COLUMNJasper van Kuijk

De laatste week in Zweden staat in het teken van verdrietige matheid

null Beeld

Jasper van Kuijk schrijft wekelijks over het tijdelijke verblijf met zijn gezin in Zweden.

Het is onze laatste nacht in het Zweedse rood-witte huis op de heuvel dat het afgelopen jaar ons thuis was. De jongens liggen boven te slapen en overal staan verhuisdozen. Eigenlijk moeten we schoonmaken, maar Ems en ik willen voor we weggaan nog één mailtje sturen. Aan de ouders en het personeel van school, om ze te bedanken voor hoe fijn we het in hun midden hebben gehad.

De dagen hiervoor waren dagen van afronden, opruimen en schoonmaken. En van te weinig tijd, chaos en dingen dan maar lukraak in dozen mikken. Zoals we die een jaar geleden ook hadden toen we uit Nederland vertrokken. Alleen toen was het vertrek toen tijdelijk en waren we op weg naar iets nieuws, dus dat gaf vooral een gezonde portie opwinding. Zin. Weggaan uit Zweden is teruggaan naar wat we al kennen en ons Zweedse leven voorgoed achterlaten. Geen positieve spanning dit keer, maar eerder verdrietige matheid.

Het was ook de week van de laatste keren. Nog één keer koffiedrinken bij onze buren, nog één keer Acht die bij een vriendje gaat spelen en nog één keer met z’n allen met de kajaks naar ‘ons’ strandje en daar worstjes grillen en zwemmen. Als ik een oproep van mijn tante mis, die belt om afscheid te nemen, belt ze net zo makkelijk Ems om een kwartier met haar te kletsen. In het Zweeds. Het is een van de grote kleine veranderingen van het afgelopen jaar.

We gaan ook nog een laatste keer langs bij mijn neven. De rit naar Jonas doe ik op mijn hier in Zweden aangeschafte achtstehands crossbrommer. De avond tevoren besluit ik nog één keer te kijken of ik het haperen op maximumsnelheid kan verhelpen. Ik buig de contactpuntjes van de bougie wat verder naar elkaar toe en eindelijk loopt hij perfect. In anderhalf uur rijd ik de brommer naar Jonas, zodat hij bij hun zomerhuis in de schuur in de opslag kan, naast onze kajaks die Jonas over een paar dagen zal komen halen.

Het plan was eigenlijk om na dit jaar de brommer en de kajaks weer te verkopen. Maar we zijn er steeds meer aan gaan denken om hier vaker – zo vaak mogelijk – terug te komen. Misschien is het wel onze manier om het vertrek wat draaglijker te maken; onze exitstrategie.

Daarbij waren er aanvankelijk twee teams: Team huren (Ems) en Team zelf-een-klein-klushuisje-kopen (ik). Een paar maanden geleden kwam er een huisje op de markt waar echt héél veel aan moest gebeuren (denk houtgestookte verwarmingsketel), maar het lukte me Ems te overtuigen om ‘gewoon even te gaan kijken’. En toen we rond het rood-witte huisje op de heuvel – ja, nóg eentje – met appelbomen liepen gebeurde het: Ems moest poepen. En Ems kan alleen poepen als ze zich ergens echt thuis voelt. Dit huisje ging uiteindelijk aan onze neus voorbij, maar sindsdien is Team zelf-een-klein-klushuisje-kopen wel een lid rijker.

Op de dag van ons vertrek word ik om half 6 wakker en hoor dat Ems beneden al aan het poetsen is: ‘Ik kon toch niet meer slapen.’ Zeven uur later zitten we geheel volgens verwachting een halfuur later dan gepland in de auto richting veerboot en zien de antwoorden binnenkomen op ons afscheidsmailtje. Een ervan: ‘Succes met de verhuizing en we hopen dat jullie het weer heel goed krijgen in jullie andere thuisland.’ Ons andere thuisland. Zo is het inderdaad.

Lees meer

Ons verstand weet: we gaan terug, maar emotioneel gezien zijn we er nog lang niet.

Onze plattelandsgemeenschap heeft me bewuster gemaakt van wat het woord ‘samenleving’ betekent.

Meer over