, en zocht afleiding in de krant. Ik las over een nieuwe variant, nog dodelijker en besmettelijker – las het kabinet mee of waren ze druk met andere dingen? Ik las over vaccinatiestraten zonder mensen om te vaccineren. De EU gaat helpen de vaccinproductie te verhogen, las ik, en geschrokken dacht ik: is dit soms een krant van april vorig jaar?

De boot meerde aan. Er werd omgeroepen: ‘Zou u uw mondmasker willen ophouden en 1,5 meter afstand willen houden?’ Maar in dichte drommen ging het door de nauwe gangen de veerhaven op. De angst om als een van de laatsten van boord te moeten is groter dan die voor besmetting.

De meeste mensen zijn argeloos, zelfgericht en onbevreesd, dacht ik, eenmaal bij de huurfietsen. Ze stormden het eiland op, als gekken begonnen ze te genieten. Ik schudde mijn droeve hoofd. Er was nog veel dat ik van ze kon leren.

Meer over