De laatste blije boodschapper

Bob Jongbloed, de enige Nederlandse correspondent in Vaticaanstad, houdt er na vier jaar mee op. Zijn werkgevers, de KRO en RKK, halen hem terug naar Nederland....

Willem Beusekamp

DAT Bob Jongbloed (52), de enige Nederlandse correspondent in Vaticaanstad, zich uitsluitend voor kerkelijke zaken zou interesseren, is een misverstand. 'Neem de nieuwe helmplicht in Italië voor bromfietsers en scooterrijders. Iedereen vraagt zich af hoe lang die ondeugende Italianen zich eraan zullen houden. Ik wist als eerste dat die wet weer wordt ingetrokken.'

Hij onthulde zijn primeur tijdens een receptie op het Pauselijk Nederlands College in Rome. Jongbloed is daar kind aan huis. Zijn wereldlijke collega's reageerden ongelovig. 'Die test is jullie dus ontgaan? Ze hebben van alle merken, veertig in totaal, een exemplaar naar beneden gegooid. Allemaal kapot. Vervolgens hebben ze veertig wollen mutsen naar beneden gegooid. Die bleven allemaal heel. De helm wordt weer vervangen door de muts.'

Helaas, Bob Jongbloed, altijd goed voor een grap of pikante anekdote en als de beste ingevoerd in het hart van het roomse leven, gaat weg. Zijn werkgevers, de KRO en RKK ('rooms-katholieke kerkprovincie'), sturen geen opvolger. Het Vaticaan wordt voortaan vanuit Hilversum 'gecovered'. Uitgerekend in het heilige Jubeljaar, met een paus, de grootste mediaster aller tijden, wiens einde menselijkerwijs nabij is, moeten de Nederlandse katholieken het vanaf komende zomer zonder eigen verslaggever in Rome stellen.

Jongbloed relativeert. 'Deze maand, op 18 mei, wordt Johannes Paulus II tachtig jaar oud. Ben je dan afgeschreven? Onzin. Deze paus is in ieder geval psychisch nog helemaal in orde. De beste artsen vanuit de hele wereld staan in de rij om hem ook fysiek op de been te houden. Ik geloof niets van die geruchten dat hij voortijdig zou aftreden. Karol Wojtyla is een paus die overtuigd is van zijn heilige opdracht. Die zal hij vervullen tot hij erbij neervalt.'

Mocht het zover zijn, dan is Jongbloed weer ter plekke. Want daarover zijn KRO en RKK, de door de overheid gefinancierde religieuze zendgemachtigde, het eens: de katholieke kerkprovincie in het lastige Holland móet, als het erop aan komt, met een bekende present zijn in Rome. Jongbloed: 'Ook het Vaticaan kent de politieke discussie in Nederland over de publieke omroep. Er zal een omroep moeten zijn om de blijde boodschap te verkondigen. Dat is de KRO.'

Maar Jongbloed relativeert verder. 'Nederland een lastige kerkprovincie? Die reputatie zijn we allang kwijt. In de jaren zeventig en tachtig, ja, toen was Nederland hier een probleem. Amerika, Duitsland en België zijn minstens zo lastig, ik bedoel natuurlijk: kritisch geworden. Het Vaticaan denkt inmiddels in werelddelen. Nederland is gewoon een landje in Europa. In Azië en Afrika ligt voor de katholieke kerk de toekomst.'

En toch. 'Als ik zie dat een paar jaar geleden de ministers Van Mierlo en Borst hier langskomen om het Nederlandse standpunt inzake abortus en euthanasie uit te leggen, denk ik dat Nederland het Vaticaan-standpunt belangrijk vindt. Wat te denken van al die regeringsleiders? Kanselier Schröder, Arafat, de premier van Israël, allemaal vragen ze audiëntie. Hier, in Vaticaanstad, worden de touwtjes aan elkaar geknoopt.'

Het vertrek van Jongbloed uit Rome zou voor het roomse deel van Nederland als een mijlpaal kunnen worden beschouwd, de afronding van een langdurige emancipatie. Vier jaar geleden kwam hij naar Vaticaanstad - 'een vreemde mogendheid binnen onze staatsgrenzen', zeggen sommige kritische Romeinen - als opvolger van wijlen Ad Langebent, Brandpunt-veteraan en de eerste KRO-correspondent die zich tien jaar lang nadrukkelijk ook 'ambassadeur' van de Nederlandse kerkprovincie noemde.

Jongbloed had dezelfde taakopvatting. Niet uitsluitend berichten uit het Vaticaan, maar tevens 'ambassadeur' spelen namens de KRO-RKK. Of, zoals hij het zelf omschrijft: 'Bondgenoten zoeken voor de katholieke omroep.' Wat gaandeweg steeds moeilijker werd. Jongbloed: 'In alle congregaties van broeders en zusters zat wel iemand uit Nederland in het bestuur. Dat waren onze belangrijkste informanten. Als gevolg van de vergrijzing zijn ze grotendeels verdwenen en vervangen door andere nationaliteiten.'

Tussendoor een andere anekdote, waarvan Jongbloed nog steeds kan genieten. Het was 1999, en Harry Mulisch was door Astrid Joosten van de VARA wijsgemaakt dat hij een persoonlijke audiëntie van de paus zou krijgen. Jongbloed van de KRO was gevraagd in Rome de noodzakelijke formaliteiten te regelen ('Wat ik graag deed, want bij de VARA zitten je beste vrienden'). Hij wist natuurlijk dat van nabij genomen beelden van de paus uitsluitend door de Vaticaanse televisie mogen worden gemaakt.

Aan de regisseur van die dag had hij een foto van Mulisch gegeven. 'Dát is hem. Als die tussen nog een paar honderd man bij de paus voorbijschuift, moet je inzoemen.' Enfin, niet de VARA, maar de KRO had als eerste de exclusieve beelden van Mulisch bij de paus. Jongbloed: 'Astrid Joosten kreeg rode vlekken in het gezicht en dreigde mij letterlijk van het St. Pieterplein te schoppen.'

Toen kardinaal Simonis met de beroemde schrijver uit Nederland over het plein liep en riep: 'Meneer Jongbloed, kent u meneer Mulisch?', antwoordde Jongbloed dat de VARA het waarschijnlijk niet zo op prijs zou stellen als hij met meneer Mulisch zou spreken.

In totaal zijn zo'n zestig buitenlandse journalisten exclusief in Vaticaanstad geaccrediteerd, niet meegerekend de tientallen Italiaanse collega's die bij wijze van spreken elke stuiptrekking van de paus dagelijks op hun voorpagina's melden.

Voor de rest is het 'onze correspondent in Rome', journalisten die het land als werkterrein hebben en namens hun opdrachtgever het Vaticaan 'erbij doen'. Jongbloed doet soms 'Italië erbij'. Als tv- of radioprogramma's van de KRO om informatie vragen over alweer een ingestort flatgebouw, een regeringscrisis of een maffia-aanslag, is Jongbloed paraat.

Hoogtepunt voor een Vaticaan-correspondent is het urbi et orbi, de pauselijke zegen voor de stad (Rome) en de wereld. Doorgaans tweemaal per jaar, soms met een extra ingelaste zegen. De voorbereidingen zijn slopend. Jongbloed weet zich verzekerd van gemiddeld 500 duizend kijkers in Nederland en nog eens 300 duizend in Vlaanderen. En nooit doet-ie het goed. 'Of ze vinden dat ik er doorheen praat, of ze klagen dat ik te weinig vertel.'

Waarom verlaat de KRO Rome? 'Een vast correspondentschap kost veel geld; via internet kun je veel vanuit Nederland doen. En ik hoop regelmatig terug te kunnen. Misschien had ik nog vier jaar mogen blijven. Maar ook een KRO-correspondent moet aan z'n kinderen denken. Mijn vrouw en ik vonden dat we terug moesten, hoezeer het me persoonlijk soms spijt.'

Meer over